Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Waarom huil je toch Nona Manis

Bijna zeventig jaar later, passeert alles nog even de Revu! Waarom zat dat kind van 6 na dat het vier jaar in Nederland was, toch onderhevig, aan al die onderzoeken? Al die testen? Draden als test konijn aan zijn hoofd? Wat jaarlijks werd verlengd en het duurde tot aan zijn 16e jaar? Wat was die rede daarvoor? Als of elk kind onderzocht werd op deze manier? Ik kende! niemand uit mijn directe omgeving? Dokter Mengele kinderen? dat was toch een andere periode? Een ander tijd? Waarom moest zo nodig uit die test komen, dat ik geen crimineel gedrag vertoonde, nog bezat? Waarom was de medici van het Raboud- ziekenhuis in Nijmegen zo geïnteresseerd in een Indo- kind dat in een adoptie proces zat? Dan de vraag, waarom duurde dit zo lang? Die adoptie? Als we weten dat ik tussen derde-vierde jaar in kinderhuis kwam? Op mijn 6 de opgenomen werd en tot 1965 moest wachten, tot het eindelijk rond was? Omdat mijn moeder, toen dood was? Was mijn moeder altijd tegen ons vertrek geweest? Had mijn vader ons gewoon gestolen? Ontvoerd? Toegeëigend? Met de wetenschap Indonesie is ver weg? Was het recht van mijn moeder, nog steeds rechts geldig? Is ze daarom uit de weg geruimd, stierf ze daarom geen gewonen dood? 49 jaar jong, terwijl ik eerst dacht, verkeerde plaats op het verkeerde moment? Zoals zo velen in 1965! De revolutie van Soekarno, hoe paste het allemaal in elkaar, zoals alles paste, behalve de schoenen,die ik aangemeten kreeg in het leven? Want die waren soms te groot en soms te klein? Te groot als ik dwaalde in het leven en knelde, tot bloedens toe! in mijn verloren zijn? Terwijl ik door mijn pleegouders geprezen werd? Geprezen over mijn kwaliteiten, mijn intelligentie en dan ook weer niet? Hoe anderen kinderen hun handen dicht zouden knijpen? Met zulke gave? En natuurlijk jaren later zou ik beseffen welk een geluk ik bezat? Had! vergeleken bij al die arme sloebers op deze aardkloot! Terwijl ik door het raam kijk, waar paarden grazen, niet omdat ze in een wei staan? Gewoon een omheint, stuk grond, met hooi gevoerd en soms met brokken? Terwijl een boeren knecht met zijn 4×4 voorbij raast en ik mijn wagenpark over zie, de gazen, palmriet bewegend op de zachte wind? En zo dwaalde mijn gedachten altijd af, van dat of waar ik mee bezig was? Zo als ik nooit een antwoord wist, opvragen die me werden gesteld? Wat denk je, waar denk je aan? Ik dacht aan niets, waanzinnige gebeurtenissen, gewelddadig, angstig en dit is nog zacht uitgedrukt, her heeft mijn mond voor eeuwig gesnoerd? Heeft de navelstreng van het voelen! gevoel verbroken en daarmee het ontkennen bevestigt, dat ontkennen? Waar ik mijn hele leven uiteindelijk naar opzoek was? In een microscoop, In boeken, onder de bladeren, in schelpen, formules, toppen van de bergen of de diepste dalen van het leven, kleur schakeringen, in mijn naasten op de “barricade” het toveren met woorden, gek extreem gedrag en dan het helpen van de dwalende, van een leven wat ik zo goed ken! Maar nooit de woorden voor had?

