Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

De vergeten Staart van de Soevereiniteit

Zo ging het toen, zo werd recht gesproken in naam van de Koningin, terwijl haar foto in de rechtbank je indringen aan keek, zo van klein ventje wat wil jij? Natuurlijk verzin ik dit laatste ter plekken, toch geeft het wel weer aan hoe een jongen zich voelde van 14-15 jaar en dit alles in die muffe geur van eikenhoutenvloeren, meubilering en hamer, die met een klap neerviel, zo hard! Dat weet ik nog wel, maar in mijn gewetens gevecht, verraad aan mijn naam, mijn eigen ik? Mijn eigen zijn, dat zat me al jaren in de weg, toen mij gevraagd werd hun naam te willen dragen, want dit was toch beter voor me? En die uitleg, hoe lullig ook, want het was toch niet meer als een kleine Indo kleineren en waar je ook met de beste wil van de wereld geen tegen argumenten kon op werpen? Want ja waarom zorgden zij wel voor mij en mijn ouder niet voor mij? En dan mijn moeder? Zo ver weg? En als ik dit stukje lees, dan denk ik ja? Van uit het centrum van de wereld! Werd een advertentie geplaatst in de Volkskrant? Die “nog” in Amerika of Indonesie werd gelezen? Of misschien een maand later, met een kleine kans dat die boodschap, door gebriefd werd m, door een toevallige kennis van een van mijn ouders? Gewoon geen kans van slagen 99,9% kans van mislukken en voor de buitenwereld, we hebben er alles aan gedaan? Moet ik dit dan ook zien! “Als de waren vader en moeder liefde” die ik al die jaren van hen genoot, terwijl ik toen niet verder kwam! Als de ambachtsschool, de Goffert, de meest saaie vervelende school, zo als die school daar voor, waar de tijd bleek stil te staan, als of die klok gewoon geen zin had!? Een einde te maken aan die kwelling, die kwelling van mij geweten, mijn constante vraag? Waar zijn jullie allemaal? want Amerika was ver weg? Had zo’n opblaasbare globe met zo’n prul standaard, voordeel was, het was licht en in een oogwenk zag je Indonesië en de geur van plastic, kleur blauw waar de oceaan was en dat was nog al wat en daar moest dan mijn moeder zijn? Nog ik kon haar niet vinden, nog mijn vader en zijn nieuwe gezin ook niet en in Berg en Dal? Daar wist ook niemand iets, zelfs die school daar was niet voor mij? Ik moest me de pleuris fietsen 20 km per dag, berg op berg af en soms, dwaalde ik weg, ver weg en niemand wist waar ik was, nog ik zelf en als ik dan weer de geest kreeg? Staarde ik dof voor me uit en kreeg mijn geweten er weer een deuk bij en als ik op die schoolgang moest staan, voor straf, dan liep ik de mozaïeken steentjes te tellen, dan werd ik blij, want dan droomde ik dat mijn moeder en mijn vader en mijn zusje bij elkaar waren en mijn oma en opa en oom Henk en die andere, die ik nooit meer zag, er kwamen heel veel nieuwe gezichten? Maar die waren anders, ze spraken niet mijn taal, ze roken anders, aten ook anders, terwijl ik leerde veters van de schoenen te strikken en al die stomme dingen, terwijl ik dacht aan hen? Ik heb het nooit begrepen en zelfs nu niet, terwijl nu de tijd voorbij vliegt en ik het nog steeds een klote streek vind en er ook geen goed woord voor over heb, al heb ik het wel geprobeerd en daarom zei ik maar ja en amen? Je ziet? wat er van komt? Niet veel goeds? En nog zie ik die Arnhemse kinderkoppen voor het de rechtbank, het was nog voor de school vakantie, toen ik naar de slachtbank ging! Die OVC gedachte, dominee mentaliteit of gewoon onwetendheid of gewoon geslepen egoïsme, deze gedacht aangewakkerd door hele kleine notities, die ik vond in de map voor mij, de enige map met belangrijke papieren, die bewaard zijn gebleven en niet verbrand in het krakerspand! Een leven van uit die opgestapelde wanhoop, van leegte en intens verdriet, die zelfde? die mij nok out sloeg, toen ik naar dat kinderhuis moest, mijn zusje verlaten, mijn vader, eerst mijn moeder, wat een leven? Geen wonder dat het van mij niet meer hoefde, geen wonder dat ik de pijn verdoofde, geen wonder dat ik allemaal verdwaalde mensen verzamelde, geesten, half dood of het moest nog komen, maar dat wisten ze zelf nog niet, zo diep was hun leed! En deze mensen werden op gevreten door mede mensen, verscheurd in duizend stukken, levend, soms half dood of verdoof, ik ruik de geur nog en soms? zag je het al aan de ogen, waar de spiegel van de wand donderde! in duizend stukken en kraaien van schrik op vlogen en zo sleep ik me voort, borst vooruit! In naam van hen! Namens hen en zij! verlaten me niet, op soms, een enkeling, die ik misschien? Niet in de ogen gekeken heb! Zo als die zwart-witte vloer, ook al heb ik ze ooit geteld? Ik ben het aantal vergeten, maar niet haar? Mijn enige moeder!

