Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Hoge of lage trap vliegtuig?

Al kende ik door het onderzoek de familie naam, met al zijn vertakkingen, met al zijn tragedies, hartverscheurend, hemels tergend, terwijl de vader trots zijn medaille op zijn borst gespeld heeft! In de hoop dat deze bescherming zou gaan bieden aan zijn gezin, terwijl ik jaloers kijk naar de warme kleding van zijn kinderen, de op elkaar, tegen elkaar, dit dapper kijkend gezin, wat net als ik, gewoon gaar moet wezen, van die verrekte tocht, want hoeveel tussen stops hebben ze mee gemaakt? Hoelang duurde hun reis? Zo zijn er duizend vragen, die deze foto bij me op roepen, zouden zij? Toen ze eindelijk aan kwamen? Ook half bewusteloos zijn van de kou? Zo als ik hem heb ervaren, terwijl ik in de armen van mijn even daar nog voor, onbekende opa en oma in de armen vloog, waardoor die kou schokkende, ervaring heel even vergeten werd? Tevens ben ik dan zo bij? Om een groot gezin te zien, waar van de kinderen ieder geval, nog wat steun vonden bij elkaar in deze cultuur schok, in tijd en ruimte, tussen wal en een luchtschip! En dan buiten die dappere vader? Kijk ik naar die duizendpoot van een moeder? Want daar sta je dan met je gezin? En alles moest nog komen, geen lieve vader of moeder die je kon redden! Uit het onderzoek bleken sommige families hun ouders wel me genomen te hebben! Wiens taak het werd de kinderen te verzorgen, al dat wasgoed aan de lijn, nog met de hand gedaan, wassen spoelen en tussen door die hongerige kelen vullen, die knorrende buiken, dat vreemde eten? Een vreemd bed, andere geluiden, zelfs het bed is anders, nog maar niet gesproken? Over de mensen om je heen? Deze foto is van October, dus stel de kou van begin februari voor in korte broek en wit trope hempje, blote voeten op die betonnen landingsbaan, maar ook voor deze kinderen moet de verbazing van hun gelaat af te lezen zijn geweest, een gelaatsuitdrukking die net als hun kleur door de tijd zou verbleken, zij gingen samen met mij door dat mistlandschap, gelukkig hadden ze elkaar, om elkaar vast te houden, iets wat ik erg heb gemist en uit woede misschien ook van me afschopte, dat krijg je als verstotene, verstotenen uit je gezin, een boot zonder passende zeilen, aanmodderen, improviseren, dat van dag tot dag, zat er bij geboorte reeds in! Misschien is dat ook wel mijn redding geweest, wat we gezamenlijk als gemenen deler hadden? Ons moederland, dat blijft altijd aan ons knagen, de binding met onze oermoeders en vaders, we hebben het over ons andere gedeelte ik! Daar waar onze stamboom doodloopt, omdat als minderwaardig, het noteren niet nodig werd gevonden? Of omdat verondersteld werd dat het de geschiedenis niet volgens Nederlands geschiedschrijving overeen kwam! Untermenschen! Om dit nu? Te accepteren “moeten”we het zien als tijdgeest! Zei de verkoper/koopman!

De Banaan klapperboom

Dus dat was jij? De foto die ik nooit kreeg te zien, je tweede huwelijk? Zelfs dat drong jaren later pas tot mij door? Zo verdoofd was ik toen ik wakker werd in dat kinderhuis en alles wat daarna nog kwam, die jas herken ik wel, die had je aan als je in Berg en Dal kwam, bij villa Kerstendal in je VW kever, je hebt zelf nooit de beleefdheid gehad deze naar me op te sturen en mijn halfbroer Ronald, dacht vast voor er iemand dood gaat? Maar dat is fictie! Het was zijn vrouw Linda, die wilde weten wie deze vrouw naast hem was? En ik? Na al die jaren van onderzoek wist van welke datum exact het was, je trouwdag in Nederland 1952 ! En de schrale troost blijft mij, deze foto te delen met familie, als een herinnering? Wie jij was, want die pijn! Is nooit versleten en in menig graf bedolven!

