Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Koper niet gepoetst, is dof!

Op het moment dat je er niet was, waar ook al die andere belangrijke personen ontbraken, dat moment dat die hand met een oorverdovende klap neer kwam, die mij voorover deed slaan, als een klok met versleten tanden, waardoor de wijzers na het hoogtepunt, even op de tijd vooruit liep, dat ene moment waar mijn wereld uit elkaar spatte? Waar het besef “alleen op de wereld” niet in boekvorm bestond, maar in een harde werkelijkheid, dit terwijl mijn hoofd gloeide van de pijn, die pijn die uitstraalde als in een delta van de Mekong of heb U liever de Biesbosch omdat dat dichter bij huis is? Het is ook om het even, terwijl het half was, vol wrok, vol pijn, vermoedelijk door de persoon die het vonnis voltrok! Als drijfveer voor haar handelen, naar iets kleins toe, zonder een verweer kunnen geven, waar alleen de kreten van pijn, die schreeuw van ongelijkheid, als bevrediging, als voldoening van wraak, waar deze persoon ooit zelf slachtoffer was, van intense verkrachtingen, een mens onwaardig! Alleen zo kan ik het begrijpen, wat me is ontnomen en die gehate beweging, die uit het niets verscheen, keer op keer, waar je, je niet op kon trainen, pas tot je doordrong, als het te laat was en je, je daarna je afvroeg waar zijn al die anderen, die anderen die in mijn leven ontbraken, dat ene moment uit mijn leven en die miljoenen momenten in mijn leven daarna? Terwijl ik in mijn leven moest vechten mijn eigen hand niet te verheffen, ook al was dat tot mislukken gedoemd! Dat is misschien wel het pijnlijkste, van alle pijnen daarvoor, ondergaan in die momenten dat jullie er niet waren, om me te beschermen tegen dat monster en de monsters die volgden en het monster wat ik zelf werd, geholpen door duizenden kwelgeesten, miljarden gedrochten en als pleister op de wonden? De dag dat jij weer in mijn leven! Heel even terug kwam! En al die andere deed vergeten, dat intense gemis, misschien wel? Dat wij beide door een verschillende, doch gelijke hel gingen! Waar geen einde aan bleek te komen, vast geplakt aan die rode loper van het leven, die af en toe met de mattenklopper er van langs kreeg!

Glim-wis-ooit-nooit- karnemelk

En zij wilde mij nog wat vertellen, als of zij de dood reeds voelde aan komen, als of ze iets recht wilde zetten, als of ze de stof wilde verwijderen in die glazenkast? Met alle voorwerpen uit dat ver verleden, diep verborgen om de schaamte en het leed, voor eeuwig te begraven en elke getuigen daarvan en de levende in zwijgen te hullen, terwijl binnen in deze wezens, de waarheid reeds schreeuwt om erkenning, wisten zij veel, ook mijn vader, was geen uitzondering, toen zijn gehaaste woorden! Mijn oren binnen drongen, woorden snel en gehaast, nog net niet afgebeten op de grens van oorlog en vredes handelingen, die hij zelf nog aan het verwerken was, onbewust en zijn woorden, kwamen ook uit dat andere oor, niet echt begrepen. Want daar waar die oren aan vast zaten? Dat hoofd verlangde naar hem, hij die onze redder was en mijn zusje kijkt op de achterbank van auto, hoopvol toe! Maar naarmate de stroom van woorden vloeien, vind die blik de vloer! Een volwassen man-Soldaat-vader verteld zijn verhaal, ik kon slechts zwijgen, zelfs de tranen van teleurstelling zaten geklemd, in dapperheid, terwijl bij die gedachte nu? De tranen stromen als of de wereld huilde met alles er op en aan! Terwijl het om mijn onvolmaakte wereld ging en daar was iemand? Yvonne die op het balkon in IJburg, zo aan het IJsselmeer, zo Hollands als het maar kon, mij wat wilde vertellen? Tot haar ogen de mijnen troffen en zij in zwijgen verzonk en nooit zijn deze woorden uitgesproken, nog de weg er naar gevonden! Wel dit bericht, die me brengt, bij mijn idool, mijn redder, die me zo voor de trein gooide, waar ik plat gereden bleef liggen en nu de moderne geschiedenis wetenschappers over mijn restanten heen walsen, de ruïnes van mijn moederland, als of “zij” mijn lijdensweg willen rechtvaardigen, tegen de misgokte nederlaag van het vaderland en dan zonodig moeten dekoloniseren in belang van ego en een goed belegde boterham! Claim gevoelig? Het is wat!

Runaway, from me

En zo in dat op maat gegoten harnas, geperst en met een schoenlepel ging het allemaal veel sneller, maar niemand die ooit dat harnas gecontroleerd had? En de brieven van toen, zo lang geleden, overgebleven uit de Erfenis van mijn lieve pleegouders, die slechts in begeleiding van de jeugdzorg, zij die het juk bedachten, over mijn toch zo tengere en gehavendere schouders, terwijl ik me nu afvraag of dat harnas niet? Reeds. In Indonesië gesmeed was, met alle snode plannen er reeds in? Zo strak, dat er geen uitweg, ontkomen was! Zo lees ik dan terug op een klein velletje, ergens uit een klein boekje, de namen en data van mijn ouders, zus en zelfs mijn half broers en zusjes, mijn Nederlandse opa en oma en dat ze op moesten schieten met de adoptie! Want? Haast was geboden! Want anders zo ik zonder ooit in Amerika geweest te zijn, het Amerikaanse staatsburgerschap krijgen, daar mijn vader het Amerikaans, burger wilde worden, dat te voorkomen zat reeds in gebouwd in het harnas vermoedt ik! Bij deze zelfde papieren, vond ik rapporten 1964-1965 en 1965-1966 en daar stond duidelijk de impact van deze adoptie, niet alleen officieel de naam veranderingen, maar ook het eerste jaar nul verzuim? Door die impact in dat tweede jaar gingen de cijfers schrikbarend omlaag, door de bezoeken aan de rechtbank en een week waarin ik weg liep van school, waar de school vertwijfeld belde of ik als je blieft, terug wil komen, want de leerlingen waren in staking gegaan? Wat een eer? Maar ik zond op wraak, dus 4 dagen later ging ik weer naar school, nog een baantje er achter aan en avond school! Maar dat Harnas zat niet lekker, dus zwerven en Nederland is dan groot en dat harnas werd er niet lichter op? En ik dat toen zelf al niet begreep? Waar en waarom dat harnas klemde, omdat dit met waarschijnlijkheid voor heel iemand anders was gemaakt? Bedoeld voor een heel ander persoon, als dat! wat van mij geworden was in de loop der jaren bij die landing op Schiphol, als of het helemaal geen zachte landing was geweest! Eerder een crease, een te pletter geslagen kind, slechts bij elkaar gehouden, door de kou, die hem omringde, te zien aan zijn adem, die het landschap de landingsbaan, veranderde in witte sneeuw! Al vorens warme armen hem omklemden!

Slak zonder zout, kan ook!

Zo als ik haar nooit recht in de ogen heb gekeken? Misschien ooit één keer? In het begin, toen ik nog viel voor haar schoonheid, zo als mijn vader, voorgoed verslaaft was aan haar? Niet beseffend hoe ik onder dit mens heb geleden, waardoor ik als net twee jarige, kersvers, verschoond uit dat( ontkende kamp) die onbekende arts die wonderen had verricht om van een zwaar verwaarloost, opgezwollen van de honger, bijna geen haren op het hoofd, van de luizen maar niet te spreken, was ik vol vertrouwen, omdat( vertrouwen) me alles liet overleven, wist ik veel wat nog komen zo? Vond het tot nu toe al erg genoeg? Daar waren mijn zus en ik het wel over eens, terwijl mij wel opviel, dat zij? Mijn zus, soms ontbrak in mijn geheugen, als of zij in een andere wereld woonden, met andere mensen en dat bleek ook zo, want ooit stal ik eten voor haar, dat ik er van langs kreeg, was niet zo belangrijk? Mensen weten niet wat het is! om honger te hebben en zo kwam ik bij haar! Dat mens! Tussen al die gaten in mijn geheugen, keek ik liever naar de grond! De grond was ineens dichterbij? De afstand was ook snel overbrugd! Een klets, één duw, één schop, een stomp, voor je het wist lag je daar, als of je een verhouding had? Als of dat ondervoed zijn, ongewassen, op blote voeten? Mijn veroordeling was? En soms lag ik al in de armen van de grond, die mij probeerde te troosten! En dan kreeg ik nog een stamp extra, als of zij dacht dat ik nog dieper kon zakken? En zo werd ik vrienden met de vloer, van hout, tegels, linoleum of van aarde of kolenhok, die trappen uit Amsterdam, zijn zo beroemd omdat ze zo stijl zijn, dat moest wel, wegens ruimte gebrek, ik kreeg er een ander gebrek van? Duizelig, braken, pijn, vooral dat laatste en ook steeds minder vertrouwen en tegen beter weten in, probeerde ik het steeds weer op nieuw! Dat vertrouwen? Maar kwam niet verder, als leren val breken, dat kwam me jaren later goed uit bij judo les, maar zover was het nog niet! Toen al wilde ik sneller vooruit? Ontsnappen! Maar er valt niets te ontsnappen, laat staan snappen, terwijl ik zelfs al Amsterdamse woorden leerde en later Haagse, die vloer, die ondergrond, maakte een dof geluid en mijn botjes kraakte af en toe, die bult achter op mijn hoofd is zo vergroeid, dat je die nog kunt voelen en vroeger viel het iedereen ook op! Als je me over de bol aaiden, maar wie doet dat tegenwoordig nog? Niemand? Dus die afwijking, litteken en andere littekens zijn gewoon onzichtbaar geworden, behalve in mijn ziel, die littekens zijn vervormd, vertekend en soms weten ze niet eens waar ze aantoe zijn? En terwijl ik met bijna gesloten ogen naar haar richting, haar omtrek schichtig probeer te kijken, die klap probeer te ontwijken? Terwijl steevast word gevraagd of ik in de kast of aanrecht kast wil zitten? Welke keuze heb je dan nog? Net twee? Net drie? Net geen vier jaar en toen was dat ieder geval afgelopen? Maar groter onheil moest nog komen, uiteindelijk had ik daar “patent” opgekregen? Wie dat bedacht heeft weet ik niet, maar het zal wel weer één beterweter of betweterige ambtenaar of sociaal werker zijn geweest? Terwijl als ik dood geslagen was of dood onder aan de trap zou liggen, het uiteindelijk afgelopen zou zijn die pijn! Zij en hij geen kinderen meer en mijn zus een rot leven bespaard, want dat bleek ook een hel! Dan had ze voor mij naar het kinderhuis gemogen? Of mijn vader begon aan zijn derde vrouw? Want de zielige man van een moordenares, zou vast weer snel een liefje vinden, misschien hoefde mijn zus niet naar dat kinderhuis en buiten Roy mijn halfbroer werd er andere kinderen geboren uit die nieuwe vrouw en zou ik in mijn graf over hen waken! Maar dat is dus niet zo gelopen, niet zo gegaan? Maar ik moest wel gaan en er tegen aan, terwijl mijn hoofd zwaar aanvoelde en nergens steun vond, de steun van mijn zus ontbrak en eigenlijk alles ontbrak, zelfs die vloer, die trappen, trap of klap of klets, gootsteen kast of de kast, waar je je hersens aanstoot, waardoor ik wist, dat ik ieder geval hersens had? Ook al duurde het tot mijn 16e dat het kwartje viel en toen een gulden werd en daarmee het nieuwe ongeluk geboren was en ik op mijn knieën lag, op de grond als of ik een oud familie omhelsde, als of me duidelijk werd dat je aan die grond niet kunt ontsnappen en dat het niet uitmaakt wie je daar neer smakt? Alleen een ding weet ik zeker? Opstaan, steeds maar weer opstaan!

Het duurde wel even lang!

Dit was de krib, waar die grote gedachten geboren werd? Heel wat anders dan een kerststal, zo rond kerstmis, waar ik eigenlijk nooit echt oog voor had! In het snel voorbij lopen, als deze opgezet werd, als een strohalm voor mensen, voor ze zich vrijwillig van het leven zouden beroven, in deze zo donkere dagen, tijden, want donker kan het ook! overdag zijn, zelfs in de volle zon? Terwijl duizend mensen zingen om je heen, die inktzwarte lucht, gehuld in de stank van zwavel en scherp stinkend als zwavelzuur, voor mocht je het eerste in het donker niet gelijk ruiken? Een mens kan soms rare dingen doen of bedenken, terwijl die stal daar is voor “hoop”? Terwijl ik naar de hoop stront kijk van de ezel, waar de keutels van de schapen in het niets vallen? Zonder dat ze een neergaande beweging maken, omdat alles hier maalt in mijn hoofd en zo liep ik naar de markt, zo de Voerweg af, over langs het Hollands-Duits gemaal, achterlangs en ging zitten bij die krib en zag mijn leven voorbijkomen, gaan en begreep dat het zo niet verder kon? Niet wetende dat het nog jaren zou duren dat die lichtflits, dat “besef” nog jaren zou duren, als straf of als een beloning, als een weg die ik moest bewandelen en omdat ik alles achter me moest laten, zo als ik ooit eerder, alles achter moest laten, wat weer laten een verlengstuk van mijn leven werd, of als dat kind in die krib, wat ik niet wilde of durfde te zien, ik zelf was, hopende op die warme handen, die zich over mij ontfermde en bij deze gedachte, kocht ik snel warme wanten, want mijn reis zou lang worden en bar? Dat had ik in het schitterde water spiegel, met de brug er in gezien en mocht je daar? “nu” zitten en je zonden overdenken, wees niet bevreesd als de gedachte je bekruipt uit het niets? Dat je moet vertrekken? Dat is echt beter als een koord, het is ook niet duidelijk wanneer en dit laatste is de hoop die ik je mee wil geven, het komt wel goed, alleen wel heel anders, als waar je nu zit!