To day or not today

69657117_371311280489638_7322879910664470528_nVannacht had ik een droom en het ging zo? ik ben de zoon van John en John is de zoon van John enz , bij een lied, bij het kampvuur! zongen we “Johny” en de vlammen likte de nachtelijk hemel en de zoon van Johny, etc, etc en het kasteel stond op het land! van “Morgan”, deze droom duurde ongeveer 5a 6 min dat was om 6.00 in de morgen en 7 over 6.00 werd ik wakker, gedwongen het op te schrijven, voordat het weer een nooit verteld verhaal zou worden! Ik zelf vond het heel bijzonder? Deze droom, want er word gesproken over ene John Mackay ongeveer 1625 geboren in Inverniss Schotland en begreep uit de droom dat bij het feesten en met de vele Whisky, in dit lied, de namen verbasterden in een dialect taal gebruik, dit begeleid, door! zang, viool,doedelzak en drums, met volle kelen gezongen werd? Uit die zelfde geschiedenis weten we via Wikipedia dat ze wortels had in de old Kingdom of Moray! maar terug in de tijd zien we de ze Descendent from the Clan Morgan zijn en op oude kaarten zien we het noord Schotland opgedeeld in Mackay en Morgen Land, ondanks dat dit weer tegen gesproken word, voor mij was de droom veel belangrijker? ik weet dat de zoon van “John” of Johny “Robert” heet en huwde met Christinane Brugh?, dit komt weer van ene Cees Mackaaij, die door verbastering of door het niet kunnen lezen of schrijven, van vroegere ouders of ambtenaren? toch echt tot de Mackay familie behoord, nu zijn er ook die via Ierland zijn gekomen, en werd het McKay geschreven, mijn opa werd Mackaij geschreven en in 1911 bij het huwelijk van zijn dochter Wilhelmina Johanna, word de naam weer als Mackay, veranderd, zijn overgroot vader Mackay uit Antwerpen, werd door familie als Mackaij-MaKay, beschreven, op mijn geboorte acte word mijn moeder als Mackay, geschreven? en daar hou ik het bij! Voor me zie ik dat kampvuur, waar vonken omhoog springen en ik zie de schitter ogen van onze voorouders, niet wetende dat ze eens in een droom zouden verschijnen! Om iets te vertellen? of was het slechts een droom?

Kast potdicht!Goudendaalder

  • Als je dus niet verder kunt komen, iedereen het niet weet? De overheid daar helemaal geen belang bij heeft, beland je in je geboorte stad! Nu zijn daar gelukkig gegevens genoeg en er zijn al geluiden, dat er samenwerking gaande is, tussen Nederland en Indonesie? Dit laatste werd ook wel tijd, we zijn volwassen mensen en moeten dat verleden aan kunnen kijken? Of dit nu leuk was of niet, wat dat betreft neem ik mijn petje af voor Duitsland! Ook komt nu naar boven, hoe we belazerd zijn, uit eigen gelederen, wat de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Regering niet vrij spreekt! Denk dat als van begin af aan “openheid” was geweest, niets in de doofpot de “eer”- “erkenning” de uitbetaling van het “Soldij” zo als het hoort? Dat al dit gekronkel niet gebeuren kon, dan was het alleen nog een kwestie van! oorlogsschade en erfrecht geweest! Dan was de schade en poppenkast beperkt tot een centraal punt, waar alle gegevens tot betrekking de Indische Kwestie openbaar/opvraagbaar waren! En niet dat van het kastje naar de muur, dat kat en muis spel, wat misschien voor enkele een mooie dag invulling mag wezen? Voor vele te hoog gegrepen en natuurlijk is het hier om gedaan? Natuurlijk moesten we co2 uitstoten, van hot naar haar reizen! In stoffige kelders duiken, oeverloze protesten voeren, hart verzakkingen op lopen, om geld! Het zelfde geld waar het allemaal om begon!

Vertwijfeling,angst, litteken voor het leven, waar je naar kijkt!

  • Waarom schrijf ik? Waarom zoek ik? Waarom vertel ik een verhaal, waarom is dit verhaal zo verbonden aan die oorlogen daar aan voor af? Die oorlogen die zijn ontkend? Of een vredes missie werden genoemd? Hoe nobel? Waarom schrijf ik dan over vrede? Dit is wat menigeen mij vraagt, zo ook een journalist van de Telegraaf? Hij vroeg het nogal spottent en lacherig? Kijk die tweede wereld oorlog daar? Daar wist hij wel iets van en daarna een klein beetje, hij kwam uit Den Haag en had gezien zijn leeftijd, de aankomst mee gekregen, dus reden van mopperen was er dus niet en zeker niet over een periode van Vrede? In 1950 kende Nederland reeds 5 jaar vrede, in 1952 waren het er al 7 jaren? Het grote verschil? Japanners, bleven in het land na de oorlog en tijdens die zo genoemde vredes operatie, niemand kan begrijpen wat daar plaats vond in dat in mensen groot land , bijna zo groot als De USA? De Duitsers werden snel het land uitgewerkt hier en zij die mee heulden? Op enkele groten kopstukken, zou later blijken! Wie denkt nu dat eind December 1949 Indonesie zijn zelf bestuur kreeg, daarmee ook vredig was? Omdat Nederland dat ook zo wilde zien? Haar geweten kon sussen en haar teleurstelling kon verbergen? Omdat zijn Indonesie af moest staan? En niet uit eigen wil? Dan misschien dringt het tot ons door? Wat daar werkelijk gebeurde en staan we eindelijk open, voor de grote “chaos” die daar plaats vond, troepen die nog in 1950 werden af gevoerd en soldaten die moesten helpen het land in orde te krijgen? Er is toch geen enkele simpele ziel? Zo je denken dat die druppel op een hete plaat, dit immense land, onder controle had? In groot steden als Djakarta, rond om de propaganda van Soekarno misschien? Wie de boeken leest van Elien & Ernst Utrecht “Twee zijden van een waterscheiding en “Indonesie’s nieuwe orde”? In deze boeken word door twee mensen beschreven wat werkelijk gaande was? En de ontnuchtering in 1965? Dus zat de “doofpot” 1942-eind 1945 vol, daar werden de jaren 1945 eind 1949 nog even bij gepropt en to overmaat van ramp? Die “Vrede” met grote letters geschreven, terwijl het volk zijn stoom aan het afblazen was? En geen wonder? Een zelfde verontwaardigdheid, als dat ik dit schrijf? Alleen schrijf ik dit in “vredestijd” Natuurlijk zit Nederland hier niet op te wachten, net zomin als het terug geven van Indonesie, aan zijn oorspronkelijke bewoners? Maar laten ze dan ook oprecht erkennen en toegeven, zodat wij niet als “gekken” worden weg gezet en ook het leed van die 2e generatie eindelijk word “erkend” Maar daarvoor? “Eerst” de 1e generatie!