Schoenlepels, klemmen

Het heeft jaren geduurd? Deze mooie opgedofte foto? Een foto met vraagtekens, gevonden in één nalatenschap, in een mapje apart, zo weg gelopen uit “foto zoekt familie”? Deze foto komt uit de nalatenschap van mijn nicht, mijn opa de link, de dochter uit zijn eerste huwelijk, daar het kind van? Een? van de zo vele! “spoelde ze aan in Nederland, net tussen wal en schip en deze foto was daar zeker blijven hangen? Gedoemd tot onbekend? Was het niet! Dat het bijzonder contact met mijn achter/ achter neefje! Om de hoek kwam kijken! Hoelang we naar dit antwoord zochten? 7-6-5 jaar? Van de week zag ik ineens een gelijkenis? Met Emiel Prud’Homme de Lodder, gelukkig heb ik een oom? Die uiteindelijke mijn neef blijkt te wezen? 92 jaar jong, met een geheugen? Waar ik voor zou tekenen! Laat dit nu de broer wezen van Emiel? Frans( François) en mijn lekker kunnen kokende tante Emmy, die op deze foto staan, met hun twee dochters, want zo vertelde Ferry? Roy de jongste zoon, was nog niet geboren, waarmee deze foto ook een globale data krijgt 1937-1938 omdat het jongste meisje in 27 December 1936 is geboren, dus vandaag? Bedank ik mijn neef Ferry, die jammer genoeg! zo verrekte ver weg is, om even bij op de koffie te komen, de foto vertelt me ook meer? De gezichtsuitdrukking, zo ontspannen, maar daarna kom die oorlog en zou alles anders worden en dat verklaart ook de laatkomer? Hun zoon Roy 1947!

Eindeloos hoog en laag

Constellation

Het boek van Dante « De Hel » Stan Hollaardt dirigent van het Gregoriaanse koor Schola karolus Magnus, geschreven door wijlen Prof J. Janssen uit Nijmegen is een boek, wat me twee jaar in de greep hield en nu 10 jaar later, laat ik het nog steeds op me inwerken, Dante heeft naar mijn weten het woord “Drempel” vergeten! Drempels bestonden in zijn tijd ook! Misschien heeft hij dit woord niet geschreven in zijn opwinding, om het verhaal te beschrijven, reconstrueren, want het boek is toch het steeds terug grijpen naar gebeurtenissen, tussen toen en nu, ook al is het boek zo ontzettend oud! En waarom mis ik die drempel in zijn stap uit de onderwereld, naar de bovenwereld? Omdat dat! Die stap in tijd, gebeuren, het klaar zijn er voor! Een drempel op zich is! Geweten, een keuze, beslissing maken, op een weegschaal leggen, gebalanceerd, misschien in de toekomst gekeken en Einstein geraadpleegd? Om te concluderen dat als je van één wereld, in de andere stapt, één drempel moet overgaan, Drempel-barrière-Drempels-barrières dus misschien lagen onder zijn voeten een soort drempels die wij vinden als we een woonwijk binnen rijden? En het bijna zijn hoofd stoten aan de constellatie verklaren? Ten minste binnen mijn ontwerp en geestelijk vertaling van het boek “een mens in wording” net zo drastisch beschreven als het kan wezen, zoals het kan verlopen in een mensen leven! Misschien is dit meesterwerk daarom wel? Geschreven zonder het woord Drempel te benoemen als woord die grote Drempel( beslissing) in het leven, het verschil tussen dag en nacht, terwijl ik net als Dante naar boven kijk! Misschien liet Dante het wel aan ons over? Om onze hersens te breken over deze drempel?

