Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Grote stappen in de modder! plas!

Morgen is mijn dochter jarig, dat is natuurlijk een heuglijk nieuws, voor felicitatie moet U bij haar wezen? Waarom alleen bij haar? Omdat zij als 3e generatie Indo, mij niet alleen een 4e generatie geschonken heeft? Maar tevens dat de Japanse VLOEK dan eindelijk ten einde moet lopen, dat een nieuw hoofdstuk moet aanbreken, een tijdperk dat geluk moet brengen, van niemand anders? Als eindelijk die Erkenning door de Nederlandse en Japanse overheid! Eigenlijk verdiend mijn dochter een lintje? Zij is een dochter van twee Indo’s, toen nog jong en onstuimig als jongen honden nu een maal zijn, tot dat het zamen zijn niet meer mocht wezen, door duistere krachten, die voort vloeiden uit de geschiedenis van Nederlands-Indie, zij heeft als jong kind deze vloek ervaren, gedweeë ondergaan, in het begrijpen wat er eigenlijk plaats vond! Wat het met haar zelf deed? Tot aan de dag van vandaag terwijl haar Indo’tjes om haar heen krijsen één donker haar de tweede rozig wel beide blauwe ogen, met de term overleven! Overlevers, overlevers zijn? En ondertussen gedwee mee zeulen, in twee verschillende handen, kijken naar beide ouders, vertrouwen hebben, begrip voor hun struikelen, dat vallen en opstaan, omdat er geen andere weg bestaat? Want ik zie ze nog vertrekken naar school met de taxi omdat mijn benen me niet meer konden dragen, in mijn poging om een normaal bestaan, want onze bouwstenen waren gebroken? Zo duurde het dan heel lang? En dan het moment dat ik haar moest loslaten, dat viel voor ons beide niet mee? Ook zij heeft de brokstukken bij elkaar gezocht en begrepen, wat daar de grondslag van was? Van beide ouders één intense pijn!

Om en Arm, Armom

Al werd je gedwongen, al had je geen keuze omdat soms keuze gewoon niet bestaan? Alleen in hoofden van beterweters, vooral die nooit in de zelfde schoenen hebben gestaan, als jij, ook al menen ze van wel? Als gaf je je lichaam, zonder je hart en geest, al droeg je 80 jaar die verschrikking met je mee? Toch zou ik je kussen! Als troost op al je wonden, in dat gehavende mens, versleten en het is te zien aan je gezicht, ook al probeer je het te verbergen onder dikke lagen smeer? Poeders en vet lippenstift, vooral die felle kleuren, verraden, de aanslag op je lichaam, het doffe poeder je geest en die grijze haren, je stille zwijgen, tijdens het gevecht, waar je zonder het te weten als winnaar uitkwam en dat wat boven, onder of naast je lag? Kwam keer op keer, tot het verschrompeld uit je lichaam gleed een slijmerige sliert als een naaktslak achterliet, tussen je dijen, zo op het laken,soms slechts een matras of kale grond, misschien daar waar je neer gedrukt werd, vastgehouden voor de eerste keer, waar tranen niet hielpen, nog vader of moeder, laat staan God, die hing aan het kruis, voor de bom viel op het dak van jullie huis? En ja toen lag hij net als jij? In het stof op de vloer of grond of bed, misschien je wel aan te gapen, terwijl het bloed van onschuld de aarde beroerde en eeuwen later, grondstof werd tot een groter geheel? Dit laatste als een schrale troost? Om je troostende woorden te brengen, terwijl je ogen, mij aan kijken van ongeloof! Mij lippen nogmaals je voorhoofd kussen, omdat dat de enige plek was, die ze vergeten waren, terwijl je hele lichaam door één gehaktmolen ging en als een worst aan die muur hing, waar al die varkens van vraten, zelfs maden uitkropen en etter uit de vellen kroop, branden nog steeds mijn lippen vol liefde en warmte, voor het offer wat je heb gebracht, opdat anderen niet werden vergrepen, betast, vernederd, vertrapt, geslagen, bespuugd als een beest te keer gegaan over, onder en langs en met je en dit schrijf ik zo op je sterfbed! De dokter zal je eindelijk, echt eens en voor altijd dood verklaren, de schuif van de oven staat al op een kier? Dit verbranden leek je beter, want in een gewoon graf in de grond, was je te kil en deed je rillen van angst, waardoor je geest geen rust zou krijgen, daar waar je zo naar verlangde!