Kruizen-wit-helder eng, geen engel te zien!

Zo raakte ik je even aan, dat verleden die iedereen herbergde en de waard? Die tevrede rond keek, terwijl de overledenen, over vroeger beginnen te vertellen, ademloos luister ik? Tot ik wakker werd door het gebed van de Moskee in het dal? Het is 5.00 klam en een warme natte lucht komt door het venster, mijn slaapkamer binnen, het is de derde dag in Bandung, ik kan het nog haast,niet vatten? Thuis in mijn geboorte land? Stad! Bij mijn eigen volk? Want zo voelt het aan? Toen het vliegtuig lande, ik de trap van het vliegtuig af liep? Op die zo erg korte landingsbaan! Werd die warme deken over mijn schouder gelegd, zo van jong? Kom hier! Voel je thuis? En zo was het ook, ik stoorde me aan niets? Alles was zo als het moest wezen, wel wennen aan al die herrie? Maar met de dagen werd dat minder? Niet de herrie die was het zelfde? Het paste ook precies in het beeld wat je zag! En toch dacht je aan toen? Beelden van een los geslagen kudde mensen, die slachtoffers zochten, vete werden uitvochten, politieke macht spelletjes en geloofs overtuigingen en dat vermengd met struikrovers, schorremorrie die bij armoede geboren worden, een vuurhaard niet te stoppen en daar tussen zaten wij? Op gesloten, ontkend, eigenlijk over het hoofd gezien? Niet door de bevolking? Maar het vaderland wat ons op wachtte, daar zou alles van vooraf aan beginnen, tot moorden kwam het niet? Wel tot enkele zelfmoorden of een vroegtijdige dood, aan alle ellende doorstaan, ontbeerd! En nu ik door de straten schuif of schuifel? Iets anders wil ik het nog niet noemen, prille schreden op ontdekking, stoepen minder recht en verzorgt, achterstallig onderhoud? Wat is Bandung groot? Wat wonen daar een mensen? Hoe past dat daar allemaal er in? Geen plek is onbenut, alles koopt, verkoopt, eet, gegeten worden, krioelen, een bolwol is er niets bij vergeleken, soms erg smerig? Maar waar niet op deze aarde? Misschien is soms het contrast zo groot, ik ben blij van binnen? Morgen gaan we verder zoeken!

