Als letters uit een boek vallen, zo in je hoofd?

Zo kwam per post het boek “Lichter dan ik” de leuke anekdoten stapelen zich op,het was mijn dochter uit mijn eerste huwelijk, die me het opstuurde! Terwijl ik het boekje uitpakte, de eerste bladzijde open sloeg, kwam ik de naam van haar moeder tegen met een jaartal 2019, dit was het jaar dat het boek uitgegeven werd, ik had de reclames rond dit boek gevolgd en nu was het dan zo ver! Vol verbazing in de inleiding kwam ik de naam Wiggers tegen, een naam die via het familie onderzoek, meerdere malen was gevallen, zelfs een conto en mail wisseling met één verre nazaat te weeg bracht en al lezende, nog enkele bekende namen van kampkaarten of gewoon toevallig zelfde namen, dat laat ik in het midden! Tot daar het begin van dit aangrijpende boek, als of het bestemd was voor alle wezen, verloren, ontkende moeders, radeloos zich zelf van kant gemaakte mensen en ik dacht aan mijn moeder? Ik dacht aan ons uit elkaar gereten gezin, de zwarte grafsteen van mijn zusje in de tuin en dan die leegte, onzekerheid over het lot, van dat misschien vermoorden, door haar eigen moeder of rebel, vrijheid strijder, terwijl de vrijheid er op papier al was? Maar als je niet kunt lezen of vind dat er nog iets te vergelden valt, anderhalf jaar na dato, zo om en na bij of mijn moeder misschien haar stoppen door geslagen, terwijl ze ons zocht? Van daar die brief om geld en drie of vier jaar later, eindigen in de meest afgrijselijke, bloedstollende, kans berekening in een leven, door enkele mensen “Lot” genoemd, bestempeld? Als of er nooit een weg terug zou bestaan? Terwijl in mijn leven, zoveel zij wegen waren dat ik verdwaalde en wakker werd, dat ik nu nog niet weet hoe ik er ooit uit ben gekomen, terwijl mijn moeder ter zielen ging en vast niet met alle heiligen, dit laatste las ik in een bijbel en hoorde ik in ons dorp, waar een grote kerk was, maar waar eigenlijk geen plaats voor mij was, volgens de dorp bewoners! En zo dook ik in het boek en voelde mee! Voelde de pijn en soms een lach en ja, je zult zo’n leven maar geleefd hebben? Soms stonden de tranen in mijn ogen, voor deze vrouw en mijn zusje en moeder en mijn andere zus, die niet meer is? En toch is ze bij me, alleen dat Japanse zusje, ik kan haar niet meer zien en mijn moeder, alleen door haar foto, door haar foto is ze weer werkelijkheid geworden, ze is als Jesus aan het kruis, weer op gestaan? Herrezen! Ik weet het klinkt belachelijk, ben niet eens katholiek, maar in verdriet grijp je alles aan, zelfs de duivel als het uitkomt en zo werd ik een met de schrijfster, werd ik een met Isah en zo ging ik terug in tijd, nog voor mijn geboorte, zo in de tijd van mijn overgrootvader, alhoewel die in 1871 41jaar jong! aan vermoedelijk zijn verwondingen was bezweken, maar het vertelde me veel over mijn opa en oma, over het veelvuldig sterven van kinderen of moeders in het kraambed en het meest sprak me aan? Die stilte, die lege ruimte, van woorden, die verborgen liggen, achter wat geschreven staat, die in gehouden schreeuw, want dat! Maakt dit boek, de roep of schreeuw uit ons moederland!