Zelfs dood, laat niet praten!

En het leven begon al kut? Ik moest het zelfs nog passeren? Ik! in een zwoele daad geplant in mijn moeders schoot en daar kwam ik eindelijk die verrekte krullenbol? Krentenbol, kale neet, hoopje ellende met een luide schreeuw of was het meer de klap van de vroedvrouw die me van schrik lieten ademen? Ik weet het echt niet meer? Zelfs het door knippen van de navelstreng kreeg ik niet meer mee? Terwijl ik naar kut rook en de geur als het ware veranderde met de jaren in een vloek, als of het moment dat dat kut gevoel me bekroop, bevestigde dat deze geur zelden wat goeds beloofde of beloven zou! Die natte lap, waarmee ik schoon werd gemaakt alvorens in de handen van mij. Moeder te belanden? Ik ben bang dat de vloek al was begonnen en ik de liefde volle armen van mijn moeder nog niet bereikte? Geduld het woord alleen al? Zat volgens mij bij die vloek in begrepen en zou me blijven achtervolgen en zo had ik twee twee vloeken die ik mee moest slepen, tot dit moment kwam ik er nog goed van af! Alleen in een kribje, van staal wit geschilderd, verder was alles steriel! Als of er nog een vloek bij kwam, het steriele van één wachtkamer, het steriele van een kinderhuis, de binnenkant van een legerplunjezak is daar nog een mooie afwisseling bij! Terwijl steriel zo’n akelige bijtende geur heeft, die je ook niet zomaar uit je neus of kleren krijgt, last staan uit een gebouw, of mensen menigte of in gedachten goed, opvoeding tot zedenleer verheven, boven de innerlijke wens waar een kindje in die wieg eigenlijk op hoopte? Terwijl de stront uit zijn kont droop, zo in die luier, ik weet het klinkt niet lekker, maar wat kun je er aan doen? Zo klein zo teer? Terwijl mijn kleine hersens toen al dachten? En hoe moet dat later? Wat komt daar nou van terecht, een pas geborenen, niet liefde vol in je armen nemen? Het enige voordeel is dat het ook anders kon geweest zijn? Dat mijn moeder me wel lekker en liefdevol tegen haar aandrukte en ik hunkerend opzoek ging naar die tepel van haar? Want dat schijnt kind eigen! Aangeboren te zijn? Alleen ik kreeg die vloek er bij en het werd gewoon vloeken, dat betekend meer vloeken op een rij! En zo werd het al niets en als of de duivel er mee speelde, het hield maar niet op? Terwijl iemand vandaag net voor kerst, uit een coma ontwaakt in het IC, terwijl iedereen in een kerststemming is, iedereen in eens je lastig valt met wensen, natuurlijk heel aardig bedoeld, maar met duizenden te gelijk, ik heb het bedanken maar op gegeven, eigenlijk werd ik moedeloos, ik werd even een duizendpoot, van iPad, PC, ouderwetse adresboekje en bel nog een paar vrienden die net buiten oog bereik zaten, niet in mijn hoofd? In mijn hoofd draag ik altijd iedereen mee? Soms valt er iemand uit, dit komt door selectie? Daar kwamen ze dan niet door, beetje voor straf! En mijn straf? Die nog steeds in me zat terwijl ik niets deed? Dit werd me later ook verweten? Je doet niet? Nee natuurlijk doe ik niets? Anders kreeg ik weer de schuld dat ik wel wat deed? Want links of rechts om, het deugde niet, terwijl ik als kleuter van ellende en honger maar ging stelen, een gewoonte die je er ook heel moeilijk uit krijgt, het is net een vloek, het blijft je achtervolgen, tot op een dag ik begreep hoe je dat kon veranderen? Ik ging vragen? Daar had ik nooit van gehoord? Maar het werkte wel? Dat was het gekke, maar dat kwam later, lang daarvoor moest ik nog stelen in dat kamp, ja natuurlijk nog steeds dat zelfde kamp, waar iedereen zegt dat het niet bestaat, zo als al die gevangenen die geruisloos verdwenen of zonder eerlijk proces het gevang in gingen, of documenten die spoorloos verdwenen? Zo als al die godvergeten documenten die ik moet lezen om mensen een naam te geven of kinderen die hun ouders zoeken of familie, hun af komst? Of gewoon omdat ze producten zijn zo als ik, maar dan ieder geval, met een ouder die langer bleef, als de mijne, want dat zat in die vloek verstopt en al die mensen waarvoor ik ook me de Ram BAM zoek, zelfs op kerstavond? Terwijl ik niet eens bij een kerstboom zit, aan alles even de brui heb gegeven en denk aan jullie! vloek, jullie verlangens en wensen, die hier tussen de regels staan geschreven, eigenlijk gillend over deze wereld gaat, maar niemand die het wil horen! Terwijl mensen nog steeds tot waanzin gedreven worden door de hebzucht, van klote klappers met die mooie schoentjes, lonken als of ze Assepoester zelf zijn, terwijl hun eigenbelang boven de mens staat en daar gaat dat kut gevoelen, geur ook over, het is niet alleen lust, nee bij mij niet meer, die tijd is geweest, gelukkig wel, wat heeft dat een geld gekost, terwijl ik beter die trein niet had moeten missen of die kaars wat langer liet branden en toch? Die kilte van die ziekenboeg van het kinderhuis, is als een nachtmerrie? Opgesloten in mijn hoofd, zelfs in die tram, tot aan de deur van mijn nieuwe huis, die marmeren vloer en eikenhouten trap en die witte steriele slaapkamer, waar het kippenvel nog omhoog komt, kruip ik weg, niet wetend wanneer, die kilte ophouden zal en als ik in je ogen kijk?

