Nogmaals niet

feest felix 2011 951

Vrienden, vriendinnen, wat zou het leven zijn, niets, het zou wezen als mijn land, waarom heb ik dat begrip vriendschap niet eerder begrepen? waarom was het me niet gegunt dat vertrouwen tebrijpen?waarom niet van het beginaan die warmte voelen? wat was het leven anders geweest, wat had ik nog meer feesten willen geven, waren de ruimtes nog voller geweest, had ik nog meer mensen mijn warmte kunnen schenken, die druimte van mijn hart, die muziek, die gedachte, want voor mij is de hele wereld een groot feest ook al weet ik heel goed dat het niet zo is maar als het aan mij ligt word het zo, moet het zo worden en als je slechts met een simpel gebaar daar aan mee kunt werken meld ik me gelijk aan en o als ik een oplossing zou hebben voor alles wat dat in de weg staat, dan zou ik mijn herzens breken, verbreken om tekomen tot de oplossing, want dat is het zeker waard, ik had geld nodig, heel veel zelfs, maar met minder ben ik gelukkiger geworden, het is de moeite geweest het te ervaren ook al zweef ik op het rand je, gelukkig heb ik getuigen, getuigen van die moeizaame strijd en heel lange eenzamen strijd, zo als we weten komt niets van zelf, zelfs ik niet, ook al heb ik me zelf geschapen, me zelf bevrucht, gebaart, op deze aarde gezet, want anders kan een pris niet ontstaan nog de zoon van een Sultana of wat het ook mag wezen en al was het niets meer als een verhaal, het verandert niet aan al die wegen die ik heb moeten bewandelen om jullie te mogen ontmoeten en ik ben jullie allemaal dankbaar en zelfs jullie die ik nog niet heb leren kenen, maar weet dat het gaat komen, ik kijk er naar uit en ontmoet mijn vrienden en wees blij, vergeet je verdriet, voel je voor eens niet alleen.

Ojee

feest felix 2011 895

Leven is zo mooi, daar ben ik gelukkig achter gekomen, ik heb het juk af geschud, me ontdaan van mijn kleding, mijn vermomming, aan gemeten maatpak en werd verlost, met elke meter verloor ik al die last, die op mijn schouders waren gestapeld, aan alles waar ik aan moest voldoen of dacht wat moest wezen, naar mate ik ging werd ik lichter en lichter zo licht dat ik vloog, als een ballon, ik was in de zevende hemel en toen, en toen kwam het, want wat moet je als je stijgt, boven alle wolken uit, terwijl je voeten nog op aarde staan? ik was niet van elastiek, dit zou mooi geweest zijn ik was slecht mens zo als iedereen, toch heb ik geen spijd gehad van die stap, die stap over een drempel, de drempel van een nieuw leven, nog onbekend, niet wetend wat, de tranen die zouden komen, die moesten komen, want zo makkelijk gaat het ook weer niet, ik moest bloeden, ik moest vechten net zo als dat ik het strijdveld verliet er kwam een ander en daar voor moest je sterk zijn misschien nog wel meer moed hebben en nu na jaren kan ik zeggen het is me gelukt, ook al begin ik weer van onder af aan, ik begin op nul, eens was ik geboren en kwam met niets op deze wereld, dus wat kan me erger overkomen, tussen die gedachte en werkelijkheid is een groot verschil, toch ik ga er weer tegen aan met wat help van vrienden, moet het zeker lukken, want zonder vrienden is het leven eenzaam, stil en zaai, had ik geen reden, te leven, teveranderen en te hopen op een beter leven, waarom was ik anders weg gegaan, daar waar ik ongelukkig was, toch het land waar ik veel aan tedanken heb, maar niet mijn land mocht wezen omdat ik er niet geboren was en de goden andere bedoelingen met me hadden, iets wat nog steeds in de sterren staat.

Kring bal

019

Zo als jullie weten is mijn leven niet om naar huis teschrijven toch doe ik dit, ondanks dat ik vol schaamte ben, voor wat is geweest en wat ik gedaan heb, toch toen de eerste prille schreden genomen werden een beter mens teworden en dit terwijl de goden al hadden beslist dat het slecht met me zou eindigen voor de eerste volgende jaren, was ik deze goden voor ik ging werken in verpleeghuis Magriet in Nijmegen in opleiding verpleger, dit terwijl mijn auot op de plaats van de derecteur stond, hij een VW en ik een Jaguar, zo zie je maar weer dat het niet uit maakt, als je maar je best doet en dat deed ik ook, ik werkte me suf ik had plezier, oke ze moesten me soms uit bed halen omdat ik me verslapen had, maar ze konden waarschijnlijk niet zonder me, wat een tijd was het, toen alles kon, iedereen iets over had voor de mede mens, die het nog slechter had als jij, want dat heb ik daar geleerd, mijn auto werd iets minder, dit kwam door het loon dat ik toen had en het werd een Rover met een lek dak en op een dag, lade ik de wagen vol met verpleegsters en mensen en we maakte een toer waar ze vandaan kwamen en we stopte bij een restorant en gaf ze alles wat ze niet mochten hebben en het regende, regende, pijpenstelen en ieder had lol, een damen vroeg broeder mogen we even in die regen staan? mijn hart brak en natuurlijk stond ik met haar daar in die regen, zijknat, voor haar was het negen jaar geleden dat ze dat gevoeld had, regen op haar hoofd, ik veronderschuldigde me voor de waterstraal die over de broek van een heer viel en hij vertelde me dat hij jaren niet zo,n leuk iets mee gemaakt had en dit werd door de zusters beaamt, zo wat wil je nog meer in het leven, die parkeerplaats was nog steeds voor mij en de baas schoof op, daar hebben we reizen gemaakt met boten, daar hebben we markten gedaan om geld bij elkaar tekrijgen en het is gelukt, dit was nooit gelukt zonder een team, van geweldige mensen die ik toen mijn maatjes mocht noemen, waarmee ik deelde lief en leed, warmte, maar vooral die inzet en dit laaste mis ik, zo als ik hen allemaal mis omdat de meeste verledentijd zijn geworden en die anderen, gelukkig spreek ik ze nog en we denken aan die tijd van toen! toen alles nog kon.

Gatverderie pieren

267

Heel lang geleden was Nijmegen mooi, toen was alles nog niet aan geharkt, toen waren dingen nog niet af, toen leek niets op wat het zou worden, nu is het af, zo af dat men alleen nog de straten de andere kant uit kunnen laten lopen, ieder idee is nog maffer als het andere, nee ik herken Nijmegen niet meer, zelfs de inwoners zijn verandert, in gepakt, op gesloten, verpakt met een lintje er om heen, niemand heeft nog tijd, alles gaat op afspraak, owee, dat strooit roet in het eten en toch is dit de stad waar ik veel tijd van mijn leven door gebracht heb, waar mijn prille schreden en beroepen plaats vonden, waar ik ontmaagd werd, dit veels te laat, dit was meer mijn schuchterheid als wat anders, Plein 1944 had ruimte, die ruimte is niet meer en jaren lang leek het nergens op en nu? ik ga weer terug om tekijken, maar ben bang dat het van korte duur zal zijn, ik ben bang dat ik zal reizen door het land, zo als ik reis door landen om de ruimte tekunnen voelen die mijn hart wil voelen, voor al het lijden van het leven, voor al het leed gevoeld en gedaan, een zwerver op straat een zwerver van het heelal, niet de gedachten dat het elders anders is of zal wezen, nee, het is niet meer zoals eens, dan verblijf ik liever in die kleine plaatsen, verweg gestopt, verboren in het landschap, waar ik zelf niet eens herkenbaar ben, waar geuren de overhand hebben en niet mijn stank mijn verleden, nog mijn toekomst, waar wegen door het landschap gaan, waar eens strijders rond waarde, vol grootse gedachten, van roem en eer, verkrachte en brachte, waar we nu mee moeten leren leven en zo vond ik de weg, daar tussen, niet op kaart aangebracht, wegen verscholen, zo klein, dat er een paard aan tepas moest komen of soms een weg ophield en je rechts omkeert moest maken en van een andere richting moest veranderen omdaar te komen, waar het weer aan sloot, beekjes en watervallen je de rust gaven, die je vroegen je neer teleggen, hoofd naar boven, kijkend naar de blauwe lucht en vogels vlogen, vliegen deden ook wat en jij muisstil, zo stil dat je weer tot je zelf kon komen en terug dacht aan die drukte om je heen, in je stad, die niet meer jouw stad was, waar je als een vreemde dwaalde in stegen, tegen muren aan liep, omdat ze daar eerst niet waren, maar een een of andere gek een gedachte had, zo als mijn vader gedachtens had, waar die later spijt van had, maar niet terug gedraait konden worden, net zo al die gedachtens van mij, alleen met het schrijven gaat het nog net, dan word de elusie gewekt, geboren of in gegeven en ook zo is het niet.

Pink twee en een half

595

Terwijl de huizen zich bogen over de straaten van Nijmegen in het krakers pand,ik als wist dat mensen kwamen voor zij aan de deur waren, muren beweegde, poosters ook, silverpapier geplakt tegen de ruiten, geuren van verleden, het krakers pand van mij, waar ik niet eens wist wat ik aan het doen was nog al die bezoekers, waar we alleen hoopte vrede te vinden met elkaar, waar we verloren, hoopte op iets anders, beter als wat we mee gemaakt hadden tot dus ver, sliepen we op vloeren, waar ik ooit de verfkwast had aan gezet bij de deur en eindigde bij mijn bed en moest wachten tot de volgende morgen zodat ik weer door die deur naar buiten kon gaan, wie had daar aan gedacht? ik niet ik begon en zag wel waar ik eindigde, zoals zoveel dingen die je achteraf kon verklaren, wij konden niets verklaren, niet tegen over ons zelf nog aan de politie, wij wisten niet eens waar we mee bezig waren nog waar we naar toe zouden gaan en zo velen hebben het ook nooit gehaald en ik mis hen, ik mis ze want wat was het leuk dit leven met hen te kunnen delen, terug kijken op toen, dat je misschien net als jullie konden lachen om mijn manier van schrijven en dat ze zouden zeggen dat is hij en niemand anders, zo als ze mijn schilderijen zouden herkenen en zeggen en er is er maar een en dat is hij en wat had ik dit graag gedeeld, maar misschien was mijn leven anders verlopen, misschien is juist door het weg vallen van hun mijn leven in een stroom versnelling gekomen en werd ik als het waren tegen de oevers van de rivier van het leven gesmakt en door de storm mee gesleurt, terug in die rivier, ociaan, aardbol, landen en uit eindelijk daar waar ik nu ben, met andere mensen, die anders groot gebracht zijn, veel beter als wij, die wel die geborgenheid hebben gehad, maar wel herkennen het vechten voor, die begrijpen, de worsteling in mijn leven, de worsteling een beter mens te worden en de moeite die ik daar voor gedaan heb en heb moeten doen, nog steeds, zij zien die woede, diep in me als iets tegen zit, zien ook mijn poging dit onder controle tehouden en dat een leven zonder hen, geen leven is.

Plassen

408

Bezoek gaat omlaag, Word is te netjes, fouten mogen  niet gemaakt worden en mijn manier van schrijven verdwijnt, waarmee het verhaal verdwijnt en dit brengt me terug aan tijden dat ik op een stoel moest gaan staan op te pissen, zodat de straal daar kwam waar die wezen moest, recht in het midden en niet op de rand of er naast en nog minder de pijn die je had dat ding te richten naar het midden en het geluid van water en pis zich vermengde, de kleer van water langzaam aan geeler werd en jij niet, de stank van pis omhoog steeg van de pisbak en van hen voor jouw, ondanks de schoonmaakploeg, die ook dacht laat maar zitten, we zetten die stoel vast neer, dat scheelt werk voor straks, kun je voor stellen de pijn, die piemel neer gedrukt houden, terwijl je zo nodig moet, die druk die op geladen, af geknepen wacht op verlossing, die stap op de stoel, een been een voet heel voor zichtig, zodat je niet met piemel in de hand naar beneden dondend, misschien de neus vol bloed, misschien op gehaald met een abulance, ziekenhuis en leg dat even maar uit, het probleem van jong zijn, iets wat in de weg zit, wat pijn doet en niet allen tussen de oren en wat met die plaatsen waar geen stoel voor handen is, waar je over de rand pist of muur of snel naar buiten loopt en het daar maar in het vrije laat gaan, zo was in Nijmegen de oorlog af gelopen maar de karkassen stonden nog half overeind en ik slingerde mijn piemel daar tegen, niet dat de reste instorte, maar een soort kleine bijdragen van wat zou komen, het instorten vernietegen, van wat eens was, waar was ik gebleven in die kroeg waar ik terwijl ik van die stoel af stap opgelucht adem haal, mijn rits dicht doe en verder kan gaan waar ik gebleven was, het kijken naar meiden, luisteren naar muziek, door gaan met het leven wat je zo krijgt op jonge leeftijd, waarin je wilt ontdekken, waar in je prilleschreden zet naar het volwassen worden, terwijl je daar helemaal niet aan denkt, je bent je rits nog los aan het maken, nog voor die piemel daar was, die drang die zich aan melde, zodat je de stoel aan schoof voor de juiste positie, die niet verhinderde die stank van warmte geur, die naar je neus vleugel steeg en misschien verder,zij die wachte dat je eindelijk klaar was, op dat zij konden lozen, meestal zonder stoel, niet iedereen was als jij, ze moesten wel, maar anders, zij veegde de brilschoon en gingen zitten of piste er naast omdat de hand misgreep, om telijden die straal.

Drink een wat

028

Begin 1952 mij in geladen in de plunjezak, via Australië en Singapore op Schiphol beland, waar we opgewacht werden door mijn opa en oma, het vliegtuig was een Dakota en zeker geen burgervliegtuig en mijn vader? Soldaat, zou in Engeland geweest zijn, verzet, joden naar Frankrijk Parijs gebracht hebben? Hij was getrouwd mijn zusje werd geboren in 1949 ik in 1950, vader zou vrachtwagens gerepareerd hebben en een fietsenzaak gerund in Bandung, terwijl de oorlog af gelopen was, contacten met de beruchte commandant? Niet dat het me iets uit maakt, het verandert niets aan mijn vader wie hij was, wat veranderde aan mij is dat mijn vader een schim was, zijn belofte me op een dag op te halen, waarin ik de mensen om mij heen tekort gedaan heb, daar heb ik spijt van, vergeef me, dat is straal langs jullie gelopen ben om dat in mijn oren de belofte van mijn vader huisde , die daar in gefluister werden toen ik nog klein was en ik hebben ieder te kort gedaan, mensen die hun liefde gaven aan me terwijl ik niet eens echt van hun was, vrienden om me heen, want ik had de droom dat alles anders zou worden, dat op een dag ik ergens anders zou wezen zowaar om zou ik dan, waarom, die wens van mij was de belofte van de man waar in ik geloofde, die voor mij het belangrijkste op deze aarde was, want hij had bewezen voor me te zorgen, al dat anderen was niet van belang al jullie best me op mijn gemak te laten voelen, telde niet, ik had slechts een droom in mijn hoofd, hoe heb ik jullie dat ooit kunnen vertellen, wat is er meer als een vader? Een vader met een belofte en een stom kind die dat gelooft? Waardoor alles om me heen vervaagde, niets door kon dringen, geen betekenis had en die spijt is er nog steeds, ik bijt nog steeds nagels omdat ik niets anders heb om op te bijten, aan de andere kant heb ik gelachen met jullie alleen hebben jullie nooit begrepen mijn waren verdriet, de belofte van een vader aan zijn zoon, voor mij was een vader, de waarheid en daar moest alles voor wijken, tegen beter weten in, daar kon een pastoor, dominee, agent praten als brugman het zat in mijn hooft om er nooit meer uit vandaan te gaan en dat heeft gemaakt wie ik was en zou worden en ik heb spijt, spijt van mijn vader en spijt voor wat hij in mijn hooft gestopt heeft en ik dat dat ik beter verdiende als kind, na alles wat ik mee gemaakt had en nog zou komen.

