Grijssteen, grote kikkerbek langgerekt, raar he!

IMG_0444

 

 

Terwijl het buiten regent, als of we in de tropen zitten en de foto, doet veronderstellen dat ik voorop loop? dan is dit gezicht bedrog, ik maak deze foto, waar we binnenstappen in het verhaal hier voor, hier stappen we in het jaar eind 1951, pril 1952, zo als het beeld weer geeft 66 jaar geleden en zo ziet het er dan ook uit, oud en als of de goden dit stuk grond verdoemd hebben, buiten enkele zwervers die deze huisjes als onderkomen benutten voor onbeperkte tijd, want lang blijven ze niet, het huizenmonster, geest, verjaagt eenieder, bij onze komst, hoorde we op gewonden geluiden, die leken uit de huisjes te komen, de verwelkoming van een verloren zoon? Of is het in mijn gedachte, is mijn gedachte te veel op hol geslagen? ja! Maar! het had zo kunnen wezen, nee, ondanks dat de zon scheen, zag het er troosteloos uit en was dan ook blij dat ik het de rug toe kon keren, wel wetend dat ik met deze foto’s, mijn aangehuwde neef blij maakte, mij bezorgde het een rilling, het was ook een soort derde rang voorstelling, die al helemaal niet paste in mijn beeld, zeker niet na al die huizen, uit het verleden die ik daar voor, bezocht had, het leek wel of ik uit een kolenkelder kwam, dit doordat de huizen uit zwarte vuursteen gemetseld waren, ten minste het onderste gedeelte en zo heb ik daar slechts kort, opgesloten gezeten, want vermoedelijk zou ik willen ontsnappen, gaf me eens ongelijk? zo als ik mijn hele leven, eigenlijk aan het ontsnappen ben, aan de werkelijkheid? over welke werkelijkheid hebben we het eigenlijk? over welke werkelijkheid hebben mensen, Instanties, het? Zelfs een ui zou nog moeten janken, uit zich zelf en niet omdat hij of zij gesneden werd!

Ik moest vroeger janken omdat ik of een klap in mijn smoel kreeg of een schop onder de kont of gewoon de trap af gestampt werd, misschien dat ze daarom het woord gestampte muisjes uit gevonden hebben? en als dat niet meer hielp, hup in de kast, sleutel omdraaien, geen gezijk en hoe ziet zo’n, kast er nu uit vanbinnen uit? Eigenlijk niets bijzonders, als je ogen gewent zijn aan het donker, zie je een spleet waar licht door komt, die je weer even verblind, maar dan? kun je, alle hoeken zien en dat zijn er vier, als je tenminste die twee hoeken mee telt, waar de deur tussen hangt, als je klein bent stoot je je hooft niet, vermoed dan ook dat ze expres, een plank of twee, weggehaald hebben voor me, zodat ik me geen pijn deed, de schat van een monster! En als je dan uit die kast komt? kun je weer die ogen dicht knijpen door het vellen licht, van de dag of brandende lamp, want ze vertelde je nooit van te voren welk uur van de dag je aan de beurt was, in die kast gestampt te worden en als ik aan mijn hoofd voel, dan heb ik ook meer het idee, een boksbal te aaien, te betasten en als ik krab, dan blijven mijn nagels, die ik haast niet heb, hangen, steken, op oud letsel, zo als mijn hele leven blijft steken op oud letsel, waarvan iedereen me altijd zegt, dat moet je vergeten, laat dat achter je, het viel wel mee, ja het viel wel? en mee? Ja, nu valt het mee, ik kijk er met andere ogen naar, ik kan het nu ook verwerken en kijk naar mijn kinderen en klein kinderen, ik kan ze niet behoeden voor pijn, maar gelukkig wel behoeden voor die trappen, kasten, stompen en die gedompte schreeuw achter een ruit!

