Bron: Had ik maar drie dubbeltjes, die door vielen in mijn hoofd, dan ging het vast beter
Bron: Had ik maar drie dubbeltjes, die door vielen in mijn hoofd, dan ging het vast beter
Bron: Had ik maar drie dubbeltjes, die door vielen in mijn hoofd, dan ging het vast beter
Bron: Had ik maar drie dubbeltjes, die door vielen in mijn hoofd, dan ging het vast beter

Vandaag onverwacht bezoek, brood machine gekregen, glazen en elc. verwarming en nog wat spullen voor het huis er word aan ons gedacht, hart verwarmend, bedankt, vandaag tegels voor de keuken gehaald en nu nog plaatsen, met een scheef oog kijk in naar de trap, die ook moet verhuizen, op de plaats waar hij zo wie zo had moeten staan, morgen komen drie man, werken, dus wie weet schiet het op, vandaag ook gesproken over de opvang vluchtelingen bij ons in het dorp, want daar moet ook iets gebeuren, we kunnen die mensen niet aan hun lot over laten en met de handen in elkaar moet dat zeker lukken, het doet me zo aan mijn aankomst in Nederland denken en wat al mijn Indische en Ambonees vrienden moesten doorstaan en later de Surinamers, Turken, Marokkanen etc., we schuiven gewoon een beetje op, maken plaats en luisteren naar hen die gehoord moeten worden, mensen met een verhaal en dat is zeker geen leuk verhaar dat kan ik U verzekeren, maar een verhaal van heel ver, van een wereld die we niet kennen, alleen van TV, dat is echt anders als dat wij zien, om daar te wonen en leven en uit eindelijk eieren voor je geld kiezen en vluchten, dat daar wat minder vriendelijke mensen tussen zitten, daar kunnen zij niets voor, mensen in nood, als of het vroeger anders was toen wij Indonesië bezetten, als er geen Nederlandse boeven onder de bezetters waren, je zult maar op groeien in een land waar je niet weet wie je vijand is, nog wie je vertrouwen kunt en kinderen die op groeien met bommen en raketten boven hun hoofd of door hun huis, wat zou jij doen? Weet je nog de tijd dat je in Duitsland ging werken omdat je daar meer loon kreeg?wat waren wij toen in Duitsland? Gastarbeiders, buitenlanders, niet meer en niets minder en eten is er genoeg, een mooie rede om af te vallen, een paar pondjes minder, Nederland wees het land waar ik eens zo trots op was, het land waar alles kon, waar alles mocht, waar ontdekt mocht worden, waar we fouten mochten maken, waar we van leerde, de tijd waar we open stonden voor elkaar en daar zijn veel, bekende Nederlands beroemd mee geworden, denk aan Leen Jongewaard ,Adele Bloemendaal, schaap met vijf poten, vergeet niet dat dit slacht offers zijn van de wereld politie en daar hoort de US bij en alle grootmachten, zelfs wij, wij maken onderdelen uit van wat over de hoofde giert, dag en nacht, jaar in jaar uit, van deze mensen en kinderen, dus matig U, schuif op en maak plaats.
Met dank namens de vluchtelingen.
Ondertekend Felix Meihuizen Beeldendkunstenaar

Wat zullen we eten vandaag, vraag het de groenteman, die niet meer aan de deur komt, dus blijft de supermarkt over en de slager, hier tijdens de maaltijd vragen we ons af wat we daarna gaan eten, de laatste maanden zit daar een beetje de klad in, gelukkig heb ik sotto blokjes gekregen met kleefrijst, dus dat belooft voor morgen een lekkere maaltijd, vanavond diepvries kabap, gewoon op brood, sla en tomaten saus en knoflook mayo en sambal, vanaf overmorgen gaan we, weer echt eten, boef Bourgogne, met aardappels en vette saus, lekker prakken en na het eten even er onderuit.
Mijn vrouw was naar de foto club geweest, dus lekker rustig in huis, een rit naar de stort, waar ik – mooie stoelen vond als nieuw uit de jaren 1955, dus weer een aan winst voor het atelier. Want voor mij hoeft niet alles nieuw te zijn, zeker niet als je het toch kwijt raakt en denk ook als je ouder word, het minder belangrijk is waar je op zit of aan zit, ik zit trouwens toch weinig, alleen, als ik aan het schrijven ben, ik loop graag, soms zit ik me zelf in de weg en begeef me dan op straat of in een dorp en kijk alles zo aan, mensen als bezigen bijen, als mieren krioelen en dat gaat wel eens fout een botsing, een erge botsing met doden, een gebroken arm of been en soms in een rolstoel beland of ziekenhuis, tot verlamming toe, de dood die om de hoek kijkt, toeslaat waar je het soms niet verwacht of juist wel en zo merk je langzamerhand dat je ouder word, nog niet in de spiegel, daar heb ik mazzel mee, mijn spiegel geeft alleen de rimpels weer en de grijzen haren trek ik er uit en doet me beseffen dat ik ooit eens een haardos had waar je U tegen zou zeggen en in mijn auto ligt op de bekleding en vloer uitgetrokken grijze haren die ik een keer per maand opzuig, als of er niets is gebeurt en tijd niet bestaat, als of de jonge god, het Griekse land nooit verlaten heeft en Pompeii nooit vernietigt was door natuurgeweld en de wereld om ons heen perfect zou zijn en dit laatste is dus zeker niet waar, het is dus niet mijn complex, wat ik wel altijd had gedacht, als of het mijn schuld was dat de wereld in honderd loopt en zo werd het me wel altijd verteld, wat de vraag op roept wat is van hen geworden? Die het zo goed wisten, van binnen weet ik nu, dat ik voor geen geld zou willen ruilen, met die rijken, geluk koop je er niet mee, laat staan gezondheid, wat gaan we eten morgen?
Natuurlijk was dat artikel leuk in de telegraaf, met een foto als bewijs dat ik nog leef, het enige verschil is dat ik vorig jaar 7 keer ben onder gelopen, met alle gevolgen van dien en dit jaar slechts drie keer en dat is anders als bericht, al mijn werken zijn niet gespaard, laten we het maar helemaal niet hebben over de verf, een grote doos vol en kwasten, die hebben vier maanden in het water en vocht gelegen, dus helemaal verhard, daar komt bij alle pers en foto,s zijn verloren gegaan en dat kan ik U verzekeren was een logboek, waar een schipper jaloers op zou wezen, dus zo zie je dat de krant niet alles kan weten.
Ondanks mijn verzoeken me verf en doeken te sturen aan verschillende groothandels heb ik tot op heden 0 op het rekest gehad, wat betekend dat ik van voor af aan ga beginnen en dat kan als het atelier klaar is, ik zelf ben er klaar voor.
En onder tussen ga ik kijken of ik sommige werken kan herstellen en anders schilder ik er iets anders over heen, dan kunnen ze later met röntgenstralen wat ontdekken, dus ben dan als het waren geheime aan het bedekken met aarde, misschien worden ze wel gelijk verbrand. Misschien ben ik wel de mislukte schilder van de eeuw op Hitler natuurlijk na.
Wat dat betreft heb ik geluk na hem geboren te zijn en gelukkig ver weg van dat Duitsland van toen, van waar ik ook niet weet wat ik gedaan zou hebben als ik toen leefde, want als iemand de hele wereld gek kan maken, misschien ook ik.
Ik ben de de Nederlandse regering op een hoop gegooid, met de naoorlogse generatie, Terwijl dit niet klopt, tussen 1950-1952 leefde ik in een land waar de orde nog hersteld moest gaan worden, dus je kunt stellen dat ik 5-7 jaar later bevrijd ben, dan de Nederlander en met mij zo velen, dat is niet mee genomen in de kamer die het wetsvoorstel deed, minder pensioen uit te betalen. Omdat iedereen tot 1950 1 Januari wel rechten kon claimen, dus mij ontbrak 26 dagen???? o ja en die 5-7 jaar dan, foutje even Apeldoorn bellen. Kijk en daar hoor je dan niets over.
Gelukkig heb ik net vijf liter wijn gekocht, dat maat die jaren weer verdraagzaam en zie ik het leven weer vol zonneschijn, gaan in een keer de vogels fluiten, vissen springen omhoog uit de beek, mijn dochter geeft me een dikke kus en mijn vrouw zegt, maak je eigen eten maar klaar en dan voel je je zo klein, dat voor ik het weet in een letter ver ander, een t of een d, vat niet groot, maar heel klein, zelf Open Office Writer Correctie weet er geen raad mee en roept komt er nog iets na die t of d ???
Zo loop ik dan wel eens gillen door de bergen en deze zijn geduldig, soms leggen ze een arm om mijn schouder, als of ze het begrijpen en dat geeft me troost, soms ga ik ook in zo’n berg, liggen, een soort moederschoot, allen wat harder, wat stenig en zanderig,bramenstruiken of wildzwijnen stront, of herten poep, vogel kak,geen paarde drol, wat moet een paard daar nou? Laat me met rust in de arm van de berg en als ik dan thuis kom, heb ik blauwe plekken en schrammen en mijn vrouw kijkt me altijd wantrouwig aan, zo van wat heb jij gedaan? Ga dat maar eens uit leggen, voor je het weet, word je op gehaald en vast gebonden en krijg je een spuit of honderd in je kont of arm en ben je helemaal de weg kwijt, daarom ben ik ook blij met al die weg wijzers en zeker in Frankrijk, die wijzen altijd van uit een andere hoek, daar zou geen mens op komen, soms wijzen ze naar de hemel en daar wil ik helemaal niet naar toe, dus nog een keer de rotonde om, voor ik weet dat ik rechts af moet slaan, zo zag ik vandaag dat ik weer een hoop mensen blij heb gemaakt door te schrijven, Nieuwe Zeeland, Amerika, Frankrijk en Nederland, lees mensen lees, besef dat je niet alleen bent met je ellende, sluit je aan bij mij, dat gaan we feest vieren, want als wij het niet doen, nu we het daar over hebben, valt het mij en mijn vrouw op dat wij zelden gevraagd worden? Of is het omdat we zo druk zijn met feesten? Ja zo tegen de winter valt er weinig te feesten, behalve sinterklaas zonder pieten en kerstmis waarvan de kerstman Pedofiel blijkt te wezen, of dit laatste waar is weet ik niet, maar soms hoor je wat of ziet iets op TV of internet, nou die bakken het ook bruin, mijn dochtertje heb ik maar even de kamer uit gestuurd, nou dat boek van me word het dus ook niet, bij gebrek aan belangstelling heb ik het gestorte geld, weer terug gestort, dank aan die ene persoon die in het boek geloofde Donald bedankt.
Zo over de afsluitdijk, je zou het liefs een auto willen hebben met open dak zo dat de wind door je haren waait, je je jeugd terug kon krijgen en alles over zou mogen doen, maar dan anders, onsterfelijk gelukkig heb ik de eerste twee glazen wijn en op en laat die gedachten ook maar varen, wat me brengt bij de haven van Harlingen, waar ik langs de grachten slenter, langs de oude Zeun, waar je een bootje kunt huren, kunt poepen op het kantoor, dit laatste raad ik niemand aan, want de drol zou bij je af gestroopte broek belanden en het wc papier is op, laat staan de vliegen de gretig op die stront geur,zouden afkomen, op de voor steven staan, als of je Kapiteijn bent of Columbus die Amerika ontdekt, waarom ook niet, verbeelding is goed voor de mens en zeker voor mij en de wereld om me heen, ik pas mijn wereld aan, zo dat ik me niet hoef te ergeren, aan alles wat anders is, dan dat wat het had moeten wezen, ontdaan van de moraal, redelijk en vrij van denken, ruimte maken voor ieder mens en zo is Harlingen, vrolijk en fris, mensen met gekleurde wangen, geen tekort aan zuurstof, nog drank en vis, te kust en te keur ook al hebben ze de haring afslag verhuist naar Urk en dit laatste is jammer, dat kost banen en mij de haring recht streek van de afslag, tussen rode poon, kabeljauw, schar en bot, waar sommige van in de rookkasten verdwijnt en als een nieuw product op de markt komt of op mijn bord, met een glaasje of fles Berenburg dit laatste klinkt beter, want als een Fries, ja zegt, zeg dan nooit nee, dat is mij vroeger geleerd en daar hou ik me dan ook aan, zo kom ik bij de club van het petanque, een gezellige boel, als het waren ben je midden in het hart van Harlingen en omgeving, dat is anders als dat je door het centrum banjert of langs de have of de kop van de veerboot stijger, waar een mensen massa uit het ruim gespuugd word en als water bezit neemt van de dijk en afdwaalt, naar bus of auto stalling op weg naar huis, naar veilige haven of haard, het gemoedelijke straalt uit, word ontvangen en van binnen word je warm, liefde volle woorden vinden hun weg, zo als de haring in mijn keel glijd en de wind door mijn haren en mijn wangen langzaamaan rood kleuren, nu is het daar ook niet altijd roze geur en maneschijn en toch als of je laveert op de klinkers van de wegen, soms struikelt en denkt, dat word uit kijken, je oog verlangend naar de Hema kijkt waar worst word aan geprezen, mijn tanden zich vast bijten in die vette hap en soms een stukje van het papieren zakje in mijn mondhoeken belanden, die ik met mijn vinger dan verwijder of gewoon uitspuug, dan heb je dat voldaan gevoel dat het leven mooi is en zo moet zijn.
We hebben de de nacht goed doorstaan, vandaag nog een keer door de overstroming waarschuwing en dan komt het mooie weer er aan.