Ogen traan

014

Buiten is het kil, niets doet me denken aan dat land zo ver van hier het land van mijn dromen, dit terwijl ik besef dat na vijfenzestig jaar dit land ook niet meer is wat het ooit is geweest, daar hebben ook bomen plaats moeten maken voor wegen en zelfs de apen hebben geen huizen en zelfs zo erg mensen hakken de bomen onder ze vandaan, als of we niet genoeg wegen hebben om nog sneller deze wereld om zeep te brengen met al zijn inwoners, zo dat het niet meer uit maakt waar je vandaan komt of naar toe gaat of heen zou willen, het maakt niet meer uit of je wees bent, was of zult worden, als die gedachten en ontwerpen, nog grootser als groots zullen alles ver moeren, waar een moer jaloers op is en de bout niet verder aan gezet kan worden, zo gaat het worden, mijn maden in mijn hoofd, mijn kronkels, kronkelen en verzwelgen de wereld op, zelfs de zeeën zullen wijken en omdraaien, alles wat gemaakt werd verdwijnt, wat boven was word onder, zo als ik graag op mijn kop sta om de wereld van uit een andere hoek te bekijken, anders is het ook maar saai en dit laatste heb ik met alles, alles wat is zou ik anders willen maken, meer geluid, meer volume, mensen samen brengen, wel een vol geluid, zodat alle hoeken genieten, bloemen gaan dansen in hun potten, muggen als ze niet steken even vergeten dit te doen, even een vreugde dansje maken en de vlinder in alle buiken duiken als of dat de enige plaats is waar ze horen te wezen, als of ze daar voor gemaakt zijn en dat het niet eendaags dieren zijn, zo als mijn hond die me aankijkt van gaan we nog iets doen, vandaag of ieder geval morgen, iets leuks, heel gewoon en wat is daar op tegen?
Zo heb ik bomen om me heen die elke dag vragen naar lucht, schoon en helder en wat moet ik ze vertellen? Wat kan ik daar aan bij dragen? Laat staan die fazanten die rond het huis vechten om het mooiste vrouwtje en soms belanden ze in mijn pan, dit jaar niet, dit doet me er aan denken thijm te knippen met mijn dochter, ze staan in de bloei en dan is ze op haar best en aan gezien de schaap herders uit sterven een beroep wat ik ooit wilde, zal ik het gaan knippen, voor de thee of koken in een gerecht, hier groeit alles tegen de klippen op, ook al zijn we niet aan zee, het natuur geweld ooit een half jaar geleden word verborgen door de natuur als of niets was gebeurt, zo onschuldig, zo zit ook mijn poes met haar jongen en het geweer aan de muur, mijn dochter is naar een verjaardag van haar vriendin en weet dat ze blij is.

Naaktheid

1790

Vaak kijken ogen mij aan, van is het zo geweest? Was het echt waar? Mijn beschamende antwoord luid ja! Buiten de vrijheid van het vertellen, is jammer genoeg alles echt gebeurt, niet de schaamte van, voor al dat vlees, die flessen wijn, de drugs, die neus in dat witte poeder, die wagon ladingen die ik heb leeg gerookt tot ik zo verwas dat ik op gesloten werd voor jaren, waar ik door alle waanzin ging, waar van Breugel alles op doek heeft gezet en je zou wensen dat je verlost zou worden, dat geluk mocht ik niet proeven en heb gezeten tot mijn kont plat werd, zo toen ik vrij kwam niemand me herkende en de medelijdende blikken van de toen nog bestaand douane ambtenaar aan de grens post bij Beek, het moment dat ik uit de sterren donderde en Einstein zijn theorie tot uitdrukking kwam gevoeld werd tot op het bot, waar een wereld tentoon gesteld werd die niet die was waar ik ooit aan kwam met die tram, die was verdwenen en ook die bomen, men had een fietspad gemaakt en daar moeten bomen voor wijken, straten waren verandert van richting, als of ze die om gedraaid hadden, zo op de kaart een wereld die niet meer leek zo als ik hem achter gelaten had en in mijn jaren van geheel onthoud, trof ik vrienden later in bedompte bars, alles wat ik af geleerd was daar, kwam terug, want je dacht dat zijn mijn vrienden, die kan ik niet alleen laten, die kan ik niet alleen naar god laten gaan, daar moet ik bij zijn, toen ben ik toch maar weer door gegaan mijn eigen leven en gezin op te pakken en liet de rest voor wat het was en zo was ik overdag aan het werken in mijn ruite en later werden die ruimtes zo groot dat je het ateliers mocht noemen en uit mijn handen kwamen zoveel werken en alles ging weer zo snel dat ik helemaal weer slaaf werd van alles en iedereen en raakte weer verloren in mijn zelf dat het mijn huwelijk kosten, gelukkig niet mijn dochter, die me altijd trouw is gebleven en soms hadden we alleen maar aardappels te eten en soms, was er veel geld en dat maakte we dan op, wat moet je anders met geld doen ik vind het asociaal geld vast te houden voor je zelf, dat moet je onder de armen verdelen, zo dat iedereen blij is, want elke dag kan je laatste zijn of in goede gezondheid, wist ik toen dat ik gestraft zou worden met een langer leven en gezondheid? Nee en elke dag denk ik aan die laatste dag die nog niet is, waardoor ik later pas begreep om te gaan genieten van als dat moois om me heen, nog steeds verbaas ik me, als of ik jaren met oogkleppen heb opgelopen, als of mijn gezicht was weg gedraaid van het waren zijn en mijn oren horen anders, ik hoor weer geluiden, ik kan zien gezichten, onweer, ik ruik regen, het aan komen en stormen, hoogwater, ik ruik gevaar, die woeste stap van vroeger heeft plaats gemaakt voor de mocassin van een Indiaan, die ik van geboorte al was, zonder het te weten van uit een land van mist, van ogen uitgestoken en verbrand door de gloeiende staaf die in mijn ogen stopt werd, van haat, nijd anders zijn een andere kleur, een aardappel tussen appels of was het andersom?

Snotneus

038

Daar gaan de jaren, als of de zon daar hoorde te wezen als of de maan er alleen maar bij hing voor de zier, al dit on wezenlijke, van wees en waarom? Ik had een moeder, haar lot was nog erger als dat van mij, zij was verdoemt, Sultane en wat dat in hield weet ik op de dag van vandaag nog niet, nog weet ik de waren namen niet echt, wel is uit gezocht door mensen waar ik vandaan kom en het blauwe bloed was niet alleen van de Indische afkomst, gelukkig heeft het niets verandert aan wat ik ben, nog hoe ik me voel en dit laatste is belabberd al heel jong moest ik vaarwel zeggen tegen iets wat ik niet kende, nog kon snappen, bevatten, geen wonder dat mijn hoofd altijd de andere kant uit ging als waar het heen hoorde te gaan, mijn moeder werd op genomen in een huis waar je zeker niet voor je lol zou wezen, nog naar uit keek en op mijn negende jaar kreeg ik een brief waarin ze me verzocht geld over te maken voor de kosten daarvan, wat kun je op je negende doen, niets en op een dag werd me verteld dat ze vermoord was, ze was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats en misschien was het wel beter zo, had het zo moeten wezen ,ondanks dat ze me laat zitten met duizenden onbeantwoorde vragen en een vrouw uit Tiel belde me ooit op en gaf me een foto van haar, hoe ze aan mijn nummer kwam heb ik nooit gevraagd, maar rijk aan een foto ging ik huiswaarts en nog als ik er naar kijk of in mijn hand heb, geeft het geen antwoord op mijn zovelen vragen, ook al verandert het niets aan wie ik nu ben, nog wat er van me geworden is en al dat geluk wat ik mocht tegen komen, ontvangen en hebben, want ik ben zo rijk geworden, in korte tijd weer zo arm en ter gelijke tijd gelukkig met zo weinig, ben opa geworden van een kleinzoon en heb verschilden dochters bij verschillende vrouwen, die het zeker niet makkelijk hebben gehad met mij, zonder hen was mijn leven, als bij de geboorte, gedoemd tot mislukken, duizend goden hebben over me gewaakt en is geen straf me bespaart gebleven, dus geluk heeft verschillende gezichten en andere gedaanten, dan een in de steek gelaten kind alleen.

Apenootjes

071

Daar stond ik dan met mijn eindelijke bevrijding en dat was zeker niet op vijf Mei en in Indonesië waren wij zo wie zo vier jaar, bijna vijf jaar later bevrijd als Nederland, ik schudde dat jukt van me af en had de ijdele hoop ook werkelijk vrij te zijn en dit bleek zo niet te werken, nog steeds ben ik niet vrij, niet vrij van binnen elke dag opnieuw word ik geconfronteerd met het verleden elke dag opnieuw word alles herhaald, zonder dat ik er behoefte aan heb, ik weet is sta niet alleen, miljoenen mensen hebben de zelfde ervaringen, ik, ik ben gevoeliger ik kan het niet uit wissen er is geen seconde in mijn leven geweest dat ik er niet aan gedacht heb en anders wel door anderen er op gewezen, verwezen werd, terwijl het diepste van het dal, veel dieper bleek dan ik ooit vermoede voor mogelijk zou kunnen houden, dat terwijl ik kansen had een gave, waar menigeen jaloers op zou wezen, voor mij was het niet van belang het intense verlies van mijn geliefde heeft nooit, mijn bloed kunnen vervangen, al die knuffels, aai op de bol of over, die gegeven , geschonken liefde, al die moeders al die vrouwen en hun borsten, die ik versleet als geen ander en geen heeft me ooit kunnen stillen, terwijl de melk uit mijn hoek lippen sijpelde van overdaad, waar een big zijn tong zou likken, zou wensen zoveel spenen te zien als voor mijn ogen getoond werden als of vrouwen aan voelde mijn tekort, zich opdrongen aan me, hun benen spreidde, gewillig vol over gaven zodat ik me even verloor in het bos, in bed of achter in een auto, zwembad of zee, zelfs meters hoge sneeuw, tegen muren op aanrechten, tenten, in gras heel hoog, in houdingen, kroegen, wc steeds weer ontvoert, verkracht, maar vrijwillig en zo ging ik het land door, landen door in andere landen van de wereld en overal wachtte me het zelfde lot, vrouwen wierpen zich aan mijn voeten, welke pech kun je hebben in een leven?
Dat geluk zalige gevoel was maar kortstondig, het was maar even, terwijl ik naar de sterren keek als of ik daar kon lezen wanneer de dag zou komen dat is rust mocht hebben, dat die bevrijding waarheid mocht zijn en dat ik kon afschudden, dat verleden, opnieuw geboren mocht zijn, hangend aan een liefde volle tepel, warme handen om me heen en een gezin waar ik welkom was, gewenst en niet verdoemt , een moeder die je naam roept een vader die er is, je zusje samen met jouw en leven in het land van herkomst, waar het warm is en geluiden, heel ander klinken.

Voetbal

061

Vandaag is het 1969, het jaar dat mijn vader een nieuw leven begint, mij achter latend in de voor hem goede handen achter latent,, zo dat zijn geweten gesust is, ze hebben een lange boottocht voor de boeg en naar een paar maanden krijg ik een kaartje uit Californië met daarop een sinas appelboom afgebeeld, met de woorden dat hij goed aan gekomen is en dit is dan tevens het laatste wat ik van hem hoor, pas 1990 zou ik hem per telefoon spreken en de baboe zijn nieuwe vrouw, de begint haar excuses aan te bieden voor alles, wat ze me aan gedaan hebben, je zegt het is je vergeven, dit zijn woorden, dat zijn niet mijn waren gevoelens, mijn vader had alleen maar smoesjes, van wegen zijn hart, hij zou het niet aan kunnen een treffen met mij, daar zat eerder de baboe achter, die ziekelijk jaloers is en altijd is geweest en te beseffen dat mijn vader in Arnhem is geweest jaren achtereen, terwijl ik doolde door het leven, dit is de dag geweest, via die telefoon dat ik de hoop dat hij me ooit zou ophalen, vervloog, als of mijn hart er uit gerukt werd, als of ik een klap in mijn gezicht kreeg en toen pas de waarheid onder ogen kon zien, hoe naïef ik was geweest, tevens is dat de dag geweest waarin ik vertrouwen begon te krijgen in mijn nieuwe wereld, beetje bij beetje, werd het verdriet en teleurstelling om gezet in positief zijn.
Die dag stierf mijn vader voor me, mijn held was dood, mijn held was geen held meer hij was een lafaard geworden een man zonder woord een man zonder liefde voor mij, de eens zo trotse strijder voor het vaderland met al zijn dubbele moralen en angsten, die tropen geluiden, granaten en kogels die duizenden doden, verminkingen, die afstanden af gelegd naar een veilige haven, van vliegtuig, van land tot land die soldaten leger plunjezak, die landing op Schiphol, die kou daar, toen je van de trap af stapte zo op Nederlandse bodem, een kou die me nooit meer zou verlaten, zo verminkt voelde ik me omdat moment, die zwarte hoorn in mijn rechter hand, tegen mijn oor gedrukt, de woorden kropen in mijn oren en leken meer sissen van een slang en langzaam drong de waarheid in mijn hersens en geest en zelf die snapte er niets van en zo heb ik voor drie dagen gehuild, tot ik uit gedroogd was, zo droog, dat de woestijn jaloers op me was, dat daar de gieren rond vlogen op zoek naar kadavers uit het verleden en ik moest ze teleur stellen, ik riep nog naar ze, zoek niet verder alles is verleden tijd, alleen mij kun je nog eten, verminkt, aan geslagen, tot op mijn ziel gekwetst, getrapt, vertrapt als stront op straat, die plakt aan die soldaten laars en steeds dunnere afdrukken laat naar mate de afstand groter werd om dan onzichtbaar te worden alleen in die ribbels van de laars zaten nog poep resten, kon je de geur van het zijn, ruiken, van die drol ver weg eens als obstakel of door blindheid overzien, zo overzag ik de schaden aan gericht, ook door mij zelf, het tekort wat ik mensen aan gedaan had en niet bewust, dat is de dag geweest, dat achteraf blij werd met een vervlogen hoop, die strot bleek te wezen, waar zelfs de vliegen bang van waren, waar zelfs de maden een omweg maakte en ik nog meer, die beerput werd geleegd, daar werden vrachtwagen ladingen af gevoerd tot alleen die leegte overbleef, het totaal alleen staan tot uiting kwam, de dag van een nieuw leven.

Klote

119

Met boot of vliegtuig het maakt niet uit, waarom het gaat is dat je aankomt ook al is het land on bekend ben je onbemind en zul je dat blijven tot je de kleur aan genomen hebt, zodat je niet meet herkenbaar bent, zo dat niemand niet meer over je praat, je niet meer pest, je met rust laat en dat de erkinning komt, die je helemaal niet vroeg, je wilde alleen maar zijn, blij en gelukkig zo als iedereen op deze wereld, dus niets biezonders, niets apart, waarom was dat dan zo anders voor ons? Terwijl onze vaders en moeders gevochten hebben met jullie en voor Nederland en we konden uiteindelijk, een schop onder de kont krijgen, nog voor we landen, nog voor dat er plaats was waar we konden huizen, nog voor dat de ruimte die allang leeg stond, beschikbaar was voor ons die niets meer hadden, achter hadden moeten laten, zelfs de warmte, moesten we in ruilen, onze warme harten, werden leeg gezogen, over bleef de sneeuw, het kippenvel liep nog over mijn armen en de armen van ons allemaal, laar staan die traan die we verbergende uit schaamte, dat we jullie in de weg zaten, dat we niet gewenst waren omdat we alles verloren wat we hadden, zelf de wezen, de vechters die geloofde in jullie, die jullie trouw waren in de dood, omdat voor ons zo is? Voor ons is een belofte om na gekomen en niet te breken, schande zou over ons komen voor eeuwen als we die belofte braken en jullie belofte aan ons, daar hebben we nog steeds zo,n pijn van, daar zijn wij zo van de kaart, dat we niet meer weten waar we zijn, of dit nu een kamp is het zelfde als het kamp daar en overal, wij passen ons aan, want als je niemand meer kunt vertrouwen, dan vertrouwen we liever elkaar en leven ons leven en zijn we niet meer weg teslaan zo als we gedaan hebben voor jullie, voor het Koninkrijk Der Nederland

