Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Die korrel in het rijstveld!

Om het verleden te omarmen, contact te maken met het heden, daar gaat soms een of meerdere mensen leven overheen, voor mij zelf een slepende kwestie van 70 jaar! Door één kranten artikel op Facebook geplaatst door Micheal Meyer, waar de naam die ik al jaren onderzoek Prud’homme de Lodder, door de emigratie, was afgekort, tot “Prud’homme” kwam ik uit bij Ferry! die de knappe leeftijd heeft van 91 jaar, nu was ik jaren geleden al, via de USA Jeannette Abila tegen gekomen, die ook naar haar familie leden op zoek was, nog vage herinnering had aan Tiel in Nederland en daar was het dan bij gebleven, ook door dit onderzoek, zij kwam in contact met diverse familieleden in Nederland en mede door het kranten bericht, kon zij net als ik, bellen via Skype en zo stapte we in het heden, ik hoef U de ontroering niet te onthouden, allemaal kinderen uit het grote zwijgen! Waar “Willem de Zwijger” jaloers op zou wezen, de Erfenis uit de “Indische Kwestie 2.0” een familie band! voor haar zo dicht bij, voor mij via mijn tante Emmy, de zus van mijn moeder, die volgens Ferry zo lekker kon koken en? die ik misschien als peuter in Amsterdam heb ontmoet? Dit laatste blijft een veronderstelling en heb ik eigenlijk in gedachte om het “gemis,”, draaglijk te maken! Daarom is mijn vreugde nu zo euforische, dat dat ene bericht zo’n effect zou krijgen, Omdat een vlucht uit Indonesië die een zo’n lange “staart” kreeg!

Geen vinger uit de neus!

Al was het linksom, al was het rechtsom? Als je eenmaal in de juiste spiraal komt of wel de achtbaan van het leven? Dan zie je het verleden tot leven komen, van uit een een raadsel goed beantwoorden, beland ik op je tijd line en tot mijn verbazing, verre familie namen, kinderen, van kinderen, achter of achter-achter neven en nichten, daar belanden waar mijn stamboom het niet meer wist? als het waren sta ik op een keerpunt! Waar ik het verleden passeer en en stap in het “nu” kan gaan zetten, het zou een ijdele gedachte wezen, om de weg van de toekomst in te kunnen slaan, ook al is de verleiding groot, gewaagd, ik zou het moment van”nu” voorbij razen? Ik zo de doden te kort doen en zij die in dat niemandsland verkeren en dit slechts bij tijd en wijlen beseffen, zij uit die schemer wereld, waar het grote “zwijgen” één eindeloze schreeuw werd!

Slak kruip niet in huis, kruip!

Lang, lang geleden werd je terug gevonden, tussen alle mottenballen, dat moet ook wel! je werd niet oud, in 1956 was je bezweken, aan de vernedering ondergaan, nadat je Indonesië werd uit geschopt! Daar was je een goed ondernemer en je dacht dat doe ik in Nederland ook wel even! Je leven werd getorpedeerd, regels, eisen gesteld er werd niet naar je bewezen, kunnen gekeken, niet naar jou als mens en dit laatste brak je, je nek! Ook je gezin kon het niet meer volgen, ook zij probeerde wat en moesten, zoveel water bij de wijn doen, dat de fles? Het label “Wijn” niet meer mocht en kon dragen! En na ik nu vernam zit je zoon 91 jaar jong in een tehuis voor Indo’s, ja dat is wat? Verbazing? Je bent daar met afstammelingen van Javaanse emigranten uit Suriname! Daar ooit heen gegaan om brood op de plank te krijgen, na de spanningen in dat land, gevlucht naar Nederland en nu samen in een te huis, hoe het lot zo kan spelen! Zo via een kranten bericht, stap ik per telefoon je kamer binnen! oom Ferry, het klikt gelijk, je hebt me veel! te vertellen, je kent mijn tante Emmy, ze kon zo lekker koken! Wat heb ik toch weer gemist! Je hebt bij hen even gewoond, in die jaren 1950, toen iedereen een beetje verdwaald in Nederland rond liep? En zich afvroeg, wie heeft het nog overleefd? Nu wisselen we foto’s uit, je vertelde me leuke en ernstige dingen, zo nieuw, zo anders, zo fijn en we hebben zo gelachen, over hoe? vertel je iemand? Dat als je met een Indo huwd ? Een Indo kindje krijgt! Dat dat nooit meer kan veranderen en dat is een grap, die ons Indo’s doet lachen, alleen zo kunnen we even alles vergeten? Maar te gelijker tijd denken we aan jullie allemaal, die deze weg zijn gegaan, ik heb een oom er bij!