Black-Out

1957, wat ik daar deed wist ik niet en mijn juffrouw Uitdenbogaard nog minder, die haar sjaal, rond haar nek droeg opdat we de “Krop” niet zagen door het jodium gebrek opgelopen in de kampen, een strenge en toch lieve juffrouw, die nooit sprak over wat ze had doorstaan? het hoofd van de school de heer Van het Hoofd, die de naam “Aap” kreeg! Ook een Indo, met een brede lach, waar ik toch wel bang voor was, niet die lach, maar wel die zware wenkbrauwen en die doordringende blik! Onze school hete? De Leerschool? Waarom weet ik niet? Had beter “de school van het zwijgen” kunnen heten? Want het woord “Indonesië” viel daar nooit! Alle andere namen van landen en oorlogen wel, van lang geleden tot de 2e Wereldoorlog toe! Mijn oorlog of ten minste ontkende revolutie, iets wat altijd plaatsvind, na vrede? Want schuldigen mensen moeten altijd gestraft worden. Mensen, slaan dan medemensen in elkaar? Of erger vermoorden, liquideren, van kant maken, in mootjes hakken, hoe beleefd wil je het zeggen? Maar geen van dit alles kwam over iemands lippen? Dus dat heeft dan ook niet bestaan? Waarom al die gekleurde kinderen op school zaten wisten we ook niet? Alleen begreep ik dat ik niet alleen was, voor de rest woonde ik niet meer bij opa en oma, niet bij mijn vader en zijn Hetty, niet in het kinderhuis, maar bij een keurig Nederlands echtpaar en die wisten helemaal niets, van hen moest ik de verschrikkingen van de oorlog met Duitsland aanhoren, op school kwamen de Grieken, Romeinen, Napoleon, Spanjaarden, Engelse en al die andere oorlogen voorbij en zo veranderde mijn vrede op school! In een veldslag, waar kanonskogels, paarden, vaandels, zwaarden, lansen, tanks, denkbeeldig door mijn hoofd suisden, waar door mijn eigen”IK” compleet in de knel kwam, als het waren, werd ik gegijzeld in die nieuwe vrijheid, omsingeld, geflankeerd, door hakenkruizen en Hitlersnorren en ene Napoleon die van ellende zijn hand op zijn buik legde, tenminste, dat schilderij staat me nog steeds voor ogen, net als die woeste Russen? Die volgens een oorlogstripboek, veranderde in ijsberen? En mijn Jappen? TRI soldaten, de rebellen, extremisten, Moslims? Indonesiër, mijn moeder, mijn familie? Mijn zusjes? Mijn halfbroers? (Wat ik toen nog niet wist?) Datal werd verzwegen en zo verzweeg ik me zelf en zo werd ik Nederlander, terwijl op mijn geboorte akte staat Europeaan? Deze kon ik alleen lezen, paar jaren later, door de bij gevoegde vertaling en die naam die daar stond? Werd ook steeds verkracht en zelfs verzwegen, terwijl wettelijk mijn nieuwe naam pas na mijn 15e in zou gaan! Al die psychogeriatrische rapporten, moesten mij zelf vertrouwen schenken in het ontkennen, negeren wat was geweest, het moest het “NU” bevestigingen, daar op school zat geen INDO? Daar zat een Nederlander van vlees en bloed! Terwijl alles om me heen anders schreeuwde, zelfs diep in mij! En dit verhaal? Blijft niet alleen mij achtervolgen? Hen alle die of nog steeds opstaan? Tegen dit onrecht, maar ook al die gene die zich er bij neergelegd hebben, dat de werkelijkheid zo is en was en dan de groep die er een lekkere boterham van eet, eigenlijk niet veel beter als door wie onze ouders in de steek gelaten werden of ontkend, zonder soldij en “blik” is geduldig, mijn blik vol minachting en mild voor alle Nederlanders die er ook niets aan konden doen, want wat je niet weet? Weet je niet? Daarvoor is een “SCHOOL” En al die geschreven rapporten, nergens ooit een echte verwijzing naar Indonesië alleen in kleine letters 27 Januari 1950!