Ooit was het daar, netvlies

IMG_0464

 

 

Of ik nu wakker word of slaap, of het vandaag is, of gisteren, dagen of jaren, kwart of halve eeuw, misschien, zeker langer geleden, zag ik je! voor het laatst, de ruiten verstikte mijn gegil, terwijl je weg liep, niet meer omkeek, naar wat je moest verlaten, zo als alles wat je had, hebt moeten verlaten in je, hele leven, alleen die hoek van waar uit ik je zag, was anders, veel lager, ook veel verder, kon ik je loop volgen, waarna je oploste in de Lembangweg, links of rechts? ik weet het niet meer, wat ik wel weet! je liet me achter, bij een monster, een monster die jou ook zo benoemde en zo werd ik opgesloten, verbannen en voor eeuwig, de mond gesnoerd, tot woorden een uitweg, zochten, tot alles in me over prikkeldraad, betonnen muren, al rennend over straat, grasvelden en wegen, snelwegen, gevangenismuren, ziekenhuizen, korte gekkenhuizen, ziekenboegen, verpleeghuizen, gokhuizen, drughuizen, kinderhuizen, opvanghuizen, flatgebouwen, beangstigend hoog, naar beneden kijkend en toch maar niet gedachten of van de ring in het gevang, waar al netten waren gespannen, voor als? toch!

En zo verdween je langzaam en als het aan mij lag, zou ik de projector nog lager willen laten lopen, tot op het moment dat ik je voor het eerst op merkte, na dat je de deur dicht deed en ik naar het raam rende, in paniek, toen je  me net even daarvoor vertelde tegen je grote jongen, dat het tijd was voor je, om te gaan en dat ik goed mijn best moest doen en je niet mocht vergeten, een gesprek wat alleen volwassenen met hun kinderen kunnen voeren, in een beroerde situatie, keuze, want hoe anders kun je slecht nieuws aan je kind duidelijk maken? En zo stond ik achter dat raam, alles proberen te begrijpen van wat je me had vertelde, probeerde ik er gehakt van te maken, misschien wel brood, zodat mijn hongerbuik iets naar binnen kreeg, liefde was er ook al niet meer, nadat je weg was, daar om die hoek, in dat god vergeten land, aan de andere kant, van de wereld, waar ik bovenal moest vluchten, met mijn vader en zus en misschien wel met dat monster? er bij, was dat vliegtuig maar neergestort! zo als al die andere van dat Type daar voor en daarna? Dan voor ik op aarde uitelkaar spetterde, omringt van bloedspetters, keurig verspreid, rond om mijn lijk, zo gedrapeerd als een tapijt die een lief kinderlijkje verdiend, in zo’n, dramatische gedachte, uitweg bedekende hersenpan, die door alles, dat beeld, niet van zijn oog gewist kan krijgen, door mijn bezoek heb ik, dat beeld kunnen plaatsen, een plaats kunnen geven in zijn geschiedenis en we weten dit was eind 1951, misschien pril 1952!

Korrelnoot, Bengaalse tijger

Bogor met Bayu

 

 

En zo sta je hoofdeloost op de luchthaven Schiphol, had je vroeger alle telefoon  nummers nog in je hoofd, omdat ze minder lang waren, als tegenwoordig, mijn hersenen zijn verhuist in een klein rechthoekig ding, wat heet een telefoon, waar ik foto’s in heb op geslagen, waar alle nummer in zitten, waar je zoveel mee kunt doen, zo dat een oudere, daar nog maar weinig van snapt en zijn gebruik beperkt tot het hoogst nodige en zo stond ik daar, beroofd van alle gegevens, geen geld, niet meer als 108 Euro en wat losse centen, dit door het omwisselen van buitenlands geld bij het wisselkantoor als daar, gekleed in Batik hemt met korte mouwen, verdomme wat was het koud, net als in het jaar 1952 toen ik minder lux werd ontvangen, voor omstanders moest het een raar gezicht wezen, caddie en man, naar binnen, naar buiten, door die draai deur en terug, steeds in de hoop dat de shuttlebus, zou komen, dat duurde zeker een half uur en wat is een half uur dan lang en zeker in die kou, 3 graden boven nul, 24 graden lager als waar ik vandaan kwam, laten we het maar niet over de kilometers hebben, mijn hoofd tolt als het waren, zoekt naar oplossingen, te vergeefs lijkt het, toch een innerlijke stem zegt, rustig aan! komt tiet komt raad of was het anders om? En zo kwam die raad en de radeloosheid, het wantrouwen in Hotel kwibus, want mijn bankpas is weg, dan kom je op de zwarte lijst van wantrouwen, dan word je argwanend bekeken, dan is men gelijk minder vriendelijk, ook al vinden ze het verlies heel sneu? zo zeggen ze! Ik kwam net bijna de hele wereld rond gereisd, aan! kreeg kamer 2164 A voor kenners zegt dit genoeg? als of je de landingsbaan en aankomsthal van Schiphol, Singapore en Bandung nog even overnieuw loopt, mijn poten waren zo ver opgezwollen, dat mijn enkels over de randen van mijn schoenen uitpuilde, elke stap verder het bloed een uitweg zou gaan zoeken, gelukkig had ik die strak getrokken sokken, nog aan, die de op barsten staande voeten en benen, nog net bij elkaar hield, die tanden en kiezen op elkaar gebeten, slepend achter die caddie, de kamer vond! Verbinding vroeg aan de receptie, voor een vrije lijn, nee! dit kon alleen maar als ik naar de receptie kwam? Wel godverdomme nog aan toe, begrepen ze dan  niet wat voor een Leidens weg ik doorstaan had? en bij elke vraag het zelfde liedje en de zelfde oneindige afstand overbruggen, tot dat ik van ellende op het punt stond? verbinding te maken met de buiten wereld, ik had mijn telefoonboekje gevonden, dat ouderwetse ruggensteun en eindelijk kon bellen, een wonder, aan de andere kant van de lijn begrip! Iets wat ik in het Hotel Kwibus verwacht had, zo als ik de dief of eerlijke vinder, verwacht had dat die mijn telefoon en bankpas aan de balie van de vlucht haven Singapore, zou afgeven, zo zou je verwachten dat een hotel of wie dan ook, je hielp en niet een vriend, die je dank aan, ouderwets telefoonboekje belde , je voelt je een schooier, bedelaar en tot overmaat van ramp! Pasen, dus alles was voor drie dagen gesloten, waar was die viering van menselijkheid? terwijl de paashaas zijn reet en oren werd afgevreten, het kuiken in aankomst, gaar gekookt werd en uitgescheten? Zo uit gescheten voelde ik me toen, ben blij dat ik Hotel Kwibus, heb verlaten en hoop er ook nooit meer te komen.