Als een suikerklont! Niet

Je ging te vroeg, jouw kaars was opgebrand, van al je zorgen, had je ogen altijd half dicht geknepen, om beter te kunnen zien? Of was het zo als ik het zag? Is het echt waar? Wat ik zie? Ben ik wel op de juiste plek? En als of je steeds aan het denken was, bedenken, naar een oplossing zocht! En soms met een diepe zucht je hoofd weg draaiend! moest beseffen dat er niet aan te ontkomen was! Het « verdoemd » zijn! Niet in nog uit weten, bij gratie God beslissingen nemen, die je in je verschrikkelijke jeugd heb beleefd, meegemaakt, je schreeuw van afkeer, verschrikking, van woede, van onmacht, dat vrat aan je, heel langzaam, jaar na jaar en steeds, schraapte je alle moed weer bij elkaar en je riep ook altijd « mijn God « als of hij je kon helpen, beschermen, zo als je als kind in gedoken in je bed lag? Of er onder met een kussen over je hoofd om maar niet het geschreeuw te hoeven horen, de rebellen door de straten of rond om het kamp, waar iedereen zei dat het niet bestond! En wij wisten wel beter en jij werd nooit meer beter, je sleepte die last met je mee en die van mij en eigenlijk sleepte we elkaar? Sporen achter latend over deze aardbol, jij naar recht ik naar links of was het anders om? Wij draaide met de aarde mee, we liepen tegen de aarde in, tot het punt dat we elkaar los lieten, terwijl onze vingernagels langzaam het einde van ons zamen zijn betekende, terwijl ik had gehoopt dat ik geen nagels af gekloven had, dan had ik nog een fractie van één duizendste seconden van je aanwezigheid kunnen blijven genieten, terwijl jij je ogen half dicht kneep om te kijken waar heen? En toen bij mij het licht uit ging? En weet niet eens hoe lang? En alles vervreemde, de lucht om ons heen was anders, was kil en koud en ik weet die witte muren en marmeren vloeren, als op een wolk, zo stil en die zelfde stilte van jou was snel af gelopen, jij moest weer helpen, zo als een werkster deed, zoals een kleine Babou betaamde, ook al was je daar niet voor geboren? Nog voor bedoeld, het leven van een slaaf te lijden, het lot in eigen handen nemen zou jaren duren, terwijl je steeds je ogen iets dicht kneep! Om te kijken of je op de goede weg zat? Om met jou woorden te spreken, « Want je weet maar nooit » jou en mijn leed hebben we moeten delen en steeds vandaag aan de dag, werd ons leed gedeeld met al die kinderen uit Nederlands Indië -Indonesië die versleept werden en boven dien de frustratie van hun ouders als één stortbui hebben ervaren zonder en paraplu of afdak om te schuilen en de mensheid piste er nog eens lekker overheen! Voor mij heb je je ogen nooit echt gesloten! « want je weet maar nooit! »

Rode rouw-roos prijkt niet!