Tegendraadse bewegings! Vraag?

In het Surinaamse familie blad, kwam ik negen jaar geleden, bij toeval? Een kreet tegen? Wie weet er iets over mijn moeder? “Elise” ? Wie kan iets over haar vertellen, alleen door de achternaam Glans, wist ik wie er bedoeld werd? En schreef gelijk? Ik weet iets! Bij het verzenden ging er iets mis? Ik kon de link van de site niet meer vinden, was zo op gewonden, dat alles mis ging, waar het fout kon gaan? Vorig jaar, door het onderzoek kwam ik weer uit bij de naam Glans en aanverwanten en zo ook bij de spannende familie geschiedenis uit Suriname, pas toen begreep ik dat mijn in 1933 overleden tante Elisa gehuwd was met Glans en dat deze vraagsteller? Niemand minder was als mijn neef Freddy, die zo bij het bestuderen familie geschiedenis! Dat hij op 4 jarige leeftijd van zijn moeder werd beroofd en 9 jaar later in één of meerdere Jappen kampen verdween, na de oorlog naar Suriname en Nederland als sportleraar werkzaam was, had ik begrepen, vele huwelijken, die zijn verscheurde kind en jeugd, niet overleefde, ook al is hij nu 91 jaar, helder van geest! Zijn dochter benaderde mij via Skype kregen we dan een verbinding, nee veel kon ik niet vertellen over zijn moeder, wel kon ik hem hopelijk, blij maken met foto’s, waar hij misschien zijn moeder beter in herkent, ook een van zijn vader, met aanvullende kranten berichten, nu had ik natuurlijk gehoopt dat hij mijn moeder kende? Had ontmoet? Andere broers en zussen van zijn moeder kende hij wel, al die jaren zoeken en dan op een overlevende stuiten? Dit als beloning? Mijn dag kan niet kapot, te weten dat hij daar ook nog een dochter heeft uit een ander huwelijk? Dan dat huwelijk die ik kende en zo zet ik mijn zoektocht voort in de Indische Kwestie 2.0, transparantie als leidraad!

Als de krokodil een traan in verslikt!

Zo voor de herdenking? als wij herdenken? Aan wat ons is overkomen en zeker niet die slachtoffer rol? Een stempel die we in Nederland vaak op gespeld kregen? In plaats van een medaille, al doen ze nu hun best 75 jaar later, voor de kinderen geboren na December 1949 is de erkenning altijd uit gebleven, als of hun lijden met gom tot het verleden werd gewist! Hopende dat tijd de schade zou helen? Bij mij gebeurt het tegenovergestelde, het verdriet maakt zich meester, als ik al die namen en foto’s zie? Die hulp kreten lees, die uit kelen klinken, soms galmen en de vooral niet? gesproken woorden, woorden die bleven steken, achter in die kelen, terwijl de ogen zich vullen met tranen? Die door angst gebalde vuisten, die Verrekte onmacht, want je mocht toch niet klagen? met al de kansen , die je geboden werden? Terwijl nu zeventig jaar later, ik jullie ontmoet, jullie eindelijk mag omhelzen, wel in gebeeld, natuurlijk, mijn echte ware familie en zo stroomt even die warmte binnen in me, ga ik terug in mijn moederschoot, terwijl de oorlog aan mij voorbij ging, beschermd door vruchtwater, Jullie foto’s soms trots! Soms verbaast, die opa’s en Oma’s gelaten kijkende, op die foto’s uit een pension, waar alleen de kinderen onbezorgd hun weg konden vinden, tijdelijk ontheven, van wat was gebeurd, verbeurd, verkracht en in een doofpot zou belanden, ontkenning! Alles dat? waar geen familie om vraagt, verlegen zit!

Wurm-boek of als stof neer?