Als olifanten kraken in een porseleinen kast

En als je dan eindelijk je familie stamboom op een rij hebt, buiten de gegevens die de oorlogen, onderdrukkingen van een continent niet hebben overleefd of de documenten bij en na de machtsovername verbrand werden of nog enkele jaren geleden, omdat men vond? Dat ze overbodig waren! Heerlijk hoe een regering en overheids organen dit wel even bepalen, waardoor ik als een van de vele Indo’s gedupeerd ben, als ik dan zo naar het overlijden kijk? En begraafplaatsen? Dan sluipt bij mij die gedachten, naar binnen? 350 jaar onderdrukt, aanpassen, dan hup de kampen in of buitenkampen, sommige werken met de Jappen mee, kortom niet anders als in die korte Duitse overheersing en dan komt het? Weer bij elkaar gedreven of juist uit elkaar gedreven, gedeporteerd en of dit nu naar Nederland is of niet? Aanpassen! De aarde van de 13e urn op De Dam is eigenlijk, niets anders als al het leed, van ons, onze voor/ouders zamen geperst! En het is ook maar de vraag of we daar niet belazerd zijn, door een rode kruis of slimmerik uit de regering, om de verhitte, teleurgestelde, verslagen, afgedropen Indo’s een plezier te doen! Een teken van de goede wil en mede leven, als ze maar de mond hielden en braaf een keer per jaar, aanwezig waren bij de grote krokodillentranen die de overheid op de kinderkopjes lieten vallen? Al vermoed ik dat hun zuinigheid, deze wel gemeende krokodillentranen opvingen in hun zakdoek! Waarna het decor afgebroken werd en zo zie ik dan waar mijn familie begraven ligt! Allemaal zamen geperst in dat kikkerland, heel vaak bij familie leden, zonder dat ze dit wisten, laat staan? hadden kunnen voorspellen, hoe wreed het lot viel voor hen en daarmee de vraag? Erkenning? Wanneer, waar en hoe? Daar in dat gat in de grond of verbrand in de oven, zodat slechts as overbleef en je maar niet wou denken, dat ook daar je misschien belazerd werd, omdat die as in de urn, wel van de buurman kon wezen of van een Japanner, die om welke reden dan ook, in Nederland beland was net als jij? Terwijl hij niet hoefde of gedwongen was? Terwijl de schep met as tegen de urn stootte, de medewerker vloekte en dacht wat maakt het nog uit? Niemand die het ziet, niemand die er achter komt? En zo geschiede, zo als alles in de geschiedenis geschiede of je het leuk vond of niet? Maar kamerolifantjes dat is toch wel de grootste straf, als je door hen geen erkenning krijgt, geen Eer, soldij, oorlogsschade of erfrecht, dat je zo’n plaatsje op één kerkhof krijgt en soms je as uitgestrooid word in je geboorte land? Nu ondenkbaar door het virus? Want als of het niet genoeg was dat je in dit kikker land verrekte, weten we gelukkig dat de geest overwint, bij dit laatste heb ik ook mijn twijfels, want volgens mijn is deze tekst door Nederlanders uitgevonden? Opdat ze niet tot uitbetalen hoeven over te gaan? Nu ben ik eigenlijk aan het wachten, dat ze aan de doden niet zullen vragen, om een stukje op te schuiven? Want ik heb al zoveel rare dingen gehoord!

Die korrel in het rijstveld!

Om het verleden te omarmen, contact te maken met het heden, daar gaat soms een of meerdere mensen leven overheen, voor mij zelf een slepende kwestie van 70 jaar! Door één kranten artikel op Facebook geplaatst door Micheal Meyer, waar de naam die ik al jaren onderzoek Prud’homme de Lodder, door de emigratie, was afgekort, tot “Prud’homme” kwam ik uit bij Ferry! die de knappe leeftijd heeft van 91 jaar, nu was ik jaren geleden al, via de USA Jeannette Abila tegen gekomen, die ook naar haar familie leden op zoek was, nog vage herinnering had aan Tiel in Nederland en daar was het dan bij gebleven, ook door dit onderzoek, zij kwam in contact met diverse familieleden in Nederland en mede door het kranten bericht, kon zij net als ik, bellen via Skype en zo stapte we in het heden, ik hoef U de ontroering niet te onthouden, allemaal kinderen uit het grote zwijgen! Waar “Willem de Zwijger” jaloers op zou wezen, de Erfenis uit de “Indische Kwestie 2.0” een familie band! voor haar zo dicht bij, voor mij via mijn tante Emmy, de zus van mijn moeder, die volgens Ferry zo lekker kon koken en? die ik misschien als peuter in Amsterdam heb ontmoet? Dit laatste blijft een veronderstelling en heb ik eigenlijk in gedachte om het “gemis,”, draaglijk te maken! Daarom is mijn vreugde nu zo euforische, dat dat ene bericht zo’n effect zou krijgen, Omdat een vlucht uit Indonesië die een zo’n lange “staart” kreeg!