Dus even duimendraaien , net de hond naar buiten gedaan, voor die de boel onder poept, dat doe je buiten, koffie gezet, dochter te eten gegeven en kleren voor school, dan naar school brengen en dan? Rust een halve dag genieten en om twaalf uur? Dan is ze weer vrij van school, af gelopen met de rust.
De maanden dat ik niet schreef, schreef mijn hoofd duizenden verhalen en nu? Ik ben ze allemaal kwijt, dus word het zaak dat ik met een glas wijn, in die grijze massa ga zoeken, het is een soort klerenkast waar alles op^gepropt en neer gegooit is, de deur staat op een kier, zo puilt de troep er uit, mouwen opstropen en leeg trekken die kast. Orde moet zijn, ga dat aan mijn vrouw vertellen, die weet net als mijn dochter een gaos te maken in noodtime en ik gek ruim het nog op achter haar kont.
Op de terug weg van school zag ik onze stroper lopen op zoek naar zijn maaltijd, sind Jose de Portugees, verhuist is, zijn het aantal vogels toe genomen, deze was geen stroper, maar jager en schoot op allles wat eetbaar was, het geen mij de wenkbrouwen deed fronsen, als je een klein vogeltje schiet, plukt, blijft er maar wijnig over wat eetbaar is, misschien komt het dat ik geen oorlog gekend heb, wel de honger, misschien was het wel de weelde waar in, ik later in opgroeide, die de vogels spaart voor een einde in de zwarte bak pan. Wat me doet denken aan het Ei van Jaap Fiescher.
Heb net te horen gekregen dat ik 17 euro moet betalen voor een pakje, dat nooit bezorgt is???zo wil ik mijn geld ook wel verdienen, dit is en uitspraak van de rechtbank en word volstrekt door in inkasso buro, zo niet word je voor het gerecht gedaagd, met alle gevolgen van dien.

Na een heel heftig jaar en er zullen er nog wel een paar meer aan komen, kan ik slapen met het gezin zonder natte voeten te krijgen, dus het is nu af wachten of de muren rond het huis het zullen houden, daar eind dit jaar de muur van de buurman en een stuk van mijn muur het begeven hebben, door de hevige regen buien, die de rivier uit zijn oevers deed barsten, waar door water grip kreeg en de muur als een kaartenhuis mee nam in zijn stroom, zelfs de stenen van de muur waren bij laag water niet meer te vinden, zoveel kracht, had de stroming van het water in een riviertje die zomers er zo onschuldig uit ziet, waar mijn dochter dan speelt met vriendjes en vriendinnen, de hond ook mee doet en de vissen en water spreeuwen rond spartelen.
Vannacht was het weer raak, gelukkig krijg je op een gegeven moment, de gedachten! Wat kan ik veranderen en ga lekker slapen, dit kan dus ook alleen maar omdat we nu hoger op wonen, waar door het gevaar, wat verder van ons af staat, ieder geval voor dit moment.
Mijn dochter heeft haar eigen kamen, die helemaal nieuw ingericht is, soort Ikea kamer, waar ik niet echt van hou, maar een kind is snel te vrede, haar nieuwe hoogslaper is in gekort tot een normaal bed, dit bed had ze uit gekozen om dat ze twee keer in haar oude kamer wakker werd in nat bed, rond om haar een meter hoog water, van daar die hoog slaper, die nieuwe kamer doet haar goed, de hond slaapt beneden op de tweedehands leren bank, als de nood aan de hond komt kan ze altijd de trap op klimmen, de twee vogels hebben een hoge kooi zodat ze ook niet kunnen verzuipen, de poezen slapen buiten in de schuur, voor heen binnen in het huis, dus echt blij zijn ze er niet mee, alles went denk ik dan.
Hier in Frankrijk gaat alles anders, eerst zetten ze de trap en het aanrecht van de keuken,en daar omheen willen ze dan gaan schilderen en betegelen, wij zouden eerst betegelen en dan schilderen, dat de keuken en trap plaatsen. Dus nu kan ik het keukenblok weer los halen etc.
De rivieren moeten uit gebaggerd worden, honderden jaren achterstallig onderhoud en een beleid, dat aantasting van een rivier verbied, terwijl iedereen de gevolgen daar van ziet en onder vind,een glas gevuld met stenen, geeft weinig water, dus zodoende treed de rivier vaker uit zijn oevers, met alle gevolgen van dien, als je langs de rivieren gaat kijken zie je ontelbaren bomen liggen, geveld door het natuur geweld en daar wachten op het volgende noodweer om dan mee gevoerd te worden en als obstakel te eindigen tegen een brug, die dan als een bever nest een blokkade vormt en een vloedgolf teweeg brengt zo als al eerder is gebeurd, met enkele doden tot gevolg.
Nu ben ik daar niet bang voor, want dit zijn andere rivieren en ik woon daar niet! Die mensen die die wetten bedenken en maken ook niet en zo gaat de natuur dan zijn gang, gelukkig dat ze in Nederland dat toch beter aan pakken, daar word de rommel op geruimd, wat het ook mag kosten en we kunnen dan ook zeggen,we hebben onze best gedaan, hier in Frankrijk kijken ze liever toe wat er gaat gebeuren.
Het is toch het land wat ik lief heb en eigenlijk verliefd werd door al dat niet af zijn, niet volmaakt, die chaos en de kroegen, een soort sprookje, alleen de laatste jaren door de crises is die vrolijkheid ook verdwenen en heeft plaats gemaakt voor vierkante huizen, vierkante of recht hoekige tuinen en wegen glad gestreken door het dorp of landschap, zat ik ooit met bewondering te kijken achter een glas bier, hoe een scheef dak, dat ooit lang geleden gemaakt werd, dan kon je zien dat de eerste fase van de bouw alles goed ging en na twee uur s,middags, nadat gegeten en gedronken was, de meetlat overboord werd gegooid en het dak een andere vorm kreeg als oorspronkelijk bedoeld was, alle nieuwe huizen nu hebben daken, zo strak en hoekig, dat het saai word, als of je uit een vliegtuig kijkt, waar velden strak af gebakerd zijn in strakke lijnen, geen speelse penseel streek te bekennen.
On earth, in the air and at sea and there hovers somewhere between my glass of wine, while the sun rays, dancing on the surface and a vliegje pulling here and there, which i would prefer to see a syrup tape sticking, than in my glass, because I know that the fly bitter taste, of course, i would be able to buy a cheaper wine which has been bitter, but as i am not, i would rather pay more and have therefore till what, so far as I am concerned, flying be stolen, perhaps i should summer or wine under a mosquito net or with a straw, so that, that not in my throat pctook far longer now and now we have thrown about, My potatoes thrown in a box and was inserted into the places i corpse leak more on a kind of raisin bread, well raised and baked, so that you of that black currants, insert looks, with a bitteren taste of burned sugar, so you do not agree Carmel, you might see a bit sukade, by breaking, green, or red or yellow, yellow as greased otter which runs out of my nose and the color of etter which seeps from my open gekrabde wounds and all this everything i collect in a flowerpot, where i first stopped in a cork so that goo not taken word by my lawn, which would also wasted time Orphans and is that pot than full, then i put that as far as possible away from me, so that all those kut bugs, since their fun, and i can finally enjoy my glass of wine, which, incidentally, i very lonely, this year is the quiet, everyone goes to Spain and Portugal or so, France commends itself off the market and the sad truth is that they have not, that still think that they in the walhalla life and perhaps that is not their fault, because the finder of the euro had a counting error was made, simply on recovery concern error, i was there earlier in the corner, because a Dutch Euro was more like the French Euro, but that is too late now, the harm has already been done, so the French might have the account and not that i that gun, but they just need to look at their prices, which are comparable to the UK, but that is the channel between them and of course dreams of old times, when Napoleon the world controlled and perhaps with Germany a new European government, so that all the other governments are superfluous geslokt go on and be in a German – French grasping with a weak Euro and everyone who are jaw must close, so with thoughts as this, zuip i of misery but for weather bugs and Wine bugs on and spoil my stomach, which is running to and i spuug red on the lawn, kots does, i was lucky that was infested not on the spot, because that is where you’d be better off?
Ter aarde, in de lucht en ter zee en daar tussen zweeft ergens mijn glas wijn, terwijl de zonnen stralen, dansen op de oppervlakte en hier en daar een vliegje aan trekt, die ik liever aan een stroop tape zou zien hangen, dan in mijn glas, omdat ik weet dat die vlieg bitter smaakt, natuurlijk zou ik een goedkopere wijn kunnen kopen die al bitter smaakte, maar zo ben ik niet, ik betaal liever ietsjes meer en heb dan ook wat, dus wat mij betreft kunnen die vliegen gestolen worden, misschien moet ik zomers wel wijn drinken onder een klamboe of met een rietje, zo dat, dat kreng niet in mijn keel beland en nu we het over belanden hebben, mijn aardappels belanden in een kist en werd ter plekken lek gestoken ik lijk meer op een soort krentenbrood, goed gerezen en aan gebakken, zo dat je van die zwart krenten, uit ziet steken, met een bitteren smaak van verbrande suiker, zodat je het niet eens Carmel mag noemen, misschien zie je nog een stukje sukade, door breken, groen, of rood of geel, zo geel als snot die uit mijn neus loopt en de kleur van etter die sijpelt uit de door mij open gekrabde wonden en al dit alles vang ik dan op in een bloempot, waar ik eerst een kurk in gestopt hebt zodat die drab niet op genomen word door mijn grasveld, dat zou ook verspilde tijd wezen en is die pot dan vol, dan plaats ik die zover mogelijk van mij vandaan, zo dat al die kut vliegjes, daar hun lol op kunnen en ik eindelijk rustig kan genieten van mijn glaasje wijn, waar ik overigens erg eenzaam zit, dit jaar is het rustig, iedereen gaat naar Spanje en Portugal of zo, Frankrijk prijst zich zelf uit de markt en het trieste is dat ze dit niet door hebben, die denken nog steeds dat ze in het walhalla leven en misschien is dat ook niet hun fout, want de uit vinder van de euro had een reken fout gemaakt, gewoon on herstel baren fout, ik moest daar vroeger voor in de hoek staan, want een Nederlandse Euro was meer als de Franse Euro, maar dat is nu te laat, het kwaad is geschied, dus de Fransen krijgen straks de rekening en niet dat ik ze dat gun, maar wel dat ze even moeten kijken naar hun prijzen, die te vergelijken zijn met Engeland, maar daar zit het kanaal tussen en natuurlijk dromen ze van oude tijden, toen Napoleon de wereld beheerste en misschien met Duitsland een nieuwe Europese regering gaan vormen, zo dat alle andere regeringen overbodig gaan worden en op geslokt worden in een Duits – Frans pakt met een zwakke Euro en iedereen die zijn bek dicht moet houden, dus met gedachten als deze, zuip ik van ellende maar die om weers vliegjes en wijn vliegjes op en het bederft mijn maag, die draait om en ik spuug rood over het gazon, kots komt mee, had geluk dat ik niet ter plekke stikte, want dat gebeurt wel eens, waar ben je beter mee af?

While Nijmegen can walk, i have my small toe broken, which remained hooks behind a bank, klapte so on it and i blew him with another fold back in lined up, it was not the drink, than was probably a gil came from my mouth, now only a murmurings and verdomme what stupid, thought by your head, as if everything in life is also the same thing has happened, i think, not for hands of connection, still box, a woman came in the next morning this to my door, so quickly wrapped, that foot, the pain was there not less and still i look askance down, reassured that, doctors are very personable, so to amputation, the life can simply by And if i am a week later, not very reassuring, but i think that the slide in Nijmegen also deliver to their under set look, life is beautiful, the garden less and the village also, almost no chicken to confess and i cannot sell the potatoes, pour i they of misery but to the castle, that the family is also lean and for me, it doesn’t matter, my wife had again drunk too much, so this day is to the buttons, my daughter word as brown, that i go seem more on a milk bottle, the smile on her face makes it good, they play and enjoy what wish you more as child and than think I again, where was that for me, and then i connect my thoughts, an iron lock on, decay not in when and see how nice the life is, if the vapors of the asphalt beams, if photo,s with against light are taken, moreover, poor recordings, of Gelderland, since they had to think for a moment, or a more qualified someone to price of improper is always too high, as high as my leg, which i put down to the swelling, because i do not have peace in my mind excercise, lanced the will remain where it is, in which foot, while i can already hear the bagpipes play and would like to dance to the size, all That proud people who go over the line, the four-day, Nijmegen, you can say, i was there!