Kussensloop

294

Waar waren we gebleven? Waar ging dat hoofd naar toen, dat is een goede vraag, tussen al die straat klinkers, asfalt en zand paden, op paardenruggen, per auto, fiets of bus al lopende, terwijl je uit een raam kijkt, naar buiten, beslagen iets moeilijker en je gedachten al helemaal niet onder controle- te krijgen even weg dromen en bij de halte word je wakker geschud, de koude lucht komt binnen je trekt je jas dichter om je heen, het is niet voor jouw, je bekijkt dat nader, terwijl die of gene uitstapt en pssst deur gaat dicht, de bus in dit geval ging weer verder ook jij en alles herhaalde zich, misschien die beslagen ruit, die druppel die daar naar beneden gleed, andersom kon niet zijn, slechts als je tussen je lippen de lucht uit blies heel hard en vooral op passend dat er geen speeksel mee kwam, makkelijker is het kijken naar die neergaande druppel, die een streep trekt over de ruit of glas van, de gedachte gaan en versnellen met het ritme van de bus en daar moet ik dan eindelijk uit, niet alleen, ik val en word wakker met mensen rond om me heen, die vragen gaat het goed met je, ik had pijn, pijn in mijn voet en been, de bus was vertrokken en reed zo maar over me heen en liet me achter, gewond, omstanders hielden hem tot stilstand en gelukkig viel het mee, tot grote vreugde van een ieder ook de chauffeur en al die omstanders, ik zelf werd naar huis gebracht en kon een paar dagen thuis blijven en toen ging het beter, sinds dien kijk ik beter uit bij het uitstappen van een bus

Groenteboom

024 (2)

Van nu af aan kan ik schrijven en controleren wat ik schrijf, mijn vriend Rene heeft dit voor me gedaan en weet ook hoe het werkt, terwijl heel Nederland het feest viert en de rest van ellende wegens geld gebrek, thuis zit of aan zijn rolstoel, dan wel niet aan bed gekluistert of gevang, moet iedereen trots wezen op wat we hebben.
Mijn vader heeft er voor gevochten met zo vele en sommige kwamen nooit meer thuis en ander moesten huis en haard, land, verlaten in kampen of pension, kinderhuizen, trappen of kasten, werden kaal geplukt, hard werken en mond houden, dankbaar zijn en zo is het ook gebleven, terwijl straten en steden of dorpen schoon geveegt worden, liefs aan gepast worden voor het hoge bezoek, dit gun ik hen ook, terwijl ik door de stront trap en mijn nekbreek over hoe het verder moet in het leven wat nog rest en met mij zovelen en natuurlijk ik dat mijn eigenschuld, natuurlijk had ik alles anders moeten doen, dan was ik iemand anders geweest, dan had ik niet dat berijkt wat ik nu weet en als ik dit van tevoren geweten had, was ik er nooit aan begonnen, dan had ik mijn moeder gevraagt, me om tebrengen, wat de babou al wou en later andere mensen en misschien nog steeds mensen zouden willen en dan kom je op een leeftijd dat het ook allemaal niets meer uitmaakt wat gaat komen, want veel goeds kan dat toch niet wezen, die goede tijden zijn voorbij,die tijden dat we nog iets overhadden voor een ander, nu hebben we alleen maar amtenaren en bestuurders die kijken hoe ze het volk dat hun kiest en betaald, leeg kunnen zuigen, niet meer indienst van de bevolking zijn, maar tegen de bevolking en die arme kan niets terug doen, dit is schande, dat moet aan de schandpaal, laat ze zelf eens voelen wat het is, televen met wijnig.
Ik word er ieder geval heel verdrietig van en daarom ga ik het over andere dingen hebben en kijk ik naar een artiekel uit de Amerikaanse krant waar ik een KNIL soldaat een nieuwland zoekt voor zijn familie en dit ook vind aan de anderekant van de wereld om alle gruwlen tevergeten, van Jappenkamp, tot de oorlog in Indonesie en de poging de nieuwe regerig teval tebrengen, dit laaste mislukte, hij moest vluchten en als vechter, moe van alles en begrijpt dat politiekesteekspel, slecht een ding in hoofd heeft, geef mijn mijn eigen huisje en tuin, gezin, dat is alles wat ik verlang en zo vergaat het mij ook en vele van ons die door het leven de les geleerd kregen

Oranje

298

Terwijl het leven gewoon doorgaat, er rampen gebeuren zo als het moet wezen in de wet van de natuur en niets anders als dat mijn werk heeft getoont in de mineraalschilderijen een natuurkundig onderdeel ooit uit gevonden in Frankrijk 1916 of misschien daar voor, voor me zelf het meest fassinerend beeld over hoe de natuurwerkt tussen twee glasplaaten, waar ik in bed naar keek om tebrijpen wat er gebeurde, wat er gaande was en tebeseffen dat niets dit tegen houden kan! dit gebeurde binnen glas en niet echt en in het echt is het veel erger, zo erg zelfs dat we er alleen plijsters op de wonden doen en er na? geen mens die daar mee bezich is, daarna zoek het maar uit, zo als we alles uit moeten zoeken er na zo als ik nog steeds zoek naar mijn vader en moeder en naar wie is wie en wat en nog veel meer zoals ik zoek naar vrienden die begrijpen, zoek naar warmte en weet dat die ander dat ook zoekt en dat je bij kunt dragen in het dragen van dragen en dagen en weken maanden of jaren en als het even kan voor altijd, alleen niet voor mij, voor mij is het op het einde, eigenlijk telaat, maar nooit telaat voor vriendschap warmte of wat dan ook, terwijl ik even mijn glas vul, tot de top, zo dat ik zeker weet dat deze vol is, ben ik aan het overdenken wat ik verder wil zeggen en dat is eigenlijk veel, zeer veel, eigenlijk had mijn mond van geboorte al open moeten staan, niet om de gil van snakken naar lucht, van uit baarmoeder vocht overgaan in zuurstof nog die tiet die niet was, nog de melk die ontbrak, die oorlog die gaande was te eindigen en overging in iets wat niet tebeschrijven was nog dt vliegtuig, waar ik de eerste voeten op Nederlandse bodem zetten, nog die trappen in Amsterdam of kasten, nog die opa en oma krokodil op kast, laat staan kinderhuis of adoptie of rechtbank van Arnhem, nog het gespug, die klappen dat gekraak van mijn botten terwijl ik neer gesmakt werd nog de vernedering van het anders zijn, terwijl mijn spiegel anders vertelde en liet zien, terwijl jullie nogsteeds denken dat jullie beter zijn en ik maar een koelie, dat is een kruizing tussen een lul en een koe, het grote verschil is dat een lul kan denken en een koe? terwijl de lul dacht was ik maar een koe en zo geschiede het ook en daarmee was alles in balans, daar mee werden conflikten op gelost alles was bij het ouden en niemand had schuld, ook ik niet en waarom zou ik, waarom zou ik me schuldig voelen als toch niemand dat doet, kijk het voordeel van een ezel is! die stoot zijn kop geen twee keer, ik wel, meerdere keren, keren of geen keren, wat valt er tekeren er is niet eens ruimte, wel in mijn hoofd, daar is ruimte zat, als je last van je auto hebt zet hem maar neer, ik pas wel op, geen boeven, maak je geen zorgen, dit laaste is erg belangrijk tegen kanker of moet ik zeggen, een begin tegen kanker, wat daarna komt word zo ingewikkelt dat je daar kanker van krijgt en dat is niet best en dat gun ik ook niemand, maar vele hebben dit gekregen, gratis en veel vrienden en fam, zijn onder door gegaan, kijk als ik mocht kiezen, ging ik liever dood aan overmatig drankt geruik, liefst terwijl ik slaap, boem! dood, dan word je dus ook niet wakker en waarom zou je ook, weer dat gezijk aan je hoofd, weer zo,n lul die het beter weet van wat jij moet doen en niet hij, waar hij zelf te lui voor is, die mannen of vrouwen die s,nachts daar rond sluipen in hoeken en gaten kijken, terwijl er niets tezien is, want al die harde werkers liggen al op bed, misschien zoeken ze wel de vrouw die niet tevrede is met die hard werkende man, die thuis komt moe van het werk en denkt, ik ga slapen en zij denkt ik moet even iets anders en die gaat in die steeg en ziet daar een ander die ook loopt te zoeken en zoekt, die vind en die vinden zamen wat en onder tussen ligt die ander teslapen en weet van niets en die anderen weten ook niets want het houd niet stand het is gedoemtd tot niets, slechts tijdelijk, zo als die straten en gaten tijdelijk zijn want als s,morgen de zon op komt dan word die donkere ruimte helder en licht dan is al die geheimzinnigheid weg als of het nooit bestaan heeft een andere wereld, komt naar boven, de boven en onder wereld en dat ken ik, dat was mijn tehuis, daar werd ik geboren nog voor ik geboren was en juist daarom weet ik dat je daar niet moet zijn en begreep waarom Dante toen hij uit de onderwereld kwam ,naar boven keek, terwijl hij ook op moest passen dat hij zijn nek niet brak, kijk als je zo ver bent ga gaan, dan weet je waar je over praat en dan moet je ook dit lezen, zodat het je kan helpen en dat er hoop is, ten alle tijden, zelfs voor zo,n ezel als ik en het verhaal christus, dante en de mijn scheelt niet veel alleen jaren verschil, best wel veel jaren, moet er niet aan denekn hoeveel, het verhaal is het zelfde de pijn ook en het najagen van iets ook, alleen van me zelf vind ik het najagen reeler, meer bij deze tijd passend, wat minder van die stomme gedachtens en ritueelen, van toen mensen dingen dachten die ze niet konden verwoorden om dat die woorden van heden niet bestonden, die moesten nog uit gevonden worden, zo als mijn schilderijen, die bestonden niet, wie schilderd er nou niets?

Troonstoel

072

Terwijl ik nog net over de streep kom, die leeg is me omkleed en vermom sta ik tekijken naar mensen en ik kijk als het waren door mensen heen, dit is mijn Indische gaven zo zag ik ooit een schim, die niet eens wist dat ik hem zag en als het waren een schim in een schim zag, hij is later zanger geworden en had ook een taal gebruik die haast niet teherkennen was, ik kom hem later jaren later tegen en zeg ik ken je van toen en hij antwoorde je kent me niet§ en daar heeft hij gelijk in, maar het is meer dat arrogante gedrag als of je tegen een god praat en hoe durf je, ik wel, het was eigenlijk heel verdrietig, want het was niet slecht bedoelt, hoe kun je anders een gesprek beginnen, nu zag ik dat hij gaat toeren en ooit kwam ik zijn beeltenis tegen in Antwerpen en dat vond ik leuk, maar verder zuidwaards of naar oost, west, noord zal geen mens hem verstaan, dat vind ik jammer voor hem, want woorom zouden ze daar zijn muziek niet mogen horen, van mij mag alles en moet ook alles kunnen ik ben niet beperkt ik gun een ieder dat wat ik zelf zou willen, daarom denk ik dat ik blij ben dat hij in die kroeg aan de Waal is gebleven, want ik ben verder gegaan, waarschijnlijk teleur gestelt dat iemand zo met zich zelf bezig is dat die niet verder kan kijken als zijn eigen wereld, dat is ook zo als je je jeugt vrienden zo in de steek laat, waar je mee begonnen bent en ik ken ze, ze zaten bij mij op school en waar ging het om? geld en niets anders, natuurlijk hebben we geld nodig, maar delen moet je ook en dan hoop ik ook dat die mensen later zo alleen worden, met aldat geld wat ze toch niet mee kunnen nemen in hun graf, dan ben ik liever zo als nu, geen geld maar veel vrienden, vrienden zijn geen ducaten, vrienden zijn uit vlees en bloed, die kun je niet in een broodstoppen, zelfs die gedachte zou niet in mijn rare hoofd opkomen, ik kom uit een wereld waar geld de drijfveer was, ik heb het allemaal gezien en zal je zeggen, wat ben ik blij dat ik daar van weg ben gerend, nog sneller als een hazewind hond en onderweg vielen de beiljetten uit mijn zak en toen ik aankwam was ik leeg, mijn hart vulde zich met vrienden en blij gezichten, iets wat ik jaren niet meer had gezien, ik zag slechtsmensen die naar mijn geld keken en hoe dat bij hen kwam en dan die leegte over een gevulde tafel en volle glazen tot de rand tot in de ochtendstond en ik neer ging en weer opklom voor het volgende gevecht, terwijl bekend was dat ik de verliezer was, van wat ik eigenlijk zocht, terwijl ik niet eens wist wat ik zocht als het waren was ik een ruitenwisser, die alles wegveegde en niet kon voorkomen dat het terug kwam die duizende druppels die herhaling van er zijn dus mensen die dus blind worden die zetten die ruitenwisser niet eens aan, die hoeven niets tezien, die hoeven niet tekijken wat er om hun heen gebeurt die zijn zo bezich dat op een dag ze hun ogen uitwrijven net als ik ooit heb gedaan, gelukkig voor mij is het vroeger gekomen en niet telaat, dus ik heb nog kansenik kan nog genieten, van wat is, om me heen, wat is dat mooi, dat is niet tebetalen, zelfs ik ben niet instaat dat tebeschrijven ook al probeer ik het wel al schilder ik het terwijl niemand dat begrijpt, dat is mijn derder oog, zo als het verschil tussen een Indo en een Molukker is, een Indo is zacht en een Molukker, als je die als vriend hebt raak je hem nooit meer kwijt en deze twee weten heel goed wat leven betekend en waard is

Onder deurmat, voet

083

Zo als altijd gaat mijn hoofd anders als mijn gedachten, dit komt omdat twee vrienden Peter en Magda, langs kwamen het s,middags vergeten stuktaart naar binnen werkte die ik vergeten was, die lag daar heel zielig in de koelkas, gewoon taart tewezen in een kartonnen doos, wit van buiten, ook vanbinnen een beetje de kleur van mijn mistwereld, gelukkig wel met geur van amandelen, dat die me denken aan de bakkersschool, waar ik heen ging met mijn vriend Cees, meer om hem een plezier tedoen en niet wetend wat ik wilde worden?want als je niets bent, wat wil je dan worden, niets, daarom ben ik abstrackt geworden in alles, daar hadden we les en had ik centen in het deeg gedaan en dit ging in de oven, toen dat gaarwas werd het later in de schoolwinkel verkocht, dus men vroeg me waarom deed je dat, ik vertelde, dan hebben de mensen vast wissel geld terug, daar waren ze niet blij mee, ik snapte dat niet zo, waar vind je zulke broden nog? Waar verveling al niet toe kan lijden en tevens scheppen en daarvoor hoef je niet aan zee tezitten met een schep, nog tunnels tegraven in Berg en Dal en als door zou gaan je aan de andere kant van de wereld uit zou komen, terwijl ben kent was dat ik als bakker wel opleidingen deed en volgde, jaren later pas wist dat ik geslaagt was, duizend ambachten dertienduizend ongelukken om er echter tekomen de dag voor je verlaate pensioen een soort schilpad die de finisch haalt een paar maanden later als ieder, terwijl ik vroeger de Kalorama, avondvierdaagde binnen kwam nog voor dat de toeschouwers aan stroomde om ons toe tejuigen, ik was reeds omgekleed en mengde me onder de toeschouwers en daar kwamen die slakken aan, die zelfde slakken die dit bedacht hebben en zoveel, denk dat Lucky Luck jaloers op me zou wezen, ook al heeft hij noott bestaan en is slecht een cartoon, ik was vlees en bloed en deeg en koper, wat groen uitkan slaan en weer goed is tegen mieren en as tegen slakken, misschien had ik dat achter me moeten strooien, tewijl ik daar liep en een hopman, die verliefd op me was, me niet bij kon benen, dan had het maandn geduurd voor er iemand aan kwam, de streep haalde en misschien zouden begrijpen wat vooreen uitwerking dit heeft op een verloop in het leven, voeten die wijgeren tegaan door dat as landschap, wetten die veranderd gaan worden, gedachte van mensen, van mensen die beslissen over iets waar ze zelf geen last van hebben en dat is makkelijk, gewoon een gek idee in de groep gooien en daar omheen jaknikkers, dus geen knikkers waar je als kind mee speelt, gewoon van die domme mensen en als ze dit lezen herkennen ze zich vast niet of ze hoorde er niet bij ze hebben die aslaag ook nooit gezien en dit laaste kan kloppen want ik speelde alleen maar met die gedachte, nou daar mogen ze dan wel even over nadenken, voor dat kwartje vals is mijn brood alklaar uit de oven, zo de winkel in en verkocht, iedereen blij, want ze kwamen toen der tijden net dat kwartje tekort, dus de gedachten, was niet slecht bedoeld en er was ooit iets van het kwartje van Kok, de naaper, geef mij van Agt, die zat ieder geval op zijn racefiets en zwaaide altijd naar me, wist ik veel? elke keer dat hij zwaaide, zwaaide hij het geld wat ik behoorde tekrijgen weg en waar dat is gebleven! nee ik geloof niet dat hij dat zo bedoelde, het was alleen zo  en nog steeds

