De kerk en het hof, de rest lag ergens ander!

12 Juni 2020 kreeg ik dit bericht, terwijl ik in 1956 in de Van Nispenstraat op school zat, net om de hoek, van dit kerkhof, tot mijn 12 liep ik altijd rechts uit school, naar de dichtstbijzijnde bushalte, dit hing van de dag of tijd af! Of als ik bij vrienden langs ging, die in de buurt van het badhuis woonden? Dan kwam ik lang het kerkhof op! Aan de overkant, als eerste had ik dat zo geleerd en die enkele keer dat ik langs dat hekwerk liep, dan bekroop me altijd een onbehaaglijk gevoel? Die kerkhof heg, donkergroen, het hele jaar door! Het kwam ook door die honden drollen, waar je overheen moest stappen en het stonk er naar pis, ooit in een baldadige bui, tot net over de drempel van de ingang geweest, als held op sokken, misschien met mijn vriendje Jan Vogelzang, of Freddy zijn vader had een cafe aan de zelfde weg! Misschien wel met Kees Ten Have, maar wat moest ik daar zoeken? Kwam hier toch niet vandaan? En zo kwam ik weer achter de familie van mijn oma, zij was geboren in Nederlands-Indie uit een Inlandse vrouw Atjimah, wanneer zij geboren was en waar? Weten we niet en wanneer ze dood ging ook niet? En wie haar ouders en overgroot ouders waren, weten we ook niet? Wel weten we wie haar man was, broer, zussen en wie zijn vader, maar ook dan! word het zoeken, wel weet ik, dat zijn familie in het leger van Napoléon vocht, tot op de dag dat deze bij Waterloo ten onderging! Deserteurs werden ze en moesten vluchten, zo als vluchtelingen nu eenmaal doen! En met die vlucht, krijg je gratis angst? op ontdekking en zo zien we in documenten, steeds weer andere data’s en natuurlijk die zelfde namen, want vroeger kreeg je de naam van je voorvader, vader, oom of neef en de meiden natuurlijk van moeders kant. Zo dat je snel het overzicht kwijtraakt! Wie wat waar en hoe? Had ik maar geweten dat zij daar lag, het arme mens, dan had ik bij haar graf kunnen zitten! Dan had ik iemand om mee te praten gehad, in die tijden dat ik doelloos door Nijmegen liep of kattenkwaad uitvrat, van verveling of mijn onvrede, waar niemand iets aan kon doen en ik nog minder! Dat is de straf van ieder kind, als je van je moeder weg word gerukt, met een vliegtuig op Schiphol gezet, dan in Amsterdam en uiteindelijk, ook daar op moet rotten, je als een aapje in een kooi, braaf wacht, op de dag dat je weg mag! Met die bruine koffer, die brief? Waar “niet” mijn tante Marchant in stond, nog al die andere mis gelopen mensen, familieleden? Die het zelf ook niet begrepen of wisten, want als kind denk je al snel dat je de enige bent? Gelukkig had mijn tante dat allemaal achter de rug! Misschien had ze me kunnen troosten want uiteindelijk wist zij als geen ander, wat voor mij als halve « wees » nog moest komen, gaan en zo bleek dat het woord « wees » generatie op generatie drukte! Op ons, mijn opa, was vroeg wees, zijn vrouw was vroeg wees, zo als haar familie wezen waren in Breda en later Veenhuizen, hoe ze in Breda kwamen, zoeken we nog even uit, want waar waren hun ouders? En wie vroeg belangstellend naar ze in de veenkolonie, terwijl andere familie naar Nederlands-Indië vertrok en zo kwam ik de naam in England tegen en in Amerika, want wat U niet weet? De naam Marchant met een T komt minder voor! Zo zie je dat zelfs als wees en weeshuis kind nog een hoop kan leren, dit laatste zeg ik vooral, voor al die arme drommels, die daar nog in moeten en ik zie ze al voor me! Hoofdjes vol van wanhoop, tranen die rollen en de vraag? Wat heb ik verkeerd gedaan? En veel erger? Waarom kom ik van die gedachte nooit af? Waarom kon ik niet gewoon, naast die grafzerk zitten treuren, om mijn tante die dood was? Zo als elk kind? Kon ik misschien paardebloemen plukken? Of bloemen bij de kraam jatten, stiekem natuurlijk? Of gewoon een mooie bos kopen of een hele kar in eens, van die arme man die ik altijd zag, bij de Daalseweg, waar ik zijn kar een paar keer helemaal leeg kocht opdat hij lekker naar huis kom gaan, een bakje koffie drinken of als hij een gezin had, bij hen wezen en anders gewoon één lekkere dikke boterham met extra beleg, want soms word je blij? Als je erkent word, even die last van je schouders word genomen en dan wist ik dat hij altijd uit keek naar me? Of? In de hoop dat ik weer zijn hele vracht zou kopen? Als geen ander weet ik van die hoop? Die wens, diep van binnen, warmte! Dat weet een Wees maar al te goed!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s