Het enige positieve van het verhaal? mijn vrienden kwamen langs en brachten me geld, zodat ik de reis voort kon zetten en dit verhaal nu kan schrijven en  natuurlijk kan niemand er iets aan doen?

waarom? die angst

Je eigenbeeld, is in de spiegel ongeveer gelijk, natuurlijk van waar uit je kijkt, via een glas met water, waar de koude druppels van afdruipen, van de condens, zullen ze zeker je eigenbeeld vervagen, mijn eigenbeeld op dat paspoort beloofde niet veel goeds, een gezicht van ondervoeding, angst en beven, die indringendeblik, van wat gaat er nu met me gebeuren, nee daar kon ik me niet in vinden, ik had net een nieuw gezin gevonden, oke,oke een hond, een vader en een moeder, ik begon vertrouwen tekrijgen in mijn zelf, tot jij als document op dook!ik kon je wel verscheuren, je gezicht vernietigen in de kachel gooien!!maar ik heb het niet gedaan, ik kreeg medelijde met je, ik had te doen met je, je kreeg een plaatsje onde mijn bed, zodat ik over je kon waken, je kon beschermen, ja! zeker! ik heb je hulp roep gehoort, ik zag aan je ogen, die eens van mij waren, een deel van mij, maar vervreemd raakte door tijd, door trappen, slaan, schreeuwen, Amsterdam, kinderhuis, sloten, kaaimannen op de kast, verloren zusje, verloren ouders verloren land, verloren borst.
Republiek Indonesia staat op de voorste bladzijde, was het groen??? en daar ben jij!!! wat zie je er uit, je lijkt niet op mij die ik nu ben, ga weg, ik verdring je, ik sluit mijn ogen, om dan toch uit medelijden je aan te kijken, ik huil, wat hebben ze met jouw gedaan??? ik vlucht met je van de kamer via de grote hal, naar mijn immense kamer, waarin de hoek een bedstaat, alleen voor mij, die kamer is groter als de hele wereld die ik gezien heb, met een raam dat uitkijkt over een tuin, waar de belladona geurt en de zon naar binnekomt om mijn hart te verwarmen en daar is zeker plaats voor jouw, mijn foto,mijn paspoort met dat angstige jongetje, dat heet Bart.