Als je achter de wolken kunt kijken?

Natuurlijk nooit gedacht, dat de dag zou komen, dat ik zelf om me heen in een rijk verleden kon kijken? Om mij heen “kijk” ik naar de “DOOD” het vreemde is? Dat het me laat glimlachen? bij mijn dierbaren, mensen die me begeleiden in de weg naar nu! Gemengde gevoelens bij duizenden foto’s van hen, die ik pas jaren later heb gevonden? Als het waren uit hun graf, waar ze vergeten en verlaten lagen, sommige ontkent, zonder eer, sommige verkracht en afgewerkt, weggegooid, dit laatste is zachtjes uitgedrukt, eerder uitgerukt, gemarteld, uitgehongerd, uitgemergeld of opgeblazen als een ballon, van hongeroedeem, terwijl bij enkele het zaad nog uit openingen sijpelde en bij andere het rode bloed, van speer,stok,klewang of bajonet, in ander gevallen een kogel, granaat of koord, terwijl er nog steeds mensen schrijven en beweren het viel wel mee? Ja zij zij allemaal gevallen, mijn zus van verdriet, mijn oma om het verlies van haar zoon, mijn pleegouders in eenzaamheid, nadat we de deur sloten achter ons, omdat het tijd was te gaan? Om eigen benen, nog steeds wankel, want als kind ontbrak die hulp, dat is nooit echt goed gekomen, gelukkig wel mijn liefdevolle blik die jullie alle treft, zonder jullie was mijn leven, zinloos geweest, zonder inhoud, zonder die liefde, waar ik altijd naar zocht en nooit echt heb kunnen zien, pas later, nu! En toch jullie spoorde me aan, te gaan zoeken en mijn zoektocht belande in de schatkamers verdeeld over deze wereld, als scherven van het gebroken geluk, met lijm heb ik jullie kunnen verbinden om even dat levenslang gemis, ontwricht gevoel, te voelend als compleet en zo reikt mijn hand, half vergaan naar jullie foto’s, de spinnenwebben schuif ik opzij? Als een gordijn van het theater, want meer was het niet, terwijl volgevreten monsters de wereld om mij heen verscheuren, bezit gaan nemen, tot misschien op een dag ik ook uit het stof word geveegd? Of is het een ijlen hoop? Door een andere planeet?

Grote stappen in de modder! plas!

Morgen is mijn dochter jarig, dat is natuurlijk een heuglijk nieuws, voor felicitatie moet U bij haar wezen? Waarom alleen bij haar? Omdat zij als 3e generatie Indo, mij niet alleen een 4e generatie geschonken heeft? Maar tevens dat de Japanse VLOEK dan eindelijk ten einde moet lopen, dat een nieuw hoofdstuk moet aanbreken, een tijdperk dat geluk moet brengen, van niemand anders? Als eindelijk die Erkenning door de Nederlandse en Japanse overheid! Eigenlijk verdiend mijn dochter een lintje? Zij is een dochter van twee Indo’s, toen nog jong en onstuimig als jongen honden nu een maal zijn, tot dat het zamen zijn niet meer mocht wezen, door duistere krachten, die voort vloeiden uit de geschiedenis van Nederlands-Indie, zij heeft als jong kind deze vloek ervaren, gedweeë ondergaan, in het begrijpen wat er eigenlijk plaats vond! Wat het met haar zelf deed? Tot aan de dag van vandaag terwijl haar Indo’tjes om haar heen krijsen één donker haar de tweede rozig wel beide blauwe ogen, met de term overleven! Overlevers, overlevers zijn? En ondertussen gedwee mee zeulen, in twee verschillende handen, kijken naar beide ouders, vertrouwen hebben, begrip voor hun struikelen, dat vallen en opstaan, omdat er geen andere weg bestaat? Want ik zie ze nog vertrekken naar school met de taxi omdat mijn benen me niet meer konden dragen, in mijn poging om een normaal bestaan, want onze bouwstenen waren gebroken? Zo duurde het dan heel lang? En dan het moment dat ik haar moest loslaten, dat viel voor ons beide niet mee? Ook zij heeft de brokstukken bij elkaar gezocht en begrepen, wat daar de grondslag van was? Van beide ouders één intense pijn!

