Sprinkaan en halm in de wind

feest felix 2011 370

En dan kijk ik naar de lucht die net zo drijgend is als jullie, toen ik aankwam op dat beton van de landingsbaan en ik vertrouwen zocht die ik niet kreeg, als kind heb je hoop en en je krijgt stront en toch hoop je elke dag weer, je vertekent je waarnemen om het leven draagbaar temaken en zo begrijp ik ook dat jullie mijn verhalen niet altijd begrijpen, niet begrijpen dat ik niet schrijf hoe geweldig was, maar hoe onzeker en hoe ik hoopte dat jullie me hielpen, grip tekrijgen op het ontgrijpbaren zo als een de waterkant, waar kikkers springen en een libel net als ik ook maar iets doet, tot de vogel hem opvrat, zo als jullie alles wisten,te kleineren, terwijl ik al klein was, het was allemaal niet zo erg, het viel wel mee! wat viel terwijl ik van die trap af donderde en volgens jullie was dit allemaal niet zo erg, ik moest sterk wezen en dit werd ik maar niet van jullie woorden, ik voelde de machteloosheid als een naderend omweer, over me heen zal komen, ik vlucht in bossen van Berg en Dal en leefde in mijn sprookjes wereld, waar ik sallemanders ving, gekleurt rood en oranje en het vrouwtje gespikkelt grijs zwart, zo als mijn spielenbenen waren met die witte zokken, die kortebroek als of ik veranderde in een sprinkhaan, terwijl de haan kraaide en geen zon kwam, zo als normaal zou gebeuren, zo als niets gebeurde zo als ik in het bos bedacht en bekookstoofde en nog aan de dag van vandaag vertellen jullie hoe ik me moet voelen en denken, terwijl jullie zelf het ei nog niet uit gevonden hebben of bebroed, nog met kunstlicht en de kunst van belichten, nog steeds behandelen jullie mij als of ik uit een vuilnisbak ben ontsnapt als of mijn kop ontsnapt van onder die deksel van daan, als of mijn geest, lucht is waar die vaak vertoeft en dit ter aanvulling van al die boeken die geschreven zijn over hoe een Indo in Nederland kwam, wat hij of zij heeft moeten doorstaan en nog steeds moet als of de dood de enige ontsnapping is en een verlossing, verlost van al dat beter weten van mensen die niet eens weten wie ze zelf zij, ik weet ik ben een Indo, maar de kleur werd me ontnomen, ik werd gekleed als een pop, terwijl ik liever in mijn blote kont, vertoefde en blote voeten, met mijn sarong misschien, mijn bamboehut, de zon op mijn hoofd en kleur op mijn benen die nu wit zijn, wegens zon gebrek en woorden van jullie, die me verstikte, die slagen van jullie, die arogantie, zonder respekt voor een mens van deze aarde net als jullie, met jullie kerken en geloven en jullie wilde mij laten geloven in de zelfde onzin als waar het allemaal om begonnen is en toen ik vijentwintig jaar geleden weg sloop heel ongemerkt wel hier en daar aan gegeven, aan vertrouwde die begrepen, die mijn verdriet snapte, sloop ik heel langzaam weg en verdween in het moeras, slechts bellen lieten zien waar ik onder ging, waar een liebel nog even zijn laaste vlucht over maakte voor die op gevreten werd en de donder uit de hemel viel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s