Boekhandel van Hoorn onder aan de Waal in Nijmegen, verhuist naar de binnenstad, zijn uitbater een échte Hollandse kerel, blond en blauwen ogen, die je diep aankeken, om te weten wat je zocht? Misschien wel om te kijken of hij een duur antieke verzameling kon slijten, zijn pand keurig onderhouden, naar binnen door die dikke deur, goed in de verf, het glansde je te gemoed, nog niet te spreken van de blinkende brievengleuf van koper, binnen werd slechts zacht gesproken en mij ogen zochten, soms kocht ik een boek en verdween, weer net zo snel, schichtig en de stad slokte me op! En zo vroeg hij me wat zoek je dan? Ik bleef het juiste antwoord schuldig, terwijl ik twintig jaar later een alchemist werd genoemd en nu al jaren, doden opgraaf, foto’s verzamel, namen verslind en ze een plaats geef? Data en geboorte plaatsen zoek, tegenwoordig worden foto’s openbaar? Met een schreeuw? “Help” herken mij of iemand? Geef me een plaats in die geschiedenis, die is verzwegen? Verdonkeremaand, verloren express en niet alleen uit schaamte? Maar schaamteloos, onbehoorlijk vals? Terwijl ik in Amstelveen in de oude Kerkstraat bij opa en oma ben, terwijl ik verweest en beduusd was, angst? Terdege angst die elke WEES en nog weeskind moet worden herkent? Waar een gat ontstaat in zijn hoofd? In zijn geheugen, als of een wurm zijn schedel leeg vreet! En als dank een hoop stront van samengeperste, leegte achterlaat, waar je niet op uitglijden kan? Alhoewel die buil op je achterhoofd pijn doet, bij je poging een einde te maken aan die lege ellende, die ik op wou vullen met boeken, terwijl ik vaak de woorden niet begreep? En soms nog, want ik kwam met andere klanken, ik begreep niet veel? Zelfs het eten niet, terwijl ik als kind opgeblazen was, van de honger, een luchtballon zonder touw, zonder lint, wel later een worm er achter en in de WC pot gedrapeerd, bleekjes opgerold en zo snapte ik dat ik de waarheid van mijn zoeken, nooit hier kon vinden, ik had de tijd niet mee of was te laat en alle boeken waren al voor mijn neus gekaapt? Of ik wist gewoon niet hoe? Net als dat liedje? Van wie weet ik niet meer? Wie het weet mag het zeggen? Ik was er niet mee geholpen? Maar nu help ik anderen en het leven krijgt kleur, terwijl die leegte blijft, maar ik me inbeeld het verloren paradijs gevonden te hebben en denk aan die Babou gisteren op TV en haar mooie gedachten, haar bezorgdheid en haar proberen te begrijpen van verschillenden werelden en niemand die echt vroeg wat zij nu dacht in een wereld van beterweters en nog steeds? Is die ziekte niet overwonnen en veel erger? Ik ben er ook door aangestoken, het virus draait om die leegte heen, die babou haar leven begon ook al niet best? Terwijl het best had moeten wezen en toch? Wij werden en waren wezen, als een vloek, terwijl dat gat, die leegte, de holle leegtes , vele woorden en letters in en uit kraamde en dat terwijl de ooievaar nog lang niet gesignaleerd was, omdat hier sneeuw was en mijn leegte nog daar! Zo droom ik nu van één Babou, ook dat was een bittere pil, of natte droom, want zij huwde mijn vader, die ophield, mijn vader te zijn, mij bleef die leegte, zo leeg, dat zelfs na 70 jaar, de erkenning nog niets uit hun strot kan komen en mijn moeder, voor niets leed? Met al die anderen, net als wij de 2e generatie, daar of hier geboren of ook neer gepleurd in een kinderhuis of kamp, pension of noodwoning, waar je noodgedwongen je bek dicht hield tot later? Nu!

De kerk en het hof, de rest lag ergens ander!