Om en Arm, Armom

Al werd je gedwongen, al had je geen keuze omdat soms keuze gewoon niet bestaan? Alleen in hoofden van beterweters, vooral die nooit in de zelfde schoenen hebben gestaan, als jij, ook al menen ze van wel? Als gaf je je lichaam, zonder je hart en geest, al droeg je 80 jaar die verschrikking met je mee? Toch zou ik je kussen! Als troost op al je wonden, in dat gehavende mens, versleten en het is te zien aan je gezicht, ook al probeer je het te verbergen onder dikke lagen smeer? Poeders en vet lippenstift, vooral die felle kleuren, verraden, de aanslag op je lichaam, het doffe poeder je geest en die grijze haren, je stille zwijgen, tijdens het gevecht, waar je zonder het te weten als winnaar uitkwam en dat wat boven, onder of naast je lag? Kwam keer op keer, tot het verschrompeld uit je lichaam gleed een slijmerige sliert als een naaktslak achterliet, tussen je dijen, zo op het laken,soms slechts een matras of kale grond, misschien daar waar je neer gedrukt werd, vastgehouden voor de eerste keer, waar tranen niet hielpen, nog vader of moeder, laat staan God, die hing aan het kruis, voor de bom viel op het dak van jullie huis? En ja toen lag hij net als jij? In het stof op de vloer of grond of bed, misschien je wel aan te gapen, terwijl het bloed van onschuld de aarde beroerde en eeuwen later, grondstof werd tot een groter geheel? Dit laatste als een schrale troost? Om je troostende woorden te brengen, terwijl je ogen, mij aan kijken van ongeloof! Mij lippen nogmaals je voorhoofd kussen, omdat dat de enige plek was, die ze vergeten waren, terwijl je hele lichaam door één gehaktmolen ging en als een worst aan die muur hing, waar al die varkens van vraten, zelfs maden uitkropen en etter uit de vellen kroop, branden nog steeds mijn lippen vol liefde en warmte, voor het offer wat je heb gebracht, opdat anderen niet werden vergrepen, betast, vernederd, vertrapt, geslagen, bespuugd als een beest te keer gegaan over, onder en langs en met je en dit schrijf ik zo op je sterfbed! De dokter zal je eindelijk, echt eens en voor altijd dood verklaren, de schuif van de oven staat al op een kier? Dit verbranden leek je beter, want in een gewoon graf in de grond, was je te kil en deed je rillen van angst, waardoor je geest geen rust zou krijgen, daar waar je zo naar verlangde!

Zelfs dood, laat niet praten!