Lost, gleed uit je hand!

Alleen op de wereld, is niet alleen een boek? Alleen op de wereld is een resultaat van gebeurtenissen, zo complex! Alleen op de wereld is ook een gevoel, een gevoel wat je nooit zal verlaten, hoe stevig je die beer zijn poot ook vast grijpt , slepend over de grond, langs je benen, in die korte broek, je korte mouwen van je shirt, wit als sneeuw? Terwijl daar onder, je lichaam en geest, doordrenkt zijn van gestold bloed en die beer van wol is geduldig en absorbeert die pijn en het is of hij zegt? Treur niet, dit terwijl hij om de hoek van de straat vliegt, door de snelle beweging van het kind! Dat heil zoekt! Naar een betere waarheid! Een beter leven, terwijl van binnen de illusie, allang was geknapt, maar de ballon van de wens, de hoop weer liet stijgen, omdat alles zo snel in een kinderleven bleek te gaan? Terwijl bij het ouder worden de tijd stil ging staan, die hand langzaamaan ontspande en dé grip op de beer verslapte en achter in het stof van het leven, verdween! Voor altijd verloren, alleen op de wereld! En ik met een paar grijzen haren, denk terug aan dat moment en kan hem niet meer vinden? Vergeefs speur ik mijn handen af, waar je ooit aan kleefde, een herinnering, bitter door gal en pijn, maar ook jouw warmte en troost, nooit uit gesproken in woorden, slechts met dat grote gevoel, zo denk ik vandaag aan mijn grootste troost, mijn levens redder in de nood, die ik net al alles in het leven verloor! Wat ik er voor in de plaats kreeg is anders, is nieuw en minder vertrouwd en voelt ook niet zo warm aan? Als jij mijn beer uit mijn jeugd!

Een achterwaartse weg, trein gemist!

Onderzoek duurt jaren, van je zelf en dan wie eigenlijk je familieleden zijn? Zo pijnlijk? Dat als je het? had geweten je leven anders was geweest! Inplaats met lijken te stoeien, of reeds dement/bejaarde achternichten, zodat je de vragen zelf moet zoeken en al kun je niet in ieders hoofd kijken, toch krijg je een duidelijk beeld, hoe ieder gezin, zijn eigen weg moest gaan, zoeken, voortijdig neerstorten als aan geschoten wild, door ziekte, schuw geslagen, huidziekten, zenuw trekken, kortzichtigheid, niet qua opleidingen, mocht men dat denken, bij het lezen van de stukje, want steeds komt het er weer op neer, dat de bres die geslagen is? In de gemeenschap (al willen boze tongen deze gemeenschap ontkennen?) van de oorlog in Nederlands-Indië en later Indonesië? Dit slagveld, de gesmoorde kreten op sterfbedden, verzorgings huis of door huishoudelijke zorg/ familie word opgevangen? Spreken ander boekdelen, laat staan het in nu bijna 77 jaar later, gereconstrueerde verloop, van wat,wie, waar? gedaan heeft of zou willen hebben gedaan, was het niet dat je je mond moest houden, omdat klagen niet netjes was! En zo konden deze mensen ziekten beelden krijgen, omdat dat hoort bij mensen die niet gehoord worden, nog naar geluisterd, nog begrepen! Omdat dat beter uitkwam en goedkoper was, wat niet weet, wat niet deerde, maar dat spreekwoord bleek niet te kloppen? Dat spreekwoord was een verzinsel, zo als alles een verzinsel werd, zelfs in een kinderhuis, in een kinderhoofd en later groter mensen hoofd, terwijl dat hoofd in de schoolbank denkt, wat lul je raak en zelf lag je tussen wal en schip en of je nu naar boven keek of naar onder? Het werd er niet beter op! Vluchten hadden we allemaal al gedaan, dus dat hoef te niet meer, zou je zeggen? Maar vluchten voor de demonen in je hoofd, die je gratis mee gekregen had, door wat daar in je oor verteld werd, wat je ogen echt hadden gezien! En dan niet eens weet hoe je dat allemaal over je lippen naar buiten kunt krijgen? Ga er maar aanstaan! Zo sta ik daar aan! Niet alleen gelukkig, stel je voor, je zou ter plekken, dood neervallen van de schrik! Want bij dat graven heb ik de meest erge dingen gevonden, gelezen, herkent, begrepen hoe ik met zo vele? We dingen konden weten, zonder dat we het mochten weten? Die stille kracht! Die zelfde kracht die ik kreeg om op zoek, te gaan naar mijn familie, als het waren een soort kruistocht? Maar niet alleen? Al voelde het wel zo aan? Waardoor ik net niet voor DonQuichot werd uitgemaakt, en al die namen? Word er nog duizelig van, als of ik een groep renpaarden aan het mennen ben, want alles wil een ander kant uit? Terwijl de slangen gif willen spuiten in je ogen en oren, of documenten laten verdwijnen? Dan luister ik naar schuchtere vragen, van links of recht, aan de overkant van de Oceaan of misschien Amsterdam-Utrecht-Den Haag-Londen-Parijs of Berlijn-Kopenhagen-Bandung-Djakarta-Singapore en ander indisch4ever wel en soms heb je van die mensen die zeggen het viel wel mee? Het was niet zo erg? Om vooral? Die pijn niet nog een keer te hoeven voelen, van wat daar werkelijk gebeurde, het leven met een gebroken hart, terwijl je in je leven vergeefs de Velpon pakt, ( die zijn naam ook al niet waar maakt ) je familieleden aan elkaar plakt! In de hoop dat het nooit “ZO” was, als dat het op je netvlies staat geschreven en in je hersenstam gegrift, die vleesschaafmachiene die in je hoofd te keer gaat, vergelijkt de beelden in tijd en jaar en de plakjes met gegevens, worden vergeleken, en zijn gewoon een blauw druk van dat hoofd op die schoolbank, moedeloos neergelegd, verdrietig!

Hij, zij, wie, wij of ik?

Onder de door mij ingebeelde, opgetuigde kerstboom, waar natuurlijk de cadeautjes ontbraken en de kerststal, kreeg ik hele andere geschenken? Het duizelde me een beetje, door die inkijk in tijd en ruimte, nieuwe tantes, nieuwe ooms? Geen surrogaten, geen net als of en dan niet eens meer beter weten, het vervormen van de werkelijkheid, iets waar men zo druk mee is( in de geschiedschrijving) en ik zat daar midden in? Als of al die drugs niet genoeg waren? Werd ik bij mijn aankomst in Berg en Dal bedwelmd met de wens van twee ontzettend lieve mensen, die hun droomwereld, droomwens in vervulling brachten en zo kreeg ik nette kleren voor als we naar ooms en tantes, neven, nichten, opa en oma gingen, misschien scheelde het in beladenheid, dat van mijn pleegvader zijn ouders allang heen waren gegaan? Anders was ik natuurlijk het spoor helemaal bijster! Geraakt! Later kwamen al die vrienden bij! Die geen vrienden bleken of die ik kwijt raakte door mijn totaal verwrongen gedrag, waar ik gevangen zat en iemand de sleutel weg gepleurd had? Zodat ik de weg compleet verloor! En nu onder die ingebeelde boom kwam het echte verhaal boven, nog echter als dat kerstverhaal, waar je als kind met rode oren en verlangen naar luisterde, zelfs al zijn ze allemaal dood! Het maakt me blij, kun je de verwarring begrijpen? Maar ook die nieuwe bril? Die andere kijk? Dat ander landschap? Die andere ingebeelde kerstboom en dat compleet andere kerstverhaal?Met vier ander wijzen bij de stal en een ster! van uit een heel andere hoek belicht, een herschreven boek, waarin oorlog, nederlagen, verlies, dood, weeshuizen als een rode draad door de geschiedschrijving ging en dat ik daar met hun, maar ook dankzij mijn pleegouders? Die rode draad heb mogen doorknippen!

Dobber op de kop! Geen vis

Twee jaar geleden kreeg ik via Geneanet een link van een van mijn verre voorouders van mijn oma haar kant! “Marchant“ nu heeft het me jaren gekost met mijn trouwe mede onderzoekster Liesbeth om die naam uit te pluizen, vaders/ moeders/ kinderen/ van kinderen via allemaal steden en landen, continenten, eigenlijk net zo raar als mijn komt naar Nederland, over Nederlands-Indië waren jammer genoeg weinig documenten te vinden, behalve de sporadische huwelijks akte, en natuurlijk de volledige ontbrekende data vrouwelijke huwelijks partners van Inlandse afkomst, die door de almachtige heersers geen recht op data of achternaam hadden, als die ze door huwelijk kreeg en soms een voornaam! Mina- Sophia- Cornelia! Met het zoeken in der loop van jaren zag ik dat na de nederlaag van Napoleon, de voorouders moesten vluchten naar toen België, richting Harderwijk en vandaar over zee in het Nederlands Indië Leger, enkele kinderen bleven in Nederland in weeshuizen (Veenhuizen) en ander Amsterdam of Nijmegen, via via kwamen we bij hun voorouders uit, met klinkende namen, al dan niet goed gespeld, geschreven en zo heb ik officieel een verre/ verre heel erg verre, toch dichtbije neef gevonden, het DNA had zijn werk reeds gedaan, maar zijn gegevens, zorgen nu voor documenten en foto’s hij stamt af van professeur(leraar) Jean René Koenig 1758-1823 uit de Alsace Bas Rhin France, dit met dank aan neef Yves Bessis, waarmee ik maar weer besef? Wie zoekt? Zal vinden en dat een kans van op duizenden is, want van al die zoekers? Liep ik hem als het waren tegen het lijf, met dank aan Geneanet-MyHeritage-Stamboomforum en al die mensen die daar achter zitten, dag in dag uit!

Hoge of lage trap vliegtuig?

Al kende ik door het onderzoek de familie naam, met al zijn vertakkingen, met al zijn tragedies, hartverscheurend, hemels tergend, terwijl de vader trots zijn medaille op zijn borst gespeld heeft! In de hoop dat deze bescherming zou gaan bieden aan zijn gezin, terwijl ik jaloers kijk naar de warme kleding van zijn kinderen, de op elkaar, tegen elkaar, dit dapper kijkend gezin, wat net als ik, gewoon gaar moet wezen, van die verrekte tocht, want hoeveel tussen stops hebben ze mee gemaakt? Hoelang duurde hun reis? Zo zijn er duizend vragen, die deze foto bij me op roepen, zouden zij? Toen ze eindelijk aan kwamen? Ook half bewusteloos zijn van de kou? Zo als ik hem heb ervaren, terwijl ik in de armen van mijn even daar nog voor, onbekende opa en oma in de armen vloog, waardoor die kou schokkende, ervaring heel even vergeten werd? Tevens ben ik dan zo bij? Om een groot gezin te zien, waar van de kinderen ieder geval, nog wat steun vonden bij elkaar in deze cultuur schok, in tijd en ruimte, tussen wal en een luchtschip! En dan buiten die dappere vader? Kijk ik naar die duizendpoot van een moeder? Want daar sta je dan met je gezin? En alles moest nog komen, geen lieve vader of moeder die je kon redden! Uit het onderzoek bleken sommige families hun ouders wel me genomen te hebben! Wiens taak het werd de kinderen te verzorgen, al dat wasgoed aan de lijn, nog met de hand gedaan, wassen spoelen en tussen door die hongerige kelen vullen, die knorrende buiken, dat vreemde eten? Een vreemd bed, andere geluiden, zelfs het bed is anders, nog maar niet gesproken? Over de mensen om je heen? Deze foto is van October, dus stel de kou van begin februari voor in korte broek en wit trope hempje, blote voeten op die betonnen landingsbaan, maar ook voor deze kinderen moet de verbazing van hun gelaat af te lezen zijn geweest, een gelaatsuitdrukking die net als hun kleur door de tijd zou verbleken, zij gingen samen met mij door dat mistlandschap, gelukkig hadden ze elkaar, om elkaar vast te houden, iets wat ik erg heb gemist en uit woede misschien ook van me afschopte, dat krijg je als verstotene, verstotenen uit je gezin, een boot zonder passende zeilen, aanmodderen, improviseren, dat van dag tot dag, zat er bij geboorte reeds in! Misschien is dat ook wel mijn redding geweest, wat we gezamenlijk als gemenen deler hadden? Ons moederland, dat blijft altijd aan ons knagen, de binding met onze oermoeders en vaders, we hebben het over ons andere gedeelte ik! Daar waar onze stamboom doodloopt, omdat als minderwaardig, het noteren niet nodig werd gevonden? Of omdat verondersteld werd dat het de geschiedenis niet volgens Nederlands geschiedschrijving overeen kwam! Untermenschen! Om dit nu? Te accepteren “moeten”we het zien als tijdgeest! Zei de verkoper/koopman!

