Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Geen woorden, Kruip uit ruimte!

De stapels met foto’s worden dikker, de vragen en vraagtekens? Hoe komen we hier ooit uit? Hoe kunnen we al deze mensen hun naam terug geven, die ze eens bezaten! Terwijl mensen haastig foto’s plaatsen, voor het verloren gaat, maar ook in de hoop! Iemand van de familie terug te vinden of een plezier te doen! Foto’s uit Nederlands-Indie zijn wat anders? Want steeds is er de vraag? Hebben ze de oorlogen overleefd, de kampen, Japanse kampen, buiten kampen, politieken kampen, al die ontberingen doorstaan? Terwijl daar zelden iemand bij stil heeft gestaan, buiten de gemeenschap, behalve bij herdenkingen, twee-drie minuten? Daarmee krijgen we hen niet terug? Nog? al die ontbrekende namen, terwijl een foto, een bewijs is van hun bestaan! Ooit lang geleden! Toen de wereld in vuur en vlam stond! En nog jaren na smeulden!

Rode billenkoek, waar was zweep-spons?

Zo of zo, toen en nu 1945-1950 de meeste Nederlanders waren al, naar huis terug, dus kregen dit, niet mee en Soekarno? Die had het te druk! Het land was nog schuldige aan het zoeken? Dat was natuurlijk een ieder, die bezittingen had! Of om welke rede dan ook? de woede op zijn of haar hals haalde! Daarom 1945-1950 scheelde bitter weinig, misschien ging het in 1950 wel geruislozer, werden de kreten gesmoord, alvorens de keel werd door gesneden of dit nu door een struikrover, gelovige of gewoon een op wraak beluste groep of enkeling gebeurde? In weinig boeken heb ik in Nederland iets terug kunnen lezen, wel duiken lieve foto’s op van kinderen op school, met jaartallen, vredig lijkend, omdat het kabaal vaak daar was? Waar geen scholen stonden, nog veel huizen, liever van uit hinderlagen, gelokt, gesleurd of ontvoerd, ter verantwoording geroepen en het oordeel was snel beklonken, zo snel dat niemand op de dag van vandaag, weet wat daar werkelijk gebeurde, was het niet, dat vermoedelijk in een andere taal er wel over verteld word, wat mijn vader als soldaat, deed besluiten de koffers te pakken in 1952, terwijl zijn plan al vast stond in 1951, nog te veel barrière zaten in de weg? Eerst moest hij ons nog vinden? Eerst moest hij nog de scheiding afwachten, eerst moest hij met zijn geweten, dat vliegtuig missen in Djakarta, een uur tevergeefs gewacht op hem? En dat is misschien wel de reden, dat ik van hem hield en als een gek, tot mijn 46-47 jaar op hem gewacht heb, voor niets! Op zijn belofte! Ik kom je halen op een dag! Een dag? Die nooit kwam!

Batavia-Bandung-Bogor en KNIL!

Natuurlijk kwam niet iedereen zo naar Nederland? En ook niet met een boot als links onder afgebeeld! De zelfde contrasten in tijd? Een paar dagen of een maand onderweg! Erg veel kan ik me niet herinneren, als dat ik in een militaire plunjezak zat, omdat ik zo mijn vader niet in de weg zat en hij voor mijn zus kon zorgen, wel vraag ik me soms af? Mis ik een stuk van de film? Was de Baboe bij ons? Dit meer als een soort zekerheid, voor mijn zus en mij? Mijn vader daar hoefde ik me geen zorgen om maken, begin februari 1952 hoe verzin je het? Hartje winter in Holland en winter? Wat moesten we ons daar bij voorstellen? En dat is dan het gegeven! Een kind moet alles maar laten gebeuren! Wat ik buiten die kou, goed weet? Was de blijheid om daar over die betonnen landingsbaan te lopen, het gekken is, dat het ene moment ik de afstand goed in kon schatten, bij het uitstappen van het vliegtuig en dan toen ik naar opa en oma liep, niet meer weet of dat in een hal was? Wel zie ik me in hun armen vallen! Lege ruimte om me heen! En zo loop ik de deur uit en speel langs de kant van het water(slootje) in Amstelveen, natuurlijk werd deze deur door opa of oma open gemaakt, buiten die kaaiman op de kast met zijn enge groene ogen is er weinig wat me bij is gebleven, tot ik wakker werd in dat kinderhuis! Wat moet dat “erg” geweest zijn? Dat een kind een gat in zijn geheugen heeft, verdringt en verdrinkt in zijn tranen en later in alle andere rotzooi! Ontbreekt alleen de beschrijvingen in Amsterdam, die als zwarte striemen in mijn ziel gekerfd zijn, als of een ploeg vrij spel had gekregen en nu denk in het jaar 2019 aan al die onbekenden, misschien nog wel minder bedeeld en de eindstreep nooit hebben gehaald of dakloos, vertrokken van ellende, naar een ander land? Het land wat ook nooit en te nimmer, dat zal zijn als het land waar ze vandaan kwamen, al zullen veel zich neergelegd hebben en een nieuw bestaan opgebouwd, als of er niets is gebeurd, misschien was mijn begin te heftig en daardoor mijn dwaling als in een labyrint, nooit thuis, altijd onderweg!