En het leven begon al kut? Ik moest het zelfs nog passeren? Ik! in een zwoele daad geplant in mijn moeders schoot en daar kwam ik eindelijk die verrekte krullenbol? Krentenbol, kale neet, hoopje ellende met een luide schreeuw of was het meer de klap van de vroedvrouw die me van schrik lieten ademen? Ik weet het echt niet meer? Zelfs het door knippen van de navelstreng kreeg ik niet meer mee? Terwijl ik naar kut rook en de geur als het ware veranderde met de jaren in een vloek, als of het moment dat dat kut gevoel me bekroop, bevestigde dat deze geur zelden wat goeds beloofde of beloven zou! Die natte lap, waarmee ik schoon werd gemaakt alvorens in de handen van mij. Moeder te belanden? Ik ben bang dat de vloek al was begonnen en ik de liefde volle armen van mijn moeder nog niet bereikte? Geduld het woord alleen al? Zat volgens mij bij die vloek in begrepen en zou me blijven achtervolgen en zo had ik twee twee vloeken die ik mee moest slepen, tot dit moment kwam ik er nog goed van af! Alleen in een kribje, van staal wit geschilderd, verder was alles steriel! Als of er nog een vloek bij kwam, het steriele van één wachtkamer, het steriele van een kinderhuis, de binnenkant van een legerplunjezak is daar nog een mooie afwisseling bij! Terwijl steriel zo’n akelige bijtende geur heeft, die je ook niet zomaar uit je neus of kleren krijgt, last staan uit een gebouw, of mensen menigte of in gedachten goed, opvoeding tot zedenleer verheven, boven de innerlijke wens waar een kindje in die wieg eigenlijk op hoopte? Terwijl de stront uit zijn kont droop, zo in die luier, ik weet het klinkt niet lekker, maar wat kun je er aan doen? Zo klein zo teer? Terwijl mijn kleine hersens toen al dachten? En hoe moet dat later? Wat komt daar nou van terecht, een pas geborenen, niet liefde vol in je armen nemen? Het enige voordeel is dat het ook anders kon geweest zijn? Dat mijn moeder me wel lekker en liefdevol tegen haar aandrukte en ik hunkerend opzoek ging naar die tepel van haar? Want dat schijnt kind eigen! Aangeboren te zijn? Alleen ik kreeg die vloek er bij en het werd gewoon vloeken, dat betekend meer vloeken op een rij! En zo werd het al niets en als of de duivel er mee speelde, het hield maar niet op? Terwijl iemand vandaag net voor kerst, uit een coma ontwaakt in het IC, terwijl iedereen in een kerststemming is, iedereen in eens je lastig valt met wensen, natuurlijk heel aardig bedoeld, maar met duizenden te gelijk, ik heb het bedanken maar op gegeven, eigenlijk werd ik moedeloos, ik werd even een duizendpoot, van iPad, PC, ouderwetse adresboekje en bel nog een paar vrienden die net buiten oog bereik zaten, niet in mijn hoofd? In mijn hoofd draag ik altijd iedereen mee? Soms valt er iemand uit, dit komt door selectie? Daar kwamen ze dan niet door, beetje voor straf! En mijn straf? Die nog steeds in me zat terwijl ik niets deed? Dit werd me later ook verweten? Je doet niet? Nee natuurlijk doe ik niets? Anders kreeg ik weer de schuld dat ik wel wat deed? Want links of rechts om, het deugde niet, terwijl ik als kleuter van ellende en honger maar ging stelen, een gewoonte die je er ook heel moeilijk uit krijgt, het is net een vloek, het blijft je achtervolgen, tot op een dag ik begreep hoe je dat kon veranderen? Ik ging vragen? Daar had ik nooit van gehoord? Maar het werkte wel? Dat was het gekke, maar dat kwam later, lang daarvoor moest ik nog stelen in dat kamp, ja natuurlijk nog steeds dat zelfde kamp, waar iedereen zegt dat het niet bestaat, zo als al die gevangenen die geruisloos verdwenen of zonder eerlijk proces het gevang in gingen, of documenten die spoorloos verdwenen? Zo als al die godvergeten documenten die ik moet lezen om mensen een naam te geven of kinderen die hun ouders zoeken of familie, hun af komst? Of gewoon omdat ze producten zijn zo als ik, maar dan ieder geval, met een ouder die langer bleef, als de mijne, want dat zat in die vloek verstopt en al die mensen waarvoor ik ook me de Ram BAM zoek, zelfs op kerstavond? Terwijl ik niet eens bij een kerstboom zit, aan alles even de brui heb gegeven en denk aan jullie! vloek, jullie verlangens en wensen, die hier tussen de regels staan geschreven, eigenlijk gillend over deze wereld gaat, maar niemand die het wil horen! Terwijl mensen nog steeds tot waanzin gedreven worden door de hebzucht, van klote klappers met die mooie schoentjes, lonken als of ze Assepoester zelf zijn, terwijl hun eigenbelang boven de mens staat en daar gaat dat kut gevoelen, geur ook over, het is niet alleen lust, nee bij mij niet meer, die tijd is geweest, gelukkig wel, wat heeft dat een geld gekost, terwijl ik beter die trein niet had moeten missen of die kaars wat langer liet branden en toch? Die kilte van die ziekenboeg van het kinderhuis, is als een nachtmerrie? Opgesloten in mijn hoofd, zelfs in die tram, tot aan de deur van mijn nieuwe huis, die marmeren vloer en eikenhouten trap en die witte steriele slaapkamer, waar het kippenvel nog omhoog komt, kruip ik weg, niet wetend wanneer, die kilte ophouden zal en als ik in je ogen kijk?

