Voetbal

061

Vandaag is het 1969, het jaar dat mijn vader een nieuw leven begint, mij achter latend in de voor hem goede handen achter latent,, zo dat zijn geweten gesust is, ze hebben een lange boottocht voor de boeg en naar een paar maanden krijg ik een kaartje uit Californië met daarop een sinas appelboom afgebeeld, met de woorden dat hij goed aan gekomen is en dit is dan tevens het laatste wat ik van hem hoor, pas 1990 zou ik hem per telefoon spreken en de baboe zijn nieuwe vrouw, de begint haar excuses aan te bieden voor alles, wat ze me aan gedaan hebben, je zegt het is je vergeven, dit zijn woorden, dat zijn niet mijn waren gevoelens, mijn vader had alleen maar smoesjes, van wegen zijn hart, hij zou het niet aan kunnen een treffen met mij, daar zat eerder de baboe achter, die ziekelijk jaloers is en altijd is geweest en te beseffen dat mijn vader in Arnhem is geweest jaren achtereen, terwijl ik doolde door het leven, dit is de dag geweest, via die telefoon dat ik de hoop dat hij me ooit zou ophalen, vervloog, als of mijn hart er uit gerukt werd, als of ik een klap in mijn gezicht kreeg en toen pas de waarheid onder ogen kon zien, hoe naïef ik was geweest, tevens is dat de dag geweest waarin ik vertrouwen begon te krijgen in mijn nieuwe wereld, beetje bij beetje, werd het verdriet en teleurstelling om gezet in positief zijn.
Die dag stierf mijn vader voor me, mijn held was dood, mijn held was geen held meer hij was een lafaard geworden een man zonder woord een man zonder liefde voor mij, de eens zo trotse strijder voor het vaderland met al zijn dubbele moralen en angsten, die tropen geluiden, granaten en kogels die duizenden doden, verminkingen, die afstanden af gelegd naar een veilige haven, van vliegtuig, van land tot land die soldaten leger plunjezak, die landing op Schiphol, die kou daar, toen je van de trap af stapte zo op Nederlandse bodem, een kou die me nooit meer zou verlaten, zo verminkt voelde ik me omdat moment, die zwarte hoorn in mijn rechter hand, tegen mijn oor gedrukt, de woorden kropen in mijn oren en leken meer sissen van een slang en langzaam drong de waarheid in mijn hersens en geest en zelf die snapte er niets van en zo heb ik voor drie dagen gehuild, tot ik uit gedroogd was, zo droog, dat de woestijn jaloers op me was, dat daar de gieren rond vlogen op zoek naar kadavers uit het verleden en ik moest ze teleur stellen, ik riep nog naar ze, zoek niet verder alles is verleden tijd, alleen mij kun je nog eten, verminkt, aan geslagen, tot op mijn ziel gekwetst, getrapt, vertrapt als stront op straat, die plakt aan die soldaten laars en steeds dunnere afdrukken laat naar mate de afstand groter werd om dan onzichtbaar te worden alleen in die ribbels van de laars zaten nog poep resten, kon je de geur van het zijn, ruiken, van die drol ver weg eens als obstakel of door blindheid overzien, zo overzag ik de schaden aan gericht, ook door mij zelf, het tekort wat ik mensen aan gedaan had en niet bewust, dat is de dag geweest, dat achteraf blij werd met een vervlogen hoop, die strot bleek te wezen, waar zelfs de vliegen bang van waren, waar zelfs de maden een omweg maakte en ik nog meer, die beerput werd geleegd, daar werden vrachtwagen ladingen af gevoerd tot alleen die leegte overbleef, het totaal alleen staan tot uiting kwam, de dag van een nieuw leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s