Terwijl Nijmegen wandelt, heb ik mijn kleine teen gebroken, die bleef haken achter een bank, klapte zo op zij en met een andere klap sloeg ik hem terug in gelid, was het niet de drank, dan was waarschijnlijk een gil uit mijn mond gekomen, nu slechts een gemor en verdomme wat stom, gedachte door je hoofd, zo al alles in het leven gaat, verging het ook mij, niet voor handen van verband, nog doos, kwam de volgende morgen een vrouw dit brengen aan mijn deur, dus snel gewikkeld, die voet, de pijn werd er niet minder om en nog steeds kijk ik argwanend naar beneden, gerust gesteld dat, artsen heel knap zijn, dus bij amputatie, het leven gewoon door kan gaan en zo ben ik een week later, niet heel gerust, maar denk dat de loper in Nijmegen ook bezorgt naar hun onder stellen kijken, het leven is mooi, de tuin minder en het dorp ook, bijna geen kip te bekennen en daar ik de aardappels niet kan verkopen, schenk ik ze van ellende maar aan het kasteel, dat gezin is ook mager geworden en voor mij maakt het niet uit, mijn vrouw had weer eens teveel gedronken, dus deze dag is naar de knoppen, mijn dochter word zo bruin, dat ik meer op een melk fles ga lijken, de lach op haar gezicht maakt alles goed, ze speelt en geniet wat wens je meer als kind en dan denk ik weer, waar was dat voor mij en dan sluit ik mijn gedachten, een ijzeren slot er op, verval niet in toen en zie hoe mooi het leven is, als dampen van het asfalt stralen, als foto,s met tegen licht genomen worden, overigens slechte opnamen, van Gelderland, daar hadden ze even bij na moeten denken, of een meer vakkundig iemand moeten nemen, te prijs van ondeskundig is altijd te hoog, zo hoog als mijn been, die ik neer moet leggen om de zwelling weg te werken, omdat ik geen rust in mijn kont heb, zal het gezwel blijven waar het is, onder in die voet, terwijl ik de doedelzakken al kan horen spelen en wil dansen op de maat, al die trotse mensen die over de streep gaan, de vierdaagse, Nijmegen, je kunt zeggen, was ik maar daar!
Door de windkracht 8 a 9, is het koeler geworden, zelfs lekker, maar de vermoeide weken van sidderende hitte, zijn we uit geteld, steeds meer volgers via Twitter, natuurlijk ook zij die een graantje mee willen pikken aan de gevoerde campagne, die overigens weinig zoden aan de dijk zetten, zo dat me niets anders rest als blijven schilderen en schrijven, zelf als aanstaand bejaarde zul je zweten tot je dood, gisteren zijn we bij een bekende Belgische fotograaf geweest, terwijl mijn hondenhok, er slecht bij staat, was het daar een soort rommelmarkt, waar je toch wel heel knap moest wezen, om dat wat je kwijt bent, terug te vinden, zo,n puinhoop kan ik zelfs niet verzinnen, zo hebben alle ontmoetingen ook een positieve kant, mijn vrouw heeft de dag daar op, de schuur op geruimd, dat wil zeggen, de rotzooi staat nu voor de schuur, de nog geredde schilderijen staan zo weg gestopt, dat het een dag taak word er een tevoorschijn te toveren, waar mee ik het stille vermoeden kreeg, dat ik over enkele jaren zeer zeker mijn verstand niet mag verliezen, anders vind ik die schilderijen nooit meer terug, mijn vriend, de knappe fotograaf, gaat naar de stort met een aanhangwagen, daarop wat afval en komt dan terug met een aanhangwagen vol dingen die hij denkt te kunnen gebruiken voor zijn nieuw te bouwen huisje en dat kun je dan ook duidelijk zien, overal licht wel iets, nu is hij ooit architect geweest, dit laatste, daar zou je aan twijfelen, gezien de volgorde, maar wie ben ik om daar wat over te zeggen, als het niet zo ongenadig heet was geweest, had ik zeker de moeite genomen, wat rond te struinen, ik als abstract schilder, snap dat wel die grapjes in het verwerken van kapotte ornamenten in een bouwsel of op het einde van een muur, gewoon van die maffe dingen, maken een huisje of tuin interessant, het is anders als die vierkante kunst gazon tuinen, waar je met de beste wil van de wereld je nek niet kunt breken, nou bij die fotograaf, ben je al een soort hordeloper voor je door de poort komt, waar een bord hangt, onaardige honden achter deze deur, dus een gewaarschuwd mens telt voor twee, om zijn huisje te kunnen vinden?, ja, dat valt niet mee,maar als je de slinger weg gewoon blijft volgen, dan kan het niet missen, precies in een bocht, Rechts het huis van de buurman, ook een apart mens, helemaal zonder elektriciteit,water, behalve dat wat de buurman uit de rivier pompt en de fotograaf uit een bron, generators die brommen, waar je niet echt vrolijk van word en solair panelen, aan gesloten op let verlichting,die paars licht geven ener ook voor zorgen dat er een radio of tv aan kan, de strijkbout deed het niet, vertelde zijn vrouw,al kijkende naar hun kleren vermoede ik dat het vijftig jaar geleden is geweest dat ze die ooit aan geraakt heeft, maar om dat ik niet gekomen ben om te oordelen, hebben we, heerlijk gegeten, gelukkig had mijn vrouw twee hele grote bakplaten met van die brood pizza gemaakt, anders hadden we weinig te eten gekregen en hier door werd het een gezellige avond, op de terugweg besefte we bij dat, armoede bestaat en dat deze mensen blij waren met ons bezoek, waardoor ze weer even mensen werden, in een volgend verhaal zal ik een foto gemaakt door hem laten zien, want fotograferen dat kan hij.
Het is zowel met hem al zijn vrouw een genot om een gesprek te voeren, zij doorvraagt meestal, hij verteld of vraagt en onze kennis word gedeeld of aan gevuld en als ik mopper, kan zij zo,n heerlijk mopper geluid maken en trekt daar een gezicht bij dat ik ter plekken op hou van het lachen, zij heeft mensen goed door en vol humor en het maakt niet uit, als je maar gelukkig bent en gezond, dit laatste, geld minder voor haar, ze heeft een stalen heup en plaat, iets te waar door te weinig beweging, die de operatie te weeg bracht.
Volgende keer gaan we weer op bezoek, dat is zeker, ik wil zien hoe zijn houten huisje gaat worden en we beloven hem een handje te helpen, met wat vrienden en een container, om veel troep weg te gooien, zo dat hij de bomen door het bos kan zien en zijn nieuwe huisje, trots tevoorschijn komt, af stekend tegen die berg waar die tegen aanstaat.
Terwijl ik s,morgens opsta, eerst een dubbele bak koffie zet, om wakker te worden van de hele gezellige avond daar aan vooraf, waar een lading kinderen mee genomen werd, die toen los gelaten werden in de tuin, met al het kabaal wat daar bij hoort en wij de ouderen, bleef niets anders over ,van de hitte gingen we drinken, want dat is de enige oplossing aan die verrekte zon en het daarbij drukkend gevoel boven je hoofd, om die te ontwijken en na een uur of zes had ik er genoeg van en vlucht in mijn bed, waar ik net wakker werd.
Met de grote bak koffie naar het terras waar mijn ogen dwaalde over de waterstroom, waar de schrijvers, schaatste dat het een lust was en me de gedachte ontlokte, van zouden we niet toch maar verdelging middelen uit de kast halen?want als ik al dat gevlieg om me heen zie, van al die insecten, dan is de luchthaven van Schiphol een broekje, goed het afremmen van de motoren ontbreken, daarvoor in de plaats, toch een gebrom of zoef geluid, dit laatste lijken dan meer op straaljagers, die zo langs je hooft schieten en je soms een snelle beweging moet maken dat zo iets niet tegen je opbotst en dan die enge beesten die je steken, ze hebben me gewoon levend op gevreten, wat betekend dat ik me wezenloos krab en op gezwollen lichaamsdelen heb, vandaar dat mijn geest weer even opholsloeg, als een paard die een zweep over zijn rug krijgt en maakt dat die weg komt terwijl de ruiter of wagen mee hobbelt en zo stuiterde ik met mijn gedachten door alle hindernissen, die de laatste jaren het steeds luider wordend protest het uiteindelijke verbod op bestrijding middelen goed gekeurd heeft en dit is dan ook goed te merken, zelfs heel dicht bij, misschien is dat door dat de rivier ondiep is geworden, zo dat er geen vis te bekennen is, door de hitte de vogels allang in de bossen verstopt zitten, waar ze vermoedelijk de hongerdood zullen sterven, bij gebrek aan eten, want met die hitte zien zij het ook al niet meer zitten, de vleermuizen, doen ook niet echt hun best, dus om me heen is het een groot orgasme en voortplanting van ongedierte.
Ondertussen is de morgen alweer voorbij, de kinderen naar het zwembad, die kleine opdonders hebben minder las van die hitte en vieren hun vakantie.
De poging om s,middag even de ogen te sluiten mislukt volkom en op, straat is het stil een stilte die een paar keer per dag verstoort word, door de plaatselijke brandweer of ziekenauto, waardoor ik weet dat er toch nog ernstige dingen gebeuren om mij heen, buiten al dat ongedierte.
Terwijl de temperatuur buiten gewoon aanhoud en de aarde verkruimeld en smachtend naar de wolken kijkt in de hoop ergens, soms naderende regen of onweer opkomst is en nadat ik zelf naar de lucht gekeken heb, kom ik tot de slotsom, dat dit, niet het geval zal zijn, dus dit word weer broeien, en broeden doen de kippen ook niet, mijn haan die doorgaans zijn tong buiten zijn snavel heeft hangen, door al zijn taken als haan, heeft hij nu die tong buiten boord hangen van de hitte en de kippen leggen slecht.
Volgende maand, eindelijk na negen maanden, van het natuur geweld en razernij zal mijn hondenhok gerepareerd worden, dan komen de eerst lang verwachte hulptroepen, aan de rivier word weinig gedaan, terwijl dat zeker geen overbodig luxe zou wezen. Want als je die rommel niet opruimt, vraag je om moeilijk heden, onze en anderen kinderen uit het dorp, genieten van zwemmen in de rivier, hier of een paar dorpen verderop of het plaatselijk zwem paradijs, die in eren is herstelt, nadat bij de overstroming, alles verwoest werd door de watermassa.
De plaatselijke brug heeft weer een nieuwe reling gekregen zo dat het lijkt of niets gebeurt is op de plaatselijke mobielhome camping staan de home slordig opgesteld, iedereen staat daar te baken in de zon het zand en stenen, takken en rommel zorgen er voor dat niemand te dicht bij de waterkant kan gaan staan, dus dat betekend dat ik met goed fatsoen met mijn gezin kan ontbijten, zonder dat het eten uit mijn mond word gekeken of dat van mijn gezin of vrienden, de nieuwe waterpomp, sproeit dat het een lust is en de tuin straalt en glinstert in de zon, even zat ik te overwegen een klas wijn in te schenken, heb een glas water in plaats genomen, mijn tong lijkt wel van leer, mijn geest loopt nog in de mist, van de halve slaap pil, de kinderen gaan naar buiten, stenen beschilderen, waar heb je anders verf voor, wat kun je anders met de in overvloed aan stenen in de revier doe? Behalve met platte stenen over het water laten scheren, of gewoon domweg in het water laten vallen, waar een diep plons geluid in je oren dringt, met zoveel verschillende klanken, afhankelijk van het gewicht en natuurlijk komt die verf niet alleen op die stenen, vingers en neus, voeten en grond, gelukkig is het waterverf.
Verder is het een gewoonlijke saaie zondags dag, mits bezoek daar verandering in gaat brengen en nu we het daar over hebben, we krijgen eters, schiet me te binnen, dus wie weet word het toch nog een gezellige dag.
Een drijgende lucht, zo boven de toppen van de bergen, dat voorspelt niets goeds, terwijl mijn handen de nieuwe aardappels uit de grond vissen en een verdwaalde pad, tevoorschijn komt, vererget over het ontwaken, bij de velle zon die doorbreekt en mijn greep, die hem ook in zijn greep heeft genomen en donder de pad op zij waar die haastig weg springt in de beschutting van meters hoog gras, het moet wel op een jungel lijken zo als mijn oog zo kijkt, ineens zie ik duizenden monsters krioelen, de sla die ik snij heeft vlees in de vorm van slakken, waar nog geen kruidenboter aanplakt, zelfs peterselie ontbreek in mijn tuin, zo ook aan de slak, waarvan ik het huisje knak tussen mijn vingers, heel perongeluk, ik wist mijn eigen krachten niet, terwijl de naakte slak een heen komen zoekt, geef ik de rest van de sla aan de kippen, die weer blij zijn, want dat betekend dat ze beter kunnen schijten, terwijl ik hoopte op meer eieren, ik ben weer blij, mensen lezen wat ik schrijf, ook al schrijf ik gekke dingen, dingen die niet kunnen, misschien weten jullie el, dat ik jullie nodig heb, zodat ik het gevoel heb niet totaal verloren tezijn, na alle mislukkingen in mijn leven, terwijl de aarde opdroogt waar ik net spitte en in een oogwenk alles verandert, groen is niet meer groen, maar dorre kleuren laten een spoorachter, als of de wereld teondergaat, een slechts klein stukje van de tuin en als je dan een week later komt, dan herleeft, het weer, het is net als graven, nog dieper, nog sneller tot de aarde naast je voeten beland en je niet verder kunt, hoe koppig je ook door zet, terwijl je herzens het niet helemaal kunnen begrijpen, zo ben ik blij dat ik dat gat niet heb gegraven in mijn tuin, voor je het weet stort je met je tracktor neer of donderd er in, met sakken, sla, aardappelen, hond, poes, kater, de hele santekraam, bierblikjes of flessen, regenwater, verzuipen, gered door de reddingboei, gelukkig een koord er aan en aan de anderekant van dat koord, krachtige mannen handen, die trekken je er uit, terwijl hun laarsen diepe sporen achter laten in de klei, je hoort het gezuig van rubber, water en aarde, zo als je vinger in je kont, bij gebrek van wc papier, wat wel eens voor kan komen, was het maar in het bos, dan kon ik een blad gebruiken en die bladeren zijn ook goed voor de tuin, alleen heb ik geen bomen om die tuin en om die nu uit het bos tegaan halen, nee laat maar zitten, zo zat ik in die kuil en als ok over die rand kom daar bovenn ben ik blij, hoe kom ik aan die gedachte?ik heb helemaal geen kuil gegraven, de tuin staat er mooi bij, een oerwoud, dat wel.