Deur en bel

331

Zondags moet je gewoon niet schrijven, zeker net met een kater, een kater van een geweldig feest, mijn maatje werd 51 en kan nu zeggen dat hij bij de club hoort, voor hem zal het leven alleen maar, mooier worden, dit weet ik uit ervaring en raad het ook een ieder aan ouder teworden, niet alleen uitterlijk  en van binnen, dit eerst is een gave, als mensen zeggen goh wat ze je er nog jong uit voor je leeftijd, dan bied ik snel een biertje aan, want dat is fijn om tehoren, of het waar is? als je ouder word hoef je je ook minder tescheren een baard past daarbij en zeker als je opa bent! dat zijn er duizende rede waarom je je niet zult scheren, wat dacht je van koste beperking, werk besparing voor je zelf en al die vrouwen die je niet meer lastig vallen voor een kus, want welke vrouw wil aan gewezen worden, met rode kin, stukgeschuurt door die baard? laat staan andere lichaamsdelen, ik hoor vooral onder je jagers, die grootspraken, nou ik ben blij dat alles iets minder is, ik ben nog moe van dat moeten bewijzen, ik voel me meer een versleten, kaalgeplukte haan, dan een jonge god en natuurlijk betrap ik me er op dat ik naar het schone kijk en dat is alles, het is een andere manier van genieten, misschien is dat ook goed zo, door het ouder worden leer je mee te waarderen, ga je genieten waar je vroeger voorbij snelde en natuurlijk is niet iedereen zo, maar ik wel, ik was al een stad verder, voor dat ik wist wat daar allemaal tedoen was, het was zo iets van, spring er in, geniet en hop verder en dit het lieft negen keer perdag, dit laaste was me in Uithuizen voorspelt, misschien als ik negen vrouwen na ik gelukkig zou worden! arme ik, ik heb er een paar weg moeten sturen, tot er negen overbleven, wat hebben we gelachen, kun je je dat voor stellen? in zo,n groot bed en daar lag alleen vlees! daar was een verstrengeling, waar geen einde aan kwam of was of zou komen, tot mijn twee vrienden met open mond naast het bed gingen zitten om tekijken wat ik allemaal deed en deze twee Duitse vrienden wel bekend in Nijmegen in het rode gebied, hadden veel ervaring, dit was wel heel anders en voor mij ook en op een dag ben ik negen achterdeuren binnen gelopen en was daarna moe, niet echt voldaan, beter alles op een hoop, dan heb je het ook gehad, dan hoef je niet al die achterdeuren open temaken, dan hoef je je maar een keer uit tekleden en dat is dan als je ouder word, dan zoek je uit wegen, om dat maar niet tehoeven en mijn vrouw denkt dan dat ik niets om haar geef en misschien heeft ze gelijk, maar misschien komt het wel dat ze zestien jaar jonger is, zou als ik al eerder schreef ik heb altijd pech in het leven en dit is ook duidelijk, kan daar niet onderuit, want het staat beschreven, buiten de vrijheid van de schrijver om is het ook echt gebeurt, veel echter als alle verhalen die je opschool voor geschotelt krijg of de politiek ons wil laten geloven, mensen kijken altijd naar me neer, van dat zal wel, nee echt ik jok niet, waarom zou je jokken als een ober, ober vertelde je heb je piemel niet met piezen versleten, dit voend ik toen een knappe op merking ik had daar nog nooit over nagedacht, ik was nog zo druk bezich en toen die dat gezegt had ging ik naar de wc en keek neer op die piemel! en dacht, wat versleten? hij was er nog, al weer zo,n vloek over me het zou tien jaar later wezen dat ze me moeste helpen in het radboudziekenhuis, van wegen een versleten piemel, ja! dat was niet leuk, dat deed heel pijn en toen ik moest komen, had ik zoveel pijn, dat ik dacht erger als dit kan het vast niet worden, maar dat was niet zo, de dockter erg jong, zei kijk goed dan kun je het de volgende keer zelf! die pakte een spuit zo groot en ik van angst in gekrompen tot zo koud, met schrik en beven daar lag en toen die naald er in, dat deen pijn, die naald boog over en ik ook en toen niets en toen dat skalpeer mes, het glanst nog voor mijn ogen en, toen! nou tegen het plafon, hoe dat ging weet ik ook niet, de dockter vertelde dat er nog een spuit nodig was, met alle gevolgen van dien en toen? toen ging het allemaal beter en knapte op, die druk was weg en mocht naar huis, een verbod voor een week geen sex, dit heb ik niet waar kunnen maken, na drie dagen heb ik het gedaan, dat deed pijn, maar wel heel lekker, een angst gevoel sloop naar binnen, want stel dat je het verleerd, dat je niet meer weet hoe het was of kon of mocht of zou mogen of dat je denkt laat maar zitten kleed je aan, ik ben niet thuis, want dat gebeurt ook wel eens of vaker, er waren jongen en mannen en als ik dan kwam trokken ze hun vriendin of vrouw stevig aan de hand mee, zo van die mag je niet hebben of ze zochten ruzie met me? ik kende ze niet eens, ik ben altijd blij en best wel vriendelijk van aard en kijk open en dat vraag je om moeilijk heden of je word voor je bek geslagen of het bed in gesleurt en voor mij was het altijd zo, beter dit laaste, dus heb me maar op geofferd en misschien was dat wel mijn straf in het leven en moest ik voor straf, veel nemen, toch maar vooral veel geven, zoveel geven dat ik nu moe ben en als, ik zeg moe kunt u dat van me aan nemen, dat is een woord dat ik daarvoor niet kende, laat staan dat ik wist hoe je het schreef en nog steeds niet, ik kan niet schrijven, mijn Nederlands is belabbert, ieder geval heb ik iets tevertellen, ik heb dingen mee gemaakt, die andere mensen in het donker doen, in het geniep of dat men er echter komt als ze overleden zijn en dit laaste wil ik niet! er bestaan voor mij eigenlijk geen geheimen, dat komt omdat ik algemist ben geweest dit is beschreven door Aderiaan van Lithzroot en die kon het weten, die deed de openings preek in het kerkje van Persingen voor me en dacht, die man houd nooit meer op, dat was een kunstenaar, schrijver dichter, hij hield van mannen, dat maakt mij niet uit, dat moet een ieder voor zich weten, zijn kunst was veel fijner is dat van mij, alhoewel die fijnheid van de mineralen alles overtrof, als iets zo klein is dat het als het waren opgenomen in een vloeistof en ook weer niet en dat had hij goed gezien en begrepen, daar om heb ik hem gevraagt, want in zijn hoofd was hij veel knapper als ik, die eer geef ik graag aan mensen, die afstand doe ik gelijk, als hetwaren voel ik zo iets aan, dat heeft temaken met respect, je plaats weten en je mond dicht houden als dat moet, zo hebben we veel gepraat over dingen, waar net als bij schaken of dammen of een sport, muziek etc de zoektocht, van het naar of waarom, ofniet, waarom wel, dus het is niet makkelijk, achteraf wel, achteraf is er geen kunst en zeker niet als je daar mee geboren word, dan gaat dat van zelf, maar als je zo geboren bent als ik, is dat anders, dan heb je meer tijd nodig, wat meer levensen dat komt het wel goed en zeker als je het niets wilt na bootsen en schrijven, ja dat valt niet mee en als je vooral geen blanco doek achter laat, dat is dan kunst, zo als een dans en zijn beweging, vertraagt worden, uitgesteld, bijna snijdend om uiteindelijk over tegaan in een duizelingwekkend tempo, zo,n tempo als mijn leven.

Bah, bah

081

Daar moe tegen een muur, wat ben ik aan het doen, waar gaat het allemaal over, waar moet ik aan voldoen, Frankrijk heeft het nooit begrepen, nog mijn werk, de meeste mooie expo gedaan, mijn werk werd bekeken, maar het voldeed niet aan de verwachtingen, had ik de toro,s gemaakt of een landschap, liefst een tekst, zodat men kon begrijpen wat mijn werk voorstelde en hoe verklaar je niets? aan Fransen, hoe verklaar je niets? ik had geen woorden, dat hebben anderen geschreven en die begrepen het wel en ik ? mij maakt het niets uit, ik schep als of ik aan zee ben of in de zandbank alleen de vormen ontbreken, die heb ik ook niet nodig, het doek is voor mij de leegte waar alles begint en eindigt als een boek waar voor iets staat en achter en daar tussen het verhaal en mijn ogen die lezen die nemen op en verlaten, van dat wat geschreven was, van eens van weleer of vandaag misschien de toekomst, zo als letters meestal zwart zijn en mijn eerste werk ook, is kleur gekomen als of mijn hart begon teslaan, het bloed pomte waar het wezen moest zodat de kleuren van het palet, die ik nooit gebruikte vermengt kon worden en dan er op los, als een wilde, vergeten wat eens was, iets maken wat niet bestaat of zal bestaan als je echter niet zou kijken door een vergrootglas of microscoop, want dat is de wereld die ik schilder, geen blood oog kan dat zien, het bestaat, alleen niet zo als wij het zien.

Was het of niet

041

Daar was ik dan in de kelder van de grote markt in Nijmegen en zag alleen borsten, waar ik ook keek, borsten om me heen, tot mijn neus verdween, in dat zachte vlees, waar ik de geur op snoof van een ander een andere neus voor mij, maar dat maakte opdat moment niet uit, het was de geborgenheid die ik zocht, we doken in dat bed, het bed bezweek onder het gewicht van die borsten en nog steeds heb ik was er iets mooiers als dat! ze was zo als ze was trots op iets wat ik niet had, nog voor me weg gelegt zou wezen, toch is zij de genen die me heeft getroost, al was het eerst de kelder, die muf rook en vol was met mensen opzoek, naar iets wat het daglicht niet mocht zien, daarom slopen we stiekum weg van iedereen, verborgen in mijn armen, ze genoot van mijn woorden en ik had handen vol, vol van vruchten, vol van vlees, gevuld van melk, dat wat een kind wenst, ze gaf me mijn verlangen en dat bed dat maakte niet uit, we hebben gelachen, ik heb haar genomen en zij mij en dit laaste denk ik was zeker en zo vluchte ik in elke borst die ik tegen kwam, borst of geen borst als ik maar vlees kon voelen, even die warmte even dat gevoel, dat je nergens kan kopen, dat je alleen krijgt al je je neus uitsteekt en gaat in de diepste kelders van het leven, als je je kunt laten gaan, verloren en je neus op de juiste borst laat vallen, die je opneemt, je laat genieten tot de morgen aan breekt en je opzoek moet naar nieuwe borsten. naar nieuwe warmte.

Tak naar beneden

269

Wat kan leven meer brengen als je woont, als je een dak hebt boven je hoofd als je gevoed word als woorden je gerust kunnen stellen, je schooling gaat zo als het moet, je geen zakkewassers tegen komt die je leven willen verzieken, vergallen omdat ze zelf gal spugen, zo gifgroen en een stank dat ze zelf misselijk worden en waarom? ooit vroeg ik aan jongens waarom schoppen jullie iemand in elkaar? en het antwoord wisten ze niet eens?als je als kind je eigen ouders al niet kunt vertrouwen, nog de mensen om je heen, dan is de wereld zoek en ga je zoeken, naar en hoe verder je zoekt des te dieper moet je graven tot je onder geschept word, met je eigen aarde. besmet met modder zo kwam ik terecht in een straat erg afgelegen, waar zelfs de honden tegen de muren kropen en huizen voorover bogen, zodat het was of je door een tunnel liep, terwijl die veel verder op was, waar een trein over ging en de straatklinkers je stappen dempte, zodat niemand je kon horen aan komen, nog je zelf, terwijl je in de lichte regen, gleed, heel lanzaam, nog net niet uit, het scheelde wijnig en je berijkte de deur, de sleutel in het slot en open sprong je deur en je vloog de trap op en dan was je thuis, waarin je in je eenzaamheid kon delen met je bed, waar in je al het waren, terwijl je de deur sloot achter je kont, stilte wilden, tewijl die er niet was nog bestond, je kon niet omgaan, muziek moest op, om die leegte, eenzaamheid op te vullen met geluid, om alles maar tevergeten, die straat die ik doorsloop, waar ik naast de honden kroop en misschien wel een kat of kater, misschien wel een rat die verdwaalt was, dit was Nijmegen Begijnenstraat een oud klooster die ik van de gemeente kreeg, kraakte en alle verloren kinderen ging opvangen, alleen ik wist niet eens hoe en enkele zijn gestorven en ik heb daar niets tegen kunnen doen, had ik maar geweten, had ik maar de kennis, ook al weet ik dat het niets verandert aan wat eens was, maar voor me zelf, had ik het graag gewild, daarom ben ik een schim geworden, nog voor het bekend werd dat de schemer zou invallen en als een deken me verborg, voor jaren om uit eindelijk te ontwaken en vergat wat was, verloor alles wat was zo als nu, maar anders, mensen onder je hander weg zien gaan, terwijl je eigen handen, geen stromend bloed hebben bezat, wit weg getrokken, koud verstijft en eenzaamheid alleen overblijft.

Biljoen

082

Dat is alweer lang geleden, dat was het heetste jaar ooit gemeten, daar was een lucht zo rood oranje, dat ik er twee schilderijen van heb gemaakt en een er van, is in die stad gebleven, als dank en betaal middel, want ik heb betaald met veel schilderijen omdat ik geen geld had, ook als geschenk aan vrienden, om op mijn manier tebedanken voor de open deur, voor de warmte, even een plek waar ik mijn hoofd neer kon leggen, even die geborgenheid, want mijn hooft is op hol, is altijd op hol geweest, daar kan ik niets aan doen, ik heb al de therapie gevolgd en het heeft iets geholpen en als de kunst er niet was, wat moest ik anders? vandaag zat ik te denken aan toen nog niet zolang geleden, het noodlot toesloeg, het noodweer verwoeste alles wat we hadden, alles wat ik mee sleepte mijn leven lang en zo ook mijn vrouw en kind, dan word je opgevangen door vrienden en ben je blij, dan ben je gelukkig dat we nog leven en dan? dan slaat een depressie toe, die harder is als het noodweer dat je treft, dan is het als of de bliksem inslaat, alkijkend naar je voet, dan gaat er iets gebeuren, wat je niet wilt, nog naar uitkijkt, dat overkomt je gewoon en daardoor ben ik gaan schrijven, dus dat is weer positief, dan beetje bij beetje krijg je alles in grip, vijfmaanden, dat is lang, gelukkig zijn bij ons geen doden gevallen, alleen geestelijke doden, dit was erger als ik verwachte, voor je het weet zit je in de put, voor je het weet zak je af en als jullie allemaal daar niet waren geweest, dan had ik het nooit gehaalt, nu zie ik weer een beetje de bosrand,dus dat komt wel goed, daar zijn je vrienden dan voor en het is dit tevertellen en niet boven een doodskist, vandaag zou ik een hoop doen, gooi dat overboord, verplaats het naar morgen even gas terug nemen even bij komen, dat is een man in de mist en een geest, die daar zelfs geen oplossing voor heeft, de enige die het goed doet is mijn dochterje, wat een vermogen, ook ik weet dat ze soms onzeker is, voor als het gaat regenen en vraagt pap, gaat dit goed?als ik haar niet had gehad, was ik verloren, zij is mijn alles van wat is, wat is gebleven, zo als mijn andere dochter, haar man en klein zoonlief, wat is het leven goed geweest voor me, wat mag ik dankbaar wezen, want wie had dat gedacht? zeker staale Jesus niet, nog ik zelf, was er geen schaak, geen boeken, geen handreik, geen kunst, muziek geweest, geen Japanse kunst, de kunst in zijn geheel, dan was de vloek uit gekomen, dan was het vliegtuig waar mee ik kwam, neergestort, dan was ik met mijn zusje misschien nooit gevonden in die kampong en had ik Nederland nooit gekend, dan was ik vermoord zo als mijn echte moeder omdat ze anders was een tijd dat mensen jacht maakte op communisten en alles wat daar opleek of anders was, welk een waanzin, dus begrijp mijn waanzin, begrijp mijn verdriet en me mij zo vele mensen op deze aarde, ik zou willen schreeuwen, wakker maken een ieder, uit dat luie bed, kijk wat je doet, zo als ik ook gedaan heb en moest, het gevecht met je zelf aan gaan en kan je zeggen ik ben alleen maar gelukkiger geworden en dit kwam toen ik 45 jaar was en mijn vader sprak per telephoon en mijn leven meteen in duigenviel, dat hij mij niet zou op halen, zoals die me beloofde, die dag stierf alles in me een zeepbel die klapte, dat verdriet dat is niet tebeschrijven, veertig jaar hopen op een belofte, mijn hart is nooit meer geheeld, ik heb velpon nog gevraagt! ook die konden me niet helpen, daarna ging het beter, ik begon vertrouwen, beetje bij beetje in mensen om me heen en toen ging het beetje bij beetje beter met me, ook al ging het niet in een keer.