De Banaan klapperboom

Dus dat was jij? De foto die ik nooit kreeg te zien, je tweede huwelijk? Zelfs dat drong jaren later pas tot mij door? Zo verdoofd was ik toen ik wakker werd in dat kinderhuis en alles wat daarna nog kwam, die jas herken ik wel, die had je aan als je in Berg en Dal kwam, bij villa Kerstendal in je VW kever, je hebt zelf nooit de beleefdheid gehad deze naar me op te sturen en mijn halfbroer Ronald, dacht vast voor er iemand dood gaat? Maar dat is fictie! Het was zijn vrouw Linda, die wilde weten wie deze vrouw naast hem was? En ik? Na al die jaren van onderzoek wist van welke datum exact het was, je trouwdag in Nederland 1952 ! En de schrale troost blijft mij, deze foto te delen met familie, als een herinnering? Wie jij was, want die pijn! Is nooit versleten en in menig graf bedolven!

Schoenlepels, klemmen

Het heeft jaren geduurd? Deze mooie opgedofte foto? Een foto met vraagtekens, gevonden in één nalatenschap, in een mapje apart, zo weg gelopen uit “foto zoekt familie”? Deze foto komt uit de nalatenschap van mijn nicht, mijn opa de link, de dochter uit zijn eerste huwelijk, daar het kind van? Een? van de zo vele! “spoelde ze aan in Nederland, net tussen wal en schip en deze foto was daar zeker blijven hangen? Gedoemd tot onbekend? Was het niet! Dat het bijzonder contact met mijn achter/ achter neefje! Om de hoek kwam kijken! Hoelang we naar dit antwoord zochten? 7-6-5 jaar? Van de week zag ik ineens een gelijkenis? Met Emiel Prud’Homme de Lodder, gelukkig heb ik een oom? Die uiteindelijke mijn neef blijkt te wezen? 92 jaar jong, met een geheugen? Waar ik voor zou tekenen! Laat dit nu de broer wezen van Emiel? Frans( François) en mijn lekker kunnen kokende tante Emmy, die op deze foto staan, met hun twee dochters, want zo vertelde Ferry? Roy de jongste zoon, was nog niet geboren, waarmee deze foto ook een globale data krijgt 1937-1938 omdat het jongste meisje in 27 December 1936 is geboren, dus vandaag? Bedank ik mijn neef Ferry, die jammer genoeg! zo verrekte ver weg is, om even bij op de koffie te komen, de foto vertelt me ook meer? De gezichtsuitdrukking, zo ontspannen, maar daarna kom die oorlog en zou alles anders worden en dat verklaart ook de laatkomer? Hun zoon Roy 1947!

Eindeloos hoog en laag

Constellation

Het boek van Dante « De Hel » Stan Hollaardt dirigent van het Gregoriaanse koor Schola karolus Magnus, geschreven door wijlen Prof J. Janssen uit Nijmegen is een boek, wat me twee jaar in de greep hield en nu 10 jaar later, laat ik het nog steeds op me inwerken, Dante heeft naar mijn weten het woord “Drempel” vergeten! Drempels bestonden in zijn tijd ook! Misschien heeft hij dit woord niet geschreven in zijn opwinding, om het verhaal te beschrijven, reconstrueren, want het boek is toch het steeds terug grijpen naar gebeurtenissen, tussen toen en nu, ook al is het boek zo ontzettend oud! En waarom mis ik die drempel in zijn stap uit de onderwereld, naar de bovenwereld? Omdat dat! Die stap in tijd, gebeuren, het klaar zijn er voor! Een drempel op zich is! Geweten, een keuze, beslissing maken, op een weegschaal leggen, gebalanceerd, misschien in de toekomst gekeken en Einstein geraadpleegd? Om te concluderen dat als je van één wereld, in de andere stapt, één drempel moet overgaan, Drempel-barrière-Drempels-barrières dus misschien lagen onder zijn voeten een soort drempels die wij vinden als we een woonwijk binnen rijden? En het bijna zijn hoofd stoten aan de constellatie verklaren? Ten minste binnen mijn ontwerp en geestelijk vertaling van het boek “een mens in wording” net zo drastisch beschreven als het kan wezen, zoals het kan verlopen in een mensen leven! Misschien is dit meesterwerk daarom wel? Geschreven zonder het woord Drempel te benoemen als woord die grote Drempel( beslissing) in het leven, het verschil tussen dag en nacht, terwijl ik net als Dante naar boven kijk! Misschien liet Dante het wel aan ons over? Om onze hersens te breken over deze drempel?

Black-Out

1957, wat ik daar deed wist ik niet en mijn juffrouw Uitdenbogaard nog minder, die haar sjaal, rond haar nek droeg opdat we de “Krop” niet zagen door het jodium gebrek opgelopen in de kampen, een strenge en toch lieve juffrouw, die nooit sprak over wat ze had doorstaan? het hoofd van de school de heer Van het Hoofd, die de naam “Aap” kreeg! Ook een Indo, met een brede lach, waar ik toch wel bang voor was, niet die lach, maar wel die zware wenkbrauwen en die doordringende blik! Onze school hete? De Leerschool? Waarom weet ik niet? Had beter “de school van het zwijgen” kunnen heten? Want het woord “Indonesië” viel daar nooit! Alle andere namen van landen en oorlogen wel, van lang geleden tot de 2e Wereldoorlog toe! Mijn oorlog of ten minste ontkende revolutie, iets wat altijd plaatsvind, na vrede? Want schuldigen mensen moeten altijd gestraft worden. Mensen, slaan dan medemensen in elkaar? Of erger vermoorden, liquideren, van kant maken, in mootjes hakken, hoe beleefd wil je het zeggen? Maar geen van dit alles kwam over iemands lippen? Dus dat heeft dan ook niet bestaan? Waarom al die gekleurde kinderen op school zaten wisten we ook niet? Alleen begreep ik dat ik niet alleen was, voor de rest woonde ik niet meer bij opa en oma, niet bij mijn vader en zijn Hetty, niet in het kinderhuis, maar bij een keurig Nederlands echtpaar en die wisten helemaal niets, van hen moest ik de verschrikkingen van de oorlog met Duitsland aanhoren, op school kwamen de Grieken, Romeinen, Napoleon, Spanjaarden, Engelse en al die andere oorlogen voorbij en zo veranderde mijn vrede op school! In een veldslag, waar kanonskogels, paarden, vaandels, zwaarden, lansen, tanks, denkbeeldig door mijn hoofd suisden, waar door mijn eigen”IK” compleet in de knel kwam, als het waren, werd ik gegijzeld in die nieuwe vrijheid, omsingeld, geflankeerd, door hakenkruizen en Hitlersnorren en ene Napoleon die van ellende zijn hand op zijn buik legde, tenminste, dat schilderij staat me nog steeds voor ogen, net als die woeste Russen? Die volgens een oorlogstripboek, veranderde in ijsberen? En mijn Jappen? TRI soldaten, de rebellen, extremisten, Moslims? Indonesiër, mijn moeder, mijn familie? Mijn zusjes? Mijn halfbroers? (Wat ik toen nog niet wist?) Datal werd verzwegen en zo verzweeg ik me zelf en zo werd ik Nederlander, terwijl op mijn geboorte akte staat Europeaan? Deze kon ik alleen lezen, paar jaren later, door de bij gevoegde vertaling en die naam die daar stond? Werd ook steeds verkracht en zelfs verzwegen, terwijl wettelijk mijn nieuwe naam pas na mijn 15e in zou gaan! Al die psychogeriatrische rapporten, moesten mij zelf vertrouwen schenken in het ontkennen, negeren wat was geweest, het moest het “NU” bevestigingen, daar op school zat geen INDO? Daar zat een Nederlander van vlees en bloed! Terwijl alles om me heen anders schreeuwde, zelfs diep in mij! En dit verhaal? Blijft niet alleen mij achtervolgen? Hen alle die of nog steeds opstaan? Tegen dit onrecht, maar ook al die gene die zich er bij neergelegd hebben, dat de werkelijkheid zo is en was en dan de groep die er een lekkere boterham van eet, eigenlijk niet veel beter als door wie onze ouders in de steek gelaten werden of ontkend, zonder soldij en “blik” is geduldig, mijn blik vol minachting en mild voor alle Nederlanders die er ook niets aan konden doen, want wat je niet weet? Weet je niet? Daarvoor is een “SCHOOL” En al die geschreven rapporten, nergens ooit een echte verwijzing naar Indonesië alleen in kleine letters 27 Januari 1950!

Als je achter de wolken kunt kijken?

Natuurlijk nooit gedacht, dat de dag zou komen, dat ik zelf om me heen in een rijk verleden kon kijken? Om mij heen “kijk” ik naar de “DOOD” het vreemde is? Dat het me laat glimlachen? bij mijn dierbaren, mensen die me begeleiden in de weg naar nu! Gemengde gevoelens bij duizenden foto’s van hen, die ik pas jaren later heb gevonden? Als het waren uit hun graf, waar ze vergeten en verlaten lagen, sommige ontkent, zonder eer, sommige verkracht en afgewerkt, weggegooid, dit laatste is zachtjes uitgedrukt, eerder uitgerukt, gemarteld, uitgehongerd, uitgemergeld of opgeblazen als een ballon, van hongeroedeem, terwijl bij enkele het zaad nog uit openingen sijpelde en bij andere het rode bloed, van speer,stok,klewang of bajonet, in ander gevallen een kogel, granaat of koord, terwijl er nog steeds mensen schrijven en beweren het viel wel mee? Ja zij zij allemaal gevallen, mijn zus van verdriet, mijn oma om het verlies van haar zoon, mijn pleegouders in eenzaamheid, nadat we de deur sloten achter ons, omdat het tijd was te gaan? Om eigen benen, nog steeds wankel, want als kind ontbrak die hulp, dat is nooit echt goed gekomen, gelukkig wel mijn liefdevolle blik die jullie alle treft, zonder jullie was mijn leven, zinloos geweest, zonder inhoud, zonder die liefde, waar ik altijd naar zocht en nooit echt heb kunnen zien, pas later, nu! En toch jullie spoorde me aan, te gaan zoeken en mijn zoektocht belande in de schatkamers verdeeld over deze wereld, als scherven van het gebroken geluk, met lijm heb ik jullie kunnen verbinden om even dat levenslang gemis, ontwricht gevoel, te voelend als compleet en zo reikt mijn hand, half vergaan naar jullie foto’s, de spinnenwebben schuif ik opzij? Als een gordijn van het theater, want meer was het niet, terwijl volgevreten monsters de wereld om mij heen verscheuren, bezit gaan nemen, tot misschien op een dag ik ook uit het stof word geveegd? Of is het een ijlen hoop? Door een andere planeet?

Grote stappen in de modder! plas!

Morgen is mijn dochter jarig, dat is natuurlijk een heuglijk nieuws, voor felicitatie moet U bij haar wezen? Waarom alleen bij haar? Omdat zij als 3e generatie Indo, mij niet alleen een 4e generatie geschonken heeft? Maar tevens dat de Japanse VLOEK dan eindelijk ten einde moet lopen, dat een nieuw hoofdstuk moet aanbreken, een tijdperk dat geluk moet brengen, van niemand anders? Als eindelijk die Erkenning door de Nederlandse en Japanse overheid! Eigenlijk verdiend mijn dochter een lintje? Zij is een dochter van twee Indo’s, toen nog jong en onstuimig als jongen honden nu een maal zijn, tot dat het zamen zijn niet meer mocht wezen, door duistere krachten, die voort vloeiden uit de geschiedenis van Nederlands-Indie, zij heeft als jong kind deze vloek ervaren, gedweeë ondergaan, in het begrijpen wat er eigenlijk plaats vond! Wat het met haar zelf deed? Tot aan de dag van vandaag terwijl haar Indo’tjes om haar heen krijsen één donker haar de tweede rozig wel beide blauwe ogen, met de term overleven! Overlevers, overlevers zijn? En ondertussen gedwee mee zeulen, in twee verschillende handen, kijken naar beide ouders, vertrouwen hebben, begrip voor hun struikelen, dat vallen en opstaan, omdat er geen andere weg bestaat? Want ik zie ze nog vertrekken naar school met de taxi omdat mijn benen me niet meer konden dragen, in mijn poging om een normaal bestaan, want onze bouwstenen waren gebroken? Zo duurde het dan heel lang? En dan het moment dat ik haar moest loslaten, dat viel voor ons beide niet mee? Ook zij heeft de brokstukken bij elkaar gezocht en begrepen, wat daar de grondslag van was? Van beide ouders één intense pijn!