Krullen,slag in haar!

zo als elk verhaal, heeft ook deze er een! Een vervolg, terwijl het schrijven van gisteren bekeken word, in verschillende landen, zo hoop ik jou te vinden of ieder geval je kinderen of klein kinderen, het zou betekenen dat je het hebt overleefd en dat je niet op een van die grafvelden ligt, zo ver van ons vandaan? Het was als of je leefde, lang en gelukkig, ver weg, hier vandaan, misschien wel in Utrecht of Den Haag, het zou kunnen? Werd je daar grijs en keek vol trots om je heen? Misschien wel een vrij-gezellin? Nee daarvoor spreken die ogen te veel? Die ogen die genieten van iedere dag, van mensen om je heen! Brutaal, als ik ben! wil ik alles van je weten, want je ben mijn nicht, ook weer een! waar ik te laat bij kwam? Wat voor een straf moesten we ondergaan! Waar we geen schuld aan hebben, wel deel! En dat terwijl de wereld nog steeds verdeeld is en ons lot? Zich blijft herhalen in miljoenen verhalen! En diep gekerfd in die grijze massa en nu die foto, op mijn netvlies!

Een walnoot die kraakt!

Daar was je weer, een paar jaar geleden kreeg ik je foto, een stralende foto met je kind? Het is een onderdeel van een leuke dag in de tropen, met familie en vrienden, alleen heb ik die enorme grote vraag? Wat is je voornaam? Wat is de naam van je dochter? Zijn jullie door die verschrikkelijke oorlog met Japan gekomen en alles daarna? Levend? heeft je dochter een gezin gesticht? Kreeg ze kinderen, vermoedelijk heb ik een foto van je! gemaakt in Utrecht rond 1890-1900, deze foto hier schatten we rond 1925-1930 je dochter 11a 13 jaar? Meer weet ik niet dan Dat je of een zus of zusje bent uit het eerste huwelijk van Opa Willem Mackaij-Mackay of je zou een nichtje kunnen wezen? Via Jan Trappel een verre neef van me, kreeg ik te horen, dat er nog een familie Mackay-Mackaij naar Nederlands-Indie vertrok, rond die tijd eerste foto? Maar het kan ook een foto zijn gemaakt in Utrecht, bij een bezoek aan Nederland, dit laatste werd geopperd door een verre, verre verwant! Dit gebeurd als je gaat zoeken en vragen? Kijk waar ik al ben gekomen, al zijn er foto’s die ik niet mag delen! En zo hoop ik dat op een dag! Een klein kind of achter klein kind zegt? Verrek dat is overgroot moeder of oma, of mijn tante? Het antwoord zou een leegte opvullen! En deze foto namen, namen waar iemand mee geboren word en sterft en voor het na geslacht blijft voort bestaan! Want een tante en nicht ben je van me, hoe je het draait of keert!

Borsten en geen sex

Natuurlijk was het even zoeken? Welke foto zet je nu bij zo’n text? Deze man, mijn opa, die ik nooit gezien heb, laat staan iets herkenbaars in vind? Als technisch tekenaar werkte hij in de KNIL, vocht zelfs een jaar in Atjeh mee en kreeg hiervoor en medaille en een voor trouwe dienst! Hij huwde twee keer, verloor zijn beide vrouwen vroeg en huwde beide jong, dus hij had smaak en had veel kinderen verwekt, in het onderzoek naar hem, kwam ik in de USA zijn naam tegen en in England volkstelling, zijn naam en namen van een der vrouwen, gelukkig bezit ik zijn geboorte bewijs, anders zou opa in drieën gesplitst zijn! Van zijn eerste vrouw? Helene Jacoba Engeler weten we niet zeker of de foto van haar is? Ze baarde in korte tijd 7 kinderen en stierf 1894 31 jaar jong, de foto die we hebben, geeft een magere vrouw weer, maar zo als gezegd geen zekerheid? Zijn tweede vrouw huwde hij 1896 negentien jaar en overleed 1923 dus was 46 jaar jong, Willem bleef 16 jaar alleen achter en blies zijn laatste adem uit in 1938, hem is bespaart gebleven de tweede wereld oorlog, maar niet zijn kinderen, van zijn kinderen weten we dat enkele een vroege dood stierven en ieder geval drie, kwamen om in de Bersiap periode in Batavia, bij elkaar gedreven uit hun huis gesleurd, de drie gaven zijn bij de “graven stichting” van hen, ze zijn zo onherkenbaar geweest, dat men alleen de achternaam had? Dit natuurlijk aan de hand van oog getuigen, die wisten welke familie uit huis gesleept werden om op gruwelijke wijze te verdwijnen, hier van ontbreekt, natuurlijk bewijs! Het enige bewijs zijn de graven met hun achter naam, een naam, heb ik kunnen geven, met zijn geboorte jaar, want ook die ontbrak! En nu? Ontbreek zijn sterfdatum, het jaar is 1945 meteen na de bevrijding van Japan en de onafhankelijk verklaring van Soekarno en Hatti en zo heeft opa? Niet mee gekregen wat er met zijn prachtig gezin gebeurde, in de jaren na zijn dood! Wel verloor hij zijn dochter uit tweede huwelijk Elisa Augustine 1907-1933, gelukkig maakte hij nog twee huwelijke mee 1934 en 1935 voor opa tot het verleden behoorden!

