Nee, Nee

DSC_0021

Terwijl kunst ook maar iets is, waar zo veel kijk en comentaar op gegeven kan worden, waar boeken vol van zijn, zo als de schilderijen en nog veel meer, zo meer dat de zee er in ten onder gaat en ik ook, terwijl ik daar op de zee bodem ben, tussen boerenkolen en ik een rijste pikker, dat valt op, vooral de kleur, terwijl de poep door het zelfde gat gaat en ook uit komt in de plee en het zelfde wc papier afgeveegt word, al dacht ik altijd tegen de besparing, steek je vinger er door en dan veeg je je vinger schoon, dat scheelt papier, en je hebt wat aan je vinger teruiken naderhand, terwijl je je neus leeg pullikt, of af veegt aan je korte broek, want je was jong, nog on bedorven, terwijl de rot al toe geslagen was, vrat aan je jonge lichaam, slechts de maden ontbraken, die kwamen later, net zo als de vliegen die daar uit ontstonden, en cirkels tekende in de gerookte lucht, die je uit ademde, terwijl de kuch nog moest komen en alle ellende van dien, waar je niet om vroeg, gewoon kreeg als een geschenk, waar je blij om mog wezen, omarmde als of het it laaste was wat je lief mocht hebben, wat je kooste, je wurgde, tot je nek,groen aan liep en dit laaste klopt niet, maar wat maakt het alle maal uit, niks maakt uit, uit ging de liefde, uit ging de kaars en het licht, licht uit mijn gedachten, mijn verleden, niet jullie waar ik deelde, van het wijnige wat ik had, het vele wat ik wou geven, kortebroek een tekort hemd, mijn hart was veels tegroot voor dat hongerige lichaam, ooit aan gespoelt in een zee van ellende, in een zee van leed, terwijl mijn eiland eindelijk aan gekomen, kil was, andere gedachten, andere geesten, ik wou buigen en boog, ik had geen pijlen en als ik ze wel had, zou ik ze breken, op dat mijn liefde voor jullie om me heen zou blijven, opdat ik de warmte mocht voelen die mij ontbrak, ik zou mijn hooft het liefst tegen jullie aan gelecht hebben, was het niet, dat jullie me verstoten, als of ik een vuilnis belt was, zo anders en zie me nog in die bus, terwijl de condens druppels naar beneden glijden en ik ook, die damp die naar buiten kwam als je uitstapte, als of de duivel ontsnapte met je, als of de rode gloed om me heen huisde, dat korte stuk naar school waar ik langs de huizen kroop en blij was dat het schoolhek in zicht kwam, ik ben er bijna, terwijl daar binnen mij de hoek wachte, als een slaaf keek ik uit naar het on ontkoombaren, straf, straf, geuren, dampen, slaap, niet kunnen volgen en niet begrijpen de taal, hoe je die schrijft en de gedachten, mijn gedachten waren anders en daar ben ik voor gestraft, die kachel brand nog in mijn neus en die inktpot laat nog steeds die sporenachter rond mijn lippen en die bank heb ik in gewisselt voor een bankstel of steen, misschien zand en het bed? dat maakt niet uit, ik leg mijn hoofd neer, soms een beetje moeilijk, het liefst in de armen van iemand die warm is en ik die warmte mee kan nemen in mijn dromen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s