Om en Arm, Armom

Al werd je gedwongen, al had je geen keuze omdat soms keuze gewoon niet bestaan? Alleen in hoofden van beterweters, vooral die nooit in de zelfde schoenen hebben gestaan, als jij, ook al menen ze van wel? Als gaf je je lichaam, zonder je hart en geest, al droeg je 80 jaar die verschrikking met je mee? Toch zou ik je kussen! Als troost op al je wonden, in dat gehavende mens, versleten en het is te zien aan je gezicht, ook al probeer je het te verbergen onder dikke lagen smeer? Poeders en vet lippenstift, vooral die felle kleuren, verraden, de aanslag op je lichaam, het doffe poeder je geest en die grijze haren, je stille zwijgen, tijdens het gevecht, waar je zonder het te weten als winnaar uitkwam en dat wat boven, onder of naast je lag? Kwam keer op keer, tot het verschrompeld uit je lichaam gleed een slijmerige sliert als een naaktslak achterliet, tussen je dijen, zo op het laken,soms slechts een matras of kale grond, misschien daar waar je neer gedrukt werd, vastgehouden voor de eerste keer, waar tranen niet hielpen, nog vader of moeder, laat staan God, die hing aan het kruis, voor de bom viel op het dak van jullie huis? En ja toen lag hij net als jij? In het stof op de vloer of grond of bed, misschien je wel aan te gapen, terwijl het bloed van onschuld de aarde beroerde en eeuwen later, grondstof werd tot een groter geheel? Dit laatste als een schrale troost? Om je troostende woorden te brengen, terwijl je ogen, mij aan kijken van ongeloof! Mij lippen nogmaals je voorhoofd kussen, omdat dat de enige plek was, die ze vergeten waren, terwijl je hele lichaam door één gehaktmolen ging en als een worst aan die muur hing, waar al die varkens van vraten, zelfs maden uitkropen en etter uit de vellen kroop, branden nog steeds mijn lippen vol liefde en warmte, voor het offer wat je heb gebracht, opdat anderen niet werden vergrepen, betast, vernederd, vertrapt, geslagen, bespuugd als een beest te keer gegaan over, onder en langs en met je en dit schrijf ik zo op je sterfbed! De dokter zal je eindelijk, echt eens en voor altijd dood verklaren, de schuif van de oven staat al op een kier? Dit verbranden leek je beter, want in een gewoon graf in de grond, was je te kil en deed je rillen van angst, waardoor je geest geen rust zou krijgen, daar waar je zo naar verlangde!

Zelfs dood, laat niet praten!

En het leven begon al kut? Ik moest het zelfs nog passeren? Ik! in een zwoele daad geplant in mijn moeders schoot en daar kwam ik eindelijk die verrekte krullenbol? Krentenbol, kale neet, hoopje ellende met een luide schreeuw of was het meer de klap van de vroedvrouw die me van schrik lieten ademen? Ik weet het echt niet meer? Zelfs het door knippen van de navelstreng kreeg ik niet meer mee? Terwijl ik naar kut rook en de geur als het ware veranderde met de jaren in een vloek, als of het moment dat dat kut gevoel me bekroop, bevestigde dat deze geur zelden wat goeds beloofde of beloven zou! Die natte lap, waarmee ik schoon werd gemaakt alvorens in de handen van mij. Moeder te belanden? Ik ben bang dat de vloek al was begonnen en ik de liefde volle armen van mijn moeder nog niet bereikte? Geduld het woord alleen al? Zat volgens mij bij die vloek in begrepen en zou me blijven achtervolgen en zo had ik twee twee vloeken die ik mee moest slepen, tot dit moment kwam ik er nog goed van af! Alleen in een kribje, van staal wit geschilderd, verder was alles steriel! Als of er nog een vloek bij kwam, het steriele van één wachtkamer, het steriele van een kinderhuis, de binnenkant van een legerplunjezak is daar nog een mooie afwisseling bij! Terwijl steriel zo’n akelige bijtende geur heeft, die je ook niet zomaar uit je neus of kleren krijgt, last staan uit een gebouw, of mensen menigte of in gedachten goed, opvoeding tot zedenleer verheven, boven de innerlijke wens waar een kindje in die wieg eigenlijk op hoopte? Terwijl de stront uit zijn kont droop, zo in die luier, ik weet het klinkt niet lekker, maar wat kun je er aan doen? Zo klein zo teer? Terwijl mijn kleine hersens toen al dachten? En hoe moet dat later? Wat komt daar nou van terecht, een pas geborenen, niet liefde vol in je armen nemen? Het enige voordeel is dat het ook anders kon geweest zijn? Dat mijn moeder me wel lekker en liefdevol tegen haar aandrukte en ik hunkerend opzoek ging naar die tepel van haar? Want dat schijnt kind eigen! Aangeboren te zijn? Alleen ik kreeg die vloek er bij en het werd gewoon vloeken, dat betekend meer vloeken op een rij! En zo werd het al niets en als of de duivel er mee speelde, het hield maar niet op? Terwijl iemand vandaag net voor kerst, uit een coma ontwaakt in het IC, terwijl iedereen in een kerststemming is, iedereen in eens je lastig valt met wensen, natuurlijk heel aardig bedoeld, maar met duizenden te gelijk, ik heb het bedanken maar op gegeven, eigenlijk werd ik moedeloos, ik werd even een duizendpoot, van iPad, PC, ouderwetse adresboekje en bel nog een paar vrienden die net buiten oog bereik zaten, niet in mijn hoofd? In mijn hoofd draag ik altijd iedereen mee? Soms valt er iemand uit, dit komt door selectie? Daar kwamen ze dan niet door, beetje voor straf! En mijn straf? Die nog steeds in me zat terwijl ik niets deed? Dit werd me later ook verweten? Je doet niet? Nee natuurlijk doe ik niets? Anders kreeg ik weer de schuld dat ik wel wat deed? Want links of rechts om, het deugde niet, terwijl ik als kleuter van ellende en honger maar ging stelen, een gewoonte die je er ook heel moeilijk uit krijgt, het is net een vloek, het blijft je achtervolgen, tot op een dag ik begreep hoe je dat kon veranderen? Ik ging vragen? Daar had ik nooit van gehoord? Maar het werkte wel? Dat was het gekke, maar dat kwam later, lang daarvoor moest ik nog stelen in dat kamp, ja natuurlijk nog steeds dat zelfde kamp, waar iedereen zegt dat het niet bestaat, zo als al die gevangenen die geruisloos verdwenen of zonder eerlijk proces het gevang in gingen, of documenten die spoorloos verdwenen? Zo als al die godvergeten documenten die ik moet lezen om mensen een naam te geven of kinderen die hun ouders zoeken of familie, hun af komst? Of gewoon omdat ze producten zijn zo als ik, maar dan ieder geval, met een ouder die langer bleef, als de mijne, want dat zat in die vloek verstopt en al die mensen waarvoor ik ook me de Ram BAM zoek, zelfs op kerstavond? Terwijl ik niet eens bij een kerstboom zit, aan alles even de brui heb gegeven en denk aan jullie! vloek, jullie verlangens en wensen, die hier tussen de regels staan geschreven, eigenlijk gillend over deze wereld gaat, maar niemand die het wil horen! Terwijl mensen nog steeds tot waanzin gedreven worden door de hebzucht, van klote klappers met die mooie schoentjes, lonken als of ze Assepoester zelf zijn, terwijl hun eigenbelang boven de mens staat en daar gaat dat kut gevoelen, geur ook over, het is niet alleen lust, nee bij mij niet meer, die tijd is geweest, gelukkig wel, wat heeft dat een geld gekost, terwijl ik beter die trein niet had moeten missen of die kaars wat langer liet branden en toch? Die kilte van die ziekenboeg van het kinderhuis, is als een nachtmerrie? Opgesloten in mijn hoofd, zelfs in die tram, tot aan de deur van mijn nieuwe huis, die marmeren vloer en eikenhouten trap en die witte steriele slaapkamer, waar het kippenvel nog omhoog komt, kruip ik weg, niet wetend wanneer, die kilte ophouden zal en als ik in je ogen kijk?

Als een suikerklont! Niet

Je ging te vroeg, jouw kaars was opgebrand, van al je zorgen, had je ogen altijd half dicht geknepen, om beter te kunnen zien? Of was het zo als ik het zag? Is het echt waar? Wat ik zie? Ben ik wel op de juiste plek? En als of je steeds aan het denken was, bedenken, naar een oplossing zocht! En soms met een diepe zucht je hoofd weg draaiend! moest beseffen dat er niet aan te ontkomen was! Het « verdoemd » zijn! Niet in nog uit weten, bij gratie God beslissingen nemen, die je in je verschrikkelijke jeugd heb beleefd, meegemaakt, je schreeuw van afkeer, verschrikking, van woede, van onmacht, dat vrat aan je, heel langzaam, jaar na jaar en steeds, schraapte je alle moed weer bij elkaar en je riep ook altijd « mijn God « als of hij je kon helpen, beschermen, zo als je als kind in gedoken in je bed lag? Of er onder met een kussen over je hoofd om maar niet het geschreeuw te hoeven horen, de rebellen door de straten of rond om het kamp, waar iedereen zei dat het niet bestond! En wij wisten wel beter en jij werd nooit meer beter, je sleepte die last met je mee en die van mij en eigenlijk sleepte we elkaar? Sporen achter latend over deze aardbol, jij naar recht ik naar links of was het anders om? Wij draaide met de aarde mee, we liepen tegen de aarde in, tot het punt dat we elkaar los lieten, terwijl onze vingernagels langzaam het einde van ons zamen zijn betekende, terwijl ik had gehoopt dat ik geen nagels af gekloven had, dan had ik nog een fractie van één duizendste seconden van je aanwezigheid kunnen blijven genieten, terwijl jij je ogen half dicht kneep om te kijken waar heen? En toen bij mij het licht uit ging? En weet niet eens hoe lang? En alles vervreemde, de lucht om ons heen was anders, was kil en koud en ik weet die witte muren en marmeren vloeren, als op een wolk, zo stil en die zelfde stilte van jou was snel af gelopen, jij moest weer helpen, zo als een werkster deed, zoals een kleine Babou betaamde, ook al was je daar niet voor geboren? Nog voor bedoeld, het leven van een slaaf te lijden, het lot in eigen handen nemen zou jaren duren, terwijl je steeds je ogen iets dicht kneep! Om te kijken of je op de goede weg zat? Om met jou woorden te spreken, « Want je weet maar nooit » jou en mijn leed hebben we moeten delen en steeds vandaag aan de dag, werd ons leed gedeeld met al die kinderen uit Nederlands Indië -Indonesië die versleept werden en boven dien de frustratie van hun ouders als één stortbui hebben ervaren zonder en paraplu of afdak om te schuilen en de mensheid piste er nog eens lekker overheen! Voor mij heb je je ogen nooit echt gesloten! « want je weet maar nooit! »

Rode rouw-roos prijkt niet!

Waar ik naar zocht, waar ik naar verlangde? Al was het maar voor even! Was het maar om die helse pijn te verzachten, was het alleen maar om te voelen dat ons lijden niet voor niets was geweest, voor jou en mijn half zusje, voor gestorven Beatrix en het lijden voor mij nog steeds, onophoudelijk zijn die scheuten van pijn als ik naar films kijk, boeken lees, de ontkenning van onze regering, de foto van museum Sophiahof in Den Haag, waar een feest stemming is om een etensbakje, als je er meerdere hebt een (rantang) geheten! Toen eieren uit protest door de lucht vlogen, het doelwit raakte, wit op wit met geel afdruipend, die groepen mensen jaar in jaar uit bij Ambassade, met spandoeken en al die gesmoorde kreten, vertwijfelde daden, onnodige doden, nog niet te spreken van de gijzelaars of gijzelingen, gegijzelden, het afgrijzen op een ieders gezicht, waar de schreeuw “als schilderij” op doek, in het niet valt, waar de grafzerken en verzamel graven en vooral die laatste, niet in staat was, ze allemaal te herbergen, die verloren werden onderweg, straat, kampong, rimboe, rivier of zee, net als bij jullie, zal nooit die bos rozen, bloemen je bereiken, nooit zal die aangestoken kaars zijn weg kunnen vinden, in die ruimte tussen toen en nu, laat staan? Staan in een vaas voor je grafsteen en nooit zal ik meer weten hoe het was, jou geur, jou tedere vingers door mijn oedeem haar, of buik, die toen de pijn verzachte, alles wat aan jou herinnert! Hebben ze vernietigd, zelfs rondvragen bij de familie was summier, je broer die wat kon weten was al dood, het noodlot zou ook mij blijven achtervolgen en zo verwelkt die roos in mijn hand en wacht ik op de dag dat ik eenkeer? Een verlenging van die dorre steel zal worden, terwijl langzaam de levens sappen verdampen, mijn huid verschrompeld en als perkament door de wind? Verwaai naar jou!

