Water naar zee? In de lucht?naar beneden? Trap af?

zo moest die ruimte leeg, nadat ze daar jaren stonden, ver uit het gezicht meer als honderd schilderijen en met dat, beelden van expo Kekerdomse molen, in het Kerkje Persingen ergens eind 1979, meubelzaak, kledingzaak, eigenlijk wel overal! Zo komt Dante me te gemoed, van uit het boek “De Hel” vertaald door prof. Jaques Janssen en het gezang van Carolus Magnus uit Nijmegen! met niet te vergeten Stan Hollaardt, die met zijn koor, de geschreven text smeuïg maakt, als jus het laatste avondmaal? Zo zag ik de tien geboden weer opdoek? Das beter en zo word het DNA verwerkt, die bewijzen moet, dat de kunst van schrijven! Een goed koor, met mooie keelgeluiden en een voortreffelijke dirigent, best zamen gaan met een schilder, die dansend door zijn ruimte wandelt en het penseel? Naar het doek brengt! Terwijl de cd draait? De bladzijde omgeslagen worden, verwisseld een doek, maagdelijk wit! Nog even voor ik haar neem, beslag leg voor goed en zo beland ik in Moulin de Bagenols, terwijl de hitte me te gemoed komt, de hitte het avondrood, angstaanjagend gekleurd? En het laatste oordeel over deze aarde uitgesproken is? En zo denk ik aan die Inka’s? Die dit al eeuwen geleden voorspelde en als ik rondom me beluister, dan slaat de schrik om mijn hart! En toch met al die kleuren, zelf schilderijen van waar ik denk, hoe heb je, ooit zo iets lelijks kunnen maken? Zo afstotend? Dan is het niet meer, wat wat het leven soms ook is? Afstotend en zo denk ik terug aan vrienden die niet meer zijn? Dit laatste kan op vele manieren! En de goed gevulde flessen, feesten? Ja dan kan ik terug kijken! Op een mooie tijd? Met mooie mensen? En die enkeling, naarling of monster, etterbuil, zelf ingenomen? Kan aan die schilderijen niets veranderen, dan slechts beschadigen, stelen? Of moet ik het als lenen zien? Wat zal het me interesseren, het leven wat me nog rest, zal aan mijn nieuw werk, zeker zijn invloed hebben en zichtbaar worden, maar voor dien, hoop ik op een uitnodiging? Een expo na zoveel jaren? Waarom niet!

Schaafkaasendun-Schaaf

De geschiedenis die het mijne doorkruiste, “zo” dat die de adoptie bespoedigde, zoals een motorboot door een buitenboordmotor, door het water scheurde, terwijl aan de oever, de golfslag nog moest komen! Onvermijdelijk? Geen ontkomen meer aan? En zo werden boten volgestampt , kinderen die tegen stribbelde, maar ook hun bek dicht moesten houden? Je hele hebben en houden in een kist en de rest? achter je! De in de haast gemaakte vrienden, je strohalm? En boven al je familie en GOD’s zegen, die van mij konden jullie niet krijgen, ik was al weg gedoken, bij het nieuws? Mijn zus gaat weg? Mijn vader gaat weg? Dat wat ik nog aangevoel had? Wat was overgebleven, na dat verblijf in dat kinderhuis? Volharde in het nieuwe gezin, wachten op je komst, met mijn zusje en een keer met iets engs? Die kever grijs of groen? Was hij van het leger? Of te leen? Terwijl je praat als brugman, maar wat je zei? Weet ik op de dag van vandaag niet? Wel die belofte die je niet hield, daarmee heb ik mijn verdriet, wel verteld en nu zij, daar op die boot, die net de haven verlaat? Een laatste gil uit de schoorsteen en het is stil, alleen het gedreun van de dieselmotoren doen je beseffen dat het echt is? Elk protest word de mond gesnoerd? Of op andere gedachten gebracht en toen? Tussen die tijd van verdriet van verlaten, verdriet om al het verdriet en verdriet, wat nog komen moest of gewoon verdriet door die pijn van binnen, daar was die gil weer, door die zelfde schoorsteen, maar nu anders, want alles was anders, was het de hoop? Was het dat standbeeld? Natuurlijk weet ik daar niets van? Maar stel het me zo voor! en toen hield mijn beschrijving op en liet de hand van mijn zus los, mijn vader was ik even vergeten? Tot die briefkaart in de bus viel! Om te zeggen dat hij goed aan gekomen was? Ik moest nog blij zijn voor hem ook? Duitse duikboten waren er niet meer en naar de haaien? Ook al niet? Wat een vader, al niet aan een kind vraagt?Wat de wereld niet aan een kind vraagt, verlangt en dat gaat altijd zo door? Daar komt nooit een einde aan? En tot overmaat van ramp, maken ze je papieren kwijt, zo als ze mijn vader ook onzichtbaar maakte! Mijn moeder, mijn half zusje, halfbroers en familie,als of het een complot is? Tegen mij? Als of ik dat verdiende? Omdat ik misschien iets fouts gedaan heb? Om geboren te worden? Want ja! zo twijfel je aan alles en iedereen, veel erger? Aan je zelf en alleen als je heel hard zoekt? Vind je wat? Natuurlijk alleen als iemand gevonden wil worden? Kijk? dat zat niet in die kansberekening of ingestudeerd? Rekening mee gehouden, want sommige mensen deden net of ze dood! waren? Misschien hadden ze wel gelijk! Wat zul je je druk maken? Nou ik wel!