feest felix 2011 482

Scheetuitmijnreet,stinktniet

Verdomme ik was blij? Verdomme je zat er weer naast Winky, Steeds haak je me pootje, niet expres? Laat ik hopen? Terwijl je vertelt van de trappen van het huis in Bandung, waar de achtertuin, grensde aan de begraafplaats! Dat alleen beloofde niet veel goeds? Die zendmast vond ik ook, dat kerkhof, geruimd en die trappen, daarop speelde we, naar jou zeggen? Terwijl zij weg loopt? Maar dat was later? Waar jij het over hebt is toen mijn vader me gevonden had, met mijn zusje, zwaar ondervoed, verwaarloost, vol luizen, mijn buik zo dik, als Dik Trom? Die ik toen nog niet kende? Vuursteen en basalt, daar waren de traptrede toen, van gemaakt en die muren, zwart! Als of een draak zijn hete adem, even speels de boel blakerde! Al die voortekens waren niet genoeg? Zo vertelde je me die foto uit Amsterdam? Waar ik opstond? Je wist het zeker? Maar het was niet zo? Het was mijn halfbroer? Ik heb het zelfs mijn dochter nog gevraagd, ook zij zei van neen? Mijn halfbroer ook en zo kwam er een data bij die foto, bedroeft dat ik er niet op stond? Als bewijs dat ik ooit deel heb uitgemaakt van dat gezin? En ergens kon het ook niet? Ik was toen ergens anders? Aan de hand van die Baby kan ik ongeveer bepalen 1957 begin 1958 en ik zie mijn mooie zus? Want daarna was ze ver “Amerikaanst” en werd een vreemde voor me? En dat zou ze daarna altijd blijven, ondanks die jaren in Europa en die foto had nog iets? Die Baby zou verongelukken, helemaal dood? Nog net aan het begin van een bruisend leven? Auto ongeluk! Allemaal voortekens? Die niemand wil zien, ja ik ook niet, ik praat achteraf? En zo keek ik stiekem naar mijn vader, mij hield hij even vast in het vliegtuig, als ik uit de legerzak kwam, moest, of er genoeg van had! En als hij me bezocht en in de auto voorin op de stoel plaatste, dat mocht toen nog! Daar heeft hij een ander halfbroertje vast? Liefdevol zo lijkt, zo als alles lijkt, wat het uiteindelijk niet was? Niet die sprookjes, die verteld worden? Omdat het beter verkoopt of prettig leest? Zijn helende werking anders mist en al dat ander geleuter? En zo zou ik mijn zus weg willen rukken uit die foto? Haar mee nemen met mij? Dat zou mijn eenzaamheid goed doen? Dan was het verhaal anders? Dan had ik een streep door die rekening kunnen zetten? Die tot op de dag van vandaag niet betaald is? En hoeveel moet dat wel niet wezen? Wat is de schuld? Hoe hoog is die schuld? Terwijl er ambtenaren prat gaan, om hun verraad aan ons? Je zou ze doodschoppen, dat durfde ze niet in mijn gezicht te zeggen toen ik 20-50 was, had ze tot poeder gemept of erger? En er zijn er die, dit niet eens durven lezen? Omdat ze hun eigen leed onderogen zien? Verstopt, verzwegen, misschien jaloers? De pijn is er niet minder om? Wel de blijdschap? Want zus? ik heb weer een foto van jouw? In een tijd, die me gestolen werd en zo stal ik alles terug, maar nu gekregen, door het boek? Een jongen! Zoekt zijn moeder? Een jongen zoekt?