Als letters uit een boek vallen, zo in je hoofd?

Zo kwam per post het boek “Lichter dan ik” de leuke anekdoten stapelen zich op,het was mijn dochter uit mijn eerste huwelijk, die me het opstuurde! Terwijl ik het boekje uitpakte, de eerste bladzijde open sloeg, kwam ik de naam van haar moeder tegen met een jaartal 2019, dit was het jaar dat het boek uitgegeven werd, ik had de reclames rond dit boek gevolgd en nu was het dan zo ver! Vol verbazing in de inleiding kwam ik de naam Wiggers tegen, een naam die via het familie onderzoek, meerdere malen was gevallen, zelfs een conto en mail wisseling met één verre nazaat te weeg bracht en al lezende, nog enkele bekende namen van kampkaarten of gewoon toevallig zelfde namen, dat laat ik in het midden! Tot daar het begin van dit aangrijpende boek, als of het bestemd was voor alle wezen, verloren, ontkende moeders, radeloos zich zelf van kant gemaakte mensen en ik dacht aan mijn moeder? Ik dacht aan ons uit elkaar gereten gezin, de zwarte grafsteen van mijn zusje in de tuin en dan die leegte, onzekerheid over het lot, van dat misschien vermoorden, door haar eigen moeder of rebel, vrijheid strijder, terwijl de vrijheid er op papier al was? Maar als je niet kunt lezen of vind dat er nog iets te vergelden valt, anderhalf jaar na dato, zo om en na bij of mijn moeder misschien haar stoppen door geslagen, terwijl ze ons zocht? Van daar die brief om geld en drie of vier jaar later, eindigen in de meest afgrijselijke, bloedstollende, kans berekening in een leven, door enkele mensen “Lot” genoemd, bestempeld? Als of er nooit een weg terug zou bestaan? Terwijl in mijn leven, zoveel zij wegen waren dat ik verdwaalde en wakker werd, dat ik nu nog niet weet hoe ik er ooit uit ben gekomen, terwijl mijn moeder ter zielen ging en vast niet met alle heiligen, dit laatste las ik in een bijbel en hoorde ik in ons dorp, waar een grote kerk was, maar waar eigenlijk geen plaats voor mij was, volgens de dorp bewoners! En zo dook ik in het boek en voelde mee! Voelde de pijn en soms een lach en ja, je zult zo’n leven maar geleefd hebben? Soms stonden de tranen in mijn ogen, voor deze vrouw en mijn zusje en moeder en mijn andere zus, die niet meer is? En toch is ze bij me, alleen dat Japanse zusje, ik kan haar niet meer zien en mijn moeder, alleen door haar foto, door haar foto is ze weer werkelijkheid geworden, ze is als Jesus aan het kruis, weer op gestaan? Herrezen! Ik weet het klinkt belachelijk, ben niet eens katholiek, maar in verdriet grijp je alles aan, zelfs de duivel als het uitkomt en zo werd ik een met de schrijfster, werd ik een met Isah en zo ging ik terug in tijd, nog voor mijn geboorte, zo in de tijd van mijn overgrootvader, alhoewel die in 1871 41jaar jong! aan vermoedelijk zijn verwondingen was bezweken, maar het vertelde me veel over mijn opa en oma, over het veelvuldig sterven van kinderen of moeders in het kraambed en het meest sprak me aan? Die stilte, die lege ruimte, van woorden, die verborgen liggen, achter wat geschreven staat, die in gehouden schreeuw, want dat! Maakt dit boek, de roep of schreeuw uit ons moederland!

Als olifanten kraken in een porseleinen kast

En als je dan eindelijk je familie stamboom op een rij hebt, buiten de gegevens die de oorlogen, onderdrukkingen van een continent niet hebben overleefd of de documenten bij en na de machtsovername verbrand werden of nog enkele jaren geleden, omdat men vond? Dat ze overbodig waren! Heerlijk hoe een regering en overheids organen dit wel even bepalen, waardoor ik als een van de vele Indo’s gedupeerd ben, als ik dan zo naar het overlijden kijk? En begraafplaatsen? Dan sluipt bij mij die gedachten, naar binnen? 350 jaar onderdrukt, aanpassen, dan hup de kampen in of buitenkampen, sommige werken met de Jappen mee, kortom niet anders als in die korte Duitse overheersing en dan komt het? Weer bij elkaar gedreven of juist uit elkaar gedreven, gedeporteerd en of dit nu naar Nederland is of niet? Aanpassen! De aarde van de 13e urn op De Dam is eigenlijk, niets anders als al het leed, van ons, onze voor/ouders zamen geperst! En het is ook maar de vraag of we daar niet belazerd zijn, door een rode kruis of slimmerik uit de regering, om de verhitte, teleurgestelde, verslagen, afgedropen Indo’s een plezier te doen! Een teken van de goede wil en mede leven, als ze maar de mond hielden en braaf een keer per jaar, aanwezig waren bij de grote krokodillentranen die de overheid op de kinderkopjes lieten vallen? Al vermoed ik dat hun zuinigheid, deze wel gemeende krokodillentranen opvingen in hun zakdoek! Waarna het decor afgebroken werd en zo zie ik dan waar mijn familie begraven ligt! Allemaal zamen geperst in dat kikkerland, heel vaak bij familie leden, zonder dat ze dit wisten, laat staan? hadden kunnen voorspellen, hoe wreed het lot viel voor hen en daarmee de vraag? Erkenning? Wanneer, waar en hoe? Daar in dat gat in de grond of verbrand in de oven, zodat slechts as overbleef en je maar niet wou denken, dat ook daar je misschien belazerd werd, omdat die as in de urn, wel van de buurman kon wezen of van een Japanner, die om welke reden dan ook, in Nederland beland was net als jij? Terwijl hij niet hoefde of gedwongen was? Terwijl de schep met as tegen de urn stootte, de medewerker vloekte en dacht wat maakt het nog uit? Niemand die het ziet, niemand die er achter komt? En zo geschiede, zo als alles in de geschiedenis geschiede of je het leuk vond of niet? Maar kamerolifantjes dat is toch wel de grootste straf, als je door hen geen erkenning krijgt, geen Eer, soldij, oorlogsschade of erfrecht, dat je zo’n plaatsje op één kerkhof krijgt en soms je as uitgestrooid word in je geboorte land? Nu ondenkbaar door het virus? Want als of het niet genoeg was dat je in dit kikker land verrekte, weten we gelukkig dat de geest overwint, bij dit laatste heb ik ook mijn twijfels, want volgens mijn is deze tekst door Nederlanders uitgevonden? Opdat ze niet tot uitbetalen hoeven over te gaan? Nu ben ik eigenlijk aan het wachten, dat ze aan de doden niet zullen vragen, om een stukje op te schuiven? Want ik heb al zoveel rare dingen gehoord!

Die korrel in het rijstveld!

Om het verleden te omarmen, contact te maken met het heden, daar gaat soms een of meerdere mensen leven overheen, voor mij zelf een slepende kwestie van 70 jaar! Door één kranten artikel op Facebook geplaatst door Micheal Meyer, waar de naam die ik al jaren onderzoek Prud’homme de Lodder, door de emigratie, was afgekort, tot “Prud’homme” kwam ik uit bij Ferry! die de knappe leeftijd heeft van 91 jaar, nu was ik jaren geleden al, via de USA Jeannette Abila tegen gekomen, die ook naar haar familie leden op zoek was, nog vage herinnering had aan Tiel in Nederland en daar was het dan bij gebleven, ook door dit onderzoek, zij kwam in contact met diverse familieleden in Nederland en mede door het kranten bericht, kon zij net als ik, bellen via Skype en zo stapte we in het heden, ik hoef U de ontroering niet te onthouden, allemaal kinderen uit het grote zwijgen! Waar “Willem de Zwijger” jaloers op zou wezen, de Erfenis uit de “Indische Kwestie 2.0” een familie band! voor haar zo dicht bij, voor mij via mijn tante Emmy, de zus van mijn moeder, die volgens Ferry zo lekker kon koken en? die ik misschien als peuter in Amsterdam heb ontmoet? Dit laatste blijft een veronderstelling en heb ik eigenlijk in gedachte om het “gemis,”, draaglijk te maken! Daarom is mijn vreugde nu zo euforische, dat dat ene bericht zo’n effect zou krijgen, Omdat een vlucht uit Indonesië die een zo’n lange “staart” kreeg!

Geen vinger uit de neus!

Al was het linksom, al was het rechtsom? Als je eenmaal in de juiste spiraal komt of wel de achtbaan van het leven? Dan zie je het verleden tot leven komen, van uit een een raadsel goed beantwoorden, beland ik op je tijd line en tot mijn verbazing, verre familie namen, kinderen, van kinderen, achter of achter-achter neven en nichten, daar belanden waar mijn stamboom het niet meer wist? als het waren sta ik op een keerpunt! Waar ik het verleden passeer en en stap in het “nu” kan gaan zetten, het zou een ijdele gedachte wezen, om de weg van de toekomst in te kunnen slaan, ook al is de verleiding groot, gewaagd, ik zou het moment van”nu” voorbij razen? Ik zo de doden te kort doen en zij die in dat niemandsland verkeren en dit slechts bij tijd en wijlen beseffen, zij uit die schemer wereld, waar het grote “zwijgen” één eindeloze schreeuw werd!

Slak kruip niet in huis, kruip!

Lang, lang geleden werd je terug gevonden, tussen alle mottenballen, dat moet ook wel! je werd niet oud, in 1956 was je bezweken, aan de vernedering ondergaan, nadat je Indonesië werd uit geschopt! Daar was je een goed ondernemer en je dacht dat doe ik in Nederland ook wel even! Je leven werd getorpedeerd, regels, eisen gesteld er werd niet naar je bewezen, kunnen gekeken, niet naar jou als mens en dit laatste brak je, je nek! Ook je gezin kon het niet meer volgen, ook zij probeerde wat en moesten, zoveel water bij de wijn doen, dat de fles? Het label “Wijn” niet meer mocht en kon dragen! En na ik nu vernam zit je zoon 91 jaar jong in een tehuis voor Indo’s, ja dat is wat? Verbazing? Je bent daar met afstammelingen van Javaanse emigranten uit Suriname! Daar ooit heen gegaan om brood op de plank te krijgen, na de spanningen in dat land, gevlucht naar Nederland en nu samen in een te huis, hoe het lot zo kan spelen! Zo via een kranten bericht, stap ik per telefoon je kamer binnen! oom Ferry, het klikt gelijk, je hebt me veel! te vertellen, je kent mijn tante Emmy, ze kon zo lekker koken! Wat heb ik toch weer gemist! Je hebt bij hen even gewoond, in die jaren 1950, toen iedereen een beetje verdwaald in Nederland rond liep? En zich afvroeg, wie heeft het nog overleefd? Nu wisselen we foto’s uit, je vertelde me leuke en ernstige dingen, zo nieuw, zo anders, zo fijn en we hebben zo gelachen, over hoe? vertel je iemand? Dat als je met een Indo huwd ? Een Indo kindje krijgt! Dat dat nooit meer kan veranderen en dat is een grap, die ons Indo’s doet lachen, alleen zo kunnen we even alles vergeten? Maar te gelijker tijd denken we aan jullie allemaal, die deze weg zijn gegaan, ik heb een oom er bij!

Tegendraadse bewegings! Vraag?

In het Surinaamse familie blad, kwam ik negen jaar geleden, bij toeval? Een kreet tegen? Wie weet er iets over mijn moeder? “Elise” ? Wie kan iets over haar vertellen, alleen door de achternaam Glans, wist ik wie er bedoeld werd? En schreef gelijk? Ik weet iets! Bij het verzenden ging er iets mis? Ik kon de link van de site niet meer vinden, was zo op gewonden, dat alles mis ging, waar het fout kon gaan? Vorig jaar, door het onderzoek kwam ik weer uit bij de naam Glans en aanverwanten en zo ook bij de spannende familie geschiedenis uit Suriname, pas toen begreep ik dat mijn in 1933 overleden tante Elisa gehuwd was met Glans en dat deze vraagsteller? Niemand minder was als mijn neef Freddy, die zo bij het bestuderen familie geschiedenis! Dat hij op 4 jarige leeftijd van zijn moeder werd beroofd en 9 jaar later in één of meerdere Jappen kampen verdween, na de oorlog naar Suriname en Nederland als sportleraar werkzaam was, had ik begrepen, vele huwelijken, die zijn verscheurde kind en jeugd, niet overleefde, ook al is hij nu 91 jaar, helder van geest! Zijn dochter benaderde mij via Skype kregen we dan een verbinding, nee veel kon ik niet vertellen over zijn moeder, wel kon ik hem hopelijk, blij maken met foto’s, waar hij misschien zijn moeder beter in herkent, ook een van zijn vader, met aanvullende kranten berichten, nu had ik natuurlijk gehoopt dat hij mijn moeder kende? Had ontmoet? Andere broers en zussen van zijn moeder kende hij wel, al die jaren zoeken en dan op een overlevende stuiten? Dit als beloning? Mijn dag kan niet kapot, te weten dat hij daar ook nog een dochter heeft uit een ander huwelijk? Dan dat huwelijk die ik kende en zo zet ik mijn zoektocht voort in de Indische Kwestie 2.0, transparantie als leidraad!