Terwijl ik naar mijn vingers kijk die, nou niet echt schoon zijn van die aarden, omdat ik geen gat heb gegraven, slecht denkbeeldig en mijn geest naar rust verlangt, dit laaste gaat niet op en zo gaan mijn vingers weer ophol en met hun alles om me heen, zelfs in mijn glaswijn komt een draaikolk, terwijl mijn tanden en ook die kunst er naast rood gekleurd worden, zo als de kleurpotloden in de houder van mijn dochter, die het tijd vond het ouderlijk huis teverlaten voor een nacht, dan denk ik wel, jij durft! Ik kreeg het angst en beven op haar leeftijd, ik was blij dat ik een dak boven mijn hoofd had, wat dat betreft was ik zeker een held op sokken, vast zokken met gaten, misschien nog erger gijtenbijersokken, die zo lekker gingenstinken als je zweetpoten had en dit laaste heb ik lang gehad, het wqs zo erg dat ik ze voor de deur al uit moest trekken en inderdaad dat scheelde veel, ook moest ik die zokken uitdoen en gelijk de voeten in een bak water, waar zeep in gedaan werd, anders had het nog wijnig zin en zo dwaal ik weer lekker af, en ga mijn glaasje vullen om nogmaals tekunnen genieten van die draaikolk er in, dat zie je niet elke dag, zon glas moest je uit kunnen vinden, want dat wil iedereen wel hebben, dan was ik tevens uit mijn ellende verlost en nu we het over ellende hebben, dan valt het wel mee, het kon nog veel erger wezen, dat lees en hoor ik overal, niet dat ik elke dag de krant door lees of met mijn snuit voor de TV zit, zodat ik vierkante ogenkrijg en moet geloven, wat er tegeloven valt, want wat dat betreft, ik kan het sterk vertellen, ik ben niet alleen, dit laaste is gek, want als ik in de bergen loop, dan heb ik alleen beestjes om me heen en die komen snachts ook tot leven, dat is raar, want ik ga lekker slapen als dat lukt, je kunt dat ieder geval proberen en vaak lukt het niet, dus heb ik weer een smoes om teschrijven en zo mooi hoe ik uit zo,n klavier al die letters pluk en dat dat aan elkaar gebrijd word, tot iets onzinnigs en raar, zit die gedachte nog even teoverwegen of ik dat glas met die draaikolk uit zal vinden? Dus als ik dan zeker niet via de paden naar beneden loop en uit moet kijken dat ik niet op mijn bek val, dit laaste kan zomaar gebeuren, voor al met die droogte, kijk is het nat, dan plakken die stenen aan de grond en die stenen, aan die stenen, bladeren, takken en ga zo maar door, dan is als het waren alles met elkaar verbonden, maar bijdroogte niet, dan glij je voor je het weet er onderuit en dat kan pijnlijk zijn, voor al als je op je stuitje beland of in een heel raar verhaal op je voorhoofd, dan moet je de massel hebben dat een van die dieren een telefoon heeft en de brandweer beld, die de telefoon op neemt en vraagt waar is de brand!dan zie je dat beest kijken en denkt, welke brand en voor je het weet een uur of langer komt daar een helikopter en uit die helikopter komt een laddertouw of touwladder, die ontrold zich en ik zie een been, een voet een jas vel gekleurd uit die deur zakken, hij wiebelt, door de wind en het laatste stukje van de ladder overwint de redder zijn angst en springt naar mij toe en het gaat slecht met me, bloed spuit uit mijn wonden, daar op mijn voorhoofd, nog voor ik het besef, ben ik verbonden en word gehesen door die deur, door alle haast ben ik vergeten dat dier die de brandweer gebeld heeft te bedanken, maar als je zo bloed heb je daar schijt aan en nu lig ik in het ziekenhuis, ik heb pijn aan mijn hoofd, waar dik verband om zit, zo dik dat ik haast niet meer kan denken en dit laatste vind ik niet leuk, zelfs aan dat glas met draaikolk kon ik niet denken en dat benauwde me zeer.
Zo worden jaren dagen, terwijl het ander om had moeten wezen, zo als alles anders had moeten gaan bij mij, dus dan leg je je neer, zo als een mes en vork naast een bord aan een keurig gedekte tafel, liefst van kristal en silver bestek een wit tafelkleed en dampende schalen, een stilte om tebedanken voor de maaltijd en dan aanvallen, proppen met die hap, vooral niet met volle mond praten, dat is niet niet netjes en pas niet bij de aan geklede tafel voor je, ook niet die mond los zo dat een ieder kan zien wat daar tussen je tanden word vermalen en zeker niet van tafel lopen om beter tezien hoe dat er uit ziet, dat is niet gepast en als je plassen moet steek je je vinger op of word gevraagt waarom je dat niet eerder gedaan zou hebben en dit laaste klopt, waarom niet, waarom wel, dat weerhoud me niet van die volleblaas, die op knappen staat en de gedachte helpt me ook al niet, terwijl ik gehaast naar de wc ga, de bril omhoog, dat staat op een tegel aan de wand en trekdoor het touw en met donderend geraas word die gele massa weg gespoelt, ik sluit de deur en schuif aan, aan de stoel die nog warm is en mijn bord met eten ook, ik kijk opgelucht, naar mijn eten en zie tot mijn schrik dat ik achter loop, men is al aan de volgende gang en alles wat ik kan doen is denken, want met volle mond mag je niet praten, zo kauw en slik ik als een bezetenen, dit laast kan nog net door de beugel en beland bij het volgende gerecht, het geen ik niet zou willen missen, het is waar naar ik uit kijk, daar moet ik elk jaar op wachten, die rode gloed schijnt me tegemoet, die witte smurrie, hoog op gestapelt, die lijkt op een ijsberg, maar het tevens niet is, die smelt op mijn uitgestoken tong, zodat ik bijna genegen was, tesputteren, dit nog tijdig kon laten en uiteindelijk, voldaan van die tafel weg glee, netjes het servet neer legde, alvorens mijn lippen af geveegt tehebben, terwijl ik een boek pak, niet omdt ik graag lees, maar het staat wel leuk en aan gezien mijn buik vol was, heb je aflijding nodig, was trouwens de enige die van tafel ging en begon te bedeken wat die tafel dacht, wat zou zo,n houten geval wel niet denken ? Al die benen onder haar, die misschien wel liefkoosde of trapte of botjes er onder gooide of iemand zag zonder onderbroek, wie weet wat zo,n tafel moet doorstaan, dan dat gehang, dat harde neerzetten van weet ik wat, ondanks de onder zetters, dan al dat gekwetter, geklets en gelach en handen die op die tafel beuken na een goede mop, of de zeunuachtige vinger die tikt op de tafel, vol ongeduld en waren het die gedempte scheetjes, die rotte luchten, die naar boven stijgen terwijl een ieder de andere kant uit keek en dan tebedenken dat die tafel eens een boom was, gezaagt, gehakt, gevelt, neergesmakte, bewerkt, behandeld, gevreest en gepolijst, gelakt, gelijmt en gespijkert en tekoop aan geboden, gekocht, geplaatst en uit eindelijk wij aan geschoven, gedekt.
Vandaag zo als in alle landen van Europa, straalt de zon, zo ongenadig, dat ik van ellende het huisje maar invlucht, waar de vertilator, bromt en een beetje koeling verschaft, buiten op het terras snateren alleen mijn twee dwerg papegaaitjes dat het een lust is, voor de rest het geklater van de waterstroom, die er weer onschuldig uitziet, tewijl de caming weer bevolkt is en zag wat Nederlandse camper, die een parabol uit gezet hadden,waardoor je ziet dat de techniek voor niets staat, na neer geploft tezijn in de stoel, kijk ik naar de tuin, waar alles schreeuwt om water, de pomp heeft het begeven, dus zal de tuin langzaam aan verdorren zo als mijn keel aan voelt, de kippen, zijn ook niet blij, laat staan de hond en de poezen, de etensbak is leeg, zelfs het verkeer ligt stil, het lijkt wel zondag, maar dat is niet zo, we lopen drie dagen voor uit als of de weer goden ons in het ooitje willen nemen, van luiheid heb ik laarzen aan, want bij schoenen moet je de veters dicht maken, dus heb ik dikke poten en trek ze maar uit, de stank stijgt naar boven in mijn neus, dat lucht op, het condens laat afdrukken achter, waar ik loop op de vloer, mijn dochter gaapt naar de tv en mijn vrouw die slaapt en gelijk hebben ze, kun ik maar slapen, waarom heb ik die enge ziekte gekregen of mee geboren, zodat rust en onvervulde wens blijft een doel nooit teberijken, terwijl alles in me schreeuwt en ik schreeuw terug, het mag niet baten, ze gezellig als het gisteren was met onverwacht bezoek, zo stil is het nu, de aarde barst, de zonnenstralen zijn onverbittelijk en mijn armen minder bruingekleurt en zo word ik langzaam met de jaren vervreemd, van wat ik was, ouder worden is ook maar niets, alhoewel, je hebt wel wat geleerd en toch heb je soms de gedachten, van wat schiet je daar mee op, had ik alles maar eerder gedaan, had ik die landkaart van het leven maar beter kunnen bekijken, geen wonder dat ik verdwaalde en de bomen niet door het bos zag, geen wonder dat er geen einde aan het pad kwam waar ik eens op gezet werd, mij ontbraken die handen en toen ik wel die handen vond, was het telaat, mijn landkaart was gekreukt en beschadigt, bijna onleesbaar en zo ging ik dan maar op goed geluk en dit werd het niet, ik had links afmoeten slaan of recht, ik raakte verstrikt in laag hangende takken, als ik nu een bijl had gehad? Die zat niet in mijn pakket, dus hoe harder ik verstrikt raakte, hoe moeilijker het werd en zo was ik voor jaren gevangen en kon mijn weg niet voort zetten, ik moest wachten tot de rotting intrad en dat duurt lang, dat kan ik U wel vertellen, eenmaal vrij ben ik maar een weg in geslagen en tot op heden loop ik nog steeds, een pad sidderend in de god vergeten zon en die zondag moet nog komen.
Terwijl verhalen door mijn hoofd, zuizen zo als de telefoonhoorn, woorden in mijn hooft planten, zo als de grote eik om de hoek van de straat, graait mijn herzen massa in het wilde weg, van wat eens was geweest, wat als uit een egoput weer kaatst naar boven,zo dat mijn haren recht overeind gaan staan van het gebulder van indrukken, geluiden, woorden, beelden, duizenden films worden afgespeeld op mijn netvliezen en zie de straatklinkers, ooit recht gelegt als mosaiek, wijken, stinken een bruinekleur, daar tussen mos en hondestront, peuken en wegwerpsels in aller form, het zou nog even duren voor de straatvegers daar een einde aan zullen maken, zo dat je op je tenen voorzichtig je een wegbaand, zonder onderuit tegaan of spetters op je broek, terwijl de duiven op schrikken en de klokken luiden, de Waag inzicht, de zon vel daar boven, ik heb dorst en schuif de stoel zo dat ik kan gaan zitten en kijk naar mensen, waar van sommige alleen in mijn herrinering bestaan en zo voel ik dan de eenzaamheid, want alles om mij heen word onbekent, alle is nieuw zo anders en op die stoel begin ik te vervellen en mijn huid laat los, nog even en de botten vallen klapperent neer, de zon doet de rest, zo niet de meeuwen die ze stuk voor stuk mee nemen in de lucht, zo dat niets van mij rest en mijn geest gevuld door drank, dieper zakt in het glaasje, waar zelfs de letters van de krant, voor me op die tafel, zich vermengen tot een brij onleesbaar iets en die stoel is leeg, ik voeg me bij hen, die eens waren als een schim, dan word ik wakker en het was slechts een droom, gelukkig maar, het zal je toch gebeuren, de straatvegers komen aan gelopen en gaan aan de slag, ik maak dat ik niet voor hun voeten loop, want anders word ik nat.