Waar ik naar zocht, waar ik naar verlangde? Al was het maar voor even! Was het maar om die helse pijn te verzachten, was het alleen maar om te voelen dat ons lijden niet voor niets was geweest, voor jou en mijn half zusje, voor gestorven Beatrix en het lijden voor mij nog steeds, onophoudelijk zijn die scheuten van pijn als ik naar films kijk, boeken lees, de ontkenning van onze regering, de foto van museum Sophiahof in Den Haag, waar een feest stemming is om een etensbakje, als je er meerdere hebt een (rantang) geheten! Toen eieren uit protest door de lucht vlogen, het doelwit raakte, wit op wit met geel afdruipend, die groepen mensen jaar in jaar uit bij Ambassade, met spandoeken en al die gesmoorde kreten, vertwijfelde daden, onnodige doden, nog niet te spreken van de gijzelaars of gijzelingen, gegijzelden, het afgrijzen op een ieders gezicht, waar de schreeuw “als schilderij” op doek, in het niet valt, waar de grafzerken en verzamel graven en vooral die laatste, niet in staat was, ze allemaal te herbergen, die verloren werden onderweg, straat, kampong, rimboe, rivier of zee, net als bij jullie, zal nooit die bos rozen, bloemen je bereiken, nooit zal die aangestoken kaars zijn weg kunnen vinden, in die ruimte tussen toen en nu, laat staan? Staan in een vaas voor je grafsteen en nooit zal ik meer weten hoe het was, jou geur, jou tedere vingers door mijn oedeem haar, of buik, die toen de pijn verzachte, alles wat aan jou herinnert! Hebben ze vernietigd, zelfs rondvragen bij de familie was summier, je broer die wat kon weten was al dood, het noodlot zou ook mij blijven achtervolgen en zo verwelkt die roos in mijn hand en wacht ik op de dag dat ik eenkeer? Een verlenging van die dorre steel zal worden, terwijl langzaam de levens sappen verdampen, mijn huid verschrompeld en als perkament door de wind? Verwaai naar jou!

Als letters uit een boek vallen, zo in je hoofd?

Zo kwam per post het boek “Lichter dan ik” de leuke anekdoten stapelen zich op,het was mijn dochter uit mijn eerste huwelijk, die me het opstuurde! Terwijl ik het boekje uitpakte, de eerste bladzijde open sloeg, kwam ik de naam van haar moeder tegen met een jaartal 2019, dit was het jaar dat het boek uitgegeven werd, ik had de reclames rond dit boek gevolgd en nu was het dan zo ver! Vol verbazing in de inleiding kwam ik de naam Wiggers tegen, een naam die via het familie onderzoek, meerdere malen was gevallen, zelfs een conto en mail wisseling met één verre nazaat te weeg bracht en al lezende, nog enkele bekende namen van kampkaarten of gewoon toevallig zelfde namen, dat laat ik in het midden! Tot daar het begin van dit aangrijpende boek, als of het bestemd was voor alle wezen, verloren, ontkende moeders, radeloos zich zelf van kant gemaakte mensen en ik dacht aan mijn moeder? Ik dacht aan ons uit elkaar gereten gezin, de zwarte grafsteen van mijn zusje in de tuin en dan die leegte, onzekerheid over het lot, van dat misschien vermoorden, door haar eigen moeder of rebel, vrijheid strijder, terwijl de vrijheid er op papier al was? Maar als je niet kunt lezen of vind dat er nog iets te vergelden valt, anderhalf jaar na dato, zo om en na bij of mijn moeder misschien haar stoppen door geslagen, terwijl ze ons zocht? Van daar die brief om geld en drie of vier jaar later, eindigen in de meest afgrijselijke, bloedstollende, kans berekening in een leven, door enkele mensen “Lot” genoemd, bestempeld? Als of er nooit een weg terug zou bestaan? Terwijl in mijn leven, zoveel zij wegen waren dat ik verdwaalde en wakker werd, dat ik nu nog niet weet hoe ik er ooit uit ben gekomen, terwijl mijn moeder ter zielen ging en vast niet met alle heiligen, dit laatste las ik in een bijbel en hoorde ik in ons dorp, waar een grote kerk was, maar waar eigenlijk geen plaats voor mij was, volgens de dorp bewoners! En zo dook ik in het boek en voelde mee! Voelde de pijn en soms een lach en ja, je zult zo’n leven maar geleefd hebben? Soms stonden de tranen in mijn ogen, voor deze vrouw en mijn zusje en moeder en mijn andere zus, die niet meer is? En toch is ze bij me, alleen dat Japanse zusje, ik kan haar niet meer zien en mijn moeder, alleen door haar foto, door haar foto is ze weer werkelijkheid geworden, ze is als Jesus aan het kruis, weer op gestaan? Herrezen! Ik weet het klinkt belachelijk, ben niet eens katholiek, maar in verdriet grijp je alles aan, zelfs de duivel als het uitkomt en zo werd ik een met de schrijfster, werd ik een met Isah en zo ging ik terug in tijd, nog voor mijn geboorte, zo in de tijd van mijn overgrootvader, alhoewel die in 1871 41jaar jong! aan vermoedelijk zijn verwondingen was bezweken, maar het vertelde me veel over mijn opa en oma, over het veelvuldig sterven van kinderen of moeders in het kraambed en het meest sprak me aan? Die stilte, die lege ruimte, van woorden, die verborgen liggen, achter wat geschreven staat, die in gehouden schreeuw, want dat! Maakt dit boek, de roep of schreeuw uit ons moederland!