De Wereldrond-Platgewalst

  1. Daar was je dan? Goh wat heb ik lang moeten wachten? Ja het is niet de huwelijks foto, die je als zoon verwacht? Maar wat had ik te verwachten in dit leven? En jij, kijk je staan? Als een “engel” 20 September 1935 Bandung Nederlands-Indie bij opa Willem? De bruiloft was klein? Als een soort voorteken? Voor wat komen zou? Je jurk misschien gemaakt door je zus Emmy en hij Gabriel Johannes van Armeense afkomst! Ouders gevlucht voor het geweld ergen in 1900 en nog wat, ben het vergeten, door al die data, die in mijn hoofd huist? Die mokerslag die me trof? Bij heldere hemel overdag, terwijl ik bel en mijn blijdschap deel, uitgelaten als een jongen hond, ik ben alleen? Ganse, eenden, hond en poes en op de achtergrond hoor ik in de verte muziek, steeds die zelfde muziek? Krijgen die mensen daar niet de schijt van? Hoor je de regen vallen? Nee! Het is droog, zo’n liedje uit de jaren 60, ik heb de foto goed bekeken en zie nu pas je DOOD’S-oordeel? Waar denk je aan? Wat gaat er door je heen? Opa word ook al vast gehouden! Want daarna ging je verhuizen, las ik in een telefoonboek, door mijn vriend Dirk gevonden? Aan mijn verlangen naar jou, het daar overschrijven, met al dat gestuntel, heeft iemand die mijn vader kende als oom? Jou tweede man! Las die verhalen? Nee niet echt, hij gaf me een bericht en keek plaatjes en begreep die kreet? Die kreet die boven alles uitstak, die oerschreeuw, van een kind om zijn moeder, terwijl in Nederland je, je niet moet aanstellen? En dank hem! Dank hem heb ik je voor me, nog voor je, voorgoed, een andere weg in zou gaan, nu ben ik blij, ik voel je warme adem, je stem! De rust die je me gaf in die gevaarlijke periode, die ze hier niet geloven, zelf Beatrix schreef en vertelde er over toen ik haar weer zag in 1971, jammer dat ik je foto niet met haar kan delen of kijkt ze mee van boven? En zo zijn die vragen? Op een paar na? Wie zijn die andere? Wat een mooie mensen, hebben ze allemaal de oorlog overleefd? Of verging het hen? Net als jij? Moeder het kost ons moeite! Jullie te verdedigen, jullie wel verdiende Eer! Kwade tongen zeggen dat het jullie eigenschuld is?Heb je ooit zo’n kaas gegeten?

Gedult van anders Jungenfeld

Deze dag, terwijl de @Indische Kwestie 2.0 het zwaar te verduren heeft, toch voet bij stuk houd, ben ik blij dat ik ooit begonnen ben, te gaan schrijven, hoe schuchter, onzeker, vol fouten? Het is op gevangen in de USA, voor de zoveelste keer? En nu? Krijg ik nieuwe foto’s binnen, deel ze gelijk met de familie? Want wie weet kunnen we nog namen achterhalen, data soms met een natte vinger? Je moet ergens beginnen? Want deze foto herkennen we, maar niet alleen is zijn kwaliteit beter, deze is ook genomen van uit een andere hoek!, namen die ik dacht te weten, werden veranderd, gelukkig maar! Maarten zo noem ik hem maar,was op mijn pad gekomen! Was verre familie en nu heb ik er weer iemand bij en nog iemand, allemaal mensen? Die afstammeling zijn van deze foto uit genomen 1934 Bandung Nederlands-Indie! Toen het leven nog mooi was! En Bandung zijn naam als Bloemen stad eer aan deed! Zo krijg ik beter zicht op het huis van opa, de mensen die er opstaan! Vermoedelijk is grotendeels recht! Alle Mackay en aangehuwde, vermoedelijk twee personen over gekomen van uit Suriname, tweede, derde achter rechts? Achter de schermen worden gegevens door gegeven, opgeslagen en men is blij? Dit is en komt boven water, door derde, vierde en vijfde generatie, die willen weten? Dit straks niet in een museum hoeven te vinden, zo als ik deed? Het gewoon van generatie op generatie door kunnen geven! Vrij van dat eeuwig zwijgen, waar onze voor/ouders, familie zo onder leden, waardoor heelveel foto’s door kinderen weg geknikkerd werden, als niet belangrijk? Als een “vloek” van uit gouden tijden? Te belanden in een pension of kamp! Koffers pakken, verhuizen, weer koffers pakken en ver weg, ver weg van dat verleden, wat zo’n pijn deed, wat leed veroorzaakte en ons als familie scheiden voor het leven!

Water naar zee? In de lucht?naar beneden? Trap af?