Zo als alles kunst is en het een kunst is op een vinger telopen, terwijl je er tien hebt normaal gesproken even in de lucht springen en dan op die vinger staan een kleine moeite zou je denken, ik heb jaren er over gedaan en het is me nooit gelukt, dit viel me tegen van me zelf en kwam tot de slotsom dan niet alles kan, natuurlijk was dit een tegenslag in een mooie gedachte, die daar ergens in mijn hersen pan geboorte kreeg, op welke leeftijd weet ik niet meer, zo lang geleden was het ontstaan en zo had ik vele gedachten, die het daglicht nooit hebben gezien, die al terpletter vielen in de ijlehoop, tegen beter weten in en zo stapelde de teleurstellingen zich op en zo ben ik dan schilder geworden, als toch niets kan, dan kun je gaan vechten met verf en dit laaste, dat was beter als op een vinger staan, de ruimte die daar op je pallet onstaat, terwijl het twintig keer groter is als je hand, die ruimte maakte alles goed en zo ben ik meer als veertig jaar bezig om die kleuren temengen en van die kleuren, niets temaken, het geheim daar van is gewoon en simpel, je plakt als het waren, tegen het doek klodders verf en je gaat gewoon uit van niets en dit laast is de valkuil, want als je niets wilt maken, mag het ook niets zijn, ook al bedenk ik dan een naam, dit doe ik meer om te onderstrepen dat het niets is, want iedereen kijkt me aan en zegt hoe bedoel je dat en op, dat moment moet je als het waren in mijn gekke hoofd kijken, als of het die van jouw was, als of die verfklodders door jouw op gebracht werden, met de zelfde gevoelens, van niets en daarom kan el klein kind mijn schilderijen na maken, dit laaste is ook goed, ik nodig iedereen uit, wat dat betreft heb ik hoop in het niets, zo kijk ik elke dag om mij heen, vandaag naar het westen, waar mijn fototoestel die twee planeten niet kon pakken, natuurlijk was het een mooi gezicht, ik bekeek de opnamens, het waren opnamens van het niets, dus begrepen en dit alles terwijl ik terug kom van de eerste hulp en de benzine raakt op, de poezen schreewen om eten, de hond vreet alles voor hun op en ik zit te schrijven en weet niet beter en verlang naar een klodder verf, de kleur maakt niet uit, ik zou mijn neus er in willen stoppen, misschien wel mijn tong en als het u toch niets uit maakt mijn kont, zo dat het doek als wc papier dient in het totale niets geschijt, waar het proet proet pruttelt en ik ook en met mij al mijn doeken, waar de verf afdruipt, terwijl ik boeken lees waar de haren van overeind gaan staan, de angst toeslaat van de wereld waarin we leven, terwijl het mij slechts om niets ging.
Fuck a Duck, loop over, maar niet de wc, dat stinkt! zo gaat het leven door als of alles anders is en niet zo als het moet wezen of had moeten zijn en ik sta niet alleen, mijn glas is gevult, maar voor hoe lang? op die vraag heb ik geen antwoord, laat staan jullie, er is hoop, maar die is bruin en stinkt en zo suddert het leven door, terwijl mijn bord rijst leeg is geschraapt mijn buik rond, gestoord word door Skype, zo dat ik teplekken vergeet wat ik wilde schrijven, zit ik te staren naar het doek, een doek dat valt met donderend geraas, waar het stof om hoog stijgt en met een poederkleur verstuift, tegen het zon licht in, als of vleermuizen op geschrikt rond dwarren en door hun radar gered worden van de gewissen dood, weet ik niet of morgen nog is zo als ik gehoopt had, terwijl mijn hoop bruin gekleurt was en stonl als Hel, waar door je zou verwachten dat het een werd met mijn wc en nog erger vermengt werd met mijn tegel vloer, waar een omhelsing van drollen plaats vind, ook al zou ik dit willen verbieden, machteloosheid maakt zig van mij meester, slechts de dwijl maakt een aprubt einde aan gedachten en wat zou kunnen wezen, terwijl mijn glas wijn ziender ogen slinkt en met hem ik! een verwoede poging mijn arm teheffen, het glas te leegen, mijn keelgat, slokt, mijn slokdarm geen keuze heeft en de slag in mijn maag zich oprold en de genadeslag to slaat in mijn hoofd, gaat het schrijven al beter, ben ik beter bij de les, van de school die al uitwas, nog voor ik binnen wandelde, van uit de bus, daar waar ik instapte, nog voor ik de deur sloot van mijn ouderlijk huis, nog voor het ontbijd op gedient werd en ik uit het bed donderde, nog voor ik daar in ging om teslapen, een slaap die me niet was gegunt, want geeste kwelde me bij nacht, geesten die niet van mij waren, maar van voorheen, de zo brutaal waren, dat ik me zelfs schaamde, zo ging ik terug naar mijn baarmoeder, waar ik op gerold lag in vocht, waar geluiden tot me door drongen, waar vocht door mijn mond als kiewen ademde de nood, terwijl mijn ogen door de buikwand licht zag binnen dringen en uitgeperst werd, met grote krampen en een schreew liet, ademde de wereld, zo als die had moeten wezen, maar niet was, wat het had moeten zijn, vertekend, zo als alles anders kwam als verwacht.
Natuurlijk alls je alles zo door leest bestaat er geen lijn, in wat ik schrijf en dat wil ik ook zo laten, wat moet ik anders, weet niet eens wat ik aan het doen ben, vergeet niet, dat in wat ik schrijf verweven zit de waren geschiedenissen van wat ik mee gemaakt heb, om me zelf te beschermen wijk ik vaak af van het onderwerp, zo niet zou ik ter plekken in tranen uit barsten, was het niet voor mij dat wel door het verhaal van een ander, natuurlijk is het bezopen dat die leiding van een dorp verder op niet aan gelegt mocht worden naar mijn hondehok, weet je wat dat scheelt aan vervuiling, koste besparing? hoef niet elke dag wijn in te gaan kopen dant is zeven maal zeven, maal vier en dat maal twaalf en een beetje, daar alleen van, van dat beetje van de eikels om ons heen, die niets snappen, kun je een hoop wijn kopen, nu had ik andere gedachtens waar over ik wou schrijven, zit mijn vrouw er weer door tekletsen, weg is alles, dat terwijl de vogels gewoon door gaan met hun gezang en ik omzijl lieft de moeilijke woorden anders overbelast ik mijn brein, die liep vijftig jaar geleden al op tilt, heb nog even aan het radboud,gevraag of daar iets aan was te doen! helaas, dus zo moet ik leven met een simpele geest en schrijven, dit laaste komt goed uit, daar door kunnen mensen mijn stukken lezen, want ik heb daar vaak moeilijk mee, soms weet ik niet eens wat ik geschreven heb of er mee bedoel, dus de vertaalster kan haar lol er op, haar zie ik binnenkort, dan boeken we een tafel, zo midden in Montpellier, dicht bij een fontein, op dat de water druppel verkoeling brengen, op de salade, zodat deze druppels, de slakken tot leven kunnen brengen en dan via mijn bord een uit weg zoeken, ik heb dan ook, omdat ik weet wat komen gaat,stop ik van die haring vlaggetjes in het tafelkleet, geprikt, zo dat die slakken weten waar de uitgang is! en dat is niet leuk, want terwijl ik die ontsnapping roete uitstippelde, keek over mijn rug een meeuw mee, dit laaste wist ik niet, die geniepert had van uit de goot, van het gebouw daar boven, mee zitten gleuren, zo over mijn schouder, dus wat gebeurt, op die ontsnapping roete, gaat die meeuw met zijn bek open net iets onder die tafel zitten, bek open en hop de slakken zijn verkocht, een harde slik is hoorbaar, niet voor mij, wat ik ben druk in gesprek met de vertaalster, teminste als jullie op gelet hebben, meester blijf bij de les, terwijl mijn gedachten, maken dat ze weg komen, wat heb ik een hekel aan opletten, kan niet eens op me zelf passen, laat staan mijn zus of broer, laat staan de hond of kat, slak, tafelkleed, terras, in een volle stad, waar iedereen wat moet, dat heet, moet, moet, maar dat kan op zijn Frans ook schaap of lam betekenen dus ik weet het ook niet meer, behalve dat ik weet dat die slak het niet gered heeft en mijn vraag aan die vertaalster is ook niet zeker, zo als alles onzeker is en zeker hoe ik leef, ik leef van dag tot dag, dus misschien is het beter dat alles af gelopen is, dat is zeker, dan weet je waar je aan toe bent, op dit moment weet ik zeker dat die slak, niet is, maar wel dat straks zijn lijk over Monpellier uitgesprijd word, terwijl die meeuw scherend over het plein gaat, zijn poepgat open doet, zo als een bombardement ooit uit gevoerd boven Berlin of Rotterdam en flap,plop poepert en arm persoon die die witte klets in het gezicht of oog krijgt, getroffen midden in de roos.
Nu moeten jullie niet denken dat ik een alcoholiek ben, goed ik lust hem graag, zoals ik alle mooie dingen van het leven lust, daar kan ik niet genoeg van krijgen en zo ook van wijn, ik ben een soort on gediplomeerde wijn proever en krijg uitnoodegingen, bij het leven en nu willen die Franse dat ik ga kijken of hun wijn goed is, nou dat laat je je geen tweede keer vragen, daar zeg je greetig ja op, dit geld ook voor bezoeken aan drankkelders of kasten, bij vrienden, een hoop mensen zijn altijd bang dat de sterke drank bedorven raakt en daar voor zoeken ze dan mij op en ik, ga dan schuchter naar zo,n kelder toe met een kurketrekker en glas, naar mate ik verder met de controle ben, gaat het glas aan de kant en zet ik zo de hele fles aan mijn mond, dit is dan het bewijs dat alles goed is en zo ook met mij en op een gegeven moment, dan hebben die mensen er genoeg van, dat betekend einde fles, einde verhaal, maar zo makkelijk ben ik niet tevangen, als belonig wil ik dan graag een fles mee nemen naar huis, als aandenken en zo gaat het ook bij die wijnhuizen, wijnboeren en fabrieken, deze laaste hebben wel zoveel wijn dat het haast onbegonnen werk is, daar heb je heel veel jaar voor nodig, zo ook om teproeven, de meeste proevers spugen de wijn uit, de barbaren, die moesten ze meteen ontslaan, dat is het zelfde als drug verkopen en zelf niet gebruiken, nee ik loop zo rond en kijk naar die enorme silo,s, kijk wat er op geschreven staat, in het begin was dat moeilijk, voor al als het in een andere taal geschreven staat, nu snap ik al die grapjes, zo van een stip of twee, dat is de hoeveelheid water dat ze er bij doen, dus ik ga altijd waar geen stip staat, daar vul ik mijn glas, wat eerst netjes omgespoelt word voor me, als ik dan niet, het gevoel heb, dat die wijn langs mijn keel glijd, daar als het waren een soort remspoor achterlaat? dan ben ik genegen, het er bij telaten en naar iets anders uit tegaan kijken, maar als ik dan even later, een gevoel krijg of een slang in mijn maag zich oprolt, dan is dat de wijn en dan vul ik alles in hand berijk, want uit ervaring weet ik dat de volgende dag al die wijn verkocht is en ik er naar kan fluiten, in het begin was ik nog niet zo slim, ik had ooit het plan een slang telaten aanleggen van het dorp verder op, zodat ik onbeperkt kon drinken, maar kreeg daar geen toestemming voor, van de gemeente, dat zijn mensen die zuipen alleen maar als het hun uit komt en gunnen een klein mens ik niks, zo was ik ooit eens uitgenodigt te jagen, dus daar was feest, zetten ze tweeeneenhalve lieter whisky voor mijn neus! dat was vragen om moeilijk heden, het enige wat ik nog weet is dat ik inslaap viel tegen een boom, terwijl het eten nog moest beginnen, daar maak je dus blijkbaar geen vrienden mee, dat was dus tevens de laaste keer dat ik gevraagt werd.
Sind ik het denken afgeschaft heb word het leven er niet makkelijker op, terwijl je het om gekkeerde zou verwachten, dit is dus tegen alle regels in, integen deel, alles om me heen stapelt zich op, als stapel wolken, die drijgend naderen, vooral mijn kand uit! was het maar naar jullie, denk ik dan, dan was ik daar ook van af, dan kon ik als een stieren vechter met mijn rode doek het onheil omgaan, met een linkse of rechtse bewegen, iets door de knieen zakkend, een lichte buiging en hop, maar bij mij zakt de broek terplekken van mijn kont, zodat ik lang uit lig, pardoes in het zand, ik haalde nog snel een boekje er bij hoe vecht je stieren, het mocht niet baten, het boekje was geschreven in een taal, die ik niet kende en van overmaat van ramp stonden er geen plaatjes is, zodat je, om nog de juiste beweging te maken, dat verrekte onheil af tewenden, dus bleef me niets ander over dan de paraplu tevoorschijn te toveren en omdat ik toch aan het toveren was, bedacht ik een konijn, die trok ik aan zijn oren en dit vond die niet leuk, slaakte een gil dus liet ik hem vallen, opgelucht huppelde het weg, mij achterlatent met een onbevredigt gevoel, op dat moment, de bui door een ruk wind weg geblazen werd, daarvoor in de plaats de zon door brak, waren die zorgen ook al snel vergeten, van blijdschap schonk ik me zelf maar een biertje in en draaide een peuk en zit nu lekker voor me uit testaren, wat wil zeggen, alles kan er nog zo drijgend uitzien, soms heb je dat beetje geluk nodig en soms hoef je niet tekunnen stieren vechten of toveren, dat was anders, voor die mot die ik gisteren zag, die werd opgevreten en daar was geen ontkomen aan, niet dat ik het erg vond, toen ik dat zag gebeuren, beter die mot als ik, dat laat maar weer zien, hoe blij je kunt wezen op sommige momenten in het leven en tevens hoe eng we kunnen denken, ik in ieder geval wel, terwijl om me heen slachtoffers vallen, zelf verpletter ik onder mijn zoenzolen of laarsen duizende beesten, terwijl ik loop en als ik in de auto rij, veel erger, kikkers bij regen op de weg, slangen en nog veel meer, mijn ruit is bijna aan vernieuwig toe, zal carglas moeten bellen, die komen bij je thuis en het kost je ook niet de verzekerings premie, dat zeggen ze ieder geval, dus neem ik dat voor waar, zo als je alles moet geloven, wat beweerd word, mij werd ook altijd beweerd dat ik me geen zorgen hoefde temaken in het leven, dit laaste heb ik wel geweten en weet nog steeds niet welke gek dat verzonnen heeft, ik verzin veel en vaak, maar op zoiets was ik nooit gekomen, dus ik simpele ziel geloof dat allemaal en heb het angst en beven nog zichtbaar op mijn gezicht staan, laatstaan het kippevel, tewijl ik niet eens een kip ben, sind ik getrouwt ben krijg ik ook grijzen haren, dat is dus ook stom van me om dat tedoen, dat had ik moeten laten, maar zo als elke suffert, moest ik me zo nodig bewijzen, altijd met die grote mond vooraan, een stoet van stoere mannen en een grote bek wijd open gespert zodat je als het waren de adem kunt ruiken, gelukkig had ik mijn tanden gepoets, dus viel die grote bek ook wel mee, maar dat weer hield, een stel vliegen niet, die grote scheur in tevliegen, waardoor ik hoesten moest, je kunt welzeggen rood aan liep en die vliegen smaken echt niet lekker een beetje gal achtig, vooral die stront vliegen, die met die gele achter lijven zijn het ergst en als je niet op past leggen ze eieren in je darmen en mond en die worden in een ijl tempo, maden, die weer gaan kruipen, dit komt soms weer goed uit als je gewond bent, dan zorgen ze ervoor dat je etter als het waren met rietjes opgezogen word, al die maden, hebben dan feest, de vlag word gehezen en er is er zelfs een die slaat de trom, dan dekken ze een grote tafel en vieren ouderwets feest, wat zo fijn is, dat, je dan niet ziek word, je grote bek hoef dan niet geamputeerd teworden, dus je kunt gewoon door gaan in je leven, dus ook dat laat weer zien wat een geluk je hebt dat je met die grotebek voor aan staat, wijdopen gespert als of je de hele wereld je wil op kunt leggen, gelukkig is het met mijn zo erg nog niet, maar ik ken er veel die dat wel zouden willen en daar hard voor schreeuwen.