Geen vinger uit de neus!

Al was het linksom, al was het rechtsom? Als je eenmaal in de juiste spiraal komt of wel de achtbaan van het leven? Dan zie je het verleden tot leven komen, van uit een een raadsel goed beantwoorden, beland ik op je tijd line en tot mijn verbazing, verre familie namen, kinderen, van kinderen, achter of achter-achter neven en nichten, daar belanden waar mijn stamboom het niet meer wist? als het waren sta ik op een keerpunt! Waar ik het verleden passeer en en stap in het “nu” kan gaan zetten, het zou een ijdele gedachte wezen, om de weg van de toekomst in te kunnen slaan, ook al is de verleiding groot, gewaagd, ik zou het moment van”nu” voorbij razen? Ik zo de doden te kort doen en zij die in dat niemandsland verkeren en dit slechts bij tijd en wijlen beseffen, zij uit die schemer wereld, waar het grote “zwijgen” één eindeloze schreeuw werd!

Slak kruip niet in huis, kruip!

Lang, lang geleden werd je terug gevonden, tussen alle mottenballen, dat moet ook wel! je werd niet oud, in 1956 was je bezweken, aan de vernedering ondergaan, nadat je Indonesië werd uit geschopt! Daar was je een goed ondernemer en je dacht dat doe ik in Nederland ook wel even! Je leven werd getorpedeerd, regels, eisen gesteld er werd niet naar je bewezen, kunnen gekeken, niet naar jou als mens en dit laatste brak je, je nek! Ook je gezin kon het niet meer volgen, ook zij probeerde wat en moesten, zoveel water bij de wijn doen, dat de fles? Het label “Wijn” niet meer mocht en kon dragen! En na ik nu vernam zit je zoon 91 jaar jong in een tehuis voor Indo’s, ja dat is wat? Verbazing? Je bent daar met afstammelingen van Javaanse emigranten uit Suriname! Daar ooit heen gegaan om brood op de plank te krijgen, na de spanningen in dat land, gevlucht naar Nederland en nu samen in een te huis, hoe het lot zo kan spelen! Zo via een kranten bericht, stap ik per telefoon je kamer binnen! oom Ferry, het klikt gelijk, je hebt me veel! te vertellen, je kent mijn tante Emmy, ze kon zo lekker koken! Wat heb ik toch weer gemist! Je hebt bij hen even gewoond, in die jaren 1950, toen iedereen een beetje verdwaald in Nederland rond liep? En zich afvroeg, wie heeft het nog overleefd? Nu wisselen we foto’s uit, je vertelde me leuke en ernstige dingen, zo nieuw, zo anders, zo fijn en we hebben zo gelachen, over hoe? vertel je iemand? Dat als je met een Indo huwd ? Een Indo kindje krijgt! Dat dat nooit meer kan veranderen en dat is een grap, die ons Indo’s doet lachen, alleen zo kunnen we even alles vergeten? Maar te gelijker tijd denken we aan jullie allemaal, die deze weg zijn gegaan, ik heb een oom er bij!

Tegendraadse bewegings! Vraag?