O was het maar zo

075

Als ik terug ga in tijd dan komen de tranen in mijn ogen, tranen van verdriet, voor alles wat ik heb door moeten staan, voor al die afstanden die ik heb moeten afleggen, jaar in jaar uit, om bij haar te zijn waar ik van hield, waar ik mee geboren was, waar ik haar man leerde kennen, die me nam zo als ik was, de smokkelaar, die versleet de wegen, versleet tijd, die versleet zijn leven, zijn tijd om tewezen met haar, laat staan met haar waar mee ik leefde, dit gejaagde leven, waarin geld belangrijk werd om dit waar temaken en bracht ongeluk en onechte vrienden, die alleen maar kwamen om mijn geld, de hele sport die daar omheen gaat, agenten, doeane, spionne, MP etc, mensen die je goud mijn proberen teberoven achter je rug om, je snachts niet slapen kon, laat staan overdag, waarin je neus meer poeder kreeg als goed voor je was, waarin je gerookt werd, tot je na een week bij moest komen, om weer opnieuw tebeginnen, van vooraf aan, jaar in jaar uit, waar ik toen dat leven nam zo als het was, wat wil je veranderen, wie wil je veranderen?er was een oorlog, heel verweg van ons vandaan en die mensen moesten ook wat en ik ook, dus dat kwam goed uit en ik reed me rot, versleet wagens en liet ze gewoon terplaatsen staan, zo niet huur je er een, muziek hield me overeind, drank en al het andere en raad ook niemand aan dat te gaan doen, want als je in het land van mist leven wil, dan moet je van goede huizen komen, dan heb je geesten om je heen, die je beschermen en als je dat niet hebt, ben je gedoemden kun je niet schrijven zo als ik nu, nog schilderen zo als ik doe, nog kun je volhouden, tegen al het beter weten in omdat je soms dingen moet doen tegen beter weten in, soms word je uitgeschakelt, heb je geen contakt met je geest en moet je doen, omdat het moet een stem van binnen, niet eens je eigenstem, want die was ik al kwijt, nog voor de eerste lucht uit mijn longen kwamen en begrepen dat daar woorden uit moesten komen, als of mijn tong er uit gerukt was voor die ooit kon vormen de woorden, die via de lippen naar buiten hun weg moesten vinden, die door moesten dringen in de oren van anderen of als een echo weerkaaste tegen een bergwand of misschien een leeg blik, misschien wel mijn eigen uit gehongerde buik, wie weet? ik weet niets ik weet alleen die dagen of nachten dat ik in bed dag en niet kon slapen, lichten voor me zag van weg versperringen, ongelukken, of lichten, dat geknipper als je langs rijd en dan heel langzaam, zodat de slaap nooit kan komen, al had je het graag, waarin je alles vervloekt, je je zelf vervloekt voor het toneelspel, waar je zelf de hoofdrol in speelt en de tekst niet eens kend, laat staan dat er een zaal vol op je wacht, nog een stoel bezet is of geplaast, laat staan een gebouw verrezen is, slechts in je hoofd, waar groene wormen huizen en grijs plaats gemaakt heeft leegte, zelfs geen nissen nog muizen, waarin hersens gevult zijn met rook, zodat rook via de oren naar buiten komt, weer via de neus naar binnenkomt, waardoor ik eeuwig in de shit bleef en daarna ben ik maar gaan schilderen, want als je in de stront zit? wat moet je dan, als je gedoemd bent, dan is de verf een penseel, de enige streel die overblijft en omdat ik geen woorden had die over lippen kwamen, werd mijn penseelstreek mijn woorden het doek mijn papier en voor eens was ik gelukkig en rolde me in de verf of het mijn moeder was of het de luier was, net schoon van de lijn gehaald, alles beter dan terug gaan naar die tijd van toen, beter als niets.

Was

058

Via de statisieken was Frankrijk de winnaar, vandaag ook een verzoek gedaan aan Parijs, maar ben bang dat mijn leeftijd niet op prijs gestelt zal worden, ik hoef eigenlijk ook niet zo nodig, je weet maar nooit, zou het wel leuk vinden, kenners te mogen ontmoeten, want na Duitsland ben ik naar Parijs gegaan om dichters en Franse schrijver in de voetsporen tevolgen langs de Seine, hun woorden nog geprent in het hoofd, al die mooie boeken, met verschrikkelijke verhalen of juist heel mooi beschreven, hoe een omgeving je kan beinvloeden zo als een schilderij dat kan of een gedicht, lied, film, dansen dit alles willen ze afschaffen, want dat kost geld, wapens zijn er genoeg, eten niet voor iedereen, laatstaan een dak boven het hoofd, die kinder ogen met waanzin er in, nog niet gesproken over vluchtelingen, die verzuipen en al die andere onheilen, waar we geen weet van hebben, dan steek ik nog maar even een peuk op en drink een glas wijn en denk aan al die mensen, dan denk ik ook aan mensen die in een ander lichaam huizen, daar was een Franse schrijver die daar overschreef en dat boek vergeet ik nooit, alleen zijn naam weet ik niet meer en dit doet me denken dat ik vier jaar met een jongen wandelde die zich wou gaan opereren en ik was de enige waarmee die kon praten, want ik was een Hollander en wij zijn vrij, indenken en daar was ik altijd trots op, dit laaste word iets minder, wij Hollanders zijn harder geworden en dat valt me tegen, ik wil dat niet worden, ik wil die zelfde gedachte houden als toen, ik wil nog steeds luisteren naar andere mensen, open staan en helpen als het kan als was het alleen mijn oor, wat luistert, wat een ander de waarde geeft, die die verdient, dat kost niets en als het te moeilijk word, drink ik een glaasje meer het gaat er om dat mensen gehoort worden, dat wil ik zelf ook, anders kan ik net zo goed tegen een muur praten, mijn schilderijen hangen er al, in mijn hoofd is ruimte genoeg, mijn hooft puilt uit, maar leuk er blijft ruimte voor iedereen en dat hoofd in Nederland gevormd en die trots is het enige wat ik nog over heb, want anders ben ik weer net als de Indo,s thuisloos en dat wil ik niet, dat gun ik niemand, zelf mijn vijand niet, een schip zonder stuurman, daar moet je toch niet aan denken, zeker niet op die drukkevaart van tegenwoordig en ik hoop dan ik niet alleen sta en dat we allemaal naar Parijs, Londen of waar dan ook kunnen gaan om tekijken om te beleven, want het leven is zo kort ook al lijkt het zo lang en dit laaste lees ik af, aan mijn schoenen, zokken die ik versleten heb en de bezoeken aan de kapper, die al die haren er afgehaald heeft en de nagels die ik op gevreten heb, laat staan die rotzooi uit mijn neus, laat staan al die woorden die in mijn oren zijn gevlogen en aan de andere kant er uit kwamen en toch er bleef iets hangen, we hebben allemaal een verhaal en we willen allemaal gehoord worden, dus ik pak een glas wijn, op naar het volgende verhaal.

Poolpool

053

Het leven van een kunstenaar valt ook niet mee, als schrijver nog minder, maar vandaag ben ik gelukkig, dat zijn van die weinige dingen die men je niet af kan pakken, natuurlijk zolang als dat duurt, vandaag ben ik zo blij, dat ik weer met verlangen kijk naar mijn hoofd in de wolken, mijn zevenmijls laarsen, die een beetje versleten in de hoek staan en mijn grijze baard van twee maanden, nog even en ik vertrek naar Mars, ik laat alles in de steek, ik wil even al mijn lot genoten zien en alle sterren begroeten, voor dat ze ergens neer dalen of uit elkaar spatten voor eeuwig, zodat ze nog wel even mee krijgen, dat ik blij ben!voor het met hun gedaan is, want dat is de galge humor waar ook zij niet aan ontkomen, net zo min als ik, dus zo lang ik blij ben wil ik genieten met volle teugen. Terwijl ik nu al weet dat het slechte weer opkomst is, de windkracht toe gaat nemen, ik kijk met plezier naar de moederpoes die haar kinderen likt, de hond is buiten, die bewaakt het huis, de kater, dat weet ik niet, op jacht of zo,over vier dagen ga ik met pensioen, dan krijg ik minder geld als dat ik al had en denk wie dan leeft, wie dan zorgen heeft, mijn haren kunnen nog grijzer worden, mijn buikriem nog iets verder aan getrokken en kan altijd gras gaan eten en wie weet geef ik dan melk en kan die verkopen, belangrijk is ik kan bij mijn gezin wonen, ik kan wonen waar ik wil en de rest daar maak ik me nog geen zorgen over, want als mijn kleine meid mijn hand vast houd, dan vergeet ik alles, dan vergeet ik dat ik naar Mars wou gaan, dan vergeet ik die mist en ben ik zo blij, dat ik haar dat kan geven, wat ik niet heb gehad, toen ik dat het hardst nodig had en dat gevoel, dat maakt me zo blij, dat ik wou dat ik kon zingen, maar dat kan ik niet, op school moest ik dan op de gang staan en als je dan weet hoelang die hal was waar je kwam en dat een uurlang! en was de zangles afgelopen, mocht je weer binnen komen, dus best wel jammer, als ik had kunnen zingen, dan had ik die gang en hal ook niet gezien, dan had ik misschien kunnen genieten van hen die wel konden zingen, dat is altijd achteraf, zo als alles wat ik doe is achter af, als het waren schrijf ik achterse voren, dit is best moeilijk, met je rug naar het toetsenbord en je handen en vingers ook en dan maar de juiste letters in drukken, probeer maar, dan besefje het, dus dat geeft ook aan hoe moeilijk ik het heb, om gewoon iets tevertellen, laat staan schrijven, staand achterwaards schrijven, nog erger, dus daarom ga ik gewoon voor het toetsenbord zitten en schrijf, ik ben blij en dat jullie dit allemaal mogen weten, ik ben blij voor jullie en ik hoop dat we allemaal gelukkig mogen worden, dat ons die ellende van die ster bespaart blijft en dat jullie de hand van jullie kind of kleinkind vast mogen houdenen dan net als ik blij zijn, die kleine hand in de jouwe, wat wens je nog meer?

Drolletje drie of vier

049

Ja ik ben fout geweest, ja ik heb dingen gedaan die niet mochten, ik heb gezondigt ik ben met mijn billen blood gegaan, ik, heb geboet, ik heb gezeten, ik heb al mijn nagels afgebeten van spijt ik heb haren van mijn kop af getrokken, zo,n spijt had ik van alles, ik kan nog janken, de galm weer klingt nog door de gangen, van het leven, waar we gaan, waar we dolen, niet wetent waar heen, zo ook ik, niets vermoedende een weg waar geen borden staan, waar geen controle is waar geen papieren gevraagt worden of waar ogen gesloten werden van hoger hand, waar ik ging en verhandelde, de waren voor de gewonde uit Vietnam, een oorlog ver van ons vandaan, die niet door drong in onze samen leving, maar wel was, bestond en waar mensen drugs nodig hadden, m tevergeten wat was, zo als ik ze nodig had om tevergeten wat was geweest, ik schaam me niet voor die handel, ik schaam voor die mensen die na mij kwamen, want we hadden een moraal en die moraal is verdwenen, het ging alleen om geld, nu dat geld dat mogen jullie houden, wees er bij mee, ga in die wereld die ik ontvlucht ben, koop wat je denkt dat je nodig hebt voor je geluk, ik heb wijnig nodig, want mijn geluk is hier en niet daar, mijn geluk bestaat uit wijning of niets, mijn maag is snel gevult en mijn dochter, vrouw, hond, katten, vogels hebben niet veel nodig, wat voor ons veel belangrijker is, is gezondheid, is vrienden om je heen en al dat geld mag je houdeb, als die drang naar mee, mag je hebben, we schenken je dat gratis en als je komt, neem gezelligheid mee, warmte van uit je hart, wees oprecht, dan heb je snel een plaats in onze wereld, waar we met wijnig heel gelukkig zijn en dansen tot in de morgen en wie weet een gedicht, gezang of slechts een glas wijn? wie weet: misschien een bord met eten, gevonden in de bergen, misschien van het land? het brood delen we met zijn allen en wie weet zit u aan onze tafel en ogen gaan open, in eens begrijp je waar ik over praat en waarom ik zo praat, want ik wil dat julie allemaal gelukkig worden en zijn mensen die dat zeker niet leuk vinden, maar dat is niet mijn zorg, mijn zorg is julie geluk en daar hef ik mijn glas op en daar wil ik op drinken, want ik gun het jullie allemaal.

Wijn

047

Ja als je met zo,n verhaal begint is het moeilijk daar geen verbindig mee temaken, maar het is lekker, Rene Kijkt over mijn schouder mee, dus moet op letten wat ik schrijf, Eddy Roos, die ken ik lang, die had nooit tijd, was altijd bezich in zijn wereld, vermoed dat die ook meerdere geesten had, om zich heen, die het mij onmogelijk maakte contakt te maken, dit laaste aksepteer je uit respekt, als iemand niet met je wil praten? ga je gewoon verder en wat maakt het uit, wat maakt ruimte en tijd uit in een leven? voor mij niet, voor Eddy anders, dat mijn schilderijen niet gekozen werden omdat ze niet overeen stemde met de perfectie van Eddy, daar doe ik niet moeilijk over, in kunst bestaat gelukkig vrijheid, zonder deze vrijheid waren we nergens en natuurlijk kun je de beelden van Eddy niet vergelijken met mijn schilderijen, nee die zijn anders en gelukkig maar, stel het was allemaal het zelfde, dan was je zo uit gekeken, dan hield het op, dan werd kunst gedoemt tot de dood, einde verhaal, einde van het zijn, einde van het maken, einde van beginnen, einde van alles, nog voor het gedicht begon, viel het doek, het zelfde doek dat viel na de voorstelling, nog voor de film begon en we alleen de drank konden bestellen en naar huis zouden worden gestuurt, de krant die de reclame maakte, niet gedrukt werd, drukkers terug naar huis, Eddy de modellen weg stuurde, bronsgieterijen, niet goten en parken niet ingericht werden, door zijn beelden en wij niet konden genieten van dat al, nog van kunst, nog van niets en niets tehoren, niets te lezen en niets te ergeren nog mooi vonden of konden vinden en wat ieder doet in zijn leven? dat gaat ons niet aan, ik weet dat Eddy een bepaald beeld niet mocht maken voor de vrede! zo wat, van mij mocht hij, maar er waren mensen tegen, de zelfde mensen die ik zag, in hoeren huizen, ver weg gedoken op tijden dat een normaal mens in bed hoort tegaan en deze mensen bepalen voor een kunstenaar wat mag en wat Eddy deed is wat iedere man zou doen, hoe kun je anders kunst maken, hoe kun je anders je inleven en scheppen, want dat is het woord, het woord wat kunst inhoud, scheppen in de mooiste vorm of geen vorm, gedachte of geen gedachte, beweging of niet, kleur of niet, poep of scheet, dat is het verschil, dat verschil maakt kunst en als je dat niet snapt, laat het zitten, val ons niet lastig met verklaringen, nog met je gedachte, die hadden we allang gedacht voor de jouwe geboren was, vergeet niet dat we bezig zijn, dat we werken op een andere manier waarin jij denkt, scheppen is een gedachte een gevoel, los van bestaande wetten, laat staan dat we begrijpen waarom!, doen, niet denken, denken is voor ons de tussen ruimte, die handen die gaan, die beweging, die correctie, het afbreken, opnieuw, tot de juiste vorm daar is, als of het daar altijd had moeten wezen, zo als dat voor je staat, uiteindelijk het evenbeeld is en dit kon Eddy en dat vind ik geweldig, ik ben geen Eddy, ik werk anders, wel de zelfde gedeelde gedachte maar wilder omdat mijn natuur wilder is, mijn afkomst mijn verleden, mijn zijn, alles wat Eddy heeft, heb ik niet ik heb wat anders ik heb de brutale beweging, de woestheid in mijn zijn, die ik op doek gooi en of dat mooi is? dat maakt mij niet uit, ik hoef geen mensen te behagen, nog tevoldoen aan eisen, nog tevoldoen aan wat die zogenaamde kunst kenners bepalen, voor mij zak in de sloot, als Eddy het al zo moeilijk heeft met zijn kunst, dan is mijn kunst het waard de zelfde moeite te hebben, met mensen die het zo goed weten tevertellen voor ons wat kunst is, zo als Rene en ik zeggen, we kloten maar wat aan, belangrijk is dat we er plezier aan beleven en de rest! wat maakt het uit, straks gaan we dood, dan worden we op gegeten door de wormen, dan kruipt er een in mijn oor, en fluistert Van goch en ik zeg ja, wel eens van gehoort, terwijl ze verder knagen, Rembrand en dan ben ik verplicht te antwoorden, ja die ook!, terwijl misschien Rene naast me ligt, ik hoop van niet voor hem anders zouden we zamen, steunen, ja en die ook en die ook! waar mee ik bedoel? waar hebben we het over, waar gaat het nu allemaal om, geld, geld en niets anders en dit maakt me ziek, waarom? omdat ik daar heel ongelukkig van ben geworden en geen bijdrage heeft gelevert aan mijn kunst, mijn kunst is ontstaan uit armoede en die armoede heeft gezorgt dat werken tot stand kwamen en niet anders om, als ik dan kijk daar mijn dochter en de rijkdom daarvan, dan denk ik maffe wereld waar zijn jullie toch mee bezig, kijk eens beter naar kunst en kijk eens beter naar beelden, lees eens meer gedichten, luister meer muziek, geniet iets meer wat je zamen hebt en niet wat je niet hebt, duik eens een in de wereld van een kunstenaar en zie zijn worsteling, zijn, wanhoop, zijn lijden, zijn schreeuw, zijn verwoede poging dat in greep tekrijgen, in in mijn geval een beweging en voor Eddy, met als beginsel een stukje klei en Rene, met een letter en de muziekant een noot, waar geen aap was nog Mies en Jet, gelukkig het hele alfabet en zou rijmt ook de kunst en zonder kunst gaat deze wereld te onder, zo als ik eens ga tenonder met de pieren. wel terusten allemaal.