12 Juni 2020 kreeg ik dit bericht, terwijl ik in 1956 in de Van Nispenstraat op school zat, net om de hoek, van dit kerkhof, tot mijn 12 liep ik altijd rechts uit school, naar de dichtstbijzijnde bushalte, dit hing van de dag of tijd af! Of als ik bij vrienden langs ging, die in de buurt van het badhuis woonden? Dan kwam ik lang het kerkhof op! Aan de overkant, als eerste had ik dat zo geleerd en die enkele keer dat ik langs dat hekwerk liep, dan bekroop me altijd een onbehaaglijk gevoel? Die kerkhof heg, donkergroen, het hele jaar door! Het kwam ook door die honden drollen, waar je overheen moest stappen en het stonk er naar pis, ooit in een baldadige bui, tot net over de drempel van de ingang geweest, als held op sokken, misschien met mijn vriendje Jan Vogelzang, of Freddy zijn vader had een cafe aan de zelfde weg! Misschien wel met Kees Ten Have, maar wat moest ik daar zoeken? Kwam hier toch niet vandaan? En zo kwam ik weer achter de familie van mijn oma, zij was geboren in Nederlands-Indie uit een Inlandse vrouw Atjimah, wanneer zij geboren was en waar? Weten we niet en wanneer ze dood ging ook niet? En wie haar ouders en overgroot ouders waren, weten we ook niet? Wel weten we wie haar man was, broer, zussen en wie zijn vader, maar ook dan! word het zoeken, wel weet ik, dat zijn familie in het leger van Napoléon vocht, tot op de dag dat deze bij Waterloo ten onderging! Deserteurs werden ze en moesten vluchten, zo als vluchtelingen nu eenmaal doen! En met die vlucht, krijg je gratis angst? op ontdekking en zo zien we in documenten, steeds weer andere data’s en natuurlijk die zelfde namen, want vroeger kreeg je de naam van je voorvader, vader, oom of neef en de meiden natuurlijk van moeders kant. Zo dat je snel het overzicht kwijtraakt! Wie wat waar en hoe? Had ik maar geweten dat zij daar lag, het arme mens, dan had ik bij haar graf kunnen zitten! Dan had ik iemand om mee te praten gehad, in die tijden dat ik doelloos door Nijmegen liep of kattenkwaad uitvrat, van verveling of mijn onvrede, waar niemand iets aan kon doen en ik nog minder! Dat is de straf van ieder kind, als je van je moeder weg word gerukt, met een vliegtuig op Schiphol gezet, dan in Amsterdam en uiteindelijk, ook daar op moet rotten, je als een aapje in een kooi, braaf wacht, op de dag dat je weg mag! Met die bruine koffer, die brief? Waar “niet” mijn tante Marchant in stond, nog al die andere mis gelopen mensen, familieleden? Die het zelf ook niet begrepen of wisten, want als kind denk je al snel dat je de enige bent? Gelukkig had mijn tante dat allemaal achter de rug! Misschien had ze me kunnen troosten want uiteindelijk wist zij als geen ander, wat voor mij als halve « wees » nog moest komen, gaan en zo bleek dat het woord « wees » generatie op generatie drukte! Op ons, mijn opa, was vroeg wees, zijn vrouw was vroeg wees, zo als haar familie wezen waren in Breda en later Veenhuizen, hoe ze in Breda kwamen, zoeken we nog even uit, want waar waren hun ouders? En wie vroeg belangstellend naar ze in de veenkolonie, terwijl andere familie naar Nederlands-Indië vertrok en zo kwam ik de naam in England tegen en in Amerika, want wat U niet weet? De naam Marchant met een T komt minder voor! Zo zie je dat zelfs als wees en weeshuis kind nog een hoop kan leren, dit laatste zeg ik vooral, voor al die arme drommels, die daar nog in moeten en ik zie ze al voor me! Hoofdjes vol van wanhoop, tranen die rollen en de vraag? Wat heb ik verkeerd gedaan? En veel erger? Waarom kom ik van die gedachte nooit af? Waarom kon ik niet gewoon, naast die grafzerk zitten treuren, om mijn tante die dood was? Zo als elk kind? Kon ik misschien paardebloemen plukken? Of bloemen bij de kraam jatten, stiekem natuurlijk? Of gewoon een mooie bos kopen of een hele kar in eens, van die arme man die ik altijd zag, bij de Daalseweg, waar ik zijn kar een paar keer helemaal leeg kocht opdat hij lekker naar huis kom gaan, een bakje koffie drinken of als hij een gezin had, bij hen wezen en anders gewoon één lekkere dikke boterham met extra beleg, want soms word je blij? Als je erkent word, even die last van je schouders word genomen en dan wist ik dat hij altijd uit keek naar me? Of? In de hoop dat ik weer zijn hele vracht zou kopen? Als geen ander weet ik van die hoop? Die wens, diep van binnen, warmte! Dat weet een Wees maar al te goed!

Weg en dood, dood weg! mooi?