Als de krokodil een traan in verslikt!

Zo voor de herdenking? als wij herdenken? Aan wat ons is overkomen en zeker niet die slachtoffer rol? Een stempel die we in Nederland vaak op gespeld kregen? In plaats van een medaille, al doen ze nu hun best 75 jaar later, voor de kinderen geboren na December 1949 is de erkenning altijd uit gebleven, als of hun lijden met gom tot het verleden werd gewist! Hopende dat tijd de schade zou helen? Bij mij gebeurt het tegenovergestelde, het verdriet maakt zich meester, als ik al die namen en foto’s zie? Die hulp kreten lees, die uit kelen klinken, soms galmen en de vooral niet? gesproken woorden, woorden die bleven steken, achter in die kelen, terwijl de ogen zich vullen met tranen? Die door angst gebalde vuisten, die Verrekte onmacht, want je mocht toch niet klagen? met al de kansen , die je geboden werden? Terwijl nu zeventig jaar later, ik jullie ontmoet, jullie eindelijk mag omhelzen, wel in gebeeld, natuurlijk, mijn echte ware familie en zo stroomt even die warmte binnen in me, ga ik terug in mijn moederschoot, terwijl de oorlog aan mij voorbij ging, beschermd door vruchtwater, Jullie foto’s soms trots! Soms verbaast, die opa’s en Oma’s gelaten kijkende, op die foto’s uit een pension, waar alleen de kinderen onbezorgd hun weg konden vinden, tijdelijk ontheven, van wat was gebeurd, verbeurd, verkracht en in een doofpot zou belanden, ontkenning! Alles dat? waar geen familie om vraagt, verlegen zit!

Wurm-boek of als stof neer?

Boekhandel van Hoorn onder aan de Waal in Nijmegen, verhuist naar de binnenstad, zijn uitbater een échte Hollandse kerel, blond en blauwen ogen, die je diep aankeken, om te weten wat je zocht? Misschien wel om te kijken of hij een duur antieke verzameling kon slijten, zijn pand keurig onderhouden, naar binnen door die dikke deur, goed in de verf, het glansde je te gemoed, nog niet te spreken van de blinkende brievengleuf van koper, binnen werd slechts zacht gesproken en mij ogen zochten, soms kocht ik een boek en verdween, weer net zo snel, schichtig en de stad slokte me op! En zo vroeg hij me wat zoek je dan? Ik bleef het juiste antwoord schuldig, terwijl ik twintig jaar later een alchemist werd genoemd en nu al jaren, doden opgraaf, foto’s verzamel, namen verslind en ze een plaats geef? Data en geboorte plaatsen zoek, tegenwoordig worden foto’s openbaar? Met een schreeuw? “Help” herken mij of iemand? Geef me een plaats in die geschiedenis, die is verzwegen? Verdonkeremaand, verloren express en niet alleen uit schaamte? Maar schaamteloos, onbehoorlijk vals? Terwijl ik in Amstelveen in de oude Kerkstraat bij opa en oma ben, terwijl ik verwees en beduusd was, angst? Terdege angst die elke WEES en nog weeskind moet worden herkent? Waar een gat ontstaat in zijn hoofd? In zijn geheugen, als of een wurm zijn schedel leeg vreet! En als dank een hoop stront van samengeperste, leegte achterlaat, waar je niet op uitglijden kan? Alhoewel die buil op je achterhoofd pijn doet, bij je poging een einde te maken aan die lege ellende, die ik op wou vullen met boeken, terwijl ik vaak de woorden niet begreep? En soms nog, want ik kwam met andere klanken, ik begreep niet veel? Zelfs het eten niet, terwijl ik als kind opgeblazen was, van de honger, een luchtballon zonder touw, zonder lint, wel later een lindworm er achter latende in de WC pot, gedrapeerd, bleekjes opgerold en zo snapte ik dat ik de waarheid van mijn zoeken, nooit hier kon vinden, ik had de tijd niet mee of was te laat en alle boeken waren al voor mijn neus gekaapt? Of ik wist gewoon niet hoe? Net als dat liedje? Van wie weet ik niet meer? Wie het weet mag het zeggen? Ik was er niet mee geholpen? Maar nu help ik anderen en het leven krijgt kleur, terwijl die leegte blijft, maar ik me inbeeld het verloren paradijs gevonden te hebben en denk aan die Babou gisteren op TV en haar mooie gedachten, haar bezorgdheid en haar proberen te begrijpen van verschillenden werelden en niemand die echt vroeg wat zij nu dacht in een wereld van beterweters en nog steeds? Is die ziekte niet overwonnen en veel erger? Ik ben er ook door aangestoken, het virus draait om die leegte heen, die babou haar leven begon ook al niet best? Terwijl het best had moeten wezen en toch? Wij werden en waren wezen, als een vloek, terwijl dat gat, die leegte, de holle leegtes , vele woorden en letters in en uit kraamde en dat terwijl de ooievaar nog lang niet gesignaleerd was, omdat hier sneeuw was en mijn leegte nog daar! Zo droom ik nu van één Babou, ook dat was een bittere pil, of natte droom, want zij huwde mijn vader, die ophield, mijn vader te zijn, mij bleef die leegte, zo leeg, dat zelfs na 70 jaar, de erkenning nog niets uit hun strot kan komen en mijn moeder, voor niets leed? Met al die anderen, net als wij de 2e generatie, daar of hier geboren of ook neer gepleurd in een kinderhuis of kamp, pension of noodwoning, waar je noodgedwongen je bek dicht hield tot later? Nu!

De kerk en het hof, de rest lag ergens ander!

12 Juni 2020 kreeg ik dit bericht, terwijl ik in 1956 in de Van Nispenstraat op school zat, net om de hoek, van dit kerkhof, tot mijn 12 liep ik altijd rechts uit school, naar de dichtstbijzijnde bushalte, dit hing van de dag of tijd af! Of als ik bij vrienden langs ging, die in de buurt van het badhuis woonden? Dan kwam ik lang het kerkhof op! Aan de overkant, als eerste had ik dat zo geleerd en die enkele keer dat ik langs dat hekwerk liep, dan bekroop me altijd een onbehaaglijk gevoel? Die kerkhof heg, donkergroen, het hele jaar door! Het kwam ook door die honden drollen, waar je overheen moest stappen en het stonk er naar pis, ooit in een baldadige bui, tot net over de drempel van de ingang geweest, als held op sokken, misschien met mijn vriendje Jan Vogelzang, of Freddy, zijn vader had een cafe aan de zelfde weg! Misschien wel met Kees Ten Have, maar wat moest ik daar zoeken? Kwam hier toch niet vandaan? En zo kwam ik weer achter de familie van mijn oma, zij was geboren in Nederlands-Indie uit een Inlandse vrouw Atjimah, wanneer zij geboren was en waar? Weten we niet en wanneer ze dood ging ook niet? En wie haar ouders en overgroot ouders waren, weten we ook niet? Wel weten we wie haar man was, broer, zussen en wie zijn vader, maar ook dan! word het zoeken, wel weet ik, dat zijn familie in het leger van Napoléon vocht, tot op de dag dat deze bij Waterloo ten onderging! Deserteurs werden ze en moesten vluchten, zo als vluchtelingen nu eenmaal doen! En met die vlucht, krijg je gratis angst? op ontdekking en zo zien we in documenten, steeds weer andere data’s en natuurlijk die zelfde namen, want vroeger kreeg je de naam van je voorvader, vader, oom of neef en de meiden natuurlijk van moeders kant. Zo dat je snel het overzicht kwijtraakt! Wie wat waar en hoe? Had ik maar geweten dat zij daar lag, het arme mens, dan had ik bij haar graf kunnen zitten! Dan had ik iemand om mee te praten gehad, in die tijden dat ik doelloos door Nijmegen liep of kattenkwaad uitvrat, van verveling of mijn onvrede, waar niemand iets aan kon doen en ik nog minder! Dat is de straf van ieder kind, als je van je moeder weg word gerukt, met een vliegtuig op Schiphol gezet, dan in Amsterdam en uiteindelijk, ook daar op moet rotten, je als een aapje in een kooi, braaf wacht, op de dag dat je weg mag! Met die bruine koffer, die brief? Waar “niet” mijn tante Marchant in stond, nog al die andere mis gelopen mensen, familieleden? Die het zelf ook niet begrepen of wisten, want als kind denk je al snel dat je de enige bent? Gelukkig had mijn tante dat allemaal achter de rug! Misschien had ze me kunnen troosten want uiteindelijk wist zij als geen ander, wat voor mij als halve « wees » nog moest komen, gaan en zo bleek dat het woord « wees » generatie op generatie gedrukt! Op ons, mijn opa, was vroeg wees, zijn vrouw was vroeg wees, zo als haar familie wezen waren in Breda en later Veenhuizen, hoe ze in Breda kwamen, zoeken we nog even uit, want waar waren hun ouders? En wie vroeg belangstellend naar ze in de veenkolonie, terwijl andere familie naar Nederlands-Indië vertrok en zo kwam ik de naam in England tegen en in Amerika, want wat U niet weet? De naam Marchant met een T komt minder voor!als met een D! Zo zie je dat zelfs als wees en weeshuis kind nog een hoop kan leren, dit laatste zeg ik vooral, voor al die arme drommels, die daar nog in moeten en ik zie ze al voor me! Hoofdjes vol van wanhoop, tranen die rollen en de vraag? Wat heb ik verkeerd gedaan? En veel erger? Waarom kom ik van die gedachte nooit af? Waarom kon ik niet gewoon, naast die grafzerk zitten treuren, om mijn tante die dood was? Zo als elk kind? Kon ik misschien paardebloemen plukken? Of bloemen bij de kraam jatten, stiekem natuurlijk? Of gewoon een mooie bos kopen of een hele kar in eens, van die arme man die ik altijd zag, bij de Daalseweg, waar ik zijn kar een paar keer helemaal leeg kocht opdat hij lekker naar huis kom gaan, een bakje koffie drinken of als hij een gezin had, bij hen wezen en anders gewoon één lekkere dikke boterham met extra beleg, want soms word je blij? Als je erkent word, even die last van je schouders word genomen en dan wist ik dat hij altijd uit keek naar me? Of? In de hoop dat ik weer zijn hele vracht zou kopen? Als geen ander weet ik van die hoop? Die wens, diep van binnen, warmte! Dat weet een Wees maar al te goed!

Weg en dood, dood weg! mooi?

Geschiedenis zit in de genen, geschied vervalsingen in de boeken op school, geen haan die kraaide? Waarom zou je twijfels hebben over de school, waar op je zat, aan je meester of juffrouw, later de krant, tv en die duizenden boeken die werden geschreven, nu 70 – 75 jaar later zien we de gatenkaas! Het collectief moedwillig geheugen verlies, die jammer genoeg nog steeds goed gepraat word, door vooral, oude fouten ambtenaren en politieke starheid! En alles wat subsidie vreet en nog steeds mee doet aan het niet bijstellen, hoe het werkelijk was! Mijn oma en haar overgrootmoeder zijn daar een voorbeeld van, net als mijn andere overgrootmoeder, in een stamboom weergave zie je lege gaten, als of daar niets plaats gevonden heeft, als of de wereld daar niet leefde, terwijl in de geschiedenisboeken, van veldslagen verslag word gedaan! Het uitmoorden van koningen, koninginnen en hele koninkrijken in de archipel en daarmee hele volksstammen en of dat? Niet genoeg was? Ze werden totaal genegeerd, ze werden verbannen van elk recht, er bestaat geen documenten waar hun namen aan kleefde? Miljoenen mensen hielden op! Als mens door de tijd te gaan? Die “Untermenschen” een uitdrukking die eeuw later zo populair zou worden! De Nederlands-Indie bevolking, die naar Nederlands begrippen primitief was, ondergeschikt, voorbestemd, het zwijgen, voor altijd opgelegd, koninkrijken onder de voet gelopen, vertrapt, de bestaande adel tot de bedelstaf gebracht en slechts de goed gezinde, mochten blijven bestaan! Dus slechts van een enkeling, goed gezind aan Nederland, bestaat zijn afkomst nog op papier! De rest ter dood veroordeeld in eeuwigheid? Alleen een foto of tekeningen, schilderijen of geschiedschrijving van hoe geweldig het Nederlands leger was, beschreven deze mensen? Soms met hun echte namen of spugende gal over ze uit! Ons werd op school geleerd? Dat we daar trots op moesten wezen! Wij moesten trots zijn, om volksstammen, verwoest en verbannen te hebben! Van elk mens onwaardig bestaan? Meer hoef ik niet te zeggen, nadat ik uit dat land moest vertrekken, als een van de zo velen, waarna, mijn familie onderzoek, naar mijn moeder, van haar oma’s kant, de leegte voor zich laat spreken en de namen niet verder kwam als “de Inlandse vrouw” Mina of “de Inlandse vrouw” Atjimah, die natuurlijk? Zo uit het niets geboren werden! Zo rond 1830 ! Zo moet je wel een vloek uitroepen over de Indo, Indo-Chinese, Molukkers of andere groepen daar geboren! 75 jaar later kunnen wij herdenken tot ongeveer 1830! Terwijl het binnen in ons? Anders voelt!