In het Surinaamse familie blad, kwam ik negen jaar geleden, bij toeval? Een kreet tegen? Wie weet er iets over mijn moeder? “Elise” ? Wie kan iets over haar vertellen, alleen door de achternaam Glans, wist ik wie er bedoeld werd? En schreef gelijk? Ik weet iets! Bij het verzenden ging er iets mis? Ik kon de link van de site niet meer vinden, was zo op gewonden, dat alles mis ging, waar het fout kon gaan? Vorig jaar, door het onderzoek kwam ik weer uit bij de naam Glans en aanverwanten en zo ook bij de spannende familie geschiedenis uit Suriname, pas toen begreep ik dat mijn in 1933 overleden tante Elisa gehuwd was met Glans en dat deze vraagsteller? Niemand minder was als mijn neef Freddy, die zo bij het bestuderen familie geschiedenis! Dat hij op 4 jarige leeftijd van zijn moeder werd beroofd en 9 jaar later in één of meerdere Jappen kampen verdween, na de oorlog naar Suriname en Nederland als sportleraar werkzaam was, had ik begrepen, vele huwelijken, die zijn verscheurde kind en jeugd, niet overleefde, ook al is hij nu 91 jaar, helder van geest! Zijn dochter benaderde mij via Skype kregen we dan een verbinding, nee veel kon ik niet vertellen over zijn moeder, wel kon ik hem hopelijk, blij maken met foto’s, waar hij misschien zijn moeder beter in herkent, ook een van zijn vader, met aanvullende kranten berichten, nu had ik natuurlijk gehoopt dat hij mijn moeder kende? Had ontmoet? Andere broers en zussen van zijn moeder kende hij wel, al die jaren zoeken en dan op een overlevende stuiten? Dit als beloning? Mijn dag kan niet kapot, te weten dat hij daar ook nog een dochter heeft uit een ander huwelijk? Dan dat huwelijk die ik kende en zo zet ik mijn zoektocht voort in de Indische Kwestie 2.0, transparantie als leidraad!

Als de krokodil een traan in verslikt!

Zo voor de herdenking? als wij herdenken? Aan wat ons is overkomen en zeker niet die slachtoffer rol? Een stempel die we in Nederland vaak op gespeld kregen? In plaats van een medaille, al doen ze nu hun best 75 jaar later, voor de kinderen geboren na December 1949 is de erkenning altijd uit gebleven, als of hun lijden met gom tot het verleden werd gewist! Hopende dat tijd de schade zou helen? Bij mij gebeurt het tegenovergestelde, het verdriet maakt zich meester, als ik al die namen en foto’s zie? Die hulp kreten lees, die uit kelen klinken, soms galmen en de vooral niet? gesproken woorden, woorden die bleven steken, achter in die kelen, terwijl de ogen zich vullen met tranen? Die door angst gebalde vuisten, die Verrekte onmacht, want je mocht toch niet klagen? met al de kansen , die je geboden werden? Terwijl nu zeventig jaar later, ik jullie ontmoet, jullie eindelijk mag omhelzen, wel in gebeeld, natuurlijk, mijn echte ware familie en zo stroomt even die warmte binnen in me, ga ik terug in mijn moederschoot, terwijl de oorlog aan mij voorbij ging, beschermd door vruchtwater, Jullie foto’s soms trots! Soms verbaast, die opa’s en Oma’s gelaten kijkende, op die foto’s uit een pension, waar alleen de kinderen onbezorgd hun weg konden vinden, tijdelijk ontheven, van wat was gebeurd, verbeurd, verkracht en in een doofpot zou belanden, ontkenning! Alles dat? waar geen familie om vraagt, verlegen zit!

Wurm-boek of als stof neer?