Bijna 45 jaar

Steeds moet ik aan je denken, het is October 2019 voor jou was het Augustus of September, misschien wel deze maand? Dat geen spoor van je achterbleef! Misschien bungelde je wel aan een koord? Heb je die als uitweg gebruikt, dit laatste geeft me het gevoel, dat je dapper ten einde kwam? Want drie keer is niet altijd scheepsrecht? Dit laatste weet je als geen ander! De gedacht zou ik ook graag behouden, het bespaart me de gruwelijke waarheid! De martelingen, vernederingen die je alweer moest ondergaan, dit zonder je kinderen om je heen! Misschien had je iemand getroffen daarvoor en had je een nieuw gezin, wat zou ik blij zijn voor je, als je eindelijk weer eens wist, wat geluk was? Met jou zamen heb ik geleden, ook al was er die afstand, tussen ons leven, jouw waanzin, huisde in me, kreeg onderdak en zo kroop ik door die straten en stegen, tussen kots en hondendrollen, zag ik dingen, die het daglicht niet kon velen! En zo kreeg ik vrij van school! Want ik moest voorkomen bij de rechtbank in Arnhem, misschien was je al dood? Vandaar mijn gelatenheid, waar vreugde heerste bij dit kinderloos gezin, adoptie was rond! En ik liep in het legen, mijn gedrag, werd minder en met haar, mijn omgeving, kleuren verbleekte en kil en Grouw, zwart en wit, stroomde door mijn aders, mijn longen proestte het uit en mijn neus, was wit omgeven, in de hoop troost te vinden, aan jou denken kon ik dan niet, ik was in het gevecht van overleven, zo als jij in die kampen, met al je lotgenoten, terwijl ze je uitscholden voor hoer! Ik heb je gewroken, ik werd weg gestuurd van school en daarmee, misschien wel behoed? Wie zal het zeggen? En als je wist wat ik gevonden heb? Je zou trots wezen! Dat weet ik zeker en met je Engels-Nederlandse accent, zou je zeggen! Goed gedaan “Bart” jij gebruikte geen verklein woorden, zo als in Nederland gebruikelijk is! Ik heb je foto’s, zelfs van je eerste huwelijk 1935, foto van opa en oma uit Nederlands-Indie en zijn vader en vrouw, ik heb alle documenten, vond zelfs de familieleden, alleen vele waren al dood, zij hebben de oorlog en daarna niet overleefd! Erg triest was het ook voor hen, die net als jij zo rond 49 jaar het loodje legde, als beloning voor al dat lijden? Te vergeefs? Jouw lot was niet minder er was niemand die mij een kaartje stuurde? Ja ik kreeg een foto van een achter nicht 1982? Henrietta Silvia Rozema- Thomas-Scheers, zelfs zij bleef vaag, moord, vermoord, dood, dat was je ieder geval wel met zekerheid en verder zou ik niet komen, zelfs niet in 2019, dus op de dag van vandaag? Geen document, geen graf! Een van de zovelen, hoop dat je botjes, geraamte ooit gevonden word, dat je niet in de fik bent gestoken of vermorzeld door een krokodil en waarom, doet iedereen, ook in Indonesie zo zenuwachtig? Als ik naar je vraag? En moet gevraagd worden of ik alles mag weten? Op een dag, dan kun je het me zelf vertellen, voorlopig nog niet, ik heb nog kinderen en kleinkinderen, die me niet kunnen missen, je zou trots wezen, dat weet ik zeker! Moeder wat is er gebeurd?