Grashalm of zo

064

Als je van Berg en Dal, boven aan bij Hotel hamer staat, loop je iets veder door en dan kun je kiezen uit de holle weg of de lagen weg, nou dat heb ik zo vaak gedaan, dat ik er nog ziek van ben, je stort als het waren naar beneden, dan krijg je een scherpebocht naar links en dan kom je onder de oude spoorbrug van de tram, waar mee ik ooit gekomen was,, doe je dat niet heb je een tussen weg en dan kom je bij mooi Nederland, daar was vroeger een uitkijktoren en een park en dan kom je als het waren weer daaruit waar je in ging, maar dan aan de andere kant, dan ga je onder die trambrug door, dan kom je langs het huis van die man met zijn neus en verband en dan kom je langs het waterwerk, wat al jaren als kunstenaarsmuseum is om gedoopt, lijkt me niet zinnig, want alleen als je omhoog moet heb je tijd om tekijken, als je naar beneden komt, moet je daar al in de remmen duiken wil je niet dood gereden worden op de Rijksstraat weg, daar al remmend ga je rechts af, dan zitten je haren door de war en heb je net voldoende tijd naar de grens te rijden en wielermeer, als kind gingen we dan stiekum langs de grens en daar kon je ook zwemmen en zwom je in een ander land, vroeger was dat eerste gedeelte ooit van Duitsland geweest, daar kwam je nog allemaal borden van tegen, na de oorlog hebben die aardige Duitsers dat aan ons afgestaan, want die hadden net als ik iets goed temaken, dus als het waren was het dubbel op, twee keer in Duitsland en maar een grens en daar vonden we dan ook van alles wat met de oorlog temaken had, granaten, bommen, geweren, boten,botten, helmen, kogels, mortieren en de mooiste waren die fosformortieren, daar brak je de kop van af en stak je een hete, rood gloeiende pook in en dan kreeg je een gloed, ja dan gooide je dat ding van je af en kijk toe, want ik was niet helemaal gek, zo kwam de mijn opruimings dienst een keer in de maand, de troep bij me op halen, die ik met veel zweet bij elkaar gezocht had, mijn moeder en vader en buuren dachten daar anders over en onze buurman, die was bij de BB, ja alss je in het jappenkamp hebt gezeten en gevochten, dan zat je snel bij de BB, ze hebben zelfs een bunker gebouwd en die staat er nog steeds, ben er in geweest en dat hebben ze voor niets gemaakt en als ik iets voor niets maak zaten mensen te mopperen, dat waren rare tijden, angst als of ik dat al niet genoeg heb mee gemaakt en al die mensen die daar woonden, want voor ons huis was een paard met wagen met daar een bom op en een bult, bom valt, paard en wagen weg en onder aan de straat had afweer geschut gestaan, er was als het waren een dorp Kerstendal onstaan om die kanonnen heen, maar wel veel later, dat kerkhof wel, dat was er toen wel en die watertoren ook en dan had je alarm en op school moest je oevenen, en onder je stoel of bank duiken, doe dat maar eens met die rot banken van toen, heb nog pijn in mijn kont en rug en die blauwe lippen van de inkt en die geur van die gaskachel met asbest, dan ga je snel die berg weer op naar Dal, dan hoop je een revolver tevinden en dat lukt dan ook, toen maakte we van het kruit uit al die koperenhulsen, rook bommen en er woonde iemand, die na de oorlog heel rijk daarr mee geworden is of die man gelukkig was, weet ik niet je zag hem zelden en nog zelden lachen, ik wel, op mijn fiets, met een bel, of een blikje en een knijper en dan had ik een brommer of liep op blikken met touwen en hoorde je klip, klap of je maakte een telefoon, daar heb ik dan een toneelstukje moeten op voeren, terwijl ik niets geleerd had, zo als die anderen, ik moest invallen, iemand was ziek, dat is al erg genoeg, met mijn duim was het een makkie en iedereen was blij en ik ook, dat het afgelopen was en al die aandacht, iedereen zit naar je tekijken, leek de dierentuin wel en ik het aapje, want ik was een beetje onder maats, mager, spielebeentjes, korte broek, mooi bruin, dat krijg je als je ondervoed bent geweest van af je geboorte, dat trekt nooit meer weg, alleen de tijd, die gaat weg, die gaat voorbij, leek op die friesestaart klok die we hadden, die ging ook maardoor, je moest wel de gewichten verhangen anders stond die stil en dat maakte een rot herrie, mijn hond vond dat maar niks, dan lag die net lekker teslapen en dan die herrie, keek die zo van mot dat nou?dan had ik wel met haar tedoen.

Nognooit

063

Nou daar zat ik dan! met een geest, de mist en het onheil dat over me uitgeroepen werd en een geest die niet van mij was, een vreemde geest en in Berg en Dal spookte het van de geesten, je kon nergens komen of men vertelde van heksen, die daar waren verbrand, of huizen die als afbraak lagen waar ooit foute mensen gewoond hadden in de oorlog, daar waren geesten, in elk dal dat je kwam of weer omhoog kwam was er spraken van geesten, nu denk ik dat dit me zwaar beinvloed heeft, mijn geest kon dat niet meer alleen aan, tussen al die bedrijven moest ik naar school toe, nou dat verhaal kennen jullie, dat werd ook al niet veel, dus ging ik maar al die geesten bezoeken met mijn trouwe hond en die deed niets liever als achter katten aan rennen en soms dan, had die poes of kat pech en zo noemde ze me toen de katten doder, als of ik het gedaan had, die hond van mij luisterde alleen wanneer het haar uit kwam, als ik snoepjes had of ijs, ja natuurlijk vond ik het niet leuk, dat mijn hond dat deed, als ik zo om me heen keek, maakte iedereen elkaar wel af en mij ook, later heb ik dat allemaal goed gemaakt en ben katte liefhebber geworden en heb die nog steeds, net als een hond, we hebben zelfs prijzen gewonnen met de hond en dan stond er de hond die niet kon zitten, leuk grapje van de schrijver in de krant, niet voor mij, ik was beledigt, watn mijn hond een Duitse staander kon wel goed zitten, daarom wonnen we ook de prijs, met de poezen later wonnen we in Brussel drie prijzen en waren gelijk alle jongen poezen kwijt, poen in de zak en de moeder mee naar huis, dat waren ook wel hele mooie poezen, Siameese met blauwe ogen, verder kon je in berg en dal sleetje rijden van de hoge weg af, zo op de Eliseesevelden, of bij Tivolie door het bos de stijle wand af, best gevaarlijk, beneden Berg en dal, daar was een jongen op een boomstrok gedoken met de slee en liep zijn hele leven mank, dus buiten blauwe plekken en kneuzingen ben ik er goed van af gekomen, van school had ik vrienden die ook mee wilde, dat waren stads mensen en die keken hun ogen uit en vooral als ik dan spannende verhalen vertelde, waar of uit de duim gezogen, deze laaste verhalen vond men wel het mooist, dus ben toen verder in mijn leven maar verhalen blijven vertellen, dat waren de momenten dat iedereen aan mijn lippen hing, zulke sterke verhalen, hoe kwam ik er op, bij, aan?dat is vast die schuld van mijn duim, want om dat die tepel ontbrak in mijn jeugt, zoog is daar maar aan en verder vrat ik altijd mijn nagels tot op de bodum af en daar werd ook van verteld dat je daar ergedingen van zou krijgen, later!, dus het stapelde zich wel allemaal op rond om me heen, van spoken en bezweringen, dan word als het waren een muur om mijn mist getrokken en word je verstikt, dan loopt je gezicht een beetje paars aan, maar omdat mijn huid donker was krijg je een soort vieze poep kleur en daar in prijkte mijn blauwe ogen en daar in het midden een neus, waar ik altijd moest kontroleren of die wel schoon was, anders kreeg je weer op je donder en daar had ik geen zin in, het was niet mijn fout dat er zoveel stof op al die wegen lag, vaak waren het zand paden, die kom je haast niet meer tegen, maar toen wel, alles was zand, zelfs toen we verhuisde was er nog niet eens een weg voor het huis, kun je de troep voorstellen als het geregent had, modder, de varkens uit het dorp keken altijd jaloers naar mij, als ik langs kwam onder de modder, dan knorde ze en ik kon ze dan verstaan en vertelde dat de boer,  me verboden had het hek open temaken voor ze  en ze zette me aan het toch tedoen, maar mijn angst voor die boer was groter, dan die varkens, die varkens waren lief en rose, behalve als het regende, dan zagen ze er net zo uit als ik, we hadden daar een kerkhof en daar waren ook al geesten, het kerkhof lag achter de school, zo van op geruimt staat netjes en als je door dat hek kwam dan gingen je haren overeindstaan, dan kreeg je kippenvel en dan werd je heel erg bang en dan wilde je weg gaan en ook niet, dat was die tweestrijd met de duivel en daar werd ik ook al vooruit gemaakt, vroeger vertelde mijn oma dat de Baboe vertelde dat ik het kind van de duivel was, ja wat wil je dan? dan komt er niets van je terecht en ooit veel later stak ik perongeluk een stuk gras in brand en kwam er een wind en voor ik het wist stond alles in de hens en heb door mijn geest, de geest gehad het te kunnen doven voor de brandweer kwam en iedereen wees naar mij, ik was zwartepiet en veel,veel later kreeg ik de schuld, dat er een bos was af gefikt, ze hadden een brief van mijn vader gevonden, met zijn naam en ons aderes, daar sta je dan staale Jesus keek me aan! van zie je wel! gelukkig was ik weesen tennissen en kon het dus nooit gedaan hebben, wat was staale jesus teleur gesteld en droop af en ik was op gelucht, dat snappen jullie wel, ik had nette witte tennes kleren aan met een crokodil er op.

Water

1377

Het verhaal van mijn broerje is nadat we verhuist zijn, naast ons buren, die uit Indonesie kwamen, daar in het jappekamp hadden gezeten en hij had gevochten, aan de andere kant de hopman en een paar duren verder ook een man die in het Jappekamp had gezeten, daar kwam de pastoor elke dag voorbij en wat die bespraken?? mij werd niets vertelt, wat dat betreft waren de buren niet loslippig, maar aan hun gezichten tezien, moest het wel heel erg geweest zijn, alleen als ik gekke bekken trok dan kwam er een glimlach op, dus heb maar veel gekkenbekken getrokken zo lang als ik daar woonden en die ene buurman had een echte stengun in zijn kelder liggen en daar speelde ik altijd mee, heel stiekum, van mijn pleegvader had ik al vroeg een buks gekregen en schoot alles neer wat ik zag bewegen, de schuur wand zat ook al vol lood en een man uit Beek, schoot ik perongeluk in zijn neus! en dat was van heel verweg vijhonderd meter verderop liep een pad en daar liet hij zijn hond uit, dus ik hoorde wel een gil en later moest ik naar zijn huis om mijn excuses aan tebieden, stond met knikkende benen voor zijn huis, achter afgezien was hij net echt boos op me, wel had hij een hele dikke rodeneus met verband er omheen, dus dat zag er raar uit en was er ook wel van geschrokken en van die dag aan, ben ik wat voorzichtiger geworden, waar ik heen schoot, we hadden ook een buurman en die was beeldhouwer en die had een mooie grote vijfer ,daar ging ik dan salemanders vangen en kikkervisje, later heb ik ook een paar beelden, beschadigt, daar waar een vrouw uit plaste, dat waren van die rare buien die ik had, maar misschien snapte deze man, mijn woede en heeft er nooit iets kwaats, over gezecht en vroeg altijd, of ik langs kwam als die aan het werk was en dat deed ik ook, maar zijn tuin zal ik nooit vergeten, dan hadden we ook een watertoren, met ruiten, nou die hebben het niet lang overleeft, met een kattepult schoot ik ze er uit, van ellende hebben ze de ruiten vervangen door klinkers, ja toen was de lol er wel van af en zo haalde ik allerlij kattenkwaat uit, en de politie man, Stalen Jesus genoemd, die had een granaatscherf in zijn rug zitten, die konden ze niet verwijderen, daarom had hij een corset, dat maakte dat hij nog al stijf op zijn fiets klom, vandaar zijn naam, vertelde tegen mijn ouders dat er niet veel goeds van mij terecht zou komen, lang leek het er op dat hij gelijk zou krijgen, was het niet, dat mijn geest me tehulp gekomen was, ook al was het op het nippertje, Hij was eigenlijk boos dat wij sneller konden rennen als hij fietsen, Berg en dal, daar was toen veel te ontdekken, ik kreeg veel nieuwe vriendjes, maar die waren anders als ik, dus speelde ik wel met ze of kwam bij hun thuis, ik leerde een vriend kennen en die heet Rein, zijn vader was muziekant en zijn moeder kelnerin, Rein, werd thuis verwent, had geen broertje of zusjes, wel een hoop neven en nichten, die vlakbij woonden, maar met Rein kon je lol trappen, niets was hem te gek, dus ik had mijn gelijke gevonden, we belde mensen op en als ze dan opnamen? gewoon een simpel nummer, want in die tijd deed je gewoon een, twee, drie en vier en er nam wel iemand op, dan lieten we een boer, heel hard en hingen dan op, een lol dat we hadden, wat die andere kant daar van dacht hebben we ons niet afgevraagt, zo maakte we ook opnamens en spraken de tekst in boerse taal, door al dat lucht happen, moesten we veel scheten laten en dan lagen we in een deuk, mijn vader had nooit dat boek moeten geven van Max und Moritz op zijn oud Duits en dat kon ik ook al snel lezen, Rein had een drumstel in de schuur en drumde er op los, voor op het veldje van zijn huis, waren we aan het spelen, graafden, daar kuilen en er was ook een buurjongen van hem daar, die pakt een staaf, een pijp en zwaait er mee door de lucht, zo op mijn kop, het bloed stroomde er uit, hij had waarschijnlijk een hekel aan me, van mijn moeder mocht ik voor de troost naar de film, nou met zo,n pijn in je kop, heb je daar ook geen lol van, later ben ik er achter gekomen, dat veel kinderen, je behandelen, naar wat ouders thuis vertellen over een ander, zo dus ook over mij en dat had rare gevolgen, het gekke was dat mijn nieuwe ouders het eigenlijk niet goed vonden dat ik met Rein speelde, gelukkig zijn ze daar later op terug gekomen, Rein en ik bleven vrienden voor het leven, de ouders van Rein vonden mij ook niet de beste keuzen en ook later waren ze toch blij met me, bloed vloeit waar het moet, zo ook onze vriendschap, later hebben we met onze kinderen, oude koeien, uit de sloot gehaald, een bierte erbij en onze kinderen? das allemaal goed gekomen, gewoon vertrouwen geven! en Berg en Dal,zou het niet weten, loop er wel eens, maar het is niet zo als het was, alles is af gezet, je mag niets meer en eerlijk gezegt, het is me te netjes daar, beetje balle dorp geworden.