Zo ging op een dag naar Mars zo als jullie weten en omdat ik daar toch was ben ik iets verder gegaan, zover als ver maar kan wezen en zelfs nog verder als ver en liep toen zomaar tegen een soort muur, van het al, het hield daar op en dat was raar, dat had ik niet op school geleerd, daar vertelde ze me dat het oneindig was, dus mooi niet, sta ik daar met mijn goed gedrag en omdat we geleerd hebben dat de aard rond is, gaan we er ook van uit dat het al rond is, en dit is fout, het al is vierkant, want er gaan meer vierkanten in een vierkant dan rondjes in een vierkant of rondjes in een rondje, bij rondjes hebben we legen ruimtes die over blijven en een vier kant vult op en zo stond ik dus aan het einde van het vierkant, er moest wel ergens een deur zijn naar de volgende vierkant, die weer aan sloot en de daar boven gelegen vierkanten die op gestapelt lagen en aan sloten op elkaar en dit alles met een soort deur vergrendeld en zo krijg je een aan een gesloten oneindigheid zonder tussen ruimtes dus geen vage verhalen van ik ik weet het niet, je weet het nu! vierkant en dat is dan ook het tijdsbeeld van nu, vierkant en rotondes daar in verwerkt omdat we op aarde toch genoeg ruimte menen tehebben, wacht honderd jaar af en we gillen om vierkanten en mensen, volkeren gaan op zoek naar die deur, dan moet ik jullie teleurstellen de aarde is rond en heeft geen deur nog een uitgang, al hopen veel mensen tekunnen ontsnappen, te ontsnappen naar het vierkant en wie weet lukt het ook een enkele en de rest vergaat, verdoemt, voor eeuwig, wat ook voorspelt is lang geleden, denk niet als je vierkant denkt dat je dan de dans kunt omspringen,vroeger was de aarde plat, kun je nagaan hoe flexiebel die aarde is!, van plat naar rond en van rond in een vierkanteruimte? en die ruimte in een vierkante ruimte, dan gaan je hersens even kraken en ook de wenkbrouwen worden op getrokken en voorhoofde, gefronst, misschien het vagevuur weer opgestookt, de duivel uitgedreven en het onheil naderd, op de brandstapel, boek verbranding en oorlog in het gevecht van gelijk, ik ben blij dat de aarde rondzweeft in een vierkante mantel met al zijn planeten en sterren daar binnen in en als je wil kan ik je de sleutel geven van de poort die je brengt naar hier naast, bij Mars rechts af, jnog veel en veel verder tot je niet verder kunt, daar zie je als het waren het spiegelbeeld van je zelf en de wereld waar in we leven en als je door die poort stapt!!! dan word je stil en dan doe je net als ik, laat dicht die poort, laat de mens dat niet verwoesten.
Slechts heel zelden heb ik zin de Elfstedetocht tedoen, dit komt natuurlijk door het weer, dat het slecht zelden kan en als ik dan zin heb, ben ik altijd veels tevroeg, dan zak ik door het ijs en met mij een ijsbeer, waar door dat wak was ontstaan en voor ik het weet, komt ieder er bij liggen, met zwembroeken aan, als of ze hebben zitten wachten, tot ik door het ijs ging en dan gaan ze wedstrijdzwemmen en voor ik het weet, speelt aan de waterkant een orkest, frietkramen, oliebollenkraam en alle santekramen er omheen, zelfs warme chocolade melk waar de damp van afdrijft, verdomme wat heb ik het koud, dus ziet het er erg verlokkend uit allemaal, maar het is toch te bezopen, dat als ik eens mee wil doen, aan iets wat slechts om de zoveel jaren plaats vind, iedereen zich er mee bemoeit, trouwens dat orkest, klingt een beetje vals en volgens mij hebben ze teveel gezopen, ik droog me af met een handoek die me aangerijkt word door een onbekende, kijk daar had ik helemaal niet op gerekend, niet op die handoek en niet op al die mensen, dus ik ga maar weer een eintje lopen, wat ik heb een hekel aan al die drukte en de ijsbeer heb ik ook niet meer terug gezien, die zal ook wel gedacht hebben? een mafketel in een wak oke? maar dan in eens en Jan van Breugels, schilderij, dat was teveel voor het arme beest, die is vast met de staart tussen ze benen vertrokken, waar kwam die eigenlijk vandaan? vroeg ik me lateraf, want door die kou, opdat moment dat ik door dat wak zakte, kon ik niet meer denken, als of mijn herzens en waarnemingen vertroebelde, zo iets als een plaswater waar net een paard en wagen door heen gestormt was en het paard waarschijnlijk net een drol had gelaten en vermoed dat de aan de diaree was, wat die plas met water was erg troebel, nog zachtjes uitgedrukt, want als je echt goed keek! dan ben je een knappe jongen als je daar nog kon zien dat een paard met wagen er door gereden had, dat er een paard in gescheten had ja! dat kon je ook wel ruiken, nou zo ging het dan met mij! dat totale geisoleerd zijn, dat je zelfs even geen kontakt heb met je zelf, nu ben ik dit laaste wel gewend in het leven en als het waren word je dan een soort veteraan, dat heet een Isovaan, dit woord heb ik net uitgevonden, tussen al die beklemtheid in, anders denken de mensen dat je in de oorlog verwikkelende landen bent geweest en mensen dood hebt geschoten of wel de vrede hebt willen bewaren en dat is mislukt, waar door je voor je hele leven een schuld gevoel hebt, zo als ik, maar dan anders, waar was ik ook alweer gebleven?mischien om die plas zou je de sporen van die wagen kunnen vinden, maar omdat die paard en wagen zo hard door die plas reed, was er in de wijde omtrek geen einde tebekennen, dus dan kun je wel gaan lopen en nog verder lopen, ik had je nog zo gewaarschuwt er komt geen eind aan, dus zodoende kun je alleen maar weten dat er een paart in gepoept heeft en dun ook.
Soms zou ik me aan het kruis willen slaan, gewoon die spijkers, pakken een hamer, daar voor wel even met een zaag, een boom omzagen en dan snel een kruis maken, voor het gemak een trap er bij en hup, het is gebeurt, wat heb ik er aan dat tweeduizendvijftien jaar geleden, iemand dat ook heeft gedaan, al werd het kruis voor hem gemaakt en werd die daar nog bij geholpen en heeft geleden voor ons! wat koop ik daar voor, ik wil het zelf onder gaan, als ik met die hamer, op die spijker mep, zo dat bloed alle kanten uitspuit en zul je zien! heb ik een kruis gemaakt van eikenhout, de spijker slaat krom! dus ik moet die spijker er weer er uitgetrokken worden, met alle ellende vandien, gelukkig was het gat, in die handpalm al daar, dus dat scheelt straks pijn, heb snel een andere spijker gehaald, even langs de winkel geweest, legde uit waarvoor, de verkoper keek me aan!, dat kwam zelde voor, ja tweeduizendvijftien jaar geleden, toen was hij er nog niet, hij was blij dat hij net een baan had, ik heb de hamer voor een moker verwisselt, want met schrijven kan alles en mijn geest is ruim, ruimer als tweeduizendvijftien jaar geleden, toen mensen dat zoort gekke dingen deden, stenen gooien, dat deden ze toen ook, tot iemand dood was en tegen woordig weten we, dat je zo iets niet moet doen, dat is niet netjes, zo wil ik ook aan het kruis met kleren aan, iets van deze tijd, een beetje herkenbaar, waar door het nieuwlijkt, zo als alles al gedaan en bedacht is in het leven, wat saai, blijft ons niets over om van tegeniet, ten zij je een zwembad hebt dan kun je nog in je nattedroom liggen, maar ook die heb ik niet, dus laat ik het maar bij dat eikenhouten kruis houden, dat onstervelijke kruis, dat zo zwaar is dat geen gek, daar boete mee doet, want je bezwijkt al, als je het op je schouders wilt leggen, dus laat staan dat je er mee vandoor gaat, of je hebt een hoop mensen op getrommeld, die je aardig vinden en een handje helpen, tegen woordig helpen mensen je alleen is de sloot en dan heb je massel, het kruis word een vlot en als je dan je hemd uittrekt kun je een zijl maken en voor je het weet zijl je de hele wereld rond, terwijl ik met mijn hand nog aan die spijker vast zit en die spijker aan het kruis, ik moet van alles door staan, dit laaste had ik niet verwacht, die sloot en dat zijl en dan die oversteek op zee, angstig kijk ik uit naar haaien, zo word ik schreewend wakker en mijn vrouw kijkt me aan en vraagt wat is er aan de hand, ik zeg niets schat! ik wou alleen maar even lijden, niet meer en niet minder, mijn vrouw draat zich om en slaapt verder en ik kijk naar het plafon en krijg geen oog dicht en heb pijn in mijn hand, de spijker steekt er nog in.
Terwijl mijn ogen dicht geknepen waren, zoals ze waren in de baarmoeder, zo sloot ik mijn ogen voor al het geweld om mij heen en later kneep ik ze nog krampachtiger dicht, voor mijn eigen daden, zo ging ik blind door het leven, tot de oerroep mij riep en schoorvoetent gehoorzaamde ik een keer in mijn leven, van boven af kwam een stem, die sprak pak je spullen en ga,ga de wijde wereld in, het geen ik deed en jaren moest ik lopen, buigen en knielen, ontberen om mijn fouten teverbeteren en al die jaren galmde de oerroep in mijn hooft, slapen was zelden, sterrehemels boven mijn hoofd, kilte en wanhoop en als een ster viel, wist ik dat deze niet voor mij bestemt was, ik werd gespaart, mij stonden anderen dingen tewachten, voor mij was iets anders bedacht, dat waar ik nooit op zo komen nog aan had gedacht, het kijken naar, wat je hebt, die rijkdom van het niets en zo liep ik naakt rond, vol muggen beten, ik heb bij dieren geslapen in die nachten als de kou ondraaglijk was, het stro prikte in mijn neus gaten en moest niezen een sneeuw deken lag over mij gespreid bij het ontwaken van de dag, de wolven huilen en hun echo weer kaaste in de bergen en dalen en gaven mij kippenvel, maar ook voldoening in gedachte, werd ik weer warm en ving vissen uit de beek, die als een ader verkoeling gaf of bevroren koud, ijskoud, waar aan de rand de sneeuw terug deinsde, zo als ik terug deinsde, voor mensen die sporadisch mijn pad kruisde, mijn verwilderde blik, mijn baard, mijn stank, ik werd ontweken, dit laaste was ik wel gewend, ik at wat ik vond en somms at ik modder, soms at ik niets en ik verloor me zelf, ik was de weg kwijt en liep in circels en verbleef zo maanden in het zelfde dal n kon niet tegen die berg op komen, tewijl die stem vertelde dat ik dat moest, to op een morgen de zon door brak, me verwarmde en tevens mijn laaste beetje moed en overdie top daar keek ik uit en streek neer, het uitzicht sloeg me in het gezicht, als een zweep, ik begon tebegrijpen, dat je eerst onder moet zijn om naar boven teklimmen en anders om en zo ging ik veel later vrijwillig naar beneden en ben daar gebleven, nu heb ik het niet koud, mijn hart is warm, gevult, ik ben geschoren en slaap met een hond die naast mijn bed zijn plaats heeft ik ben verlost van die oerstem, die heb ik jaren niet meer gehoord, ik ben een beter mens geworden en heb mijn ogen wagenwijd open.