Strik veter geen valstrik

Omdat het leven bestaat uitgeven? Kreeg ik dit en met dat? een achternicht, er bij, de cirkel word rond, daar waar ik streef naar eenheid, hoor ik andere berichten, andere geluiden, die bedroeft stemmen? En hoop op die dag, dat ze genieten van een familie, verscheurt door de oorlog en nog een oorlog, die geen oorlog genoemd mocht worden en een revolutie in de jaren 50! Als een schilderij met snelle streken, komen de laatste gegevens binnen, veel verder kan ik niet meer komen, terwijl verloren geraakte documenten, door slordig omgaan instantie met persoons gegevens? De laatste strohalm doet breken en dat is de weg naar mijn moeder, daar waar het hele zoeken om begon, zo heb ik nu een boeket gemende bloemen, die familie heet, terwijl dat lintje ontbreekt! Nog geef ik niet op, nog meer foto’s zijn onderweg en nog meer foto’s worden bekeken en geven misschien wat geheimen prijs? Zo als de aangereikte berichten via Bronbeek of Indische4ever, zonder de kennis daar? Stamboom forum! Geneanet! My Heritage en natuurlijk al die vrijwilligers bestaande uit familie leden, dichtbij of veraf! En zo voel ik me, als in een boek, elke bladzijde brengt me in een andere wereld, ik ben even te gast, mag even thee met een koekje komen drinken of gewoon een glas water! Wie kent de hunkering van het weten? Niet? Wie kent de waanzin? Als je door de die woestijn loopt, dor, droog, zonder water en een brandende zon, die je al, het zicht ontneemt en zinnen!

Punten, maar dan wel scherp!

“The act off killing” van Joshua Oppenheimer! Ververst het geheugen,van een neven effect! Van een niet bestaande oorlog! Waar wel verrekte veel soldaten in dood gaan en natuurlijk heelveel burgers , in het land van mijn moeder? En eigenlijk ook dat van mij? Tenminste zo heb ik het altijd gevoeld en nog steeds! Met zeven mijl laarzen belanden we in September 1965 of misschien was het iets daarvoor of zelfs er na? Bespaart is mij gebleven je lijden? En zo hoop ik, op een abrupt einde? Maar als je dan die verhalen hoort? Kon het wel eens heel anders wezen en werd je gewoon als vermist op gegeven, terwijl je misschien op gesloten was, in die gebouwen, die een hoofdrol speelde in jouw leven en zo was bij mij ook die angst, vorig jaar? Toen ik in Bandung aan kwam? Ik in oog zou staan met die moordenaar? Of moordenaars ?En misschien was het ook zo? Misschien passeerde hij me op straat, op mijn tochten in de stad of bij de in en uitgang van de kerkhoven, misschien maakte hij in de keuken van het restorant de sambal klaar? Want veel meer zal die wel niet meer kunnen? Misschien was hij wel een van die duizenden bedelaars die op een aalmoes smeekte en waarvan je niet kon zien of het echt was? Of een beroeps bedelaar?Of het was een jonge rebel, zo oud als ik en woonde hij daar in een mooi huis? Terwijl hij de rozen water gaf en ik voorbij kwam met de taxi, misschien was het zijn dochter die me s’morgen het ontbijt kwam brengen, hoe luguber kun je iets bedenken? Terwijl die kans? Helemaal niet ondenkbaar is? Gezien al die vreemde dingen in mijn daaropvolgend leven? Rest nog steeds die vraag? Waar ben je? Waar ben jij en dat kleine meisje, die oudste half broer Leopold? Van mijn echte naaste ontbreken jullie? In de aanverwante familie? Ooms en tantes? Die zijn niet te tellen? Daar ben ik de kluts kwijt! Daar moet ik soms gokken? Maar het jaar 1965 werd ik geadopteerd 20 September en hij de nieuwe vader is geboren 7 September, dus “moeder” “September” en ik weet het als de dag van gisteren, wat was het heet? Alleen in die rechtbank was het zo kil! Ik was verdrietig! Mijn nieuwe ouders blij, ik zag dat het aan hun gezichten? Maar niemand die bij mij naar binnen keek, daar waar ik weer even net zo eenzaam was als toen? In dat kinderhuis? En Toen, Je door de straat weg liep van me, Voor altijd op geslokt door de mensen massa in de verlengde Lembangweg!