Waar blijft de tijd, niet hier! Niet daar!

zo vlak voor kerst, een beetje uitgeteld, moe, boven al te Vreden, dit komt? omdat het zoeken naar familie, reuze sprongen maakt, nieuwe namen, duizelen voor mijn ogen, gezwegen over de jaartallen daarbij vermeld, geboorte plaatsen, bootlijsten vol namen, op verschillende manieren geschreven? Toch is het de zelfde familie, zo zal later blijken en eens te meer komt naar voren, het ontbreken van kennis, door het beroemde Indische zwijgen? Zo moet de waarheid gezocht worden, uit kleine anekdoten of flarden op gevangen in het donker? Bij familie bezoek? Of per ongeluk, ontsnapte woorden! Na jaren speuren herken ik, binnen vrienden kringen, kreten, namen, herhaalde namen, soms zo anders geschreven, zelfs de voornamen, vermengt met bij namen! Om gek van te worden! Terwijl over de hele wereld mensen naar elkaar zoeken? Soms ook niet? Soms stoot je iemand wakker, die dacht alleen te zijn? Verrassing, argwaan? Of daarna weer die stilte, die ijzige stilte van wel eer! Die en dat “mistlandschap” waar gedempte geluiden klinken, als of mensen op sokken lopen en die sokken weer op tapijten en die tapijten liggen op wolken velden en zo dempt en remtaf, het geluid als een goederentrein die langzaam tot stilstand komt en die laatste schreeuw uit die stoomfluit, bevestigt dat dan ook! Maar dit kreeg je niet mee? Die kreet ging verloren, net als de rest en voor ik naar beneden stort? Omdat de wind het wolkenbed aan flarden blaast en langzaamaan de werkelijkheid tot me door dringt en ik jou tegen kom, eerst op papier of op PC, dan ging daar bijna 70 jaar voorbij en sommige veel verder en gaan we terug in tijd 1830 en soms moest ik zoeken in 1230, om te begrijpen hoe het zal daar in Nederlands-Indie voor en na de oorlog? En dan steeds die vraag? Welke oorlog? Welk einde? Die van me zelf? Mijn moeder? Mijn tante, Oom? Familie, naasten en de overlevenden? Verspreid als scherven over deze aarde, net als de botten of as van onze voor/ouders, familie, terwijl ik besef dat ik er ook met een halve poot in sta? Al doe ik alle moeite, dit te ontkennen en leef er nog dapper op los! Terwijl de spiegel niet om aan te zien is? Zelfs niet? Door haar op te poetsen, geeft ze! vergane glorie geen herkansing!

Uit het ei, legedoos

  1. Nu ben ik aan gekomen, als of het zo moest wezen? Als of alle straffen in deze wereld niet genoeg waren? Als of mijn bestaan? Bestemd was? Om de Indische tak uit te pluizen, en zelfs de oudste zus van mijn moeder, die ik een beetje links had laten liggen, via een DNA link, uit gezocht moest worden en dan lijkt het op een koestal, die uit gemest moest worden en als of de duivel er mee speelde ” ik vond” was het niet weer geholpen door mijn “Engelen” zo kwam ik bij een anekdote, van een dagboekje en daarbij waren foto’s en zo kreeg die nieuwe familie een gezicht? Al was het van een zoon en zijn dochter! Een foto bleef een geheim! Maar namen werden genoemd? Mackaij-Mackay-Braakman-Gabeler en met die namen, herkende ik verhalen! Van lang geleden als kind, uit de brief van mijn moeder, verbrand in het kraakpand in Nijmegen! Opvallend zijn de doden, jong gestorven, opvallend de ontbrekende gegevens, gissen, nog net voor de “DOOD” familie namen beschrijven en er achter komen, dat je geheugen je in de steek liet? En ik de gegevens kan aanvullen, voor als op een dag? Iemand net als ik gaat zoeken? In het slagveld Nederlands-Indie? Die verwarrend overtocht? Als je het er maar levend afbracht met je gezin? Terwijl ik ook een lange bootlijst tegen kom, me nog niet duidelijk is of dit “van” of “naar” Alaska is, omdat ik het document slecht vluchtig als foto heb kunnen zien, die privé wetten, maken het zoeken ook erg moeilijk? Waarom? Omdat sommige mensen wat te verbergen hebben, anderen geen bewijzen boven tafel willen hebben of gewoon omdat ze geen interessen in het ontstaan hebben? Wat voor enkele juist de drijfveer Is? Om achter de waarheid te komen en niet? “Ach laat maar” Je zal maar moeten leven met een vraag? Een onbeantwoorde vraag? Dat is als of je op school, een slecht cijfer krijgt! Omdat je het antwoord niet wist? Niet weten kon? Erg onfair, gemeen! B