Koffie dik, bestaat! kijken ook!

Het is pas geleden, dat ik weer contact kreeg met dat onbekende verleden en een oude dame 92 jaar, met haar zoon wat foto’s uit gewisseld, want ook aan de andere kant was weinig bekend, dit is wat een oorlog doet al sprak men over vrede in het thuisland! En ging mijn oom met zijn nieuwe vrouw van Nederlands -Indie naar Suriname en later naar Nederland, het verhaal is erg in gewikkeld en nu pas heb ik namen op een rij? Gelukkig heeft een zus via Geneanet verbeteringen aangebracht, maar met dat zoeken, ontdekte ik veel verborgen leed, las ik de pijn en ook, die zoektocht, die abrupt werden af gebroken omdat het noodlot, toesloeg, zoals bij onze voor ouders! Terwijl we gisteren herdachten, ieder op zijn manier, maar de vrede nog niet uitbundig kunnen vieren, daarvoor is ons verleden te lang ontkend! Misschien zijn er enkele die later geboren werden, die geen weet hebben? Het anders ervaren? Zo als mijn dochter vraagt? Papa waar komt die onrust in me vandaan? En dan kun je alleen maar! Vertellen, opdat het een plaats krijgt, zoals nu mijn familie plaats krijgt in de geschiedenis, al was het alleen maar in die van mij! Op dat ik plaats krijg in “mijn” familie waar ik uit weg werd gerukt, toen Nederland al 7 jaar vrede vierde in vredes tijd!

Top van de berg in nevel!

Voor dat raam kijkend naar verdwijnende silhouete, waar slechts de afdruk bleef, voor even, je kordate schrede, omdat je met verbetenheid, weg stoof, voordat je, je zou bedenken! De tranen in jou ogen bleven verborgen, misschien waren zij het Laatste wat ik van je zag? Zo als die foto, die ik 2015 kreeg, wazig als een filter die alle pijn ver bloemde, buiten alle pijnlijke verhalen die je me vertelden voor het slapen gaan! Al je geheimen en verdriet, maar ook je hoop! En is deze belofte door mij aan jou? Dat ik 68 jaar, drie maanden en één dag! Je waren gezicht mocht zien! Als was het een ver familielid, die de foto bewerkte en jou tot leven bracht, springlevend! Je ogen zijn die van, mijn eerste vrouw, waar ik smoorverliefd op werd, ik kon zwemmen van geluk, als ik haar aan keek? Nu weet ik waarom? Maar ook waarom zij mijn ex zou worden, zo maakt deze foto zoveel duidelijk ? Waarom mijn ogen steeds van kleur veranderde, bij zonlicht, ochtend, middag of avond, had ik je foto zo gekregen in 1982? Dan had ik je vast wel herkend? Dan had ik je niet van schrik in mijn zak hoeven doen! En stiekum weer te voorschijn halen, vol verbazing? Deze dag is alles anders? Deze dag kan niet meer stuk, al lig jij ergens in honderd duizenden stukken en met de tijd tot stof vermalen, het is een eer je zoon te zijn! Wat mensen ook zeiden of zeggen! Jij bent mijn echte moeder!

Kwek-Kwek zegt de DuckDuckGo

Verzachtende foto’s die me een inkijk geven, in wat ik gemist heb, een ander leven, vol met zijn geheimen, waar de palmbladeren van schrik, gelijk stil gaan hangen, uit schaamte omdat niemand in, gegrepen heeft, waarin geen enkele vijand, tot bezinning kon komen! Op hield met dat leed, van spleetoog, tot eigen landgenoten of bezetters en de eigen landgenoten deden het nog eens langzaam over en de bezetter ook! Tot het schip de haven ontvluchte! Het gepraat verstomde, en de golven het heft, in handen namen voort gestuwd door de zware diezel motoren en zo af en toe, tussen door, de blauwe lucht één witte vlek, dé albatros of zwart één kraai en de haan kraaide bij aankomst, alleen was het een straat verder, van dat afgedankte hotel, waar jullie werden gedropt, als haringen in een ton, waar in de donkere, toe gewezen kamers, s’nachts de verschrikkingen, zich herhaalde, waar vingers graaide naar je geslachtsdelen, borsten, alle rondingen en gaten, die werden gevuld, betast, verkracht, maar je was dapper, je klaagde niet, gingen die angsten maar weg? Kwam het ochtend licht maar! Als verlossing en de warme thee de geleden pijn verzachten, terwijl je tanden krampachtig op elkaar bleven en je gezicht een glimlachje toverde? Als of er niets gebeurd was! En dat zie ik, als ik naar die foto’s kijk, naar foto’s van al die vluchtelingen uit Nederlands-Indie en later Indonesië en bij deze laatste groep, ik zie die lach van wanhoop nog, toen jullie of die anderen, naar me keken! Weg geslagen die hoop, te mogen blijven in je geboorte land en de vraag wat nu? En daar tussen? Die verspilden jaren, geaccepteerd te worden in je eigen land en daar stond je, dun gekleed voor de tijd van het jaar, een nummer om je nek! Een puppy had het beter, die werd liefdevol vast gepakt en jullie? Moesten troosten in jullie eigen verdriet, terwijl de haan langzaam zijn bek hield !

Onderkant van nooit gedacht!

Ja wist jij veel? Ik nog minder! Las je vraag? Over je moeder, wie wist er wat van haar? Nou je hebt geluk, ik heb een foto van haar en bij toeval, een toen ze verloofde en je vader er bij, eigenlijk weet ik ook niet veel over haar zelf, wel begrijp ik wat daar ongeveer is gebeurd! Zelfs begrijp ik jou vraag zo goed, als je met een been deze wereld verlaat? En ik vertelde al ik schreef je gelijk, maar toen, ik snap het, waren je gedachten elders, want die hoop had je al op gegeven? Iemand heeft met je ex gepraat, ze is 93 jaar en kordaat, dat zal ze wel moeten wezen, begreep ik uit je levensloop! En ze wil me graag ontmoeten! Me zien! Ze vroeg naar mijn kinderen en in drie dagen, heb ik met heel veel hulp, je hele familie bij elkaar geveegd! Niet op een hoop? Nee netjes gerangschikt, hier en daar een foto! En natuurlijk hoop ik dat er meer komen, want ik zag namen, van mensen, die ook willen weten hoe het nu zat? Kinderen zonder ouders, vaders of moeders of op gegroeid net als jij bij een tweede vrouw van je vader! En ja dat is anders, dat voelt anders en naarmate je ouder wordt, dan komt die drang, die oerdrift van het willen weten! Dus ik hoop dat iemand je dit kn voor lezen of misschien, kun je het zelf, misschien een verpleger? Of misschien schuift net de deksel van de kist boven je hoofd en is het pikkedonker! Weet klinkt minder fraai Freddy, ook mijn geest slaat vaak op hol! Alleen zo kan ik het gemis verdragen, omdat ik je nooit heb mogen omarmen, nog je familie mocht kennen, ook mij ontnamen ze alles en gaven iets anders en daar moest je het dan mee doen, ook al spartelde je tegen en dit laatste doet me denken aan een vis, aan een haak, als je die uit het water trekt, natuurlijk niet te snel? Anders ben je die vis weer kwijt? Net zo kwijt als onze ouders, jij had nog je pa, jullie kwamen ook vroeg naar Nederland, terwijl mijn moeder de pleuris zooi probeerde te vergeten, dat mens was net gehuwd met mijn pa! Dat was niets en werd ook niets, dus misschien maar goed, dat je weg ging in 1947 naar Amsterdam en Suriname en weer terug, ben trots op je neef, it is maar, dat je het weet! Weet dat ik »onze » hele familie bij elkaar gevonden heb, zij « die » die kampen overleefde, zij « die » die zogenaamde vredes missies, overleefde en de onafhankelijkheid idiotie, uit elkaar gereten als of we door haaientanden verscheurd waren, weg zwommen naar een veilige haven, ik heb ze in een groot net gevangen, zo als alleen een « waterman » kan doen! Het ga je goed!

Was het de deksel? Die galmde?

En daar werd je gevonden? Mijn onbekende neef, nu is het wachten? Zijn er nog meer verrassingen? Want tussen 1929-1931 en 1932-1933 kan veel gebeuren? Zo heeft mijn tante dus twee zonen, die worden naar haar overlijden, opgevoed door hun nieuwe stiefmoeder, te jong om te beseffen wat er gaande was! En dit vind ik terug in deze foto, waar van de vader slechts G als voornaam krijgt en de moeder A, dit kan zijn door Engels taal gebruik! De E word dan een A van Augustina! of hij kon alleen haar tweede naam onthouden, waar hij in zijn jonge leven, zich aan vast! geklampt, had? Niets is complexer als de hersens van een kind, die tot volwassen word! Dit traumatische geheugen storing, zie ik zo vaak bij ontheemde en bij mij zelf! Nog mooier? ik vind de zoon van je broer, ik lees de dramatische gebeurtenissen en betrap me het unheimische gevoel in ander mans eten te roeren! En toch steekt de euforie zijn kop op! Want ik ben blij! Blij dat een verhaal, vertelt kan worden, Die iedereen samen brengt, al is het maar voor even! Voor dat ik zelf de doodskist in duik en het te laat zou wezen voor deze familie geschiedenis! Een geschiedenis uit zo vele, die moesten vluchten uit het moederland, waar jullie vader onderofficier in de KNIL was!

Onderuit die Doofpot! op de valreepstrap? Bodem lagen Vragen?

Eigenlijk kende ik je naam gelijk met deze foto? Nu bijna vier jaar en als ik goed terug denk misschien ergens in een document van Indisch familie Archief , verborgen tussen al die namen, je was vroeg dood 1933, ver voor mijn tijd, ook niet waar ik meteen naar opzoek was? Heel erg ik weet het? Ik zocht mijn moeder, mijn opa en had zoveel jaar nodig om alles een plaats te geven ? Ja jou had ik wel in de stamboom staan en toen stond je op een zijspoor, eigenlijk net zo bescheiden als op die foto en weer op een andere foto, daar was je nog een kind, zo anders, veel groter als de andere, dat viel op en nu drong tot me door dat je kort gehuwd was en zelfs een zoon had dat was Freddy, ja zover ben ik wel gekomen! En met een paar mensen zijn we gaan zoeken en kwam weer zoveel namen tegen, na je dood, huwde hij! Guillaume L.Ph Glans met een dame Hermelijn en kwam in Amsterdam wonen! Bijna de hele familie zat daar? Ik ook, maar wel in een ander huis! Zo na het DNA kwamen namen naar boven? Wist ik veel? Door het huwelijk van Freddy in 1953? Nu weet ik ze wel de namen! De Haas en Meijer en zo was er een meisje die wou iets meer van haar oma weten? Zeg maar eens nee? Na veel zoeken, alles gevonden, maar met mijn zoektocht had ze niets van doen en haar moeder, was ook kortaf in de mail! En nu vier jaar later, valt die puzzel weer netjes in elkaar, ook al kwamen er weer duizend vragen bij? En zo belande ik in Suriname en las de namen die ik zocht, stelde vragen en hoop dat ik antwoord krijg? Want soms is iedereen al dood! Dat krijg je als een overheid, verstoppertje speelt over lijken, terwijl ik nu de lijkschouwer speel, van kerkhof naar de graven, aandachtig de boeken lees met namen, van de gene, die de laatste eer bewezen! Het valt niet mee! Een boek van het leven achterstevoren te lezen? Laat staan het te begrijpen! En dit kwam door een ver familielid, die nog ergens een foto vond, zonder naam? Maar ik pikte je er zo uit! En je zoon? Ik las zijn bericht vier jaar geleden uit Suriname, wie o wie wist er meer van de geschiedenis van de familie Glans, maar dat bericht was acht jaar terug geschreven? Ik heb gelijk geantwoord? Maar nooit meer iets vernomen? Geen wonder? Want hij was al dood!