Als olifanten kraken in een porseleinen kast

En als je dan eindelijk je familie stamboom op een rij hebt, buiten de gegevens die de oorlogen, onderdrukkingen van een continent niet hebben overleefd of de documenten bij en na de machtsovername verbrand werden of nog enkele jaren geleden, omdat men vond? Dat ze overbodig waren! Heerlijk hoe een regering en overheids organen dit wel even bepalen, waardoor ik als een van de vele Indo’s gedupeerd ben, als ik dan zo naar het overlijden kijk? En begraafplaatsen? Dan sluipt bij mij die gedachten, naar binnen? 350 jaar onderdrukt, aanpassen, dan hup de kampen in of buitenkampen, sommige werken met de Jappen mee, kortom niet anders als in die korte Duitse overheersing en dan komt het? Weer bij elkaar gedreven of juist uit elkaar gedreven, gedeporteerd en of dit nu naar Nederland is of niet? Aanpassen! De aarde van de 13e urn op De Dam is eigenlijk, niets anders als al het leed, van ons, onze voor/ouders zamen geperst! En het is ook maar de vraag of we daar niet belazerd zijn, door een rode kruis of slimmerik uit de regering, om de verhitte, teleurgestelde, verslagen, afgedropen Indo’s een plezier te doen! Een teken van de goede wil en mede leven, als ze maar de mond hielden en braaf een keer per jaar, aanwezig waren bij de grote krokodillentranen die de overheid op de kinderkopjes lieten vallen? Al vermoed ik dat hun zuinigheid, deze wel gemeende krokodillentranen opvingen in hun zakdoek! Waarna het decor afgebroken werd en zo zie ik dan waar mijn familie begraven ligt! Allemaal zamen geperst in dat kikkerland, heel vaak bij familie leden, zonder dat ze dit wisten, laat staan? hadden kunnen voorspellen, hoe wreed het lot viel voor hen en daarmee de vraag? Erkenning? Wanneer, waar en hoe? Daar in dat gat in de grond of verbrand in de oven, zodat slechts as overbleef en je maar niet wou denken, dat ook daar je misschien belazerd werd, omdat die as in de urn, wel van de buurman kon wezen of van een Japanner, die om welke reden dan ook, in Nederland beland was net als jij? Terwijl hij niet hoefde of gedwongen was? Terwijl de schep met as tegen de urn stootte, de medewerker vloekte en dacht wat maakt het nog uit? Niemand die het ziet, niemand die er achter komt? En zo geschiede, zo als alles in de geschiedenis geschiede of je het leuk vond of niet? Maar kamerolifantjes dat is toch wel de grootste straf, als je door hen geen erkenning krijgt, geen Eer, soldij, oorlogsschade of erfrecht, dat je zo’n plaatsje op één kerkhof krijgt en soms je as uitgestrooid word in je geboorte land? Nu ondenkbaar door het virus? Want als of het niet genoeg was dat je in dit kikker land verrekte, weten we gelukkig dat de geest overwint, bij dit laatste heb ik ook mijn twijfels, want volgens mijn is deze tekst door Nederlanders uitgevonden? Opdat ze niet tot uitbetalen hoeven over te gaan? Nu ben ik eigenlijk aan het wachten, dat ze aan de doden niet zullen vragen, om een stukje op te schuiven? Want ik heb al zoveel rare dingen gehoord!

Die korrel in het rijstveld!