Trek aan je neushaar pijn!

  1. Je gaat, je gaat slecht voor heel even, zo is dat in ons leven, een leven voor bestemt zou je denken? Onze blikken kruizen en weten zonder woorden, wat niet uit gesproken hoeft te worden? Zo als een jaar geleden? Verbondenheid zo nauw, zo diep van binnen, terwijl je soms zegt! Hou op! Of laat me alleen, dat zijn die momenten dat ik me onzeker waar! Nu weet ik beter en weet het komt goed en zo heb ik tijd en drink het water uit de bron, wat op-zich een avontuur is? De weg naar boven, dan de trappen af, naar die koperen kraan, waar dat heldere bergwater uit een koperen kraan vloeit, druipt en dan zo in die flessen, door de kou condenseert druppels aan de buitenkant, ik maak mijn, mijn handen als een schaal, gulzig geniet ik van het vocht, mijn tong geprikkeld door de vele mineralen, waarlangs dat water in die berg stroomde, het is als of ik de aarde drink, als of de wereld in mijn mond duikt, het heelal er bij en zijn meteorieten regen of stortbui, dit om de gewelddadigheid, weer te geven, van wat daar gebeurd in mijn mond? Bijna onvoorstelbaar? Ieder normaal mens zou denken? Gelukkig als je dit leest of van alles wat ik schrijf? Dan behoor je tot een groep? Van doorzetters of van iemand met geest? Een geest die kan verplaatsen en van woorden houd? Geluiden, natuur of gewoon de mens? Vooral deze laatste, vergeten we zo vaak? Hij die afdaalt, bij een kraan van koper? Berg op! berg af? Dat is wat anders als thuis de kraan open draaien of een fles open draaien uit de winkel? Voor al die gedachten die door een mens gaan? Terwijl hij bukt het water naar zijn lippen brengt, terwijl om hem heen, tegen de rots, de muggen dansen, het mos welig tiert? En niet tekeer gaat, rust, varens en soms een adder die van schrik weg kruipt en zo in dat dal, aan de voet van het riviertje, zijn bed, haast droog? Waar kikkers soms springen of andere gekke dingen doen? Het gekrioel en oorverdovend geluid? Voor wie wil horen? Weet dat de mens niet het enige rare op deze aarde is? Dit terwijl ik de slachtpartij gade sla van uit mijn ooghoeken en het water langs mijn mondhoeken, morst en een nieuwe weg gevonden word voor die druppel, die de emmer niet deed overlopen, maar verdampte, van ellende op die zomerse bloed hete dag!

Het kruipt en ook niet echt!