Nog niet

277

Er was nog overwogen, mijn zusje te adopteren, zo als blijkt, alle moeite tevergeefs, nauwlijks samenwerkingsverband, laat staan, de beleefdheid ,mijn nieuwe ouders, op de hoogte tehouden van de ontwikkelingen, dan was mijn leven anders gelopen, dus het werd een broertje, want een meisje behalve mijn zus, dat vond ik niet zo,n goed idee, ik dacht een broertje, daar kun je mee spelen, lol trappen, nou die keuzen heb ik geweten? en hij ook? het arme jong, zie hem nog binnen komen, net als ik toen, alleen naast die bruine hond, stond een bruin jongetje, die de nieuw komer nouwlettend bekeek, zie ik daar een heel mooi jongetje, met blondhaar, zo kwetsbaar en spierwitte benen, dat ik al gelijk dacht, dat word niets, vergeet die lol, vergeet dat spelen maar, deze jongen was wel zo lief en aardig dat hij mijn nieuwe moeder en vader gelijk in palmde, gelukkig mijn hond nog net niet, daar had ik massel bij, want voor je het weet, word je het huis uit gegooit, zo op straat! Natuurlijk kreeg ik in geuren en kleren de ellende die mijn nieuwe broertje, doorstaan had, tehoren en natuurlijk vond ik dit heel erg en heel triest en hij was ook zo kwetsbaar en als we probeerde tespelen en ik zei dat een stukje hout een vliegtuig was, dan keek die me aan of ik gek was, hij was nog nooit in een vliegtuig geweest, dus bij alles wat ik bedacht, dat vond hij maar niets, dus ik begon aardig spijt tekrijgen, van mijn nieuwe broertje en als of dat niet genoeg was, kreeg hij van alles, van zijn moeder, echte moeder, zijn zusje en van mijn nieuwe ouders, dus ik had de pest in en dacht, jouw krijg ik nog wel, jouw heb ik door, ik was stinkend jaloers op dat kleine breekbare broertje van me en heb zijn leven er niet gemakkelijker op gemaakt, we hebben later toch nog wel gelachen, maar hij had een andere geest, had geen zevenmijls laarsen zo als ik, hij had andere geesten! hij zag dingen die er niet waren, hij had waanen en ik moest in kasten kijken om hem tezeggen dat er niemand was, ja mijn kleine broertje, die werd bang en we konden niet slapen en dit hield jaren aan en op een dag is hij gek geworden, met die geest van hem en ik weet nu wat hem mankeerde en hij ook, maar daarvoor hebben ze hem jaren behandeld en ik kwam ook in dat verhaal voor en ik voelde me schuldig, ik voelde me rot, ook al weet ik dat zijn geest en mijn geest, niet samen konden gaan en toen, wel, was het eigenlijk telaat voor hem, gelukkig hebben we alles uit gesproken, ik heb me veronschuldigt voor mijn jalosie, heb hem vertelt van mijn teleurstelling, heb ook gepraat van die tijd dat je niet aan hem mocht komen, want dan kreeg je met mij aan de stok en dat is hij ook nooit vergeten en als er iets is wat ik over zou willen doen, is die begin jaren met hem, niet dat het iets veranderd zou hebben, wel voor mijn eigen gevoel, mijn tekort naar hem toe, gelukkig hoef ik me nu niet meer teschamen, we zijn en blijven broers en we zien elkaar een paar keer perjaar en hebben het nog vaak over vroeger, Zijn blonde haren zijn weg, die zijn zwart geworden, hij is een kop groter als ik en weeg drie keer zoveel  dit laaste komt door de medicijnen, zijn  vanmanier lopen is het zelfde gebleven en het enige wat we gemeen hebben is dat we het gevoel hebben, in de wolken telopen, hij is nu de oom van mijn dochter, dit laaste vond die wel raar, maar, vind het leuk, hij is gek met mijn vrouw, ze kletsen gezellig zamen, soms drinken we een biertje of we gaan lekker eten maken en eenieder gaat zijn weg in het leven of er niets gebeurt is, want dit laaste proberen we bijde als geen ander tevergeten, we genieten van de natuur en alles om ons heen, ieder van ons leeft in zijn eigen wereld, wat zijn, we blij als we elkaar spreken, wat zijn we blij dat we daar gekomen zijn, waar we nu zijn.

Toga

076

Zo heen en weer geslingert teworden in een jong bestaan en natuurlijk buren die klagen, kwam de kinderbescherming, er aan te pas en werd in mijn mistigewereld, ineens wakker, in een kinder tehuis, wit, harstikke wit, met grote eikenhouten trappen, een tennisbaan en daarom heen, een grote tuin en daar zaten we dan, al die wezen, te wezen, in ieder geval was je niet alleen en kon je de trap op en afgaan zonder een duw tekrijgen en geen kasten waar je in moest voor straf, geen gescheld, naar mijn beleving, ben ik daar niet lang geweest, maar in de mist, heb je geen benul van tijd, buiten de herrinering, dat ik in het bad viel en in de ziekenboeg terecht kwam, een gasmasker op gezet kreeg, door een lot genood, die alleen vergeten was het masker open te zetten, waardoor ik buiten bewustzijn raakte en dan! al die geruchten dat je misschien ouders zou krijgen, daar werd de hele dag over gespeculeert en zo op een dag, kwamen ze ook voor mij, de eerste keer dat ik hen zag, was van boven aan die trap en keek neer op twee kleine mensen, een man en een vrouw en toen gingen ze weg en ik? sloop weer terug naar mijn bed, wat ik dacht? niets! een beetje teleur gestelt misschien, wist ik veel, dat er nog zoveel geregeld moest worden, door hen, papieren, slaapkamer voor me in orde maken en op een dag, koffer pakken, nou die koffer, was niet groter als een koffer, waar je drie brooden in kon stoppen, genoeg voor een handoek, washandje, tandenborstel en dat was het wel, de rest heb ik al een keer verteld, die bruinehond, die mijn beste maatje werd en die grote tuin waar je, je verbeelding de loop kon laten gaan, tweede verdieping, waar de marmerevloeren en de eikenhouten trappen, vers geboend je kon kiezen op je kont naar beneden te glijden of via de reeling, een oude man die op de zelfde verdieping woonde als wij, gelukkig hadden, ze daar van die dikke deuren, zodat ze minder last van me hadden, als ik uitgelaten, door de hallen renden, mijn slaapkamer, die was wel zo groot, dat het bedje leek teverzuipen en vanuit het raam, keek je zo in de tuin, waar bloemen groeide en als je via de voordeur naar buiten liep, moest je eerst vijf treden af, voor je op de grond was en dan achter langs de keuken van Tante Jos, die me soms riep, of ik een bal gehakt luste of een appel, appeltaart of als het erg warm was limonade, haar man was een collega van mijn nieuwe vader, een architeckt en die hadden een huiskamer die in die tuin uitkwam en hadden ook een hond, zo,n kwijl hond, een Boxer en altijd blij als je kwam, zij hadden van die banken, waar je helemaal in weg zakte, met van die grote bloemen, motiven er op en die keuken, was wel zo groot en mooi, koperenkranen, groot fornuis en aanrechten, het was vroeger een Klooster geweest en in de oorlog hadden de Duitsers het in gepikt en de eigenaar er  van, woonde in Amerika, als je achter in de tuin kwam, was daar een paadje en dan kwam je bij boer Bloem en zijn vrouw, die hadden koeien en land, vaak hadden ze wel een koekje voor me, daar achter lag Kerstendal, maar dat wist ik toen nog niet, die tuin! voor mij was een ondekking tocht, vlinders, brandnetels, vingerhoedkruid en ook een paar grote beuken, in de tuin die voor schaduw zorgde, verder mooie klimrozen tegen het huis, als je naar boven keek, kon je mijn slaapkamer zien en als je naar de weg liep, door de tuin, zag je het balkon, waar onze woonkamer was, in de winter, was alles wit en werden de waterlijdingen, met stro afgedekt, zodat het niet kon bevriezen, in het dal, achter het huis, hing altijd een lucht, van afvoerwater, uit de keuken, daar, vond ik dan kogels, uit de oorlog, daar onder, was een gaas afrastering, die je helemaal kon volgenen en als je dan door zou lopen, kwam je bij het Afrikamuseum uit, dat heette de water Meerwijk, het was een landgoed, nog veels en veels groter als waar wij woonde en beetje bij beetje leerde ik het dorp kennen, haar inwoners, Burgemeester, Kerk, pastoors, bakker, slager, kaper en al die andere mensen die daar woonden,nog meer, toen we na drie jaar gingen verhuizen, naar een kleinhuisje, met een eigenkamer en waar ik een broetje zou krijgen, heel toevallig uit Amsterdam, die net als ik, in het zelfde weeshuis had gezeten en ook alles meegemaakt had, wat een kind niet behoord mee temaken, in zijn leven, zijn naam was Fred.

Berg op de kop

017 (2)

Waarom schrijf ik eigenlijk? waarom die ik al die moeite? waar om pijns ik me suf over de grootste sufheid van het leven?de grooste ellende die er bestaat, wat beweegt me er toe de moeite tenemen dit teschrijven,, dit wens en gedacht, bestond al lang, maar de tijd was er niet rijp voor, ik moest geduld hebben, door de overstroming, zie ik papieren, met de eerste pogingen om te gaan schrijven, banaal, kinderlijk, onschuldig, nog op een oude type machiene  Adler, waar mijn adelaars vlucht ontstond, mijn vingers zweefde, net als nu, maar dan aangepast aan deze tijd, modern en misschien, dat ik nu vijfenzestig ben, de leeftijd heb gehaald, terwijl je normaal in je hangmat gaat liggen en doet, of je gek bent, dit laaste word moeilijk, want dat was ik al voor die tijd, dit laaste moeten jullie niet verder vertellen, anders weet iedereen dat, wilde jullie dit alleen mede delen, als vrienden onder ons, wat hebben we met die andere temaken, niets! waar ging dit leven over, niets! zo als mijn schrijven gaat over niets! niet is gebeurt, niets heeft plaats gevonden, ook u was er niet, nog u geschiedenis, alles was blanco, een schone lei, witter als wit, was dat maar, waarom, kon dat zo zijn? daarom! schrijf ik, daarom, drink ik, daarom kan ik niet slapen, vind nog rust, daar om is mijn geest constand in beweging, ben ik onrustig en moeilijk tevolgen, daarom is er geen logieca in wat ik doe, of zal gaan doen, daarom, was ik niet te plaatsen in de hokjes die jullie bedacht hadden voor mij en heb ik me los moeten rukken, van al jullie nukken, in wat jullie dachten wat goed was voor mij, hebben jullie nog niet bedacht, dat jullie idee van de wereld, heel anders waren, als die van mij, hoe jullie wel lievend, van mij iets hebben willen maken, wat niet kon? wat bij voorbaad gedoemt was te mislukken, waar ik zelf meer verdriet van heb gehad als jullie, bedenkers van wat? slavernij? dat waar ik vandaan kwam, de slaaf van een trap, een slaaf van een kast een slaaf van klappen en nog meer en jullie dachen dat ik niets begreep, nog verstand had, dat er uit geslagen was, ik wist beter en  ik was beter en heb het bewezen, ik ben er nog ziek van, dat gewedijver over wat, jullie moesten, jullie moesten jullie schamen, weg kruipen in jullie hol, in hoe jullie verbeteren deze wereld, de wereld waar ik ben ontstaan en jullie allemaal willen, ons wat vertellen, hoe het moet, tewijl jullie allemaal, niet eens de weg weten, nog waar, die naar toe gaat, nog waar die naar lijd of leid of gaat, jullie vullen in, jullie zijn kinderen, die een plaatje in kleuren, maar niet verder kijken, niet weten, wat, nog ik, maar ik weet wel, dat via die trap en kast en al die andere dingen, het niet gaat en dat jullie vol gevreete buiken, van overdaad voldaan, tewijl het volk de buikriem aanhaalt en jullie weten, wat jullie niet eens kunnen weten, omdat jullie , tekort komen in wat een mens is, jullie vinden? wat je vind? breng je naar de politie. en anders kijk eens naar je volk;

PPPRRRRTTTT

022 (2)

Terug denkende, aan oma, dat ik niet bij machte ben geweest, haar droom, in vervulling te bregen, voel ik me nog beroerder, als ik al was, zou ik het liefst, van deze aardbodem verdwijnen, op gaan in rook, nooit meer terug komen,nog van Mars, zou ik willen blijven, met mijn vage vrienden in het heelal,met mijn schoenen, bij mijn kapper of de steden en dorpen, die rat, die aan me knaagt, nog steeds, die is erger, is als die vlooien die mijn been en voeten onder bijten, zo dat ik krabben, moet, tot het bloed uit de kleine wonden sijpelt, ik neem maar een glas wijn, het is vier uur in de morgen en waan me niet alleen, is het niet de auto die voorbij raast, is het niet, dat ik weet dat schrijvers, met mij of dichteres het zelfde door maken, hun vingers en zeker hun gedachtens of verwarde gedachtens, zamen komen in tijd op de zelfde seconde, als dat ik, schrijven, dichten,  terwijl iedereen slaapt, doende is zich klaar testomen voor een nieuwe dag en ik blijf hangen, ik ga terug, ik wil geen deel uitmaken, geen deel uitmaken van wat van ons verlangt, word, waar we klaar gestoomt, voor worden, zo als een kind speelt met een Barby en wat! was toen barby nog niet bestond?toen ik nog speelde, met het laaste geschenk van mijn vader, toen hij wist, wat ik niet wist, toen hij wist dat die weg zou gaan, mij verlaten, heel stiekem, zo als een dief in de nacht, ook al ging hij misschien bij dag, al die beloftes, al die verhalen, uit het niets! al die verhalen, om de verhalen, misschien om hem zelf gerust testellen, mij ieder geval niet en met mij zoveel kinderen, die ik niet eens ken, die later mijn pad kruisde, de waanzin van dit alles, steek je piemel in je broek, steek dat ding in de grond, of in een matras of doe er iets anders mee, voor mijn part steek het in je kont, maar gebruik het niet als er kinderen van kunnen komen, waar je niet eens voor zorgen kunt, dan was me een hoop verdriet bespaart, dan was mijn traan niet nodig geweest, laat staan de traan van mijn zusje, laat staan de traan van mijn moeder, laat staan de traan van mijn vader of van de krokodil op de kast, bij oma? Laat staan al die tranen in het kinderhuis, waar kinder verborgen, huilen, onder hun deken, als niemand het hoort, als niemand het ziet?want als je dat wel doet krijg je een klap of zie je alle trappen van de wereld of misschien die kast? misschien wel erger en word je misbruikt, worden er dingen met je gedaan, die je niet wilde, nog om vroeg en waar vraag je naar als kind? liefde, warmte, genegenheid, is dat teveel gevraagt, als kind dat je daar geen recht op hebt? dat je als kind dat kleine beetje warmte, die armen om je heen, die liefde volle woorden, absorbeert, in je opneemt en daar dan je hele leven mee vooruit kunt, als of een kachel warm gestookt word en het hele huis verwarmt en dat je deze warmte, dan door kunt geven aan kinderen die dit niet hadden, niet meer als een kast een trap of misbruik, mishandeling, ellende, eenzaamheid en verloren in het leven en dan nog uit eindelijk, de schuld krijgen van hun tekort komingen, ik heb het gezien, ik heb het beleeft, aan de lijven, gelukkig werd mijn huid, die van een olifant en mijn huid die van een camelion, werd mijn gedachte in de mist een soort tovenaar, werd ik een accrobaat, kunstenaar, schrijver, leugenaar, noem het maar op, om het gebrek aan liede in het pril bestaan, te verdoezelen, teverbergen, want wie wil er onder doen voor een ander? ik niet.