Boekhandel van Hoorn onder aan de Waal in Nijmegen, verhuist naar de binnenstad, zijn uitbater een échte Hollandse kerel, blond en blauwen ogen, die je diep aankeken, om te weten wat je zocht? Misschien wel om te kijken of hij een duur antieke verzameling kon slijten, zijn pand keurig onderhouden, naar binnen door die dikke deur, goed in de verf, het glansde je te gemoed, nog niet te spreken van de blinkende brievengleuf van koper, binnen werd slechts zacht gesproken en mij ogen zochten, soms kocht ik een boek en verdween, weer net zo snel, schichtig en de stad slokte me op! En zo vroeg hij me wat zoek je dan? Ik bleef het juiste antwoord schuldig, terwijl ik twintig jaar later een alchemist werd genoemd en nu al jaren, doden opgraaf, foto’s verzamel, namen verslind en ze een plaats geef? Data en geboorte plaatsen zoek, tegenwoordig worden foto’s openbaar? Met een schreeuw? “Help” herken mij of iemand? Geef me een plaats in die geschiedenis, die is verzwegen? Verdonkeremaand, verloren express en niet alleen uit schaamte? Maar schaamteloos, onbehoorlijk vals? Terwijl ik in Amstelveen in de oude Kerkstraat bij opa en oma ben, terwijl ik verweest en beduusd was, angst? Terdege angst die elke WEES en nog weeskind moet worden herkent? Waar een gat ontstaat in zijn hoofd? In zijn geheugen, als of een wurm zijn schedel leeg vreet! En als dank een hoop stront van samengeperste, leegte achterlaat, waar je niet op uitglijden kan? Alhoewel die buil op je achterhoofd pijn doet, bij je poging een einde te maken aan die lege ellende, die ik op wou vullen met boeken, terwijl ik vaak de woorden niet begreep? En soms nog, want ik kwam met andere klanken, ik begreep niet veel? Zelfs het eten niet, terwijl ik als kind opgeblazen was, van de honger, een luchtballon zonder touw, zonder lint, wel later een worm er achter en in de WC pot gedrapeerd, bleekjes opgerold en zo snapte ik dat ik de waarheid van mijn zoeken, nooit hier kon vinden, ik had de tijd niet mee of was te laat en alle boeken waren al voor mijn neus gekaapt? Of ik wist gewoon niet hoe? Net als dat liedje? Van wie weet ik niet meer? Wie het weet mag het zeggen? Ik was er niet mee geholpen? Maar nu help ik anderen en het leven krijgt kleur, terwijl die leegte blijft, maar ik me inbeeld het verloren paradijs gevonden te hebben en denk aan die Babou gisteren op TV en haar mooie gedachten, haar bezorgdheid en haar proberen te begrijpen van verschillenden werelden en niemand die echt vroeg wat zij nu dacht in een wereld van beterweters en nog steeds? Is die ziekte niet overwonnen en veel erger? Ik ben er ook door aangestoken, het virus draait om die leegte heen, die babou haar leven begon ook al niet best? Terwijl het best had moeten wezen en toch? Wij werden en waren wezen, als een vloek, terwijl dat gat, die leegte, de holle leegtes , vele woorden en letters in en uit kraamde en dat terwijl de ooievaar nog lang niet gesignaleerd was, omdat hier sneeuw was en mijn leegte nog daar! Zo droom ik nu van één Babou, ook dat was een bittere pil, of natte droom, want zij huwde mijn vader, die ophield, mijn vader te zijn, mij bleef die leegte, zo leeg, dat zelfs na 70 jaar, de erkenning nog niets uit hun strot kan komen en mijn moeder, voor niets leed? Met al die anderen, net als wij de 2e generatie, daar of hier geboren of ook neer gepleurd in een kinderhuis of kamp, pension of noodwoning, waar je noodgedwongen je bek dicht hield tot later? Nu!

De kerk en het hof, de rest lag ergens ander!