zo moest die ruimte leeg, nadat ze daar jaren stonden, ver uit het gezicht meer als honderd schilderijen en met dat, beelden van expo Kekerdomse molen, in het Kerkje Persingen ergens eind 1979, meubelzaak, kledingzaak, eigenlijk wel overal! Zo komt Dante me te gemoed, van uit het boek “De Hel” vertaald door prof. Jaques Janssen en het gezang van Carolus Magnus uit Nijmegen! met niet te vergeten Stan Hollaardt, die met zijn koor, de geschreven text smeuïg maakt, als jus het laatste avondmaal? Zo zag ik de tien geboden weer opdoek? Das beter en zo word het DNA verwerkt, die bewijzen moet, dat de kunst van schrijven! Een goed koor, met mooie keelgeluiden en een voortreffelijke dirigent, best zamen gaan met een schilder, die dansend door zijn ruimte wandelt en het penseel? Naar het doek brengt! Terwijl de cd draait? De bladzijde omgeslagen worden, verwisseld een doek, maagdelijk wit! Nog even voor ik haar neem, beslag leg voor goed en zo beland ik in Moulin de Bagenols, terwijl de hitte me te gemoed komt, de hitte het avondrood, angstaanjagend gekleurd? En het laatste oordeel over deze aarde uitgesproken is? En zo denk ik aan die Inka’s? Die dit al eeuwen geleden voorspelde en als ik rondom me beluister, dan slaat de schrik om mijn hart! En toch met al die kleuren, zelf schilderijen van waar ik denk, hoe heb je, ooit zo iets lelijks kunnen maken? Zo afstotend? Dan is het niet meer, wat wat het leven soms ook is? Afstotend en zo denk ik terug aan vrienden die niet meer zijn? Dit laatste kan op vele manieren! En de goed gevulde flessen, feesten? Ja dan kan ik terug kijken! Op een mooie tijd? Met mooie mensen? En die enkeling, naarling of monster, etterbuil, zelf ingenomen? Kan aan die schilderijen niets veranderen, dan slechts beschadigen, stelen? Of moet ik het als lenen zien? Wat zal het me interesseren, het leven wat me nog rest, zal aan mijn nieuw werk, zeker zijn invloed hebben en zichtbaar worden, maar voor dien, hoop ik op een uitnodiging? Een expo na zoveel jaren? Waarom niet!

Schaafkaasendun-Schaaf

De geschiedenis die het mijne doorkruiste, “zo” dat die de adoptie bespoedigde, zoals een motorboot door een buitenboordmotor, door het water scheurde, terwijl aan de oever, de golfslag nog moest komen! Onvermijdelijk? Geen ontkomen meer aan? En zo werden boten volgestampt , kinderen die tegen stribbelde, maar ook hun bek dicht moesten houden? Je hele hebben en houden in een kist en de rest? achter je! De in de haast gemaakte vrienden, je strohalm? En boven al je familie en GOD’s zegen, die van mij konden jullie niet krijgen, ik was al weg gedoken, bij het nieuws? Mijn zus gaat weg? Mijn vader gaat weg? Dat wat ik nog aangevoel had? Wat was overgebleven, na dat verblijf in dat kinderhuis? Volharde in het nieuwe gezin, wachten op je komst, met mijn zusje en een keer met iets engs? Die kever grijs of groen? Was hij van het leger? Of te leen? Terwijl je praat als brugman, maar wat je zei? Weet ik op de dag van vandaag niet? Wel die belofte die je niet hield, daarmee heb ik mijn verdriet, wel verteld en nu zij, daar op die boot, die net de haven verlaat? Een laatste gil uit de schoorsteen en het is stil, alleen het gedreun van de dieselmotoren doen je beseffen dat het echt is? Elk protest word de mond gesnoerd? Of op andere gedachten gebracht en toen? Tussen die tijd van verdriet van verlaten, verdriet om al het verdriet en verdriet, wat nog komen moest of gewoon verdriet door die pijn van binnen, daar was die gil weer, door die zelfde schoorsteen, maar nu anders, want alles was anders, was het de hoop? Was het dat standbeeld? Natuurlijk weet ik daar niets van? Maar stel het me zo voor! en toen hield mijn beschrijving op en liet de hand van mijn zus los, mijn vader was ik even vergeten? Tot die briefkaart in de bus viel! Om te zeggen dat hij goed aan gekomen was? Ik moest nog blij zijn voor hem ook? Duitse duikboten waren er niet meer en naar de haaien? Ook al niet? Wat een vader, al niet aan een kind vraagt?Wat de wereld niet aan een kind vraagt, verlangt en dat gaat altijd zo door? Daar komt nooit een einde aan? En tot overmaat van ramp, maken ze je papieren kwijt, zo als ze mijn vader ook onzichtbaar maakte! Mijn moeder, mijn half zusje, halfbroers en familie,als of het een complot is? Tegen mij? Als of ik dat verdiende? Omdat ik misschien iets fouts gedaan heb? Om geboren te worden? Want ja! zo twijfel je aan alles en iedereen, veel erger? Aan je zelf en alleen als je heel hard zoekt? Vind je wat? Natuurlijk alleen als iemand gevonden wil worden? Kijk? dat zat niet in die kansberekening of ingestudeerd? Rekening mee gehouden, want sommige mensen deden net of ze dood! waren? Misschien hadden ze wel gelijk! Wat zul je je druk maken? Nou ik wel!