Zo kijk ik dan in die ogen, zo staat die foto voor mijn buro, de man die ik lief had als geen ander, waar ik op wachte tot ik een ons woog en dit was niet waar ik over wou schrijven, ik ging met mijn auto door het landschap, omringt door bergen, volbloei, groen en kleuren daar tussen, verstopt, als of ik aan het schilderen was en lekte met de verf en dat dat is goed zo, niets veranderen, zo als ik niet altijd zin heb teveranderen mijn fouten en toch heb ik het gedaan, jaren zijn voorbij gegaan, mijn leven is veranderd, van ooit zwart wit schilderijen, hebben kleur gekregen, mijn hart is gekleurt, zo ook mijn gedachte en het landschap lacht mij toe en ik terug naar haar en alles daarin verscholen, ook al is het een klein kind of hond of vogel, terwijl het roodborste aan mijn tafel zit, luistert naar mijn stem, die milder is geworden, zo veel milders als eens, toe ik dingen en woorde flapte, uitflapte als of een koekoek uit de klok, verschrikt op kijkend, van wat heb ik niet gezegt en dan als een cammelion zijn tong ontrold en dan de woorden probeerde terug tehalen, maar het was telaat, het kwaad was geschied, het kwaad was gedaan en moest leven met de onbezonnenheid der jeugt, wat een kans, wat mooi een herkansing temogen meemaken en mijn mond ging open en alle woorden kwamen inheel snel tempo weer naar binnen en ik slikte, ik slikte diep en mijn buik zwol op en knapte bijna en wat was ik blij, als of ik nooit wat onvertogen had gezegd en ik ging naar de wijzen en die gingen vertellen en ik luisterde aandachtig en na jaren luisteren, kwamen de woorden van zelf er opniew uit, maar anders, het werden vogels, engelen was een tegroot woord en de statigheid van een adelaar te groot het werd een soort colibrie en die woorden kregen kleur, zo dat bij regen zij een plekje zochten in de regenboog en zo ook mijn hart, die weer begon teslaan, het bloed pomte weer door mijn aders, het leven kwam terug, de wereld ontluikte voor mijn ogen, de verf bleef hangen aan mijn penseel, de liefdevolle beweging op het doek, de verdunning, de verdunnig van wat eens ooit was gesproken verdampte in de avond stond en ik stond te kijken naar de naderende ondergang van de zon, terwijl aan de andre kant hij net verscheen en ik weet dat daar iemand was, die gade sloeg het ontwaken van de dag, aan zee of niet, zijn handoek uitspreide zo als de ontwakende dag, zo als een vrouw, zo als de aarde, terwijl mijn buik geleegd werd van weleer en ik danste van geluk.
Zo werd ik vandaag aan het denken gezet en daar heb ik een hekel aan, net zo als aan werk verplicht, zo als ik hekel heb aan alles wat moet, wat gedwongen word van hoger af, wie zijn zij, moeten zij niet pissen of poepen, ik wel en ik heb daar plezier in, graag kijk ik naar achteren en ben opgelucht, dat is weg, weg gespoelt, door water, zo als wij vroeger de fles gebruikte die naast de wc stond en dan keek ik naar mijn vinger en keek ook naar de wcrol er naast, die verwarring die in je hoofd plaats vind, meestal een donkere ruimte want het moest vooral niet veel kosten, waar je even verblijf, waar afval het bewijs was van een feest of maaltijd, terwijl ik op de bodem die lindworm zach lachen, een soort knipoog die alleen bij een lindworm past, de bril die kleeft aan mijn kont en klapt terwijl hij neer komt en stuitert en ik denk dit is goed afgelopen deze keer, ik kies voor het wc papier een natte kont lijkt me niets, misschien ben ik gewent aan de luxe en niet waar ik vandaan kom en ook mijn kont, niet mijn stront die verlaat het kanaal in zo,n tempo dat ik het niet eens bij kan houden, het lucht op dat kan ik je verzekeren en zo loop ik naar buiten, kijk om me heen de lucht om me heen ruikt bedorven dus loop ik verder, zelfs de vliegen verwijderen niet en om de hoek zie ik die pieren leunen tegen de heg, heel brutaal, had de nijging de politie tebellen, maar dacht laat ze maar die komen later in een ander hoofdstuk en dat was waar, nee voor de rest was het rustig, wel kwamen mensen met problemen en dat doen ze altijd als ik denk dat het een leuke dag gaat worden, niet dat ze me storen, maar het geeft me weer de gelegenheid een glaasje tedrinken, hoe meer ze vertellen, des temeer ik ga drinken om tebegrijpen wat ze zeggen en zo praten mensen tegen mij als of ik een spiegel ben, ik besta niet eens ik ben een glas wijn niet meer, een oor, niet eens een ring er in of aan, bungelend, schitterend in de zon, mits het een diamand bezat, natuurlijk schitterde deze tot hij gestolen werd en duister intrad en ik trad naar voren, heel naakt en vertelde wie ik was en kwam doen en mensen klapte, keken me lachent aan en waren gelukkig zo als ik ook was en wilde, vooraltijd blijven, maar er trok iets, veel harder dan ik toe wou laten, het verscheurde me als het waren, in twee,drie of vier, vijf, zes en ga maar door en het ging door, het hield niet op en mijjn wegen, werden zo lang, nog langer als dat ik kon tellen of dacht, nog langer als mijn benen, nog langer als mijn schoenen gingen en heb nog spijt dat ik jullie heb moeten verlaten, maar een roep van de natuur is sterker als mijn wil teblijven.
En dan heb je schugterige mensen, die niert weten wat ze moeten zeggen, zo als ik eens was, ik weet wat jullie voelen of zeker niet voelen, zo als ik niet kon voelen, die leegte geen woorden, laat staan een begrip, mijn gezicht had die vebaasde uitdrukking, die Jos van oost zuid west zo grappig vind en ik vind niets ik ben nog steeds verbaast, ik ben verbaast dat ik zo ver ben gekomen en nog zal gaan, als of ik de rivier tegen de stoom in zal gaan zwemmen en denk aan Mao, maar die zwom niet allen en was gek en alles om hem heen, dus weer had ik het gevoel, niet anders tewezen als jullie terwijl jullie dachten, wat ik al was vergeten en hoopte tevergeten en het lukte niet, het drijfzand zat in mijn neus en het snot maakte het nog erger er was geen ontkomen aan, ik dreef weg ook al probeerde ik de stroom de andere kant uit tekrijgen, maar tegen de berg op is dit gewoon onmogenlijk, zo als mijn hele leven geen kans had, behalve tussen de mislukkingen in datis dus ruim en wat daar van overbleef, de schamele resten van een skelet, nog klapperend in de wind en een botje zo viel ook mijn geest, die viel op alles, om het maar goed temaken, om de zelfde reden wat er misschien nog geheeld kon worden al was het alleen voor het aangezicht, wat al geschonden was, waar de brand plekken zwart kleurde, terwijl de huid los liet en de rose kleur de overhand kreeg en ik kreeg niets ik kreeg wit een maatpak, wit, niet eens mijn keuze, waarschijnlijk mode voor een indo van niet ons, kijk hoe mooi, al praat en denk hij anders, zo als een aapje op een stokje, dat stokje van een dirigent die wil beheersen en gelijk heeft, ik zou dat ook willen en heb dat gedaan, er viel niet meer tespotten, nog met me zelf, die spiegel keek me aan en ik verbrak die, in duizend stukken en pakte de bezem, want het moet wel netjes achter gelaten worden daar in Holland en zeeuwsmeisje keek me ook aan en mijn vingers zijn nog glad van haar boter en wat ben ik er mee op geschoten? de enige schoot ,die ik heb gezien zijn van mijn nep ooms en tantes en al die nep om me heen, zo als alles nep was, behalve mijn nep verhalen die werden werkelijkheid, zo als ik werkelijk werd in gedaantes, waar een spook, zou schrikken en weg vluchte in de bergen, verboregn achter een boom, misschien in een hol of gat, bedekt met mos, waar het slijm afdroop, zo als de bek van een leeuw, nog voor die een prooi gezien had, maar nog niet op zijn bord en gelukkig hebben ze geen borden om van te eten want anders zouden we afwasmachienes neer moeten zetten op de savanne en dat ziet er niet uit, zo als ik er niet uit zag in Holland.
En soms moet je afwijken van de regel en dit laast doe ik niet voor niets, dit is de vrouw, de moeder die me alles gegeven heeft en ook haar man, dit zijn mensen die geen kinderen konden krijgen en mij in de armensloten, uit een greep waar ik niet los van kon komen, maar ondanks al die liefde, konden ze mij niet behoeden voor wat was aangedaan, het kruit was al aangestoken, de wind hielp een handje mee, de eikenhoutenbuiten kant glimde nog en ook zo het lont, dat statig, nog omhoog keek, terwijl de glinsters er afvlogen, als sterren in de lucht en ik was beneden op de vloer met van wat ik dacht op bijde benen, het was niet zo ik liep op mijn knieen, tesmeken naar liefde en aandacht en dat kreeg ik toen, zoveel dat ik er niet goed van werd, je moet ook niet overdrijven en dit merk je als je zelf kinderen hebt en een kinderhand behoeft niet veel, maar een kind opgesloten in zijn gevoelen, is erger is een noot, die zo hard is dat het terplekken verandert in een kokosnoot, nog erger drie of vier en die bast daar is geen ketiingzaag tegen bestand en die had je toen ook niet, des te erger, zo als ik pas later begree,p haar liefde voor mij, met haar kon ik praten en natuurlijk in mijn straatje, want waar wij woonden toen, hadden we slechts een weg en achter een pad, die naar het onbekende voerde, maar liever gaf ik het brood aan de eenden, die er niet waren, maar wel een gijt of koe, daar gaat het ook niet om, je moet wat zeggen anders word het stil en zo klepper ik wat aan, mensen worden er ook gek van, dan troost ik ze en zeg je bent niet alleen?Dat een vreemde vrouw je liefde geeft nog net geen borst en dit laaste is jammer, mijn gemis is noot op gevult, slechts later, met zo veel borsten dat ik niet eens weet welke de eerste, tot dat ik in de leegte grijp, zo als baby, kleine knuisten, vergeefs in het lucht ledige en de schreeuw van honger, geuren, warmte, die donkere speen, waar het melkkanaal onder een loep gezien, de zee zou wezen waar de robben een bad nemen, of iets anders, misschien wel eten, tewijl die speen uit mijn mond word geslagen en die zeehonden gewoon door gaan als of er niet is gebeurt en gelijk hebben ze, pik hun het eten toch niet af, dat doen de vissers wel, voor al die heel inhalerige, grote boten, als of ik verlang naar een reuze tiet en wert die speen het Sueskanaal waar ik net niet op kon komen of dacht hoe schrijf je dat ook alweer, terwijl mijn kleine vinger in dat lucht ledige rond graaien, als je dit graaien kunt noemen, voor mij is het meer de eerste bewegingen van een kind, zijn om geving te ontdekken, nou en daar is het dus begonnen, als een kinder hand geen grip vind of heeft, als die kleine vinger bot vangen, dan gaat er een singnaal naar de hersen en dan slaat alles op tilt!, dat is als of er een filmrol, zo uit de kamer gehaald, van het toestel natuurlijk en daar komt licht bij, alles naar de verdommenis, nou zo zag het er uit met mij en daarom ben ik nooit iets geworden, van wat ik toch al niet mocht wezen zijn of blijven of had willen worden ,misschien gedacht, gehoopt en de stront licht er dat weten jullie en ik er naast misschien mijn hooft en die vlieg rond mijn neus en die made er naast en jullie er bij wat een mooi schilderij en als die leraren en vrienden en mensen en geen vrienden en zijkers en luiers misschien mogen de vuilnisbakken mee doen en het kanaal ook, die uit mond, weet ik waar en mijn mond zonder liefde en mijn piel overwerkt en hersens ook, help ik verzuip, maar niet werkelijk, niet heus, en alles wat ik beschijf is niet wel waar, waar en niet misschien heb ik me alles wel in gebeeld zo als een beeld ook maar staat tekijken naar waar ze het neer zetten, misschien voor mijn moeder en dan haar streng aan kijken en zeggen, geef die tiet, geef dat kind waar het omvraagt en laat dat kind niet een andere weg belanden, maar misschien had het zo moeten wezen, dat zou je kunnen denken, maar voelt andes, als je begrijpt wat ik bedoel, slechts een moment in je leven en voel je dan even Indo?