Geschiedenis zit in de genen, geschied vervalsingen in de boeken op school, geen haan die kraaide? Waarom zou je twijfels hebben over de school, waar op je zat, aan je meester of juffrouw, later de krant, tv en die duizenden boeken die werden geschreven, nu 70 – 75 jaar later zien we de gatenkaas! Het collectief moedwillig geheugen verlies, die jammer genoeg nog steeds goed gepraat word, door vooral, oude fouten ambtenaren en politieke starheid! En alles wat subsidie vreet en nog steeds mee doet aan het niet bijstellen, hoe het werkelijk was! Mijn oma en haar overgrootmoeder zijn daar een voorbeeld van, net als mijn andere overgrootmoeder, in een stamboom weergave zie je lege gaten, als of daar niets plaats gevonden heeft, als of de wereld daar niet leefde, terwijl in de geschiedenisboeken, van veldslagen verslag word gedaan! Het uitmoorden van koningen, koninginnen en hele koninkrijken in de archipel en daarmee hele volksstammen en of dat? Niet genoeg was? Ze werden totaal genegeerd, ze werden verbannen van elk recht, er bestaat geen documenten waar hun namen aan kleefde? Miljoenen mensen hielden op! Als mens door de tijd te gaan? Die “Untermenschen” een uitdrukking die eeuw later zo populair zou worden! De Nederlands-Indie bevolking, die naar Nederlands begrippen primitief was, ondergeschikt, voorbestemd, het zwijgen, voor altijd opgelegd, koninkrijken onder de voet gelopen, vertrapt, de bestaande adel tot de bedelstaf gebracht en slechts de goed gezinde, mochten blijven bestaan! Dus slechts van een enkeling, goed gezind aan Nederland, bestaat zijn afkomst nog op papier! De rest ter dood veroordeeld in eeuwigheid? Alleen een foto of tekeningen, schilderijen of geschiedschrijving van hoe geweldig het Nederlands leger was, beschreven deze mensen? Soms met hun echte namen of spugende gal over ze uit! Ons werd op school geleerd? Dat we daar trots op moesten wezen! Wij moesten trots zijn, om volksstammen, verwoest en verbannen te hebben! Van elk mens onwaardig bestaan? Meer hoef ik niet te zeggen, nadat ik uit dat land moest vertrekken, als een van de zo velen, waarna, mijn familie onderzoek, naar mijn moeder, van haar oma’s kant, de leegte voor zich laat spreken en de namen niet verder kwam als “de Inlandse vrouw” Mina of “de Inlandse vrouw” Atjimah, die natuurlijk? Zo uit het niets geboren werden! Zo rond 1830 ! Zo moet je wel een vloek uitroepen over de Indo, Indo-Chinese, Molukkers of andere groepen daar geboren! 75 jaar later kunnen wij herdenken tot ongeveer 1830! Terwijl het binnen in ons? Anders voelt!

Koffie dik, bestaat! kijken ook!

Het is pas geleden, dat ik weer contact kreeg met dat onbekende verleden en een oude dame 92 jaar, met haar zoon wat foto’s uit gewisseld, want ook aan de andere kant was weinig bekend, dit is wat een oorlog doet al sprak men over vrede in het thuisland! En ging mijn oom met zijn nieuwe vrouw van Nederlands -Indie naar Suriname en later naar Nederland, het verhaal is erg in gewikkeld en nu pas heb ik namen op een rij? Gelukkig heeft een zus via Geneanet verbeteringen aangebracht, maar met dat zoeken, ontdekte ik veel verborgen leed, las ik de pijn en ook, die zoektocht, die abrupt werden af gebroken omdat het noodlot, toesloeg, zoals bij onze voor ouders! Terwijl we gisteren herdachten, ieder op zijn manier, maar de vrede nog niet uitbundig kunnen vieren, daarvoor is ons verleden te lang ontkend! Misschien zijn er enkele die later geboren werden, die geen weet hebben? Het anders ervaren? Zo als mijn dochter vraagt? Papa waar komt die onrust in me vandaan? En dan kun je alleen maar! Vertellen, opdat het een plaats krijgt, zoals nu mijn familie plaats krijgt in de geschiedenis, al was het alleen maar in die van mij! Op dat ik plaats krijg in “mijn” familie waar ik uit weg werd gerukt, toen Nederland al 7 jaar vrede vierde in vredes tijd!