12 Juni 2020 kreeg ik dit bericht, terwijl ik in 1956 in de Van Nispenstraat op school zat, net om de hoek, van dit kerkhof, tot mijn 12 liep ik altijd rechts uit school, naar de dichtstbijzijnde bushalte, dit hing van de dag of tijd af! Of als ik bij vrienden langs ging, die in de buurt van het badhuis woonden? Dan kwam ik lang het kerkhof op! Aan de overkant, als eerste had ik dat zo geleerd en die enkele keer dat ik langs dat hekwerk liep, dan bekroop me altijd een onbehaaglijk gevoel? Die kerkhof heg, donkergroen, het hele jaar door! Het kwam ook door die honden drollen, waar je overheen moest stappen en het stonk er naar pis, ooit in een baldadige bui, tot net over de drempel van de ingang geweest, als held op sokken, misschien met mijn vriendje Jan Vogelzang, of Freddy zijn vader had een cafe aan de zelfde weg! Misschien wel met Kees Ten Have, maar wat moest ik daar zoeken? Kwam hier toch niet vandaan? En zo kwam ik weer achter de familie van mijn oma, zij was geboren in Nederlands-Indie uit een Inlandse vrouw Atjimah, wanneer zij geboren was en waar? Weten we niet en wanneer ze dood ging ook niet? En wie haar ouders en overgroot ouders waren, weten we ook niet? Wel weten we wie haar man was, broer, zussen en wie zijn vader, maar ook dan! word het zoeken, wel weet ik, dat zijn familie in het leger van Napoléon vocht, tot op de dag dat deze bij Waterloo ten onderging! Deserteurs werden ze en moesten vluchten, zo als vluchtelingen nu eenmaal doen! En met die vlucht, krijg je gratis angst? op ontdekking en zo zien we in documenten, steeds weer andere data’s en natuurlijk die zelfde namen, want vroeger kreeg je de naam van je voorvader, vader, oom of neef en de meiden natuurlijk van moeders kant. Zo dat je snel het overzicht kwijtraakt! Wie wat waar en hoe? Had ik maar geweten dat zij daar lag, het arme mens, dan had ik bij haar graf kunnen zitten! Dan had ik iemand om mee te praten gehad, in die tijden dat ik doelloos door Nijmegen liep of kattenkwaad uitvrat, van verveling of mijn onvrede, waar niemand iets aan kon doen en ik nog minder! Dat is de straf van ieder kind, als je van je moeder weg word gerukt, met een vliegtuig op Schiphol gezet, dan in Amsterdam en uiteindelijk, ook daar op moet rotten, je als een aapje in een kooi, braaf wacht, op de dag dat je weg mag! Met die bruine koffer, die brief? Waar “niet” mijn tante Marchant in stond, nog al die andere mis gelopen mensen, familieleden? Die het zelf ook niet begrepen of wisten, want als kind denk je al snel dat je de enige bent? Gelukkig had mijn tante dat allemaal achter de rug! Misschien had ze me kunnen troosten want uiteindelijk wist zij als geen ander, wat voor mij als halve « wees » nog moest komen, gaan en zo bleek dat het woord « wees » generatie op generatie drukte! Op ons, mijn opa, was vroeg wees, zijn vrouw was vroeg wees, zo als haar familie wezen waren in Breda en later Veenhuizen, hoe ze in Breda kwamen, zoeken we nog even uit, want waar waren hun ouders? En wie vroeg belangstellend naar ze in de veenkolonie, terwijl andere familie naar Nederlands-Indië vertrok en zo kwam ik de naam in England tegen en in Amerika, want wat U niet weet? De naam Marchant met een T komt minder voor! Zo zie je dat zelfs als wees en weeshuis kind nog een hoop kan leren, dit laatste zeg ik vooral, voor al die arme drommels, die daar nog in moeten en ik zie ze al voor me! Hoofdjes vol van wanhoop, tranen die rollen en de vraag? Wat heb ik verkeerd gedaan? En veel erger? Waarom kom ik van die gedachte nooit af? Waarom kon ik niet gewoon, naast die grafzerk zitten treuren, om mijn tante die dood was? Zo als elk kind? Kon ik misschien paardebloemen plukken? Of bloemen bij de kraam jatten, stiekem natuurlijk? Of gewoon een mooie bos kopen of een hele kar in eens, van die arme man die ik altijd zag, bij de Daalseweg, waar ik zijn kar een paar keer helemaal leeg kocht opdat hij lekker naar huis kom gaan, een bakje koffie drinken of als hij een gezin had, bij hen wezen en anders gewoon één lekkere dikke boterham met extra beleg, want soms word je blij? Als je erkent word, even die last van je schouders word genomen en dan wist ik dat hij altijd uit keek naar me? Of? In de hoop dat ik weer zijn hele vracht zou kopen? Als geen ander weet ik van die hoop? Die wens, diep van binnen, warmte! Dat weet een Wees maar al te goed!