Zoek en vind wat weg is veeg

Zo voor dat vertrek, naar Bandung? zijn de jaren van zoeken en contacten vooraf gegaan, waarschijnlijk de meest ingewikkelde puzzel van mijn leven, wat normaal bewaard blijft in de familie? Foto’s die dan uit een la of album rollen, dat was er voor mij niet bij? De foto’s die ik kreeg, was soms een naam te achterhalen, soms ook niet! En als je de namen wist, moest je de data er bij halen om de betreffende foto te dateren! Tevens zag je beelden met de Parijse mode Trent van die jaren 1900-1911! Toen ik dus wachtte op de documenten, ging ik opzoek, bij de begraafplaatsen? Want daar vind je de doden? Een begraafplaats is geruimd, bleven er nog drie over, welke ik over geslagen heb? Het Moslim kerkhof? Stond ik helemaal niet bij stil? Stel mijn moeder was Moslim geworden? En waarom niet? Het grootste Moslim land van de wereld! Waarmee het zoeken nog complexer was geworden, als het al was? Bij het kerkhof stonden die boeken keurig op een plaats heel intiem, zodat nabestaande de graven konden vinden? De verzorgers-bewakers, een en al lof? Beleefd, behulpzaam, meedenkend, want als je het kerkhof betreed? Word je overmand van al dat leed! Al die slachtoffers, met of zonder naam, mannen, vrouwen, kinderen, baby’s? De koude rillingen lopen over je rug en op een! gegeven moment, word je gedwongen? Om te knielen, eerbiedig, heel klein! En met dat gevoel zet je, je onderzoek voort! Respect voor je naasten, die ons er van door, lieten gaan, als of het onze schuld was? Als of de tol die we betaalde, mijn moeder en haar gezin, met al die andere slachtoffers? De vrede kon doen bewaren? Waar Nederland de mond van vol had na eind 1949! Terwijl wij nog jaren met de staart tussen de benen, moesten vluchten en het vege lijf moesten redden? Zijn die het niet haalde? Lagen ook op zo’n of ander kerkhof of helemaal niet? Nooit gevonden!

Kamp, zin en droom of erger!

Zelden, ging tijd zo snel, zelden kwamen meer vragen, als antwoorden, zelden kwam ik zoveel tijd te kort en werd ik terug geroepen, terwijl mijn oudste dochter schreef? Papa blijf nog een maand? Nu je er bent en nog klinkt de stem van mijn moeder en is het pas anderhalf jaar geleden, dat mijn leven nogmaals over de kop zou gaan, waardoor dit onderzoek niet af gerond kon worden en ik nu inplaats van een buitenboordmotor, roeispanen gebruik! Ook daar, na het onderzoek, een wending? Hoe dat kwam? Had de gids ergens iets niet begrepen? Of wilde hij? Omdat hij geen mogelijkheid zag, alle gegevens boven water te krijgen, een andere mogelijkheid zag? Een ander weg inslaan? Naam veranderen? Waardoor misschien de poorten die gesloten waren, toch te kunnen openen? Hoe het ook was, we stonden schaakmat, met de rug tegen de muur! We mochten niet meer te weet komen? Dat was duidelijk, werd het te gevoelig? Kwamen we te dicht bij de waarheid? Want denk nu niet? Dat ik helemaal blind was? Een oog was altijd gericht op wat er daar gebeurde! En zo verzochten we de rechtbank de naam van mijn moeder te mogen krijgen? Maar zo gemakkelijk was dit niet, verder als dat verzoek kwamen we niet, wel een uitspraak, dat verder onderzoek nodig was, die bevestigde wie ik was en wie mijn moeder was? Ondanks haar geboorte en mijn geboorte acte? Want haar doods acte was niet voor handen? Naam van haar dochtertje ontbrak, die van mijn zus, was gestempeld, dus echt? Nu ander half jaar later, heb ik meer bewijzen? Meer foto’s meer gegevens, maar zonder doods bewijs? Kom je ook niet verder, eigenlijk net zo raar als bij mijn huwelijk, dat ik drie getuigen nodig had, die bevestigde dat ik de gene was, die daar stond? De man met de duizend gezichten, de man met duizend namen, de man van de duizend doden, de man die het verleden bloot, wilde leggen, als of dat zomaar ging? Dat is toch tegen Gods regels? Als ik de gulden zo op de zijkant bekijk? En toch dwong mij iets dit te doen? Hoe absurt het ook is, klinkt en wezen mag, zo absurt is het ook voor mij, dat al mijn gegevens van mijn moeder, gewist zijn, zelfs van mijn vader, al kon ik hem via heel veel omwegen, dan toch nog 1982 bellen, om te horen dat zijn arme hart het niet verdragen kon? Mij in de ogen te kijken en zo keken mijn ogen naar de “dood” wilde ik dat geheim ontrafelen? Wat daar verborgen werd gehouden! Wat kan er verschrikkelijker zijn? als wat ik in mijn leven reeds mee gemaakt heb? Wilde ze me! Mijn moeder? Mij misschien vermoorden? Heeft”zij”dat Japanse half zusje vermoord voor mijn ogen? Ik kan slecht gissen? Is zij dat monster waar ik een kind van was? En niet mijn vader, het monster? Want dat iemand een kind van een monster was? Dat werd me door de Baboe, wel duidelijk en nadrukkelijk verteld? En was dat de rede van al die onderzoeken? Kijken of ik niet! ook zo’n ziekte onder de leden had? Terwijl je hele jeugd ontkent word, je geboorte tot aan die eerste treden op Schiphol?