Kwartel doos-Leeg

Daar ben je met ons, voor het eerst, zo dicht bij? Zo ver weg! Alles is zo anders, zo hadden wij het ook graag gezien? Als jongste, als kind kritiek. op het randje van de dood? Zo was ik voor bestemt om dit te schrijven, uit te zoeken, tot de bodem? Dit laatste viel niet mee, waar wil je zoeken zonder bodem? Het is de “tijd” die juist was, het computer tijd perk! En zo werden jullie herenigt in mijn geest, terwijl ik aan jullie denk? Voor me uitstaar door het raam, terwijl de bergen om me heen? Me de rust geven of afmatten om die waanzin te verwerken, die weg, die nodig was om tot deze foto te komen!

Geen woorden, Kruip uit ruimte!

De stapels met foto’s worden dikker, de vragen en vraagtekens? Hoe komen we hier ooit uit? Hoe kunnen we al deze mensen hun naam terug geven, die ze eens bezaten! Terwijl mensen haastig foto’s plaatsen, voor het verloren gaat, maar ook in de hoop! Iemand van de familie terug te vinden of een plezier te doen! Foto’s uit Nederlands-Indie zijn wat anders? Want steeds is er de vraag? Hebben ze de oorlogen overleefd, de kampen, Japanse kampen, buiten kampen, politieken kampen, al die ontberingen doorstaan? Terwijl daar zelden iemand bij stil heeft gestaan, buiten de gemeenschap, behalve bij herdenkingen, twee-drie minuten? Daarmee krijgen we hen niet terug? Nog? al die ontbrekende namen, terwijl een foto, een bewijs is van hun bestaan! Ooit lang geleden! Toen de wereld in vuur en vlam stond! En nog jaren na smeulden!

Rode billenkoek, waar was zweep-spons?

Zo of zo, toen en nu 1945-1950 de meeste Nederlanders waren al, naar huis terug, dus kregen dit, niet mee en Soekarno? Die had het te druk! Het land was nog schuldige aan het zoeken? Dat was natuurlijk een ieder, die bezittingen had! Of om welke rede dan ook? de woede op zijn of haar hals haalde! Daarom 1945-1950 scheelde bitter weinig, misschien ging het in 1950 wel geruislozer, werden de kreten gesmoord, alvorens de keel werd door gesneden of dit nu door een struikrover, gelovige of gewoon een op wraak beluste groep of enkeling gebeurde? In weinig boeken heb ik in Nederland iets terug kunnen lezen, wel duiken lieve foto’s op van kinderen op school, met jaartallen, vredig lijkend, omdat het kabaal vaak daar was? Waar geen scholen stonden, nog veel huizen, liever van uit hinderlagen, gelokt, gesleurd of ontvoerd, ter verantwoording geroepen en het oordeel was snel beklonken, zo snel dat niemand op de dag van vandaag, weet wat daar werkelijk gebeurde, was het niet, dat vermoedelijk in een andere taal er wel over verteld word, wat mijn vader als soldaat, deed besluiten de koffers te pakken in 1952, terwijl zijn plan al vast stond in 1951, nog te veel barrière zaten in de weg? Eerst moest hij ons nog vinden? Eerst moest hij nog de scheiding afwachten, eerst moest hij met zijn geweten, dat vliegtuig missen in Djakarta, een uur tevergeefs gewacht op hem? En dat is misschien wel de reden, dat ik van hem hield en als een gek, tot mijn 46-47 jaar op hem gewacht heb, voor niets! Op zijn belofte! Ik kom je halen op een dag! Een dag? Die nooit kwam!