En dan kijk ik naar de lucht die net zo drijgend is als jullie, toen ik aankwam op dat beton van de landingsbaan en ik vertrouwen zocht die ik niet kreeg, als kind heb je hoop en en je krijgt stront en toch hoop je elke dag weer, je vertekent je waarnemen om het leven draagbaar temaken en zo begrijp ik ook dat jullie mijn verhalen niet altijd begrijpen, niet begrijpen dat ik niet schrijf hoe geweldig was, maar hoe onzeker en hoe ik hoopte dat jullie me hielpen, grip tekrijgen op het ontgrijpbaren zo als een de waterkant, waar kikkers springen en een libel net als ik ook maar iets doet, tot de vogel hem opvrat, zo als jullie alles wisten,te kleineren, terwijl ik al klein was, het was allemaal niet zo erg, het viel wel mee! wat viel terwijl ik van die trap af donderde en volgens jullie was dit allemaal niet zo erg, ik moest sterk wezen en dit werd ik maar niet van jullie woorden, ik voelde de machteloosheid als een naderend omweer, over me heen zal komen, ik vlucht in bossen van Berg en Dal en leefde in mijn sprookjes wereld, waar ik sallemanders ving, gekleurt rood en oranje en het vrouwtje gespikkelt grijs zwart, zo als mijn spielenbenen waren met die witte zokken, die kortebroek als of ik veranderde in een sprinkhaan, terwijl de haan kraaide en geen zon kwam, zo als normaal zou gebeuren, zo als niets gebeurde zo als ik in het bos bedacht en bekookstoofde en nog aan de dag van vandaag vertellen jullie hoe ik me moet voelen en denken, terwijl jullie zelf het ei nog niet uit gevonden hebben of bebroed, nog met kunstlicht en de kunst van belichten, nog steeds behandelen jullie mij als of ik uit een vuilnisbak ben ontsnapt als of mijn kop ontsnapt van onder die deksel van daan, als of mijn geest, lucht is waar die vaak vertoeft en dit ter aanvulling van al die boeken die geschreven zijn over hoe een Indo in Nederland kwam, wat hij of zij heeft moeten doorstaan en nog steeds moet als of de dood de enige ontsnapping is en een verlossing, verlost van al dat beter weten van mensen die niet eens weten wie ze zelf zij, ik weet ik ben een Indo, maar de kleur werd me ontnomen, ik werd gekleed als een pop, terwijl ik liever in mijn blote kont, vertoefde en blote voeten, met mijn sarong misschien, mijn bamboehut, de zon op mijn hoofd en kleur op mijn benen die nu wit zijn, wegens zon gebrek en woorden van jullie, die me verstikte, die slagen van jullie, die arogantie, zonder respekt voor een mens van deze aarde net als jullie, met jullie kerken en geloven en jullie wilde mij laten geloven in de zelfde onzin als waar het allemaal om begonnen is en toen ik vijentwintig jaar geleden weg sloop heel ongemerkt wel hier en daar aan gegeven, aan vertrouwde die begrepen, die mijn verdriet snapte, sloop ik heel langzaam weg en verdween in het moeras, slechts bellen lieten zien waar ik onder ging, waar een liebel nog even zijn laaste vlucht over maakte voor die op gevreten werd en de donder uit de hemel viel.
Terwijl de donder losbarst en de lucht spleet en tevens mijn oren, moesten alle stekkers uit het stopcontakt trekken en verlangde ik naar tijden dat we met een pen schreven, toen papier, zo ruw was dat je vlekken kreeg, later heb ik pas begrepen dat, dat goedkoper was, ik dacht altijd om ons tepesten, terwijl mijn gekromde vingers, verwoede pogingen deden de pen vast tehouden, om enigzinds wat voor elkaar tekrijgen, leesbaar zo dat een ieder het begreep en dit laaste is me nooit gelukt, mijn handschrift heeft meer iets weg, van dat van een dockter, maar dan niet in Latijn, die smaak van inkt, die potten en flessen, deze laaste vierkant, terwijl de kroonpen een gleuf had en als je hard drukte, die poten uit elkaar gingenstaan en kreeg je twee letter in een beweging en in het ergste geval brak de pen of kreeg je een klap voor je kop, of spetters op je gezicht en vlekken op het blaadje en dan keek je naar die schoolbank waar dapper kinderen hun naam hadden geschreven of vloeken, vervloeken en voelde me daar door op mijn gemak, ik was niet de enige die worstelde met het leven of met pen en potlood maar gezwegen, die punteslijper en voor je het wist had je een stopje over of brak de punt en als je dat potloot liet vallen wist je zeker dat de punt zou gaan breken voor dat je hem op het papier hat aan gezet en zo bleef je dan bezig en voor je het wist was de school uit en wist je niet eens waar de les overging, omdat je zou je best deed ieder geval een ding goed tedoen, het was ook nooit goe of het deugde niet, dus werd ik een deugniet, een nietmachien praat me er niet van, ik niete iedereen aan elkaar en mijn meester ook en dan werd die boos, ik in de hoek en dan pikte hij dingen af die van mij waren en borg hij op in een la en ik brak die open en nam het weer terug en zo was het mijn schuld dat ik voor galg en rat opgroeide, wie heeft die school uit gevonden? natuurlijk heb ik wat geleerd, toch minder opschool, het is zo,n twijfel geval een tien wil ik voor bijde niet geven en terwijl ik wissel geld in het nog ongebakken broodstopte, dus deeg en later inslaap viel op de avondschool omdat ik smorgen om vijf uur al moest werken, dan rijd je naar Arnhem en denk je wat ben ik aan het doen? en toen heb ik besloten, alleen dingen tegaan doen die ik leuk vond, ook al was het voor even leuk, als ik het snap, is de lol er af, ik hield van spanning, die zelfde spanning tussen een stuk papier en een pen, die juiste houding en aan zet en dan de beweging, het gevoel, de gedachte, dat is een spaningsveld die me aantrekt, dat kan nooit vervelen en de rest?saai.
Terwijl ik van bed tot bed word gesleept, de lakens voel als een tweedehuid en alles wat daar in ligt neem voor wat het is of misschoen gaat komen en ik ook, kom ik mijn leven om in de liefde, mijn lijf word als het waren gevierendeeld, alleen de paarden ontbreken en de koorden of kabels en de strop om been en handen, mijn handen worden betast en mijn handen tasten, eerst onwennig en later volleert, als wulpse monsters werpen ze zich voor mij op in posities die ik alleen uit boeken kende had gezien ooit in de boekenkast van mijn vader, vol stof en muffegeur, terwijl mijn ogen uitpuilde en een werden met het geen ik zag, nu was het mijn beurt, eerst natuurlijk onwennig en meer een beweging, die naarmate tijd verstreek wilder werd en ook ondermij, zelfs de matras begon teveren, het bed kraakte of het aanrecht, waar een koffie ketel pruttelde als of die me kon stoppen van wat ik aan het doen was, terwijl de was hing in de bijkeuken, de geur van zeeppoeder, mijn neus binnen drong, zo als ik binnen drong in haar, terwijl ik uitgeput neerviel, wrd ik alweer gegrepen en werd er weer wat van me verwacht, terwijl ik zat tewachten op een bus of aan een biertje zat, het werd een sport die niet op de olympiade toegelaten werd, wel flauw van deze mensen, is ook spannend om naar tekijken, sommige mensen betalen er veel geld voor? zo werd ik vol gegooit met bier en drank op dat ik gewillig als een schaap naar de slacht bank zou gaan, mak als een lam en de stier werd van mij verwacht en zo werd ik liefde vol verkracht, om mijn rug kijkend naar het plavond en wachtend tot de razerna voor bij was en ik het bed kon ontglippen, zo in mijn schoen of laarzen, via de trappen naar buiten, waar de volgende al weer stond, zo werd ik door geschoven en voor gestelt en ongestelt of niet het maakte me niet uit, die rodezee ging uit elkaar zo voor mijn ogen en ik bewandelde de liefde als of ik uit de woestein was gekomen, dorstig in de nachten was ik nergens nog alleen die paar uren rust die me gegunt werden, had ik nodig voor me zelf, geen wonder dat ik niet kon werken, mijn werk was het werk wat haar man had moeten doen of vriend of vriendin ik werd een soort slaaf, nog erger een slaaf van mijn eigen geiligheid, woorden, blikken geuren waren genoeg om me in extase tebrengen, waar ik dan ook verbleef, zo kun je zeggen dat ik versleten ben, verorbert, maar met pissen niet versleten ook al moest ik vaak naar de wc, waar ik gevolgd werd door vrouwen als ik honing aan mijn kont had en die was niet groot zo dacht ik vaak aan het ontsnappen, maar verslaaftheid aan liefde is erger als menig drug, dus dacht laat ik dat ook maar nemen, dus als het waren ging ik nooit alleen naar bed, dat bed was gevult met drug,s en vrouwen, zo zie je hoe de natuur je,je tekort in kinderjaren, kan laten inhalen.
Terwijl ik zat tedenken wat nou weereens voor een ellende zal schrijven, want schrijven zul je, willen mensen lezen, daar moest ik ineens heel erg hoesten en daar kwam, me een slijmerig iets uit mijn neus, dacht dat ik stikte, terwijl ik naar de plee rende en met mijn kop boven die bak hing, probeer ik me teontworstelen van die kleverige massa, wat een raar geluid gaf, hoef voorlopig geen lijm meer tekopen, heb alles mooi op gevangen, even met mijn vingers gecontroleerd, kan brieven dicht maken of oude postzegels plakken, dat spaart weer geld uit en dat op een zondagmorgen, de vraag is wie nu die brieven van me krijgt? en de gelukzalige is, van mijn DNA, mijn verloren hoofd is in opstand en met mij alles om me heen, de tuin loopt drie maanden achter en ik sinds November en het huisje, hondehok want er word zoveel van me gevraagt, verlangt, dat ik me gewoon voorbij loop zelfs mijn schaduw haal ik in als het waren ben ik de derde in de rij en zodoende altijd telaat, zelfs mijn gedachten, loper trager ik verlang naar verf en doeken op dat ik alles van me af kan gooien, smijten of strijken, rollen aflikken vermenigvuldigen, streek na streek zo als de wind waait ook door mijn nog over gebleven haren waar de wildheid is ontsnapt, los gelaten in de natuur, spoorloos verdwenen op zoek naar een ander of land continent of noordpool, waar ijsberen, beren, gun hen wel de lol, die lol van mij is allang voorbij ik heb genoeg gezien en meegemaakt om vrijwillig afstand tedoen van mijn harnas en zwaard zelfs die ezel mogen ze mee nemen waar op ik tenstrijden ging ooit, lang geleden, toen mijn haren tot mijn kont rijkte en golven als de zee beweegde en de glans ogen verblinde wat rest me anders dan een uitgedroogt karkas met daar omheen perkament, gele huid, die het geluid van schuurpapier maakt bij elke stap die ik zet achter me zelf, terwijl ik rond rij door de straten, waar de zon schijnt en geen kip tezien zo alleen ik ben vroeg op ander slapen hebben rust waar ik verlangend aan denk maar niet kan vinden, net zo min als ik iets vind, die angst iets tevinden, beklemt me maakt me doods bang, want het altijd is maar voor even, staat nooit eeuwig en is gebonden, als of het in die kast van mij zat daar in Amsterdam, zo naast me als of ik gezelschap vroeg, smeekte in mijn diepste gedachten, door niemand gehoord, die geklemte kreten uit mijn keel, bang voor slaag, bang je hoorbaar temaken, je verstoppen voor de wereld om je heen en voor wie je daar instopte, natuurlijk het was mijn eigenschult, ik was de zoon van de duivel, ik denk dat ik postzegels ga plakken, brievenschrijven en pak het glaasje en kijk in mijn aderessenlijst van vrienden en bekende, wie word de gelukkige? wie o wie opent die brief of ruikt aan de postzegel eens gelikt door mij met die glazige snot pegel?
Terwijl ik in het glas voor me kijk, gewoon er onder en zelfs de drank kan die bodemniet verdoezelen en zo doe ik dat ook niet en klets er op los, mensen gaan verschrikt aan de kant, terwijl ik hoopte het tegen deel, het tegendeel van een borrel gezellig onder elkaar, mensen zijn zo met elkaar bezig dat de geluiden om hun heen niet doordringen, nog de lucht word waar genomen, van wolken, die daarvoor nog uitelkaar stonden en nu in eens dicht op elkaar gepakt, zo dat je onweer zou verwachten en ik wacht er op, al duur het dagen, want van mij mag het vallen bij bakken, storten, zo als een wc, plaf in een keer alles, dat de spetters over de bril schieten en ik vang die laaste spetter op, rol hem of haar in mijn hand palm, kijk er naar zo als mijn glas met dikke bodem, geluk ik heb geen dikke brilglazen, nog heb ik spijt, van wat was, ook al zou ik het anders willen hebben gehad, had ik maar de gebektheid, van alle bekken op deze aarden, dan zou mijn bek veranderen in een mond met rode lippen en verkrachte woorden, werden zoet, als zuiker, wat als honing aan gebracht door bijen die het gif konden ontsnappen, nog voor het gestrooit waerd in tuinen en velden, waar de vlinder neer stort, adem gebrek of was het it gif, wat maakt het uit als we maar lekker slapen, als dat glas maar vol is en die vlinder had toch maar een dag, niet meer en niet minder, ook mijn glas had minder, denk dat de fles leeg was, de gastheer of vrouw, maakte geen aan stalte, dus ging ik maar weg en mijn vrouw bleef, verbolgen van haar blote billen en fluit, ongeschoren, zit met mijn dochter achter het scherm, voetbal was ook niets en dat glas ga ik vullen, krijg erge dorst en jullie?dit terwijl de muziek door raast en zo ook mijn hoofd, het liefst zou ik op ballet willen, ook al zijn mijn voeten niet geschikt, nog mijn maat, nog mijn kunnen, maar soms moet je iets wensen in het leven anders is het ook maar kil en koud, dan bevriezen je benen en een ijsbeer kijkt je aan op de pool of misschien in Groenland, ieder geval niet in mijn glas, ik zie de vloer nadat ik het op gepakt heb, anders keek ik tegen de tafel, beter kijk je tegen de bodem van de fles, dan weet je dat je een andere moet halen, die vol is, zo als een wens, vandaag heeft mijn maat tien lieter gehaald, dus kan even voor uit, niet die mensen om me heen, die kleten nog maar rond en mijn vrouw is in haar blote kont, stak mijn vinger en in, dat was niet aardig zei ze, dus heb ik het maar gelaten, zo als ik haar liet, met haar gedachten, van karton, waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht, waarom keek ik dieper in dat glas waar van je de bodem al kon zien???