Om het verleden te omarmen, contact te maken met het heden, daar gaat soms een of meerdere mensen leven overheen, voor mij zelf een slepende kwestie van 70 jaar! Door één kranten artikel op Facebook geplaatst door Micheal Meyer, waar de naam die ik al jaren onderzoek Prud’homme de Lodder, door de emigratie, was afgekort, tot “Prud’homme” kwam ik uit bij Ferry! die de knappe leeftijd heeft van 91 jaar, nu was ik jaren geleden al, via de USA Jeannette Abila tegen gekomen, die ook naar haar familie leden op zoek was, nog vage herinnering had aan Tiel in Nederland en daar was het dan bij gebleven, ook door dit onderzoek, zij kwam in contact met diverse familieleden in Nederland en mede door het kranten bericht, kon zij net als ik, bellen via Skype en zo stapte we in het heden, ik hoef U de ontroering niet te onthouden, allemaal kinderen uit het grote zwijgen! Waar “Willem de Zwijger” jaloers op zou wezen, de Erfenis uit de “Indische Kwestie 2.0” een familie band! voor haar zo dicht bij, voor mij via mijn tante Emmy, de zus van mijn moeder, die volgens Ferry zo lekker kon koken en? die ik misschien als peuter in Amsterdam heb ontmoet? Dit laatste blijft een veronderstelling en heb ik eigenlijk in gedachte om het “gemis,”, draaglijk te maken! Daarom is mijn vreugde nu zo euforische, dat dat ene bericht zo’n effect zou krijgen, Omdat een vlucht uit Indonesië die een zo’n lange “staart” kreeg!

Geen vinger uit de neus!

Al was het linksom, al was het rechtsom? Als je eenmaal in de juiste spiraal komt of wel de achtbaan van het leven? Dan zie je het verleden tot leven komen, van uit een een raadsel goed beantwoorden, beland ik op je tijd line en tot mijn verbazing, verre familie namen, kinderen, van kinderen, achter of achter-achter neven en nichten, daar belanden waar mijn stamboom het niet meer wist? als het waren sta ik op een keerpunt! Waar ik het verleden passeer en en stap in het “nu” kan gaan zetten, het zou een ijdele gedachte wezen, om de weg van de toekomst in te kunnen slaan, ook al is de verleiding groot, gewaagd, ik zou het moment van”nu” voorbij razen? Ik zo de doden te kort doen en zij die in dat niemandsland verkeren en dit slechts bij tijd en wijlen beseffen, zij uit die schemer wereld, waar het grote “zwijgen” één eindeloze schreeuw werd!

Slak kruip niet in huis, kruip!

Lang, lang geleden werd je terug gevonden, tussen alle mottenballen, dat moet ook wel! je werd niet oud, in 1956 was je bezweken, aan de vernedering ondergaan, nadat je Indonesië werd uit geschopt! Daar was je een goed ondernemer en je dacht dat doe ik in Nederland ook wel even! Je leven werd getorpedeerd, regels, eisen gesteld er werd niet naar je bewezen, kunnen gekeken, niet naar jou als mens en dit laatste brak je, je nek! Ook je gezin kon het niet meer volgen, ook zij probeerde wat en moesten, zoveel water bij de wijn doen, dat de fles? Het label “Wijn” niet meer mocht en kon dragen! En na ik nu vernam zit je zoon 91 jaar jong in een tehuis voor Indo’s, ja dat is wat? Verbazing? Je bent daar met afstammelingen van Javaanse emigranten uit Suriname! Daar ooit heen gegaan om brood op de plank te krijgen, na de spanningen in dat land, gevlucht naar Nederland en nu samen in een te huis, hoe het lot zo kan spelen! Zo via een kranten bericht, stap ik per telefoon je kamer binnen! oom Ferry, het klikt gelijk, je hebt me veel! te vertellen, je kent mijn tante Emmy, ze kon zo lekker koken! Wat heb ik toch weer gemist! Je hebt bij hen even gewoond, in die jaren 1950, toen iedereen een beetje verdwaald in Nederland rond liep? En zich afvroeg, wie heeft het nog overleefd? Nu wisselen we foto’s uit, je vertelde me leuke en ernstige dingen, zo nieuw, zo anders, zo fijn en we hebben zo gelachen, over hoe? vertel je iemand? Dat als je met een Indo huwd ? Een Indo kindje krijgt! Dat dat nooit meer kan veranderen en dat is een grap, die ons Indo’s doet lachen, alleen zo kunnen we even alles vergeten? Maar te gelijker tijd denken we aan jullie allemaal, die deze weg zijn gegaan, ik heb een oom er bij!