Weg en dood, dood weg! mooi?

Geschiedenis zit in de genen, geschied vervalsingen in de boeken op school, geen haan die kraaide? Waarom zou je twijfels hebben over de school, waar op je zat, aan je meester of juffrouw, later de krant, tv en die duizenden boeken die werden geschreven, nu 70 – 75 jaar later zien we de gatenkaas! Het collectief moedwillig geheugen verlies, die jammer genoeg nog steeds goed gepraat word, door vooral, oude fouten ambtenaren en politieke starheid! En alles wat subsidie vreet en nog steeds mee doet aan het niet bijstellen, hoe het werkelijk was! Mijn oma en haar overgrootmoeder zijn daar een voorbeeld van, net als mijn andere overgrootmoeder, in een stamboom weergave zie je lege gaten, als of daar niets plaats gevonden heeft, als of de wereld daar niet leefde, terwijl in de geschiedenisboeken, van veldslagen verslag word gedaan! Het uitmoorden van koningen, koninginnen en hele koninkrijken in de archipel en daarmee hele volksstammen en of dat? Niet genoeg was? Ze werden totaal genegeerd, ze werden verbannen van elk recht, er bestaat geen documenten waar hun namen aan kleefde? Miljoenen mensen hielden op! Als mens door de tijd te gaan? Die “Untermenschen” een uitdrukking die eeuw later zo populair zou worden! De Nederlands-Indie bevolking, die naar Nederlands begrippen primitief was, ondergeschikt, voorbestemd, het zwijgen, voor altijd opgelegd, koninkrijken onder de voet gelopen, vertrapt, de bestaande adel tot de bedelstaf gebracht en slechts de goed gezinde, mochten blijven bestaan! Dus slechts van een enkeling, goed gezind aan Nederland, bestaat zijn afkomst nog op papier! De rest ter dood veroordeeld in eeuwigheid? Alleen een foto of tekeningen, schilderijen of geschiedschrijving van hoe geweldig het Nederlands leger was, beschreven deze mensen? Soms met hun echte namen of spugende gal over ze uit! Ons werd op school geleerd? Dat we daar trots op moesten wezen! Wij moesten trots zijn, om volksstammen, verwoest en verbannen te hebben! Van elk mens onwaardig bestaan? Meer hoef ik niet te zeggen, nadat ik uit dat land moest vertrekken, als een van de zo velen, waarna, mijn familie onderzoek, naar mijn moeder, van haar oma’s kant, de leegte voor zich laat spreken en de namen niet verder kwam als “de Inlandse vrouw” Mina of “de Inlandse vrouw” Atjimah, die natuurlijk? Zo uit het niets geboren werden! Zo rond 1830 ! Zo moet je wel een vloek uitroepen over de Indo, Indo-Chinese, Molukkers of andere groepen daar geboren! 75 jaar later kunnen wij herdenken tot ongeveer 1830! Terwijl het binnen in ons? Anders voelt!