Als een suikerklont! Niet

Je ging te vroeg, jouw kaars was opgebrand, van al je zorgen, had je ogen altijd half dicht geknepen, om beter te kunnen zien? Of was het zo als ik het zag? Is het echt waar? Wat ik zie? Ben ik wel op de juiste plek? En als of je steeds aan het denken was, bedenken, naar een oplossing zocht! En soms met een diepe zucht je hoofd weg draaiend! moest beseffen dat er niet aan te ontkomen was! Het « verdoemd » zijn! Niet in nog uit weten, bij gratie God beslissingen nemen, die je in je verschrikkelijke jeugd heb beleefd, meegemaakt, je schreeuw van afkeer, verschrikking, van woede, van onmacht, dat vrat aan je, heel langzaam, jaar na jaar en steeds, schraapte je alle moed weer bij elkaar en je riep ook altijd « mijn God « als of hij je kon helpen, beschermen, zo als je als kind in gedoken in je bed lag? Of er onder met een kussen over je hoofd om maar niet het geschreeuw te hoeven horen, de rebellen door de straten of rond om het kamp, waar iedereen zei dat het niet bestond! En wij wisten wel beter en jij werd nooit meer beter, je sleepte die last met je mee en die van mij en eigenlijk sleepte we elkaar? Sporen achter latend over deze aardbol, jij naar recht ik naar links of was het anders om? Wij draaide met de aarde mee, we liepen tegen de aarde in, tot het punt dat we elkaar los lieten, terwijl onze vingernagels langzaam het einde van ons zamen zijn betekende, terwijl ik had gehoopt dat ik geen nagels af gekloven had, dan had ik nog een fractie van één duizendste seconden van je aanwezigheid kunnen blijven genieten, terwijl jij je ogen half dicht kneep om te kijken waar heen? En toen bij mij het licht uit ging? En weet niet eens hoe lang? En alles vervreemde, de lucht om ons heen was anders, was kil en koud en ik weet die witte muren en marmeren vloeren, als op een wolk, zo stil en die zelfde stilte van jou was snel af gelopen, jij moest weer helpen, zo als een werkster deed, zoals een kleine Babou betaamde, ook al was je daar niet voor geboren? Nog voor bedoeld, het leven van een slaaf te lijden, het lot in eigen handen nemen zou jaren duren, terwijl je steeds je ogen iets dicht kneep! Om te kijken of je op de goede weg zat? Om met jou woorden te spreken, « Want je weet maar nooit » jou en mijn leed hebben we moeten delen en steeds vandaag aan de dag, werd ons leed gedeeld met al die kinderen uit Nederlands Indië -Indonesië die versleept werden en boven dien de frustratie van hun ouders als één stortbui hebben ervaren zonder en paraplu of afdak om te schuilen en de mensheid piste er nog eens lekker overheen! Voor mij heb je je ogen nooit echt gesloten! « want je weet maar nooit! »