Koren

285

Gisteren zat ik te denken aan mijn oma, dan zie ik haar ogen nog voor me, ogen vol liefde en een intens vertriet, die daar verborgen lagen onder die liefde volle straal, haar zoon ging weg, naar de vreemde, naar dat verre land, om tevechten voor zijn vaderland, na al die jaren in onzekerheid geleefd tehebben, zou haar zoon uiteindelijk, nooit meer terug keren en begon een nieuw leven, mijn oma heeft een korte tijd, van  mijn prille leven voor me gezorgt, op me gepast, omdat die trappen van Amsterdam toch wel iets te stijl waren, voor een klein kind en kasten van binnen wijnig zuurstof bevatten, ik heb dan ook, een goede herrinering aan haar en opa in Amstelveen, waar ze in een heel klein huisje woonde,waar die kleine sloot stroomde, voor het huisje, waarop de kast, die kaaiman stond, met zijn groene ogen, die me altijd aankeken, van wat doe jij hier!, dit is waarschijnlijk een van de laaste voorwerpen die ze van haar zoon, mijn vader gekregen had. het zou weer jaren duren voor ik haar, weer tegen kwam in mijn nieuwe huis en nieuw gezin, toen ik later ouder werd heb ik haar bezocht, het ging niet goed met haar, opa was overleden en ze zat in een verzorginghuis, waar, als ik binnen stapte, ze hoopvol vroeg! en heb je nog iets van je vader gehoord?, dat waren die momenten dat de pijn, in haar ogen, de overhand kregen en ik moest steeds weer vertellen, nee, niet gehoord of vernomen, oma had altijd de ijlehoop dat ik haar zoon terug kon brengen, die ze ooit verloor, steeds weer die hoop, gelijk de mijne en dan zuchte we bijde diep, we hadden bijde de zelfde droom, die zelfde ijlehoop, dat het eens goed zou komen, dat, dat, wat we bijde kwijt waren en zoveel van hielde, net als in een sprookje, weer goed zou komen en zo is mijn oma van verdriet gestorven en bleef ik achter en weet het nog goed, ik heb gehuilt voor drie dagen, ik heb gehuilt, omdat ik haar niet, die droom niet heb kunnen waarmaken, ook al was het niet voor mij, maar voor haar, die pijn sneed door me heen, oma, had ik je dat maar kunnen geven, had ik maar even die blijdschap in je ogen kunnen zien, had ik maar even van die stralende blik kunnen genieten, had ik je hart maar sneller zien kloppen, opdat je je verloren zoon, in je armen had mogen sluiten en even, je verloren kind had kinnen wiegen, zo als je vaak, met mij gedaan hebt, als ik troost zocht om tebegrijpen, wat niet tebegrijpen viel, wat liep ik verloren, wat was je gezicht vlak voorme, terwijl je allang weg was, naar een andere wereld, waar door ik je wens nooit, meer in vervulling, zou kunnen laten gaan, wat voelde ik me klote, dit heeft altijd aan me geknaagt, als een rat.

Yap yap

Mijn beste schilderij ooit gemaakt, voor ik er aan begon
Mijn beste schilderij ooit gemaakt, voor ik er aan begon

Om het, mijn vrouw makkelijker te maken begon ik,het verlaal te vertellen, stel het is een konijn, vertel het een konijn, dat het een konijn is, om het nu nog beeldiger, te vertelen zei ik, stel het is een haas, vertel een haas, dat die een haas is, of de haas is, dit laaste werd met ongeloof bekeken, hier moest eerst een glas wijn gedronken worden, dit zijn, die momenten, dat ik ook, niet weet wat ik zeg, maar het is me, zelf erg duidelijk, misschien daarom dat ik wijnig vrienden heb, die lang bij me op bezoek blijven, van mijn vrouw, daar kom ik niet van af, ik kan gewoon kletsen in het rond en die ezel? voor me is een rookkast, die door de storm om gedonderd is en daar eigenlijk ook maar iets aan het doen is, waar die niet op gemaakt is, dus die hebben we omgetovert tot tafel waar we de glazen op zetten, daar omheen twee stoelen, best gezellig met een aankomende ondergaande dag, zo rond zeven uur, al wijzend naar die kast, opdat ze begrijpt dat ik het nog steeds over die ezel heb, niet dat ze denkt, die is weg, het is een konijn of haas, nee! ze moet het even, door laten dringen en begrijpen wat ik bedoel met die ezel! dit laaste? hoe vertel je een ezel dat die ezel is, hoe vertel je kunst aan een ezel, hoe kun je uberhoubt aan een ezel iets uitleggen, wat niet uit te leggen is?Kunnen jullie het ongelukkige gezicht van mijn vrouw voor stellen en alle moeite die het me kost omdat van haar gezicht af tekrijgen, want waar ging het nu over, een ezel die niet wist dat die een ezel was! dat had voor mij kunnen gelden, voor een iedereen, voor iedereen die dit leest! waar ik zo bang voor ben is, dat mijn vrouw, de diepte van mijn betoog gemist heeft, al op het moment dat ik haar probeerde uit teleggen, hoe je een ezel iets vertelt en dat is jammer, voor mijn vrouw, jullie, die ezel en mij.

Gif groen

325

Vandaag heb ik na de expo, sind lange tijd een gesprek met mijn vrouw en zij vraagt me wat ik vind en vond en ha gedacht of niet gedacht, dus ik begin tepraten en vetel, stel een ezel en ik moet deze ezel zeggen dat het een ezel is, waar op mijn vrouw me aan kijkt met een blik, ik ben geen ezel, dus ik begin opnieuw en zeg haar er was een ezel en die wou ik uit leggen wat het was om een ezel tewezen en dat het ook niet zijn schult was, kijkt mijn vrouw me weer aan met die blik, omdat ik veel van haar hou, begin ik op nieuw er was een ezel en die ezel kon er niets aan doen dat die een ezel was, maar hoe vertel je zo iets aan een ezel, nu de ruimte die we hebben is toch al niet ruim, om mijn vrouw nu uit teleggen wat kunst nu in hield en zeker niet, dat verworven kunsten en makers niet in een dag geboren zijn, dat kunst eeuwen nodig hebben gehad te onstaan en dat je bij het begin moet beginnen en niet anders om, dus begon op nieuw uit teleggen van die ezel, die niet wist dat hij een ezel was, want heb je wel eens een ezel voor de spiegel zien staan? ik niet, waar op mijn vrouw me aan kijkt van? wat moet ik daar mee? dus heel voor zichtig, want dat word je dan wel, een ezel die weet niet dat die een ezel is, die naam hebben wij hem gegeven, hij had ook drol kunnen heten, als we dat niet bedacht hadden voor iets heel anders, dit laaste werd al weer temoeilijk, dus ik begin op nieuw, als een ezel niet weet dat die een ezels, hoe leg ik dat die ezel uit, mijn vrouw helemaal in tranen, ik ben geen ezel, ik zeg nee, natuurlijk niet, waarop ze me aankijkt, zo van meen je dat? natuurlijk schat, natuurlijk, ik hat het alleen maar over een ezel en niet over jouw, het was maar een voorbeeld, een voorbeeld hoe mensen denken over kunst en hoe wil je een ezel bij brengen, wat kunst inhoud en kunst ezelt, dit werd haar iets teveel, maar nadat ik heel langzaam nog maals vertelde, hoe moeilijk het is om een ezel, tevertellen, uit teleggen dat die een ezel was, begreep ze me, maar wel met lichte wantrouwen

Achter de schutting

027

Vandaag, zon, wat is het leven anders, wat is het leven mooi, ondanks, de stront vliegen, ondanks het gebrek, aan somberheid, het gebrek van troosteloosheid, de leegte van grijs, ik moest, het vandaag doen met stralen, met kleuren, waar zelf de vogels, blij van werden, van waren, tehoren aan hun gezang, het water, als of het plezier had, tegaan naar het oneindige, terwijl ik bleef waar ik was? terwijl de aarde draaide en mijn ogen in de kas, tebegrijpen wat er gaande was, voor mijn ogen, het spektackel, van een natuur die losbarst, losbreek uit zijn voegen, zo als de aarde openbreek na een lange droogte, zo als de jonge bladeren, worstelen om los tekomen van hun prille ontstaan en ik sta! sta te kijken, mijn oren horen die geluiden, het is als of een vulkaan, open barst, als of iedereen tegelijk, vrij wil worden, als of iedereen verlost wil worden, van de gevangenschap uit dat grijze kille winterland, waar je alleen beschermt word, door balen stro of turf, waar de mol, diep dook, niet alleen!, de spitsmuis, deed mee en alles wat leefde, dook onder, begroef, maakte dat ze weg kwamen, tot, de bel klonk, de bel van het voorjaar, als of een school uitging, of hekken open werden gegooit, laadbakken, laadingen, los gelaten werden, wat uit de wolken, los gelaten, stortbuien, zich neerdonderde op de naakte grond, daar uit, een spattende en gelijk werd opgeslurpt, door de droge aarde, zo ging die natuur vandaag tekeer, ik heb oorwatjes in gedaan, want het werd me te erg, ik kon er niet meer tegen, terwijl je daar loopt, al die inseckten, zaden, lichte bries, zonne stralen, warmte, lucht, blauw, groen van de verse bladeren, dan ga je zitten, soms in een stoel of als het niet kan op een rots of op je bilen laat het over je heen komen en denkt, wat is het leven toch mooi!

Bierton

Niet onder
Niet onder

Terug gaan, naar toen, het wordt met de dag moeilijker, het word moeilijker de woorden te vinden, op te graven, uit het verleden, het verleden, wat bestaat uit pijn, terwijl jullie, die dit niet hadden of hebben gehad, jullie groeide op, onbevreest, zonder kommer, in de tuin, misschien een komkommer of augurk, gekruist met een tomaat om de kleur tegeven,aan de vorm van het lijden, van uit, dit witte onschuldige leven, waar in geluiden, klinken als een piano, of een leeg, conserveblik aangebonden, aan een fiets, daar tussen een draad, hobbelend, over de keien, over de klinkers, van de straat, wat je, liet denken, wat gevoelens bracht, dat je dacht dat je alles beheerste, dat je meester was van het al, dat de wereld zou luisteren, naar al je gebral, tot jou ouder werd en merkte, dat het een ijledroom was, die je na streefde, nog veel minder, als mijn droom, die bleek nog veel erger tewezen, meer als een natte droom en daar zijn we, alle bedrogen, zonder het te willen, zonder opzet, zonder bedoeling, als de bedoeling lag, in de wens, erkent tewezen, geliefd, of bekend, dan wel, beroemt, beschreven, bejubelt of op tv, in de roddel bladen, waar men zoveel roddelt, dat men struikelt over de woorden, van lucht, van wat had kunnen gezegt zijn, wezen of niet!, of wel? en dat is de vraag en nooit het antwoord, want, die bestaat niet, die word geblazen als een zwembad en loopt net zo snel leeg als er een gat in ontstaat en dat maakt niet uit, door wie of wat, als het gat er maar is en nu doel ik niet op die kont en nog op die bruine vinger en die stront, die daar weer uit kan komen, was het niet dat ik al was geweest, zo dat je met je neus onder die kont zat en keek naar, het totale niets, want, het was al weg, het was al heen, nog voor je kon kijken, nog voor ik kon schijten, die grote hoop, dat is die, zelfde hoop, ontbreekt nog de vliegen en die heb ik gezien, vandaag, zwermen, horde, god wat een geluid, een zwerm, zo zwart, daar was mijn drol niets bij, nog mijn gat, nog de drol, die daaraan ontsnapte, nog de nonsens die ik bespreek, die ik beschrijf, om tebeschijven de nonsens, van wat ik gezien heb vandaag;

Pom Pom

018 (2)

Vandaag was de dag, dat mijn weder helft, haar eerste expo had, met de club van de foto en natuurlijk ga je daar ook heen, om even telaten zien, dat ze bestaan, iets betekenen en dat alles, niet voor niets is, nu word ik, even vijfenveertig jaar terug gedraait, nu moest ik, gesprekken aangaan met de prof, die Belg blijkt te zijn, van het een het ander, word me gevraagt waarom ik mijn schilderijen, niet tentoon stel? was ik al zo blij eindelijk een gesprek te hebben met een Belg, die verstand had van zaken, die begreep waar licht vandaan kwam en wat je er mee kunt doen? die snapte dat het minstens een mensen leven kost om te berijpen wat er gaande is, het beheren van de materie, stap ik dat lokaal binnen, ik heb geen ander woord, een mix van bibliotheek, gemengt met een hal, waarin mensen, niet eens plaats hebben, hun kont te bewegen en daar moest dat dus plaats vinden, de burgemeester, pijn aan zijn voet, dus zeker niet vatbaar voor rede, wel voor een glaasje wijn, word het ammeteur geheel geopent, wat er precies gezegt werd weet ik niet en denk ook dat ik niets gemist heb, waar het op neer kwam, was, dat, terwijl, ik zo naar de prijzen keek, dacht! waarvoor ben ik vijfenveertig jaar, als schilder aan het werk en zij!, vragen een bedrag enorm, voor weet ik wat, een kleurtje hier en daar op een stukje glas, een foto hier en daar, huishoudveit, dan valt mijn mond open, dan denk ik, waarom begin ik niet op nieuw, vergeet alles, doe of niets is geweest, je weet van niets, je kunt niets, je hebt geen mond, je hebt geen gedachte, nog ooit iets, je bent niet geboren, je hebt alles, niet mee gemaakt, het was iemand anders, waarom die verf, uit de tube op de kwast of de kwast langs de tube of geen van bijde, de verf, viel van zelf op het doek, niet mijn beweging, nog mijn gedachte, nog mijn verhaal, nog mijn woede en de verf gaat retoer, retoer naar die rots, ooit eens geformeert door die natuur, terwijl die natuur dacht, waarom niet,waarom wel, nu dat dacht ik ook en met mij die Belg, een baard waar ik jaloers op zou wezen, een glaasje wijn, dat was genoeg, om te ontsnappen aan die wens, die daar binnen huisde van mensen die dat willen, bereiken, waar wij, vijfenveertig jaar over doen, dat samen geperst in drie maande? snapt u het, snap ik het, maar niet helemaal.

Eiken

072

Wat als ik jullie niet had gehad, al die moeders, al die liefde, de me als kind ontbrak, waar ik deel uit mocht maken, van jullie gezin, van jullie vrienden en vrienden van vrienden, van nep ooms en tantes, ook van hollandse, komaf, van Nederlandes die aan mijn ogen, konden zien mijn gemis, mijn indo moeders, die me riepen, het eten staat klaar, kom als je blieft, vul je hongerige buik, eet mijn kind, eet, laat niets je weerhouden, en dan die bakjes gootsteen water, in geschonken, door een moeder, met daarnaast een stuk appeltaart, zelf gebakken  en als het koud was, chocolademelk, heel warm, dicht bij de kachel,toen nog op kolen en later, in het jaar, achter de kachel, de pan, met daarin beslag, die stond terijsen, waar dan later oliebollen en appelflappen uit voort, kwamen, met suiker of poeder, als of er geen sneeuw genoeg was, als of de dennen takken, bezweken onder, dit al, kreunend, schep nog eens op, een tafel rijke lijk gevuld, met eten, als of de oorlog, meteen, daarna zou uitbreken, als of we weer bang moesten zijn! niets meer tehebben, al die geuren, door de keuken van toen, waar zelf een keuken van heden, niets meer voorstelt, was gevult met pannen en potten, met een warmte van een fornuis, opgestookt met kolen of brieketten, zelf, de pook ontbrak niet, nog de asla, nog de kolenkit, die als je hem leegde, die resten in je neus belande, je, je, weg, moest draaien, zo dat, dat eten wat op stond, niet bedorven werd, moeders die lachten, moeders die blij waren je tezien en vaders, die met bezorgde blikken naar je keken, een beetje nors, niet echt boos, maar waarvan je had, geef mij mijn moeders maar, daar kan ik nooit genoeg van krijgen, daar kan ik nooit genoeg van hebben, nog mijn bord, tot de rand, gevuld, bijna er overheen, even plaats maken met de lepel, desnoods, met mijn lippen, voorover in het bord, zodat niets verloren gaat, wat, wat met zoveel liefde is gemaakt, ik mis die moeders, ik mis die geuren, ik mis jullie allemaal, jullie warmte, jullie lach, jullie gulheid en begrip, terwijl ik weet, dat jullie niet veel hadden, maar wat jullie hadden, deelde je met mij, als ik terug denk aan die tijd, de tijd van duizend en een moeders, dan hoop ik ooit, dat er een ander kind is, die dat mag beleven, wat ik heb mee gemaakt.