Zo vreemd als je hier bijna 68 jaar bent en nooit echt aanwezig? Altijd zijn die gedachten onderweg of daar, nooit waar je werkelijk bent, al zijn er momenten dat je geniet van je omgeving van nu? Maar voor je het weet! staat de koffer al klaar, vertrekt de taxi, stap je in de trein! Dan gaan je hersens aan de haal! En als ze je zou vragen waar? Dan is het bij dat mistlandschap en soms veel verder, daar waar de mist eindelijk kleur, kreeg,? Geur en warmte een gezicht! De waren liefde zo als ik die ooit voelde, tastbaar, voelbaar, door een eenvoudige oog opslag, die tedere en soms corrigerende hand of vinger, die stem die me toesprak, geluiden uit een gezin, die dan weer wreed werden verstoord? En zo snap ik waarom ik die vrouw mijn nieuwe moeder al op vroege leeftijd verzorgde, als ik thuis kwam uit school, bezorgt vroeg, gaat het met je, wat kan ik doen? En de kamer en de afwas deed! Omdat zij de kracht niet had? Nu snap ik waarom ik in dat verpleeghuis werkte, ziekenmensen blij wou maken, verzorgen in hun nood? Tot de dood te dicht bij kwam? En die naderende dood van jou? Die naderende dood van haar, die naderende dood van ieder om me heen? Maakte me schuw en ik ging weer met die taxi, in de bus of trein, auto het maakte niet uit, als ik dat scheiden? Maar niet opnieuw hoefde te beleven? Niet weer? Niet alweer, liefst nooit weer en toen? Ik deed niet anders ik wilde jullie nog een! Keer, gedag zeggen, nog een keer kussen? Vaarwel, bedanken voor je vriendschap, vooral toen ik het zo nodig had, bedankt voor dat luisterende oor, toen ik me geen raad wist, toen ik gevangen zat! Zo als mijn hele leven gevangen was, bedankt dat ik deel uit mocht, maken van je gezin, weer even een stukje minder eenzaam, die eenzaamheid, met miljarden mensen om me heen en slechts jij! Had oog! Soms wild vreemde, maar ook die viespeuken, die van ellende zich ophingen, nadat ze de hand aan zovele legde, mensen zo als ik! En ik? Verkocht me zelf tot het niet meer hoefde, en toen gooide ze me in een Wajong een wet, wel 30 jaar te laat en kochten het af met 5 en nu? Kan ik net leven, ben te oud me te verkopen, ik zit met zo velen, slecht vol met herinneringen? Ik weet? Ik had het anders moeten doen? Maar die weg bestond niet? Dat is een ander boek? Een Indo als ik deelt alles, tot hij niets meer heeft, Anders kan hij niet genieten van het leven, alleen, die gedachte alleen? omdat die eenzaamheid! Juist al die angsten brachten, verwarde gedachten, er gewoon niet zijn! Terwijl mijn blauwe ogen dwars door je heen keken, als of je naakt voor me staat en ik zie je van onbehagen beven, tot je door hebt, dat het geen slechtigheid of gevolgen heeft? En zo werd onze vriendschap blijvend, al schudde ik soms het hoofd? Je keek niet! je was al verder en ik liet je gaan! Tot de dag dat ik ook langs moest komen, sorry ik kan niet tot dat laatste moment blijven? Ik kan dat niet aan? De angst daarvoor wurgt me, dat is aan andere bedeeld, wees gerust je blijft altijd bij me!

Als je hier was en niet DOOD

Zo heb ik ze gevonden mama, het duurde wel even? Ik ben zelfs voor die tijd van opa beland, bij zijn vader en moeder, het gezin? Die zo trots! hun katholieke kruisjes dragen, vooral als je geboren bent in de rimboe, nou ja? zo noemde ze dat vroeger? Maar jij hebt ze nooit gekend of gezien, alleen van horen zeggen? En wat staat hier op deze foto? De naam? De naam van jou kamp, van mijn kamp? Het kamp wat niet meer bestond na eind December 1949, want Nederland gaf Indonesie eindelijk zijn vrijheid terug? Zo raar iets terug geven, wat nooit van je is geweest, denk ik dan? Wat jij dacht weet ik nu wel? Voor jou was alles zonder meer afgelopen? Je deed nog wel je best, je wereld storten nu helemaal in? Wat overbleef voor jouw in 1956, nadat je de nachte afstroopte, zo als het vel van gevoelens? Ooit in dat Jappen kamp, zocht je de troost, zodat overdag, je sliep of het een roes was, vergetelheid, vermengt met toen? Toen je nog huisde in je jeugd, je lach bulderde door de straten en ik zie je op de foto staan? Als een klein boefje, ondeugende blik en waarom niet? Je had vast anders gekeken als de letters Tjimahi of hoe ze het toen schreven? In neon licht angstaanjagend op flitste? Flikkerde, zo als je hele leven van een trap zou donderen, oorverdovend en door zou klinken in Amsterdam? Zelf zo sterk had jij het niet kunnen bedenken? En ik weet? Jij hoorde bij die vrouwen? Met kracht? Met een Inkassering vermogen die aan het boven menselijk grenst? Werd het niet begrens door mensen om je heen? De roddels of misschien wel de jalousie? En dit laatste ontgaat me dan? Wel dat ik hoorde dat je een mooie vrouw was? Geen wonder dat ik je nooit los heb kunnen laten? En nu mama, ben ik met mijn jongste dochter! Ze had zo je half zus kunnen wezen, soms laat ik je foto zien? Maar het zegt haar niets? Geen wonder? En zo zie ik dat er wat anders staat Tjikasosi of nog wat? Jou angst sloeg weer in mij over! Drie begin letters waren genoeg!