De vergeten Staart van de Soevereiniteit

Zo ging het toen, zo werd recht gesproken in naam van de Koningin, terwijl haar foto in de rechtbank je indringen aan keek, zo van klein ventje wat wil jij? Natuurlijk verzin ik dit laatste ter plekken, toch geeft het wel weer aan hoe een jongen zich voelde van 14-15 jaar en dit alles in die muffe geur van eikenhoutenvloeren, meubilering en hamer, die met een klap neerviel, zo hard! Dat weet ik nog wel, maar in mijn gewetens gevecht, verraad aan mijn naam, mijn eigen ik? Mijn eigen zijn, dat zat me al jaren in de weg, toen mij gevraagd werd hun naam te willen dragen, want dit was toch beter voor me? En die uitleg, hoe lullig ook, want het was toch niet meer als een kleine Indo kleineren en waar je ook met de beste wil van de wereld geen tegen argumenten kon op werpen? Want ja waarom zorgden zij wel voor mij en mijn ouder niet voor mij? En dan mijn moeder? Zo ver weg? En als ik dit stukje lees, dan denk ik ja? Van uit het centrum van de wereld! Werd een advertentie geplaatst in de Volkskrant? Die “nog” in Amerika of Indonesie werd gelezen? Of misschien een maand later, met een kleine kans dat die boodschap, door gebriefd werd m, door een toevallige kennis van een van mijn ouders? Gewoon geen kans van slagen 99,9% kans van mislukken en voor de buitenwereld, we hebben er alles aan gedaan? Moet ik dit dan ook zien! “Als de waren vader en moeder liefde” die ik al die jaren van hen genoot, terwijl ik toen niet verder kwam! Als de ambachtsschool, de Goffert, de meest saaie vervelende school, zo als die school daar voor, waar de tijd bleek stil te staan, als of die klok gewoon geen zin had!? Een einde te maken aan die kwelling, die kwelling van mij geweten, mijn constante vraag? Waar zijn jullie allemaal? want Amerika was ver weg? Had zo’n opblaasbare globe met zo’n prul standaard, voordeel was, het was licht en in een oogwenk zag je Indonesië en de geur van plastic, kleur blauw waar de oceaan was en dat was nog al wat en daar moest dan mijn moeder zijn? Nog ik kon haar niet vinden, nog mijn vader en zijn nieuwe gezin ook niet en in Berg en Dal? Daar wist ook niemand iets, zelfs die school daar was niet voor mij? Ik moest me de pleuris fietsen 20 km per dag, berg op berg af en soms, dwaalde ik weg, ver weg en niemand wist waar ik was, nog ik zelf en als ik dan weer de geest kreeg? Staarde ik dof voor me uit en kreeg mijn geweten er weer een deuk bij en als ik op die schoolgang moest staan, voor straf, dan liep ik de mozaïeken steentjes te tellen, dan werd ik blij, want dan droomde ik dat mijn moeder en mijn vader en mijn zusje bij elkaar waren en mijn oma en opa en oom Henk en die andere, die ik nooit meer zag, er kwamen heel veel nieuwe gezichten? Maar die waren anders, ze spraken niet mijn taal, ze roken anders, aten ook anders, terwijl ik leerde veters van de schoenen te strikken en al die stomme dingen, terwijl ik dacht aan hen? Ik heb het nooit begrepen en zelfs nu niet, terwijl nu de tijd voorbij vliegt en ik het nog steeds een klote streek vind en er ook geen goed woord voor over heb, al heb ik het wel geprobeerd en daarom zei ik maar ja en amen? Je ziet? wat er van komt? Niet veel goeds? En nog zie ik die Arnhemse kinderkoppen voor het de rechtbank, het was nog voor de school vakantie, toen ik naar de slachtbank ging! Die OVC gedachte, dominee mentaliteit of gewoon onwetendheid of gewoon geslepen egoïsme, deze gedacht aangewakkerd door hele kleine notities, die ik vond in de map voor mij, de enige map met belangrijke papieren, die bewaard zijn gebleven en niet verbrand in het krakerspand! Een leven van uit die opgestapelde wanhoop, van leegte en intens verdriet, die zelfde? die mij nok out sloeg, toen ik naar dat kinderhuis moest, mijn zusje verlaten, mijn vader, eerst mijn moeder, wat een leven? Geen wonder dat het van mij niet meer hoefde, geen wonder dat ik de pijn verdoofde, geen wonder dat ik allemaal verdwaalde mensen verzamelde, geesten, half dood of het moest nog komen, maar dat wisten ze zelf nog niet, zo diep was hun leed! En deze mensen werden op gevreten door mede mensen, verscheurd in duizend stukken, levend, soms half dood of verdoof, ik ruik de geur nog en soms? zag je het al aan de ogen, waar de spiegel van de wand donderde! in duizend stukken en kraaien van schrik op vlogen en zo sleep ik me voort, borst vooruit! In naam van hen! Namens hen en zij! verlaten me niet, op soms, een enkeling, die ik misschien? Niet in de ogen gekeken heb! Zo als die zwart-witte vloer, ook al heb ik ze ooit geteld? Ik ben het aantal vergeten, maar niet haar? Mijn enige moeder!

Waar blijft de tijd, niet hier! Niet daar!

zo vlak voor kerst, een beetje uitgeteld, moe, boven al te Vreden, dit komt? omdat het zoeken naar familie, reuze sprongen maakt, nieuwe namen, duizelen voor mijn ogen, gezwegen over de jaartallen daarbij vermeld, geboorte plaatsen, bootlijsten vol namen, op verschillende manieren geschreven? Toch is het de zelfde familie, zo zal later blijken en eens te meer komt naar voren, het ontbreken van kennis, door het beroemde Indische zwijgen? Zo moet de waarheid gezocht worden, uit kleine anekdoten of flarden op gevangen in het donker? Bij familie bezoek? Of per ongeluk, ontsnapte woorden! Na jaren speuren herken ik, binnen vrienden kringen, kreten, namen, herhaalde namen, soms zo anders geschreven, zelfs de voornamen, vermengt met bij namen! Om gek van te worden! Terwijl over de hele wereld mensen naar elkaar zoeken? Soms ook niet? Soms stoot je iemand wakker, die dacht alleen te zijn? Verrassing, argwaan? Of daarna weer die stilte, die ijzige stilte van wel eer! Die en dat “mistlandschap” waar gedempte geluiden klinken, als of mensen op sokken lopen en die sokken weer op tapijten en die tapijten liggen op wolken velden en zo dempt en remtaf, het geluid als een goederentrein die langzaam tot stilstand komt en die laatste schreeuw uit die stoomfluit, bevestigt dat dan ook! Maar dit kreeg je niet mee? Die kreet ging verloren, net als de rest en voor ik naar beneden stort? Omdat de wind het wolkenbed aan flarden blaast en langzaamaan de werkelijkheid tot me door dringt en ik jou tegen kom, eerst op papier of op PC, dan ging daar bijna 70 jaar voorbij en sommige veel verder en gaan we terug in tijd 1830 en soms moest ik zoeken in 1230, om te begrijpen hoe het zal daar in Nederlands-Indie voor en na de oorlog? En dan steeds die vraag? Welke oorlog? Welk einde? Die van me zelf? Mijn moeder? Mijn tante, Oom? Familie, naasten en de overlevenden? Verspreid als scherven over deze aarde, net als de botten of as van onze voor/ouders, familie, terwijl ik besef dat ik er ook met een halve poot in sta? Al doe ik alle moeite, dit te ontkennen en leef er nog dapper op los! Terwijl de spiegel niet om aan te zien is? Zelfs niet? Door haar op te poetsen, geeft ze! vergane glorie geen herkansing!

Uit het ei, legedoos

  1. Nu ben ik aan gekomen, als of het zo moest wezen? Als of alle straffen in deze wereld niet genoeg waren? Als of mijn bestaan? Bestemd was? Om de Indische tak uit te pluizen, en zelfs de oudste zus van mijn moeder, die ik een beetje links had laten liggen, via een DNA link, uit gezocht moest worden en dan lijkt het op een koestal, die uit gemest moest worden en als of de duivel er mee speelde ” ik vond” was het niet weer geholpen door mijn “Engelen” zo kwam ik bij een anekdote, van een dagboekje en daarbij waren foto’s en zo kreeg die nieuwe familie een gezicht? Al was het van een zoon en zijn dochter! Een foto bleef een geheim! Maar namen werden genoemd? Mackaij-Mackay-Braakman-Gabeler en met die namen, herkende ik verhalen! Van lang geleden als kind, uit de brief van mijn moeder, verbrand in het kraakpand in Nijmegen! Opvallend zijn de doden, jong gestorven, opvallend de ontbrekende gegevens, gissen, nog net voor de “DOOD” familie namen beschrijven en er achter komen, dat je geheugen je in de steek liet? En ik de gegevens kan aanvullen, voor als op een dag? Iemand net als ik gaat zoeken? In het slagveld Nederlands-Indie? Die verwarrend overtocht? Als je het er maar levend afbracht met je gezin? Terwijl ik ook een lange bootlijst tegen kom, me nog niet duidelijk is of dit “van” of “naar” Alaska is, omdat ik het document slecht vluchtig als foto heb kunnen zien, die privé wetten, maken het zoeken ook erg moeilijk? Waarom? Omdat sommige mensen wat te verbergen hebben, anderen geen bewijzen boven tafel willen hebben of gewoon omdat ze geen interessen in het ontstaan hebben? Wat voor enkele juist de drijfveer Is? Om achter de waarheid te komen en niet? “Ach laat maar” Je zal maar moeten leven met een vraag? Een onbeantwoorde vraag? Dat is als of je op school, een slecht cijfer krijgt! Omdat je het antwoord niet wist? Niet weten kon? Erg onfair, gemeen! B

Kwartel doos-Leeg

Daar ben je met ons, voor het eerst, zo dicht bij? Zo ver weg! Alles is zo anders, zo hadden wij het ook graag gezien? Als jongste, als kind kritiek. op het randje van de dood? Zo was ik voor bestemt om dit te schrijven, uit te zoeken, tot de bodem? Dit laatste viel niet mee, waar wil je zoeken zonder bodem? Het is de “tijd” die juist was, het computer tijd perk! En zo werden jullie herenigt in mijn geest, terwijl ik aan jullie denk? Voor me uitstaar door het raam, terwijl de bergen om me heen? Me de rust geven of afmatten om die waanzin te verwerken, die weg, die nodig was om tot deze foto te komen!

Geen woorden, Kruip uit ruimte!

De stapels met foto’s worden dikker, de vragen en vraagtekens? Hoe komen we hier ooit uit? Hoe kunnen we al deze mensen hun naam terug geven, die ze eens bezaten! Terwijl mensen haastig foto’s plaatsen, voor het verloren gaat, maar ook in de hoop! Iemand van de familie terug te vinden of een plezier te doen! Foto’s uit Nederlands-Indie zijn wat anders? Want steeds is er de vraag? Hebben ze de oorlogen overleefd, de kampen, Japanse kampen, buiten kampen, politieken kampen, al die ontberingen doorstaan? Terwijl daar zelden iemand bij stil heeft gestaan, buiten de gemeenschap, behalve bij herdenkingen, twee-drie minuten? Daarmee krijgen we hen niet terug? Nog? al die ontbrekende namen, terwijl een foto, een bewijs is van hun bestaan! Ooit lang geleden! Toen de wereld in vuur en vlam stond! En nog jaren na smeulden!

Rode billenkoek, waar was zweep-spons?

Zo of zo, toen en nu 1945-1950 de meeste Nederlanders waren al, naar huis terug, dus kregen dit, niet mee en Soekarno? Die had het te druk! Het land was nog schuldige aan het zoeken? Dat was natuurlijk een ieder, die bezittingen had! Of om welke rede dan ook? de woede op zijn of haar hals haalde! Daarom 1945-1950 scheelde bitter weinig, misschien ging het in 1950 wel geruislozer, werden de kreten gesmoord, alvorens de keel werd door gesneden of dit nu door een struikrover, gelovige of gewoon een op wraak beluste groep of enkeling gebeurde? In weinig boeken heb ik in Nederland iets terug kunnen lezen, wel duiken lieve foto’s op van kinderen op school, met jaartallen, vredig lijkend, omdat het kabaal vaak daar was? Waar geen scholen stonden, nog veel huizen, liever van uit hinderlagen, gelokt, gesleurd of ontvoerd, ter verantwoording geroepen en het oordeel was snel beklonken, zo snel dat niemand op de dag van vandaag, weet wat daar werkelijk gebeurde, was het niet, dat vermoedelijk in een andere taal er wel over verteld word, wat mijn vader als soldaat, deed besluiten de koffers te pakken in 1952, terwijl zijn plan al vast stond in 1951, nog te veel barrière zaten in de weg? Eerst moest hij ons nog vinden? Eerst moest hij nog de scheiding afwachten, eerst moest hij met zijn geweten, dat vliegtuig missen in Djakarta, een uur tevergeefs gewacht op hem? En dat is misschien wel de reden, dat ik van hem hield en als een gek, tot mijn 46-47 jaar op hem gewacht heb, voor niets! Op zijn belofte! Ik kom je halen op een dag! Een dag? Die nooit kwam!