Strik veter geen valstrik

Omdat het leven bestaat uitgeven? Kreeg ik dit en met dat? een achternicht, er bij, de cirkel word rond, daar waar ik streef naar eenheid, hoor ik andere berichten, andere geluiden, die bedroeft stemmen? En hoop op die dag, dat ze genieten van een familie, verscheurt door de oorlog en nog een oorlog, die geen oorlog genoemd mocht worden en een revolutie in de jaren 50! Als een schilderij met snelle streken, komen de laatste gegevens binnen, veel verder kan ik niet meer komen, terwijl verloren geraakte documenten, door slordig omgaan instantie met persoons gegevens? De laatste strohalm doet breken en dat is de weg naar mijn moeder, daar waar het hele zoeken om begon, zo heb ik nu een boeket gemende bloemen, die familie heet, terwijl dat lintje ontbreekt! Nog geef ik niet op, nog meer foto’s zijn onderweg en nog meer foto’s worden bekeken en geven misschien wat geheimen prijs? Zo als de aangereikte berichten via Bronbeek of Indische4ever, zonder de kennis daar? Stamboom forum! Geneanet! My Heritage en natuurlijk al die vrijwilligers bestaande uit familie leden, dichtbij of veraf! En zo voel ik me, als in een boek, elke bladzijde brengt me in een andere wereld, ik ben even te gast, mag even thee met een koekje komen drinken of gewoon een glas water! Wie kent de hunkering van het weten? Niet? Wie kent de waanzin? Als je door de die woestijn loopt, dor, droog, zonder water en een brandende zon, die je al, het zicht ontneemt en zinnen!

Punten, maar dan wel scherp!

“The act off killing” van Joshua Oppenheimer! Ververst het geheugen,van een neven effect! Van een niet bestaande oorlog! Waar wel verrekte veel soldaten in dood gaan en natuurlijk heelveel burgers , in het land van mijn moeder? En eigenlijk ook dat van mij? Tenminste zo heb ik het altijd gevoeld en nog steeds! Met zeven mijl laarzen belanden we in September 1965 of misschien was het iets daarvoor of zelfs er na? Bespaart is mij gebleven je lijden? En zo hoop ik, op een abrupt einde? Maar als je dan die verhalen hoort? Kon het wel eens heel anders wezen en werd je gewoon als vermist op gegeven, terwijl je misschien op gesloten was, in die gebouwen, die een hoofdrol speelde in jouw leven en zo was bij mij ook die angst, vorig jaar? Toen ik in Bandung aan kwam? Ik in oog zou staan met die moordenaar? Of moordenaars ?En misschien was het ook zo? Misschien passeerde hij me op straat, op mijn tochten in de stad of bij de in en uitgang van de kerkhoven, misschien maakte hij in de keuken van het restorant de sambal klaar? Want veel meer zal die wel niet meer kunnen? Misschien was hij wel een van die duizenden bedelaars die op een aalmoes smeekte en waarvan je niet kon zien of het echt was? Of een beroeps bedelaar?Of het was een jonge rebel, zo oud als ik en woonde hij daar in een mooi huis? Terwijl hij de rozen water gaf en ik voorbij kwam met de taxi, misschien was het zijn dochter die me s’morgen het ontbijt kwam brengen, hoe luguber kun je iets bedenken? Terwijl die kans? Helemaal niet ondenkbaar is? Gezien al die vreemde dingen in mijn daaropvolgend leven? Rest nog steeds die vraag? Waar ben je? Waar ben jij en dat kleine meisje, die oudste half broer Leopold? Van mijn echte naaste ontbreken jullie? In de aanverwante familie? Ooms en tantes? Die zijn niet te tellen? Daar ben ik de kluts kwijt! Daar moet ik soms gokken? Maar het jaar 1965 werd ik geadopteerd 20 September en hij de nieuwe vader is geboren 7 September, dus “moeder” “September” en ik weet het als de dag van gisteren, wat was het heet? Alleen in die rechtbank was het zo kil! Ik was verdrietig! Mijn nieuwe ouders blij, ik zag dat het aan hun gezichten? Maar niemand die bij mij naar binnen keek, daar waar ik weer even net zo eenzaam was als toen? In dat kinderhuis? En Toen, Je door de straat weg liep van me, Voor altijd op geslokt door de mensen massa in de verlengde Lembangweg!